Twintig huilende ouders 23 maart 2022

Misschien komt het omdat ik de allereerste  maanden van mijn leven
in Brabant doorbracht bij een hospita in de Kempen. Maar als mensen
praten over Bourgondische Brabanders moet ik altijd aan de
Kempenaren denken. Na zeventien jaar Biblebelt was dat een vrolijk
volkje dat mij kennis liet maken met Leffe Blond, Duveltjes en andere
fijne bieren.

Later leerde ik de Kempenaren ook kennen als een dwars en eigengereid
volk. Een beetje stijfkoppen soms. Hard ook wel. Mensen die zich de pis
niet bruisend laten maken. Maar altijd bereid elk meningsverschil af te pilsen.

Dus begrijp ik helemaal niets van een artikel in onze regionale krant.
In de Kempen sluit een organisatie voor buitenschoolse opvang.
Dus zitten veel ouders met de handen in het haar. Blijkens een
interview met een dame van de concurrentie die de slag om de bso’s
wel heeft overleefd is zij gebeld door zeker twintig huilende ouders.
Twintig huilende ouders uit de Kempen? Het lijkt mij onwaarschijnlijk
dat dit fraaie Brabantse gebied plotseling in één avond is veranderd
in een groot tranendal.

Ik twijfel er niet aan dat de journalist de betreffende dame juist
citeert. De vraag is of wat de dame zegt feitelijk klopt. Ze kan die
woorden ook gekozen hebben om de ernst van de situatie kracht
bij te zetten. Het is mij zo vaak overkomen dat mensen sterk overdreven
omdat ze dachten dat een journalist dat de goede tekst vond voor
een tranentrekkend artikel. Als journalist kun je dan vragen
of het er echt twintig waren en of ze echt allemaal huilden maar elke
journalist weet dat je een goed verhaal niet kapot moet checken.

Ik maak me dan ook niet zo heel veel zorgen. Kempenaren
komen het onnoemelijke verdriet dat het gebied heeft getroffen
te boven. Het is een nijver en creatief volk dat een keer met
de harde kop schudt, een biertje pakt en voort gaat. Wat blijft is een
goed verhaal.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Standpunten niet veranderd . . , rara? 21 maart 2022

De analyses over de teloorgang van de SP vliegen je in de media
om de oren. Over één ding zijn de meeste analisten het eens:
in tegenstelling tot wat de SP zelf denkt, ligt die teloorgang vooral
aan de SP zelf. Eén analyse heeft de media niet gehaald, maar die
is volgens mij wel de meest rake. Ik kom erop terug.

Ik heb de SP altijd een opmerkelijke partij gevonden. Vooral
door de partijstructuur. Mijn indruk is dat er een ongezonde
kadaverdiscipline binnen de partij heerst. Dat werkte misschien
enkele decennia geleden, maar nu mensen steeds individueler
worden is dat niet vol te houden. Waar andere partijen zich
de afgelopen jaren belangrijke thema’s toe-eigenden zoals
bijvoorbeeld klimaatverandering was de SP vooral bezig kritische
geesten in de eigen gelederen buiten te werken.

Tijdens het partijcongres kondigde Lilianne Marijnissen zaterdag
aan dat de SP meer gaat inzetten op klimaat. Dat is veel te laat,
daarin is de partij allang voorbijgestreefd door andere partijen.
Als je dat nu nog tot speerpunt maakt ben je wanhopig.

Marijnissen zelf vind ik ook niet zo sterk. Ze is vooral de
verontwaardigde socialist. Verontwaardigd zijn was vroeger
een kwaliteit waarmee een politicus de aandacht trok. Met al
die splinterpartijtjes barst het in de Tweede Kamer van
verontwaardigde politici. Wat je er ook van vindt, de immer
verontwaardigde Sylvana Simons en Caroline van der Plas hebben
meer uitstraling dan Marijnissen en vallen daardoor meer op.

Een aantal jaren geleden wist ik al dat de SP ook maar wat
deed. In de buurt waar ik toen woonde was nieuwbouw gepland.
Bijna iedereen vond het een goed plan op twee mensen na, die
door de anderen vooral als querulanten werden beschouwd. Op
een ochtend stond er een SP karavaan in de wijk die kwam
protesteren tegen de nieuwbouw. De socialisten hadden koffie
meegebracht, maar er was niemand om aan uit te delen. Later nooit
meer iets van gehoord.

De meest steekhoudende analyse kwam van een goede vriend.
Hij zat jarenlang voor de SP in een gemeenteraad. Uiteindelijk
stopte hij er mee. Dit jaar deed hij de Stemwijzer. Zijn oordeel:
“Bij mij stond de SP op nummer acht met 51%. Mijn standpunten
zijn niet veranderd. Rara . . .”

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ongehoord Nederland maakt te weinig grappen 18 maart 2022

In mijn bubbel gaat het de laatste dagen over een nieuwsuitzending
van Ongehoord Nederland. De aanleiding is een fittie die het programma
heeft met NRC- en radiocolumnist Maarten van Roosmalen.

Tot nu toe had ik de uitzendingen van ON nog niet gezien. Ik vind
het een gotspe dat de doelgroep die sinds de komst van internet
het meest van iedereen gehoord wordt, een eigen omroep van mijn
belastingcenten mag exploiteren. Dat derluiden zelf vinden dat ze
desondanks niet op de juiste plek gehoord worden komt omdat de
zwijgende meerderheid in het stemhokje net iets slimmere keuzes maakt.

Omdat ik wilde weten waar mijn bubbel het over had ben ik via
NPO Start gaan zoeken naar de nieuwsuitzending van ON. Het is me
niet gelukt die te vinden. Het enige dat ik vond was een parodie
op een satirisch programma met twee typetjes die presentatoren
speelden, één typetje dat een onderzoeksjournaliste verbeeldde,
een typetje dat een politiek analiste moest voorstellen en iemand
die de rol van een politicus deed.

Ik ben niet zo’n liefhebber van het genre waarbij overdag op een
redactie grappen worden bedacht die dan ’s avonds worden
opgedreund. De spontaniteit die voor mij een grap een grap
maakt is dan meestal ver te zoeken. In het programma van ON
zaten bovendien nauwelijks grappen. Ja, één keer zei het typetje
onderzoeksjournalist dat ze kritische vragen stelde op Twitter die
andere journalisten niet durven stellen. Vanuit mijn vak vond ik
dat wel grappig, maar ik weet niet of de doelgroep er om kan lachen.

O ja, wat ik ook grappig vond was dat de politiek duidster Van
Roosmalen genadig noemde waar ze ongenadig bedoelde. Daar
moest ik erg om lachen, maar ook van die grap dacht ik: is dat
niet te diepzinnig voor de doelgroep?

Ik moet altijd erg lachen als ik Gideon van Meijeren hoor praten.
In de parodie op de satire van ON toonden ze alleen een fotootje
van de man. Dat vind ik dan weer niet leuk.

Tipje voor de redactie: meer platte grappen die iedereen begrijpt. Ondertussen
zoek ik nog even verder of ik ook de nieuwsuitzending van Ongehoord
Nederland kan vinden.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Woke en anti-woke 21 februari 2022

Een interessant verhaal vandaag op de website van NRC.
De politieke partij JA21 wil de enige echte partij tegen
“woke” worden.

Ik vind de term woke al lastig zolang die in de media wordt
gebruikt. Hij doet mij vooral denken aan wat wij in
de vorige eeuw politiek correct noemden. In de journalistiek
barstte het van de politiek correcte mensen. Meer bepaald
van de politiek correcte linkse mensen.

Als dat hetzelfde was als woke, dan betekent woke dat je
wel dingen mag vinden maar niet mag zeggen. Als je in
die tijd met een dubbelgevouwen Volkskrant in je
colbertjasje van corduroy over straat liep (zwaar sjekkie in
de mondhoek) dan mocht je wel bedenkingen hebben tegen
het toenemend aantal allochtonen in jouw wijk, maar dat
zei je niet hardop, want de algemene opinie in jouw bubbel
was dat je die mensen moest helpen. Dat vond je zelf ook.

Politiek correct links betekende dat je probeerde de situatie
van die nieuwe medelanders te verbeteren, zodat iedereen
gelijk werd en je probeerde mensen die “ze allemaal terug
wilden sturen naar hun eigen land” te verheffen.

Het was de tijd dat de nieuwsvoorziening nog vanuit een
ivoren journalisitieke toren werd verzorgd. Andere mensen
hadden alleen de ingezondenbrievenrubiek als middel om
hun mening te geven. En die rubriek werd geredigeerd door
journalisten, van wie velen politieke correct links waren.
Het was in de tijd dat linkse partijen nog een belangrijke rol
in Nederland speelden.

Het is allemaal veranderd. Niet alleen is de VVD al jaren de
grootste partij en heeft de PVV vaste grond onder de voeten,
ondertussen werd ook het internet ontsloten. Iedereen met een
mening kreeg een platform. Journalisten moesten uit de toren.
Ze trokken zonder veldfles, proviand en muggenspray als
antropologen de wijken in en ontdekten daar voor hen nieuwe
stammen. Geheel volgens hun eigen principe lieten ze die door
henzelf vergeten groep aan het woord. Hoe heerlijk was het
om opeens woorden in de krant te kunnen schrijven die je
daarvoor nooit zou durven gebruiken om dan tegen politiek
correcte ingezondenbrievenschrijvers te kunnen zeggen: het
waren citaten.

Nu is er woke en anti-woke. Dat is niks nieuws, nieuw is
hooguit dat er nu een politieke partij is die daar welbewust
het handelsmerk van wil maken, vanzelfsprekend naar
Amerikaans voorbeeld. 

Ik vind het goed dat er geluid en tegengeluid is. Waar ik een
beetje bang voor ben is dat het in de Tweede Kamer uit zal
draaien op verbaal geweld. Ik ben er erg voor dat we zaken
als racisme en discriminatie benoemen en aanpakken, net
zo goed als we overlast van met arbeidsmigranten volgepakte
eengezinswoningen aan de kaak stellen. Woke of anti-woke,
laten we in ieder geval politiek correct taalgebruik in ere
herstellen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Historie: Brabant in 2050 14 februari 2022

Het Brabants Dagblad vraagt mensen een toekomstvoorspelling
te doen: Hoe ziet Brabant er in 2050 uit? Dat is boeiend.
Het bracht mij terug naar de jaren negentig, naar het Brabant
Manifest. Daarin blikten Brabanders vooruit naar 2050.
Ik mocht voor Omroep Brabant radio enkele mensen interviewen.
Die interviews heb ik ook in schrift uitgewerkt.
Daar konden we toen niks mee, want we hadden nog geen internet.

Ik heb er drie in mijn eigen archief bewaard. Nu kan ik ze
op mijn eigen weblog plaatsen. Hoe keken mensen bijna 30
jaar geleden aan tegen Brabant in 2050.

 

Sociale duurzaamheid. Dat is wat Piet de Kroon
betreft het thema voor de komende decennia.
Investeren in mensen, zodat zij de wereld leefbaar
houden. “Clinton heeft zes jaar geleden de
verkiezingen gewonnen omdat hij steeds weer de
aandacht richtte op de economie. Ik denk dat het
op termijn niet zo zeer om de economie gaat, maar
om de vraag of we een leefbare samenleving
overeind kunnen houden,” aldus de directeur van
het Provinciaal Opbouworgaan Noord-Brabant.

Pas een paar dagen na het interview met Piet de
Kroon valt het muntje. Opeens weet ik wat me is
opgevallen.  ’t Is zijn gretigheid om antwoord te
geven op elke vraag over de toekomst van Brabant.
Hij stort zijn woorden als een vloeiende stroom over
zijn toehoorder uit, hapert nauwelijks, neemt geen
denkpauzes. Een onderzoeker die gewend is veel
te schrijven en die alles wat hij ooit weloverwogen
op papier heeft gezet in een razend tempo kan
reproduceren.

Sociale duurzaamheid is het stokpaardje van Piet de Kroon.
Investeren in mensen. Menselijk kapitaal in het jargon van
het PON. Vier dingen zijn er belangrijk, zegt de Kroon:
investeren in jonge mensen, beter gebruik maken van de
kennis en ervaring van oudere mensen, stimuleren van
vrijwilligerswerk en een sociaal vangnet maken voor die
mensen die dan nog buiten de boot vallen. 

“Als het de laatste twintig jaar over duurzaamheid ging,
dan ging het vooral over economie, planologie of milieu.
Maar de wereld bestaat ook uit sociaal, menselijk kapitaal
en het is heel belangrijk om te investeren in nieuw sociaal
menselijk kapitaal. Dat betekent dat je aandacht moet besteden
aan de scholing en opvoeding van jonge mensen, zodat ze goed
toegerust aan de maatschappelijke startstreep verschijnen.”

De Kroon heeft ooit gezegd dat het opvoeden van jongeren
ook een publieke taak is. “Ik ben er natuurlijk geen
voorstander van op de opvoeding van kinderen bij de
ouders weg te nemen. Integendeel. Ik moet wel constateren
dat in Brabant zo’n vijftigduizend jongeren in de problemen
komen rond de opvoeding. Ik ben zelf vader van drie
kinderen en ik weet maar al te goed dat je soms voor vragen
komt te staan die ontzettend ingewikkeld kunnen zijn. Het kan
niet zo zijn dat ouderen, die jonge mensen opvoeden om ze
later maatschappelijk te kunnen laten functioneren,  in hun
eentje de zorg voor die opvoeding hebben. Ze moeten een
beroep kunnen doen op publieke organisaties als ze vragen
hebben waar ze zelf niet uitkomen. Dat bedoel ik als ik zeg dat
opvoeden niet alleen een prive-zaak is. Er is niks mis mee om
het opvoeden van kinderen tot een maatschappelijke discussie
te maken.”

Zijn opmerkingen sluiten aan bij de recente discussie over
opvoedcursussen voor ouders. De meningen daarover zijn
verdeeld. De Kroon: “Ik weet niet of opvoedcursussen het
antwoord is, ik ben daar overigens wat minder zenuwachtig
over dan wat ik soms bij andere mensen meen te bespeuren.
Ik vind wel dat je van kinderen en jong volwassenen
bepaalde maatschappelijke activiteiten mag verwachten.
Wat mij betreft wordt er een discussie op gang gebracht
of jonge mensen op enig moment in hun leven
maatschappelijke activiteiten
moeten verrichten.
Dan hoeft dat niet per se een sociale dienstplicht te zijn, die
voor iedereen verplicht is, maar het benutten  van jongeren
om ze activiteiten te laten doen die ze vervolgens zelf
kunnen aanwenden in hun verdere leven en opleiding mag
wat mij betreft weer op de agenda komen.”

Tweede element van sociale duurzaamheid volgens De Kroon
is het beter benutten van kennis en ervaring die ouderen
in hun leven hebben opgedaan. Ouderen moeten niet worden
weggestopt achter de geraniums is zijn boodschap. “Ik heb
het voorrecht gehad een aantal jaren in Afrika te mogen
wonen en ik heb daar van dichtbij meegemaakt op welke
manier mensen daar aankijken tegen ouderen. Ze zijn
daar een bron van wijsheid, van levenservaring. Ik heb wel
eens de indruk dat wij in het westen zo jachtig gericht zijn
op wat jong en nieuw is, dat we vergeten dat ouderen heel
veel ervaring hebben. Er moeten activiteiten bedacht worden
waar die ervaringen op een zinvolle manier ingebracht worden.
Er zijn al wel wat projecten waarbij ouderen en jongeren
rond bepaalde thema’s samen aan het werk gaan om de
jongeren zo te laten profiteren van de kennis van de ouderen
en om de ouderen te laten profiteren van de ervaringen
die jongeren hebben opgedaan. We moeten geen samenleving
krijgen waarbij de jongeren een aparte plaats hebben,
waar de werken en verpozen en dat ouderen dat aan de
andere kant van de samenleving doen. Er is alle reden om
creatieve manieren te bedenken om die twee
ervaringswerelden bij elkaar te brengen. De overheid moet
daarvoor de voorwaarden scheppen, maar vooral aansluiting
zoeken bij initiatieven die er al zijn op dat gebied. Dat is
dan overigens wel een ander type overheid die we ons
veertig jaar geleden voorstelden en die alles van de wieg
tot het graf regelt. ’t Gaat nu over een overheid die mensen
in staat stelt om het leven te leiden dat ze willen leiden.
Dat betekent dus een overheid die volgend is en die aansluit
bij wat mensen zelf opbrengen.”

Een goed georganiseerd vrijwilligerswerk is de derde
pijler onder de sociale duurzaamheid. Maar in een wereld
waarin steeds meer mensen steeds meer tijd voor zichzelf
opeisen staat het vrijwilligswerk onder druk. Of toch niet?
Piet de Kroon: “In Brabant doet één op de vier mensen
vrijwilligerswerk, maar het moet wel professioneler. De tijd
dat vrijwilligerswerk een natuurlijk gegeven was is voorbij.
In mijn jeugd stond vrijwilligerswerk gelijk aan charitas,
dat was de echtgenote van de burgemeester die voorzitter was
van de Vincentiusvereniging. Er was een soort morele
plicht bij de mensen om aan dat vrijwilligerswerk deel te nemen.
We hebben onderzocht wat mensen beweegt om
vrijwilligerswerk te doen. En dan zie je dat ze nog steeds die
sociale plicht hebben. Dat is eigenlijk iets wat buiten henzelf ligt.
Bij jonge mensen liggen die motieven veel meer bij henzelf.
Die doen dat omdat ze denken dat het leuk is en omdat ze er
beter van worden. Er is een zekere schroom bij
vrijwilligersorganisaties om te accepteren dat je vrijwilligerswerk
ook kunt doen omdat je het leuk vindt of omdat je er beter
van wordt. Die organisaties moeten een omslag  maken en
beter aan sluiten bij de motieven van mensen om vrijwilligerswerk
te doen. En dan is het een feit dat jonge mensen zich niet voor
vijf jaar willen binden om in het bestuur van een bepaalde
vereniging te gaan zitten.  Maar ze zijn zeer wel bereid om
kortlopende, hele concrete taken uit te voeren. Dan is het eenvoudig,
dan moet je proberen om die taken zo goed mogelijk op te
knippen. Je moet die mensen niet vragen om jarenlang
secretaris te willen zijn, maar je moet ze vragen om een jaar
bepaalde activiteiten te verrichten.”

Eén uitzondering maakt De Kroon. Voor de gezondheidszorg.
Het kan in zijn visie niet zo zijn dat de zorg voor zieken
op de schouders van vrijwilligers komt te rusten, ondanks
alle tekorten die er in deze sector zijn. “Sinds de jaren
zeventig zijn we gaan schrappen in  overheidsoptreden
en we hebben heel erg de knip op de beurs voor de
salarissen van verpleegkundigen gehouden. En daar beginnen
we nu de tol voor de te betalen. Dus daar, en dat is wat
ik bedoel met een sociaal vangnet, is wel degelijk een rol
voor de overheid. Die moet alles uit de kast halen om er
voor te zorgen dat dat tij gekeerd wordt en dat er wel
degelijk voldoende handen aan het bed zijn  tegen een
honorering die passend is. Daar is op dit moment nog niet
altijd sprake van.”

De Kroon deelt niet de vrees dat onze samenleving ten
onder gaat aan individualisme. Dat soort doomdenken
kent hij niet. “De tijd dat je een wijk kon binnen lopen en
aan de hand van de straat kon zien welke kranten mensen
lazen en van welke vakbond ze lid waren, is voorbij.
Mensen hebben wel degelijk nog veel sociale contacten,
soms zelfs virtuele contacten, denk maar aan internet.
Maar het zijn niet meer per se contacten met mensen
in de buurt. Daar is op zich niks mis mee, maar je loopt
het risico dat mensen door de mazen van het net vallen
en wel degelijk geisoleerd raken. Daarom pleit ik er voor
om in buurten te bekijken hoe je meer sociale samenhang
kunt krijgen. De ironie is dat we na de oorlog zorgvuldig
zulke netwerken hebben opgebouwd, maar dat we die vanaf
de jaren tachtig hebben afgebroken. We moeten opnieuw
bepaalde disciplines die we hebben afgebouwd, zoals
opbouwwerk en sociaal cultureel werk in de buurten,
op te bouwen. Overigens moet ik toegeven dat daar vroeger
nou ook niet de meest succesvolle projecten uit voort
kwamen en dat zal er ook wel toe bijgedragen hebben
dat die beroepsgroep bijna is verdwenen. Maar we moeten
toc kijken of we lang die lijnen weer iets kunnen opbouwen.”

 

Als we in 2050 nog steeds in een leefbare maatschappij
willen wonen, wat moeten we dan vooral niet doen.
Piet de Kroon: “De afgelopen decennia hebben duidelijk gemaakt
dat we op de verkeerde weg zijn als we alleen de hoogte
van ons Bruto Nationaal Produkt zien als graadmeter voor
succesvol maatschappelijk verkeer. We moeten steeds
opnieuw bekijken wat bepaalde ontwikkelingen voor mensen
betekenen. We moeten ons afvragen wat we moeten doen
om ook de komende generaties maatschapelijk succesvol
te laten functioneren. Duurzaamheid gaat er uiteindelijk
alleen maar om dat we de wereld aan onze kinderen nalaten
zoals we hem zelf aantroffen of hadden willen aantreffen.
Het is het menselijk kapitaal dat centraal staat. Clinton heeft
zes jaar geleden de verkiezingen gewonnen omdat hij steeds
weer de aandacht richtte op de economie. Ik denk dat het op
termijn niet zo zeer om de economie gaat, maar om de vraag
of we een leefbare samenleving overeind kunnen houden.
Dat is de centrale vraag waar we ons de komende decennia
voor geplaatst weten.”

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De Wielewaal 10 februari 2022


De gemeente Eindhoven koopt landgoed Wielewaal.
Het landschapspark met kapitale huizen waar nu nog
enkele nazaten van de Philipsfamilie wonen. Ooit woonde
Frits Philips er. In de enorme villa.

De gemeente wil het park openstellen voor het publiek.
Als ik de krant mag geloven dan duurt het nog wel even
voordat we daar de natuur in kunnen trekken. Maar goed,
je moet ook naar de toekomst kijken. 

Ik vond het ‘t meest sensationele lokale nieuws van 2022
tot nu toe. De Wielewaal is een begrip in Eindhoven.
Er hangt er een soort van geheimzinnigheid omheen omdat
je er niet zomaar in kunt.

Ik heb ooit het genoegen gehad over het landgoed te mogen
dwalen. Dat wil zeggen over het gedeelte dat buiten het privé
domein van Marc Brouwers ligt. Dat is de man die De
Wielwaal ooit kocht met geld dat hij in de sokkenhandel
heeft verdiend. 

Dat kwam zo. Ik ben enige tijd lid geweest van de
Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Veldbiologie.
Dat deed ik omdat ik mij meer in de natuur wilde verdiepen.
Een van de vrouwelijke familieleden van de Philipsdynastie
was ook lid van die organisatie. Zij was paddestoelenspecialist.

Ze had dat specialisme kunnen ontwikkelen omdat er op het
landgoed heel veel bijzondere paddestoelen groeien. Eenmaal
per jaar organiseerde zij een paddestoelenexcursie op de
Wielewaal voor de leden van de KNVV.

Nou gaat mijn belangstelling in de natuur vooral uit naar
vogels, maar als ik een mooie paddestoel zie wil ik nog wel
eens door de knieën gaan. Ik ga er niet naar op zoek.
De verleiding om over het landgoed de Wielewaal te kunnen
struinen kon ik niet weerstaan.

En zo meldde ik mij met een groep andere mensen op een
zaterdagochtend bij het hek van het landgoed. Het gevoel
dat mij overkwam toen de sleutel in het slot ging en wij als
een groep uitgelaten kinderen in de Efteling het verboden
gebied binnen gingen is onbeschrijfelijk.  

Ik heb weinig verstand van paddestoelen maar toen een
aantal van mijn mede-wandelaars bijkans in aanbidding
neerzegen en met spiegeltjes de onderkant van paddestoelen
bekeken waarvan ik het bestaan niet vermoedde, wist ik dat
de Wielewaal nog meer geheimen had dan ik al dacht.

Nou hoop ik maar dat de gemeente Eindhoven de tijd totdat
de horden, net als ik jaren geleden, met bonkend hart door het
hek gaan, eerst goed in kaart brengt welke kwetsbare natuur
daar achter ligt en alle maatregelen neemt om die te
beschermen. Te beginnen met een verbod voor niet aangelijnde
honden.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

PSV is nog lang geen Brainport 6 februari 2022

Toen ik dertig jaar geleden in Brabant ging wonen viel mij iets
op bij mijn journalistieke collega’s. Het underdoggevoel. Er gebeurden
in het wingewest belangrijke zaken, maar in “Hilversum’ was alleen
aandacht voor wat er in de Randstad gebeurde. De blik van Den Haag
reikte volgens mijn nieuwe collega’s ook niet verder dan de
Moerdijkbrug. Brabant was een onderschoven kindje.

Ik kwam uit Barneveld, ook niet bepaalt een gebied waar de
reportagewagens van Hilversum dagelijks door de straat reden. Maar
dat underdoggevoel dat ik in Eindhoven tegenkwam kende ik niet.

In die dertig jaar heb ik dat zien verdwijnen. Het grote keerpunt
kwam toen Philips uit de Lichtstad vertrok, nota bene naar
vijandelijk gebied. Velen dachten dat het definitief gedaan was
met Brabant, maar het tegendeel gebeurde. Dankzij moedige
politici, een ondernemersnetwerk van goede zakenmensen en
onderwijsinstellingen groeide Zuidoost-Brabant uit tot Brainport
en werd het één van de belangrijkste economische regio’s van
ons land. Hier lachen ze nu om de Randstad.

Het gebied is doordesemd van trots. Behalve op die ene vierkante
kilometer aan de Frederiklaan in Eindhoven. Dat is de plek waar
PSV domicilie heeft. Wat ik daar zie heeft nog steeds iets van
het oude Brabant. Daar wordt nog steeds met angst en beven
naar Amsterdam (en een beetje naar Rotterdam) gekeken. Ajax
heeft meer geld, dus kunnen ze betere spelers halen. PSV moet
vooral slim inkopen. In de praktijk betekent het een voortdurende
jacht op voordeeltjes. Zo’n sfeer.

Wat me ook opvalt is dat PSV zich profileert als een warme
familieclub met allemaal lieve mensen. Spelers komen er in
een warm bad. Brabantse gemoedelijkheid. Aan de ene kant is
dat goed, niemand houdt van gedoe, want gedoe beïnvloed de
prestaties sowieso. Maar wat ik mis is het lef, de flair, de brutaliteit
die buiten de Frederiklaan uitgroeide tot Brainport. Dat kon
omdat mensen erin geloofden, hun nek uitstaken en soms zelf
bluften als Amsterdammers. Een deel van de hoofdsponsors stond
aan de basis van die transformatie. Ze prijken nu met Brainport
en Metropoolregio op het shirt van PSV. Misschien moeten ze
voor iedereen aan de Frederiklaan een keer colleges gaan verzorgen
over hoe je je schroom afwerpt en met lef hogerop komt.

  1. Laurent (reply)

    6 februari 2022 at 20:19

    Ik kwam veertig jaar geleden in Eindhoven te wonen, als student. Wat mij het meeste opvalt is hoe internationaal het is geworden. In het centrum lijkt de helft van de mensen tegenwoordig wel van Aziatische afkomst, waarschijnlijk veelverdienende ingenieurs van ASML. Mijn eigen bedrijf, HERE (in de Kennedytoren), draagt daar in bescheiden mate ook aan bij. Jarenlang was ik het enige Nederlandse lid in mijn team. Ik spreek 90% van de tijd Engels.

    Op zichzelf vind ik dat mooi en interessant. Alleen heeft het als gevolg van het neo-liberale (gebrek aan) huisvestingsbeleid wel tot onbetaalbare woninge geleid in deze regio.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De dozenschuivers en het maatwerk 4 februari 2022

Volgens sommige mensen van boven de rivieren houden Brabanders
zich per definitie niet aan regels. Ik zeg altijd: in de biblebelt
(waar ik de helft van mijn leven heb gewoond) hebben grote groepen
mensen extra zelfbedachte regels, die aan de hele maatschappij
worden opgelegd, maar die niet de maat der dingen zijn. Dus over
welke regels hebben we het?

Het is ook niet waar dat Brabant de boel maar laat waaien. Integendeel.
Jaren geleden legde de provincie de boeren regels op die veel
strenger waren dan in andere provincies. Dat leidde tot veel
protesten. Er groeit nu een hele generatie op die, als ze een tractor
op het land ziet, stomverbaasd is te zien dat je daar ook aardappels
mee kunt rooien.

Deze week bedacht Brabant de aller strengste regels van Nederland
om die grote XXL-distributiecentra te weren. Chinezen die een hal
willen bouwen louter en alleen om er dozen te schuiven zullen hun
heil voortaan ergens anders moeten zoeken. Alleen als zo’n pakhuis
iets toevoegt aan de lokale economie mag het wel.

En dan zie je Brabant. Op vragen van ons journalisten wanneer er
sprake is van toegevoegde waarde, kwam geen antwoord. Dat wordt
per keer bekeken, er wordt maatwerk geleverd. Maatwerk is het
nieuwe toverwoord in bestuurlijk Nederland. Je roept iets heel
stoers en als je in de praktijk moet inbinden, noem je het maatwerk.

De reden om een halt toe te roepen aan de blokkendozen is
tweeledig: lokale bedrijven hebben geen grond meer om uit te
breiden en ze zien er niet uit. Veel mensen klagen over
landschapsvervuiling.

Dat is wel onze eigen schuld. Wij consumeren ons suf en omdat
we onze spullen zo goedkoop mogelijk willen hebben worden ze
van ver gehaald omdat arbeiders daar genoegen nemen met een
habbekrats. Die goederen moeten allemaal ergens centraal
worden opgeslagen. Nederland ligt aan zee en heeft een wereldhaven,
dus wij zijn distributieland.

Ik weet niet helemaal zeker of onze economie daar ook echt beter
van wordt. Uit mijn nabije omgeving hoor ik dat de werknemers
van die XXL-dozen vooral uit Letland, Estland, Litouwen,
Roemenië, Bulgarije en nu ook uit Belarus komen. Die sturen hun
geld naar huis. Wij Nederlanders bestellen, bestellen, bestellen, maar
wij gaan echt niet zelf dozen stapelen en we houden al helemaal niet
van die blokkendozen die ons het zicht op de velden met engels
raaigras ontnemen. En we willen ook niet dat die buitenlanders
bij ons in de wijk wonen.

En nu mogen er geen dozenschuivers meer naar Brabant komen.
Ze moeten ergens anders in Nederland een plekje zoeken.
Het kabinet moet maar bedenken hoe het dat probleem in de rest
van het koninkrijk oplost. De blauwdruk van Brabant wordt gratis
ter beschikking gesteld.

Ondertussen denkt Brabant na hoe de regels kunnen worden
opgerekt om toch carnaval te kunnen vieren. En oprekken van regels
is iets anders dan je er niet aan houden. Dat is maatwerk.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Blijf, blijf . . . . zeg ik 28 januari 2022

“Blijf, blijf, blijf,  zeg ik.”

“Wat zeg ik nou? Blijf!”

“Zo ja . . . “

“Nou eens kijken wat erin zit. Het zal wel weer niks zijn.”

“Hé . . . er zit iets in. ’t Zal mijn benieuwen. Het is al een wonder
dat er iets in zit”.

“Wat is is dit? Aardappelen. Nou ja . . .”

Op de stoep van het buurtinfowinkeltje op de hoek staat sinds
kort Harry. Harry is de buurtkoelkast. Als je iets over hebt kun je
het daarin doen voor de minderbedeelde buurtgenoten. Op de
koelkast hangt een reglement waarop staat wat je wel en niet
mag aanbieden.

Voor de deur van de buurtinfowinkel staan ook de ondergrondse
vuilstortkokers waar wij ons restvuil in kwijt kunnen. Ze zitten
nogal eens verstopt. Niet iedereen die met een volle vuilniszak
naar de stortkokers is gelopen neemt die weer mee als er niet
gestort kan worden. Daardoor moet Harry nogal eens aanzien dat
voor zijn deur zich een  stinkende hoop vuilnis opstapelt terwijl hij
de restjes van de goedbedoelende buren probeert vers te houden.

Blijf, blijf, zei de vrouw tegen haar fiets. Ze probeerde die
tegen de gevel van de buurtinfowinkel te parkeren. De fiets
was zwaarbeladen. Tassen aan het stuur, een mand achterop
(ik dacht aanvankelijk dat daar een hond in zat tegen wie ze
sprak, maar in de mand stond ook een grote tas) waardoor de
fiets uit het lood ging en moeilijk te stallen was. De fiets bleek
uiteindelijk toch gevoelig voor haar commando’s.

Daarna slofte ze al mopperend en zonder enig vertrouwen naar Harry,
waar ze dus tot haar verrassing toch een bakje met aardappelen vond.

Ondertussen had ik mijn vuilniszak in de koker gestort en
liep ik terug. Achter mij hoorde ik de vrouw klagen over het
geringe aanbod in de buurtkoelkast.

Vanavond krijgen we vrienden te eten en maak ik knien in ’t zoer.
Als er iets overblijft breng ik het naar Harry. Alle dagen
aardappelen is ook zo wat.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De mens is mij het meest tegengevallen 26 januari 2022

Iemand vroeg laatst wat mij het meest was tegengevallen in
coronatijd. Hoewel ik het nog te vroeg vind voor een evaluatie kwam
mijn antwoord er toch per kerende post uit: de mens.

Ik zag een zekere schrik in het gezicht van de man tegenover mij.
Misschien was het omdat hij bang was dat ik mijzelf een
wereldbeeld had gevormd dat in aanleg tot depressie zou kunnen leiden
en waarmee hij geen raad zou weten.

Zo erg is het niet. Toen de pandemie uitbrak werkte ik als hoofdredacteur
van de lokale omroep in Meierijstad. Ik zag wat daar aan
medemenselijkheid ontstond en raakte geroerd door de berenactie,
de inzameling van puzzels, de DJ die in de kou optrad voor mensen die
opgesloten zaten in een verzorgingshuis. Dat was allemaal in het begin,
toen niemand nog kon vermoeden dat het tot nu toe twee moeilijke
jaren zouden worden.

Want er gebeurden ook dingen die maakten dat ik op die vraag
hierboven het antwoord gaf dat ik gaf. Je kreeg de idioten met hun
complottheorieën. Je kreeg de wappies. Er ontstonden
avondklokrellen waarbij mensen aan het plunderen sloegen. In de
Tweede Kamer kwamen krachten vrij die ik schaar onder het
hoofdstuk fascisme.

Allerlei idioten leefden zich uit op gezagsdragers. Er werd gescholden,
gevochten of met fakkels aan de deur van ministers gerammeld.

Als ik in de supermarkt loop zie ik dat mensen geen mondkapjes
dragen. Ik kan niet beoordelen of dat om medische redenen is, zo niet
dan zie ik veel mensen die schijt hebben aan hun medemensen.

In de schaarse weken dat we de afgelopen jaren wel buiten de
deur mochten merkte ik dat mij maar zelden naar een vaccinatiebewijs
werd gevraagd. Ze geloofden het wel. De enige plek waar de controle
consequent was, was bij het voetbalstadion. Over het algemeen
hoorde je toch: “wij zijn geen politieagenten”.

En nu komen er versoepelingen. Premier Rutte heeft een
klemmend beroep gedaan op iedereen om de regels te handhaven
en zorgzaam te zijn voor elkaar. Hij heeft een beroep gedaan
op de mens.

De mens, die mij van alles in de coronatijd het meest is
tegengevallen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.