Vocalies: Evergreen en de lange noot 13 februari 2020

(Door Marlies)

Ik zit op de bank na een dag werken en met een haakwerkje op schoot. Een paar avonden in de
week mijn favoriete stek. Ik ben ook nogal eens ’s avonds op pad en ingewikkelde dingen aan
het doen en voor iemand met mijn drukke, springerige geest is het nodig regelmatig op de bank
te zitten met een handwerkje.. tenminste, zo heb ik dat zelf verordonneerd…

Met de afstandsbediening in de hand zit ik te bedenken waar ik nu eens zin in heb en zie ik op
Netflix (ook daarmee oppassen: verslavend!) een van de laatste, zo niet dé laatste show van
Barbra Streisand (uit 2018) langskomen. He ja, effe onbezorgd je overgeven aan ‘La Streisand’.

De show is gelikt en bedacht van begin tot eind. Je moet effe door het gefleem met het publiek
heen prikken en ook door de politiek correcte teksten en het vreselijk Amerikaanse van deze
show, maar als ze haar mond open doet om te zingen ben ik altijd meteen om. Wat een stem!
En ja, ze is 75 godbetert, mag er dan een fluttertje hoorbaar zijn? Het maakt de stem alleen
maar interessanter.

Ik zit te smullen en als ‘Evergreen’ langskomt ga ik even rechtzitten. Ik heb het nummer
(lang geleden) vaak gezongen; bij bruiloften, een geheide hit. Als een zangeres zowel het Avé Maria v
an Bach/Gounod (een draak van een lied trouwens…) als ‘Evergreen’ kan zingen is dat
mooi meegenomen…

Ik kan niet belten als Streisand, maar mijn middenregister is wel zo stevig dat het een beetje
op belten lijkt en samen komen we aan het einde van het lied waar de lange, lange laatste toon
wat lijkt op een wedstrijdje tussen haar en mij… Ik win het, als ik op mijn gemak ben. Onder
druk zou het nog wel eens anders uit kunnen pakken. Tevreden knik ik naar de TV: het applaus
is natuurlijk ook een beetje voor mij…

Oh ja, dat u het effe weet: ik was deze avond alleen thuis…

Barbra Streisand Evergreen

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Never underestimate de SP in Brabant 12 februari 2020

De afgelopen maanden waren de ogen van Brabanders die geïnteresseerd zijn in politiek vooral
gericht op CDA en VVD. Het CDA trok in december de stekker uit de coalitie met een politieke
chaos tot gevolg. De VVD is bezig een nieuwe coalitie te smeden met Forum voor Democratie
en CDA. Me dunkt dat er bijzondere voorstellingen werden gegeven in de toren aan de
Brabantlaan in Den Bosch.

Al die tijd spookt door mijn hoofd dat er nog een hoofdrolspeler is die ten onrechte uit de
spotlights is verdreven. De SP. Die partij houdt zich nu heel koest, maar ik kan me niet
aan de indruk onttrekken dat het juist die tak van het socialisme is die een niet weg te cijferen
rol heeft gespeeld die heeft geleid tot de werkelijkheid van vandaag.

De SP maakte deel uit van de vorige coalitie. Dat ging goed. VVD, SP, D66 en PvdA werkten
samen aan het welzijn van onze provincie. Het ging in de vorige bestuursperiode ook al over
stikstof, maar er was nog een hoofdpijndossier. Namelijk de door GS  zo vurig
gewenste fusie tussen Eindhoven en Nuenen.

Het heeft er lang op geleken dat de coalitie daarachter stond. Totdat in het zicht van de
verkiezingen de SP ging draaien. Die begon Nuenenaren en andere burgers die fel tegen
gemeentelijke fusies zijn, te zien als kiezers.

De SP ging vervolgens pappen en nathouden. De verkiezingen lonkten. Daardoor duurde het
lang voordat het fusiebesluit kon worden genomen en toen het zover
was hoefde het al niet meer want het rijk had beleid ontwikkeld waardoor zo’n fusie geen
kans meer zou maken.

De opstelling van de SP (althans van de fractie, want de gedeputeerden van de SP verklaarden
dat ze achter het GS-voornemen stonden) heeft vooral bij D66 en de VVD veel kwaad bloed gezet.
Er zijn VVD’ ers die de SP een onbetrouwbare partner vinden.

De socialisten werden na de verkiezingen ingeruild voor GroenLinks (en het CDA). Die nieuwe
club werkte aan een plan om boeren uitstel te geven van het moment waarop ze hun stallen
milieuvriendelijk moeten maken. Dat ging coalitiepartner CDA niet ver genoeg, maar ook nu
leek de steun van inmiddels oppositiepartij SP appeltje eitje.

Tot december. De SP wilde nog strengere regels en weigerde het plan voor uitstel te steunen. Dat ging
dus ten onder in het tumult. Als dat niet was gebeurd, dan zouden de boeren in december uitstel
hebben gekregen. Dan was er een situatie ontstaan waarin er meer tijd zou zijn om samen met
de boeren oplossingen te zoeken. De boeren zeiden toen al dat zij daarvoor open stonden. Dan
nog zou het CDA waarschijnlijk opgestapt zijn, maar misschien hadden de boeren dan wel tegen
het CDA gezegd: blijf aan de knoppen. Maar dat is koffiedikkijken. En misschien waren er daarna
nog wel deals te sluiten geweest met de SP om op dit terrein een meerderheid te krijgen en door
te gaan. We zullen het nooit weten.

Nu niet meer. Er schijnen binnen de fractie van de VVD mensen te zijn die hebben gezegd:
met de SP, over mijn lijk. Die willen niet meer terug naar de vorige periode en daarom is VVD-
voorman Christophe van de Maat gedwongen met Forum en CDA te onderhandelen.

Daarom denk ik dat de rol van de SP in dit hele verhaal niet moet worden onderschat.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies: Oorwurmen en hun herkomst 12 februari 2020

(Door Marlies)

Eind februari ben ik voor Musico vier dagen in Milaan. Ja echt! Ik was er in 2016 en was
toen voor het eerst van mijn leven in het opera-mekka: La Scala. Ook dit keer zijn er twee
voorstellingen in la Scala: ‘Il Turco in Italia’ van Rossini en ‘Il Trovatore’ van Verdi.
Wij reisleiders leiden de voorstellingen altijd in en dat betekent soms best wel buffelen,
om voor repertoire dat je niet zo goed kent leuke wetenswaardigheden bij elkaar te
sprokkelen. Dit keer zijn de twee opera’s voor mij een makkie, veel over te vinden, Trovatore
ken ik goed (zong er ooit zelf aria’s uit) dus ik zet mij in de weken vóór vertrek opgewekt
aan het werk.

Sowieso spelen de reizen voor Musico in de weken voor vertrek nogal door mijn hoofd;
het is best wel een verantwoordelijkheid: met een man of 20 klassieke muziekliefhebbers
op pad en de reis, het hotel, het eten en de voorstellingen begeleiden. Hopen dat er niks
misgaat en als dat wel gebeurt: handelen. Ik vind het geweldig werk, maar het vraagt
ook wel wat van me…

Ik zoek bij ‘Il Trovatore’ wat muziek om te laten horen tijdens mijn inleiding. Een gevaarlijk
moment tijdens het werken aan zo’n lezing, want niet zelden verlies ik mij in het eindeloos
draaien van geweldig (al dan niet oud)  materiaal dat ik op YouTube en Spotify en in mijn
CD-kast vind.

Wist u dat er een stuk of honderd versies van de woede-aria ‘Di quella pira’ zijn? Pas op!
begin er niet aan, want voor u het weet hebt u een oorwurm te pakken; de deun gaat niet
meer uit je hoofd, ik weet het uit ervaring.

De hele nacht vullen Luciano Pavarotti, Placido Domingo, Franceso Corelli, José Carreras
en Jonas Kaufmann mijn dromen met woede en zwaarden en testosteron. Niet geheel
verwonderlijk sta ik de volgende ochtend onder de douche nog steeds met ‘Di quella pira’
in mijn hoofd (je hoeft je overigens pas echt zorgen te gaan maken als je níet weet waar
het deuntje in je hoofd vandaan komt…).

Op mijn werk heeft een collega het over het nummer ‘Malle Babbe’ van Rob de Nijs,
hij hummelt wat van de tekst voor. In mijn hoofd wijkt Trovatore en dringt Rob de Nijs
zich op (of je daar nou blij mee moet zijn…). Ze blijkt niet sterk genoeg voor Maestro
Verdi, Malle Babbe, en tijdens de lunch is ‘Di quella pira’ er weer. Als ik later ‘Tacea la
notte placida’ vind, ook uit Trovatore, schiet dat deuntje weer in mijn hoofd, meer mijn
eigen stemvak.

In de middag zingt een collega plagerig tegen een andere collega die haar zin niet krijgt:
“de meeste dromen zijn bedrog” en verdringt Marco Borsato  mijn aria. IJzersterke tekst
destijds, maar zingen heeft Borsato nooit echt goed geleerd; een feestje bouwen met
een hit trouwens wel.

Net als ik ’s avonds een beetje wanhopig word van die Borsato-dromen hoor ik in de serie
‘The Watchmen’ die ik aan het binch-watchen ben het ‘Lacrimosa’ uit het Mozart-Requiem
en heb daar mijn oorwurm voor de komende nacht te pakken; ik zong het Requiem ooit
zelf mee en kan de melodie dromen en dat sterke ritme, met die zware, zware slag op de
eerste tel: geweldig! Van dit ‘Lacrimosa’ naar dat van Verdi (ook een oorwurm) is niet
zo’n grote stap voor een koorzanger…

In de volgende aflevering van ‘The Watchmen’ zit Beethoven 7, deel 2. Ooit voor het eerst
gehoord tijdens een reis naar De Wachau en in tranen. Hup, zegt mijn geest en springt
naar Beethoven.

Ik  hoor Huub Stapel in zijn serie over de Rijn zingen ‘Warum ist es am Rhein zo schön’,
probeer dat maar es géén oorwurm te laten zijn…

Affijn, het rijtje oorwurmen is niet af, maar het is maar een voorbeeldje. Als u nou al deze
nummers en de muziek die erbij hoort opzoekt en draait bent u weer een week van de straat!

Di quella Pira

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies: Carmen en de oude laarsjes 11 februari 2020

(Door Marlies)

Ik loop naar mijn werk; van ons appartement aan de rand van Eindhoven is het precies 34
minuten lopen naar het centrum van Eindhoven. Met de stadsbus gaan duurt per saldo net
zo lang en de buitenlucht is heerlijk, vooral nu er ’s ochtends zich weer vogeltjes melden en
het licht wordt terwijl ik loop. Bovendien heb ik een pestpokken-hekel aan fietsen.

Tegen achten doe ik dus mijn wandelschoenen aan en ‘loop aan’ (da’s Brabants, wij rijden
ook aan hier, niet weg…; de uitdrukking leidt soms tot hilarische misverstanden met niet-Brabanders).
Op mijn werk aangekomen zet ik mijn wandelschoenen in de garderobe en heb ik daar een
paar nette schoenen staan. Altijd dezelfde schoenen aan op mijn werk is-not-me. Wie mij kent
weet dat ik ooit een soort Imelda Marcos was (die had toch ook -tig paar schoenen?). De laatste
jaren werd de schoenen-fetisj wat minder, hoeveel verschillende paren kan een mens regelmatig
aan, wat u? Dus ik stootte tijdens het opruimen van onze gezamenlijke kleedkamer op een
paar oude, zwarte laarsjes en dacht, kom, die neem ik mee en zet ik op mijn werk neer, dan
draag ik ze nog eens.

Ik doe mijn wandelschoenen uit en heb moeite in de laarsjes te komen, ze sluiten nog steeds
naadloos om mijn voeten. Die moeite herinnert mij aan mijn laatste concerten als professioneel
zangeres: de Carmen-voorstellingen, nu alweer 10 jaar geleden. Toen had ik die laarsjes ook aan,
vooral omdat ze zo lekker stevig aan mijn voeten zaten en het makkelijk was er temperamentvol
mee te stampen en te dansen en te rennen.

Het lijkt potdrie wel – merk ik als ik ga staan –  alsof het ritme er nog in gebakken zit. Dankzij
mijn strenge lerares toen – Flamengo-danseres Jeanne de Vaan – schiet mijn lijf meteen even in
de modus van ‘Les Tringles des sistres tintaient’ uit Carmen. Bekken naar achteren, ellebogen
van het lijf, polsen hoog en in een draaistand. Jeanne had aan mij te werken: ik ben niet erg
dansant, wreef ze me ongeveer drie keer per repetitie in…  Geeft niet, van haar kon ik het hebben.

De hele verdere dag blijft Carmen in mijn spieren en mijn hart zitten. Destijds was het de laatste
voorstelling die ik draaide, zo schreef ik al. Ik had heel veel moeite met de druk die solo zingen
met zich mee bracht en toen de poppenspeler afhaakte wegens ziekte en er geen andere projecten
meer op de rol stonden, hakte ik de knoop door: geen solo-zang meer voor mij. Nooit gedacht
dat de zon na zo’n beslissing de volgende ochtend weer op zou gaan, maar hij deed het, de volle
10 jaar sindsdien trouwens ook…. En hij bracht nieuwe dingen en nieuwe wegen. Het is een
goede beslissing geweest.

Als ik eind van de middag de laarsjes weer wissel voor de wandelschoenen en ik in de spiegel
mijn struggle daartoe zie, zijn er gemengde gevoelens: een grinnik om dat stugge, wat ouder
geworden lijf, een snik om de verloren strijd tegen de zenuwen, een gevoel van triomf dat ik
het hem toentertijd toch maar mooi geflikt heb en veel dankbaarheid om de vervulling die
zingen me gebracht heeft, en nog een paar gevoelens meer, die ik hier lekker niet vertel….

Aldus een dagje Carmen.

Les tringles des sistres tintaiente

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies: dalletje 10 februari 2020

(Door Marlies)

Ik zat een beetje in een dalletje met mijn Vocalies… Na ruim 10 jaar heb je zo’n beetje alle opera’s
wel besproken, genoeg gescholden op slechte uitvoeringen, of slechte zangers, bijdehand genoeg
allerlei anekdotes verteld en genoeg veren in je eigen reet gestoken.

Ik draaide in de bus van Musico, terugrijdend van de kerstreis, de eerste afleveringen van mijn
podcast Vocalies (die had ik jaren niet gehoord) en was verrast: wat ik 10 jaar geleden in mijn
podcasts beweerde staat nog steeds. Er is verschrikkelijk veel leuks om u te laten horen en
inmiddels ‘own’ ik mijn zuidelijke tongval als een kwaliteit en laat ik me niet meer terugzetten
door randstedelijke arrogantie.

Tenslotte hoor je bij mij het verschil tussen een f en een v, een s en een z, heb ik 3 soorten r-en
tot mijn beschikking (waarvan er eentje eigenlijk geen r is) en kan ik kiezen uit vele gradaties
g’s, van zeer zacht tot zo scherp dat je er keelpijn van krijgt. En ik kan vrijwel accentloos het
Duits, Engels, Frans, Italiaans en Spaans uitspreken… me dunkt…

Ik moet dus weer aan het schrijven zien te komen, ook dat kan ik. U merkt: ik heb geen last
van valse bescheidenheid (nooit gehad ook, eigenlijk, sprak zij grinnikend). Ik ben in januari
61 geworden en ook dat zal ik maar eens gaan ‘ownen’; hè, wat een vreselijke term eigenlijk.
In de ambtenarij (waar ik het grootste deel van mijn tijd werkzaam ben) hebben ze het over ‘
eigenaarschap’ da’s misschien een (iets) betere term.

Toen ik van de week weer eens stond te neuriën en lucht-dirigeren bij onze printer zei een
collega (overigens zonder een spoor van valsigheid) “jij hebt ook altijd muziek in je kop hè?!”
schoot het me te binnen: ik ga eens een weekje hier op Vocalies een dagboekje bijhouden van
wat er zoal – te pas en te onpas – door mijn hoofd schiet aan vocaals en klassieks tijdens een
hele week in het leven met een grote L.

Op die manier kom ik weer in een soort van schrijf-modus, breng ik wat orde aan in de chaos
in mijn hoofd (want dat is het soms hoor, in die bovenkamer van mij…) en kan ik u een heleboel
tips meegeven voor het luisteren naar heel veel muziek. Vooral klassiek, maar soms ook pop en
alle aanverwante gebieden (behalve rap, want dat vind ik het lelijkste wat er is).

Ik beoog geen volledigheid en ik weet niet hoelang de stroom duurt, maar we gaan het gewoon
proberen…. Aan het einde van de week denkt u waarschijnlijk: dat mens is knettergek, maar
hopelijk vindt u dan ook dat er in die gekte ook een soort préttige gestoordheid zit.

Tot morgen, dan gaat het over ‘de laarsjes bij Carmen’… lekker raadselachtig vindt u niet?

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wat er nu gebeurt is heel on-Brabants 8 februari 2020

Toen ik dertig jaar geleden van de Veluwe naar Brabant verhuisde zei een collega daar:
ga jij echt tussen de autosloperijen, woonwagenkampen en varkensboeren wonen. Hij kende
Brabant als doorgangsland naar zijn vakantiebestemming in Zuid-Frankrijk.

De A2 en de A50 waren er nog niet, dus je bracht op weg naar de Provence relatief veel
reistijd door op Brabantse tweebaanswegen.

Vanwege het ontbreken van die snelle verbinding woonde ik doordeweeks een aantal maanden
bij een hospita voordat ik een huis had gevonden. Zij leerde mij een paar dingen: Brabantse
gastvrijheid is een vorm van eigenbelang, voor wat hoort wat; Brabanders juichen met hun
handen in hun zakken; Brabanders naaien hun eigen naad; misschien is nee.

Welkom in Brabant.

Mijn hospita zette dingen graag zwaar aan, maar ze bleek niet helemaal ongelijk te
hebben. Desalniettemin bouwde ik hier een leven op, voornamelijk met Brabanders die
aan geen enkel stereotiep voldoen en waar ik veel van hou.

Ik zag Brabant veranderen. Mensen boven de rivieren zeggen wel eens dat Brabant zelfbewuster
is geworden. Dat is onzin. Brabant is altijd zelfbewust geweest, boven de rivieren zien ze dat nu pas.

De eerste grote crisis die ik meemaakte (dan heb ik het niet over persoonlijke zaken)
was het faillissement van DAF en het vertrek van Philips uit Eindhoven. De wereld
stortte in, zo leek het.

Onder leiding van twee achtereenvolgende PvdA-burgemeesters (Welschen en Van Gijzel)
en nauwe samenwerking met weldenkende ondernemers die verder keken dan hun eigen
portemonnee werd Zuidoost-Brabant aan de haren uit het moeras getrokken. Als de nood het
hoogst is sluiten Brabanders de rijen en worden muren tussen links en rechts afgebroken.

Ondertussen ontwikkelde Brabant zich tot het drugslab van Europa. Ik moet vaak denken aan
mijn Veluwse collega en mijn hospita die zei dat Brabanders hun eigen naad naaien. Ondertussen
bleek Brabant ook een voedingsbodem voor PVV en Forum voor Democratie. Brabanders zijn
gevoelig voor retoriek tegen de gevestigde orde.

Er kwam een tweede grote crisis, in de landbouw dit keer. De varkenspest en ruim zeventig
Q-koorts doden. Opnieuw sloegen links en rechts de handen ineen en zo kreeg Brabant de strengst
denkbare milieuregels.

Daardoor ontstond juist in deze provincie het besef dat we aan de vooravond staan van een
nieuw tijdperk, ingegeven door de klimaatcrisis. Ook de boeren, die van oudsher zo’n belangrijk
stempel drukken op deze provincie, zien dat. Het probleem is dat die boeren het tempo niet bij
kunnen houden. Dat komt niet omdat zij te langzaam gaan, maar omdat de politiek te snel gaat.

En dus kon Farmers Defence Force ontstaan want Brabanders zijn gevoelig voor retoriek tegen de
gevestigde orde. Totdat de holocaust erbij wordt gesleept en politici persoonlijk werden bedreigd.
Brabant mag dan een provincie zijn waar de criminaliteit welig tiert, maar er is wel een duidelijke
scheidslijn tussen de gewone Brabander en de criminele Brabander.

Ik zie nu de derde grote crisis in dertig jaar. Een politieke crisis. De VVD, inmiddels uitgegroeid
tot de grootste in de provincie, wil nu samen met CDA en FvD omdat ze er met linkse
bondgenoten van weleer niet meer uitkomen.

In mijn commentaar bij Omroep Brabant heb ik gezegd dat het ondenkbaar is dat je in het huidige
tijdsgewricht gaat samenwerken met een partij die zegt: er is geen stikstofprobleem, we hebben
te veel natuurgebieden. Maar goed, mijn denkvermogen is ook maar beperkt.

De twee vorige crises waren een economische- en landbouwcrisis. Brabanders van links en rechts
zetten daar samen de schouders onder omdat zij zagen dat provinciegenoten massaal werkloos
dreigden te worden of omdat ze zagen dat provinciegenoten slachtoffer dreigden te worden van
nare ziektes en omdat ze zien dat de natuur naar de haaien gaat.

Nu er een crisis is in het eigen politieke huis lukt het niet uit een impasse te komen. Dat is heel
on-Brabants. Zoveel weet ik na dertig jaar wel van deze provincie.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

En hoe zit dat dan met Fleur Agema? 4 februari 2020

Thierry Baudet was te snel met zijn tweet dat twee vriendinnen door enkele Marokkanen onheus
waren bejegend in de trein, maar hij biedt niet zijn excuses aan.

De Marokkanen bleken Nederlandse treincontroleurs. Die spraken de dames aan omdat ze zaten
te kakelen in een stiltecoupé. Persoonlijk vind ik dat een ernstig vergrijp. Zulke vriendinnen
zou ik meteen ontvrienden.

Er ontstond in mijn tijdlijnen veel ophef over de tweet. Sterker nog, Tweede-Kamerleden maakten
er een dingetje van. Ze wilden hun collega Baudet ter verantwoording roepen.

Het is duidelijk dat politiek Den Haag Baudet – maar vooral zijn electoraat – als een factor van
betekenis ziet.

Maar hoe zit dat dan met Fleur Agema van de PVV? Fleur Agema heeft ooit getwitterd dat in
Eindhoven ouderen uit hun bejaardenhuis werden gezet omdat ze plaats moesten maken voor
asielzoekers, die in de ogen van Agema potentiële terroristen zijn.

Dat was stemmingmakerij en volksverlakkerij van de bovenste plank. Het feit was dat die ouderen
tijdelijk in dat huis woonden omdat hun eigen bejaardenhuis werd gerenoveerd. Toen dat klaar
was gingen die ouderen terug naar hun eigen huis en werd hun tijdelijke onderkomen een
tijdelijk opvangcentrum voor vluchtelingen.

Ik heb mij toen redelijk boos gemaakt op Fleur Agema. Dat vond ik zelf wel jammer want ze doet
goeie dingen. Ik heb wel eens gezegd dat het betreurenswaardig is dat Agema bij de PVV zit want
daardoor is ze verplicht af en toe lelijke dingen te schreeuwen, zoals Jehova’s Getuigen verplicht
zijn de voet tussen de deur te steken terwijl het bij een kopje thee heel aardige mensen zijn.

Voor zover ik kan nagaan is er indertijd nooit een storm van protest losgebarsten over de tweet
van Agema, die wat mij betreft minstens net zo verderfelijk is als die van Baudet. Misschien heeft
het er mee te maken dat de storm die de PVV ooit in ons land veroorzaakte op dat moment was
geluwd en de andere partijen de hete adem niet meer in hun nek voelden.

Evenmin zie ik stormen van protest over tweets van lokale volksvertegenwoordigers die de grootste onzin
rondpompen op social media.

Baudet, is mijn stellige indruk, vindt zichzelf het middelpunt van de wereld. Er zijn mensen die hem
een narcist noemen. Als hij dat niet is, dan zal hij dat zeker worden met al die aandacht die hij wel
krijgt en al die andere mensen die precies hetzelfde doen als hij, niet.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Over de verloedering van de wijken 3 februari 2020

De regionale kranten in mijn provincie hebben vandaag een verhaal over de verloedering
van de wijken.

De kranten schrijven: De situatie in de armste wijken van Nederland verslechtert in hoog
tempo. Inwoners worden steeds armer en voelen zich ongezond en onveilig. Woningcorporaties
willen dat het kabinet ingrijpt.

En hoe komt dat dan volgens de onderzoekers:  Doordat tegenwoordig vooral mensen met
lage inkomens in aanmerking komen voor sociale huur, worden armere wijken steeds armer.
Wie een hoger inkomen krijgt, maakt zich schuldig aan ‘scheefwonen’ en moet zijn huis en
dus de wijk verlaten. 

Nog niet zo lang geleden schreef ik hier een stukkie over het feit dat in mijn eigen volkswijk
de afgelopen jaren zo is gebouwd dat er een mix is ontstaan, die volgens wat ik er vanaf
mijn ivoren torenflat van zie, redelijk goed werkt.

De gemeente Eindhoven is – net als alle andere gemeenten – bezig met de omgevingsvisie.
Een paar weken geleden hebben we met een aantal vrienden om tafel gezeten om daar een
zienswijze op te schrijven. Gewoon, omdat het wel en wee van onze stad ons aan het hart gaat
en omdat het prettig is daar met een aantal mensen over te brainstormen.

Laat nou net de situatie in de wijken één van onze speerpunten zijn.

Weet u wat, ik plaats hier dat deel van de tekst van onze zienswijze, dat over dit onderwerp gaat.

Voor een sociale stad vinden wij het belangrijk dat het gemeentebestuur stuurt op het
terugkomen van wijkcentra. In een vitale stad zijn voorzieningen zoals welzijn, (thuis)zorg,
de wijkagent, onderwijs (huiswerkbegeleiding met computers), ontmoetingsplek en cultuur
dicht bij de mensen van belang voor het ‘o zo belangrijke’ netwerk van wijkbewoners.
Een concreet voorbeeld is het treffen van voorzieningen voor de 1e lijns zorg in de wijk,
op loopafstand voor de bewoners. In het faciliteren van dit soort voorzieningen kan
en moet de gemeente richtinggevend zijn en dit niet aan het particulier initiatief overlaten.

Voor een sociale stad vinden wij het belangrijk dat de woonbuurten zoveel mogelijk gemêleerd
zijn wat betreft opbouw van de bevolkingssamenstelling en dat het gemeentebestuur initiatieven
stimuleert/faciliteert die diversiteit en betrokkenheid bij de wijk en met elkaar vergroten
(van tegemoetkoming in huur tbv inzet voor de wijk tot meedoen aan klussendag in de
wijk en actief bevorderen van meer “zorg samen buurten”). Ook hier vinden wij dat de
gemeente nadrukkelijk de richting moet aangeven.

In de nu geformuleerde deelambities en de zes stedelijke opgaven missen we een duidelijke
plek voor de versterking van onderwijs, kunst en cultuur. Wij zouden graag zien dat de
gemeenteraad dit aspect expliciet opneemt in de deelambities en stedelijke opgaven.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laat Toon alsjeblieft zitten 27 januari 2020

Met verbijstering zag ik zondagavond een stuk of vijftig woedende supporters
een aanval doen op de toegangsdeur van het sjieke deel van het stadion. De deur waar ik als
eenvoudige supporter nooit door naar binnen mag. Ik zag de ME zich formeren en gaf op
mijn fietsje wat extra gas. Sommige dingen zijn te onwaardig om naar te kijken.

Als iemand denkt dat ik nu ga zeggen: maar ik begrijp die woedende supporters wel, die
heeft het mis. Ik weet waarom ze het doen, maar dat is wat anders. Hun woede wordt gevoed
door de slechte resultaten van PSV en drank en andere middelen. Zoveel weet ik er wel van
dankzij mijn tripjes naar het buitenland.  Die tripjes worden hun nu door de neus geboord.
Wat in dit verband eigenlijk best een aardige woordspeling is, maar die kun je alleen begrijpen
als je een keer mee bent geweest en in het toilet van een bierkelder in Munchen de papiertjes
hebt gezien waarin de coke zat.

Tuurlijk ben ik ook teleurgesteld. Het is voetbaltechnisch gezien ook een drama, maar drama’s
komen in elk bedrijf voor. Er zijn overal soms momenten dat het minder gaat. Soms wordt er
dan iemand geslachtofferd in de hoop dat het beter gaat. Soms gaat dat niet meteen, zoals nu
bij PSV.

Het slachtofferen van iemand heeft meestal wel tot gevolg dat de anderen aan de top op hun
hoede zijn. Dat ze een stapje meer zetten om te voorkomen dat er nog eens zo’n situatie
ontstaat. Je maakt mij niet wijs dat ze dat in de directiekamer van PSV niet door hebben.

Natuurlijk zijn de spelers die zijn aangekocht onder leiding van John de Jong niet wat iedereen
ervan verwachtte. Het is vervelend dat er eigenlijk niet eentje aan de verwachtingen voldoet.
Maar dat heeft er ook mee te maken dat de rest van het team als natte kranten speelt. Een
elftal is zo sterk als de zwakste schakel. Als je geen eenheid hebt kan niemand boven zichzelf
uitstijgen. Een eenheid wordt gemaakt door een trainer.

Daarom lijkt mij één slachtoffer wel voldoende. Als je nu de hele top naar huis stuurt dan
wordt zo’n club stuurloos en je lost er niks mee op. Integendeel je gooit een brok ervaring weg.
Nota bene een man die boeken schrijft over leiderschap. Die weet hoe het werkt, geef hem nu
de tijd te bewijzen wat hij waard is als crisismanager. Dat vraagt geduld en ik weet dat
supporters dat in het algemeen niet hebben. Als Gerbrands c.s. snel laten zien welke
verbeteringen er worden doorgevoerd, dan kan het tij weer keren.

Terwijl is gisteravond naar huis fietste en die vijftig man tekeer zag gaan, gingen er ruim
dertigduizend gewoon naar huis. Een groot deel van die mensen floot de ordeverstoorders in
het stadion uit toen de spandoeken tegen de directie werden ontrold. We moeten zien te voorkomen
dan de situatie in de greep komt van een minderheid met een grote mond. Daar zijn we om ons
heen al genoeg slechte voorbeelden van.

 

  1. Piet van den Boom (reply)

    29 januari 2020 at 20:30

    Het blijft sport, en dus heeft het kenmerken van gokken. In principe een even grote kans om te winnen, te verliezen of quitte te spelen.
    Verliezen hoort bij het spel. Als iemand bij een flipperkast verliest schopt hij het apparaat toch ook niet te grabbel?
    Voetbal is in wezen niet meer dan een spelletje. Maar de voetbalwereld is veranderd in een waanzinnig casino waar het gaat om miljoenenwinsten en -verliezen. De clubs zelf scheppen een sfeer van veel te hoge verwachtingen. Het wordt dan voor fans moeilijk om geduld te bewaren als het fout gaat. Een keer, ok. Twee keer jammer. Maar als het erger wordt slaat de frustratie toe. En helaas zijn sommige supporters niet zulke talenten in het omgaan met frustraties…
    En clubs zijn nog altijd niet erg handig als het gaat om crisismanagement,

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wat zegt het verhaal van Nikkie over mijn vak? 18 januari 2020

Terug van vakantie las ik dat één van de belangrijkste nieuwsfeiten van afgelopen week de
coming out van Nikkie Tutorials was. Ik ben niet op haar YouTubekanaal geabonneerd.
Ik ken haar alleen uit wat ik er soms over lees.

En ik lees er soms iets over omdat Iemand die er in slaagt met filmpjes over make-up een
miljoenenpubliek te veroveren mijn onvoorwaardelijke respect heeft. Ik heb haar
coming-outfilmpje bekeken en ik was oprecht geraakt door haar verhaal.

Wat ik beroepsmatig boeiend vond was dat zij alle talkshows het nakijken gaf. Die had ze
met 30 miljoen views ook helemaal niet meer nodig. Nu kon ze net zo lang als ze zelf wilde
en zonder hinderlijk te worden onderbroken haar eigen verhaal op haar eigen manier doen
en bovendien meer mensen bereiken dan alle talkshow samen in een heel jaar.

Een grappig uitvloeisel van dit uitermate slimme besluit was dat de serieuze media de volgende
dag extra stof tot schrijven hadden, namelijk hoe Nikkie de talkshows het nakijken gaf.
Typisch Nederlands. Vroeger schreven die media over geruchtmakende uitspraken die
talkshowgasten deden, nu gaat het vooral over de programma’s zelf en hun kijkcijfers.

Wat mij in het hele verhaal van Nikkie niet loslaat is de vraag hoe het kan dat haar transformatie
nu pas naar buiten komt. Natuurlijk, ze werd gechanteerd en ze koos er voor het heft in eigen
hand te nemen. Maar los daarvan. Ze is als jongen geboren en ze heeft in ieder geval de eerste
jaren van haar leven als jongen geleefd.

Er zijn dus familieleden die, toen Nikkie eenmaal wereldberoemd was, ergens een keer op een
feestje gezegd moeten hebben: die heb ik nog als neefje gekend. Of buren die terloops opmerken
dat ze haar nog als buurjongetje hebben gekend.

Er moeten onderwijzers zijn die in een onbewaakt ogenblik hebben gezegd: toen ze bij mij in de
klas zat was het nog een jongetje. Al was het maar omdat het de menselijke aard is te laten weten
dat jij een geheimpje hebt. Dat de ontvanger natuurlijk nooit mag doorvertellen.

Uiteindelijk moet er een grote groep mensen zijn geweest die het leven van Nikkie kende en
dan is het wachten op het moment dat een journalist via de buurvrouw van een aangetrouwde
tante iets opvangt en gaat wroeten.

Schijnbaar is dat allemaal niet gebeurd. Jarenlang heeft ‘het geheim’ van Nikkie nooit de
buitenwereld bereikt. Dat vind ik anno 2020 nog het meest intrigerende aan dit verhaal. Misschien
is dat voor haar het meest waardevolle. Dat iedereen – behalve die mafkees die haar chanteerde –
die haar van vroeger en nu kent weet dat Nikkie Nikkie is en er geen enkele aanleiding in zag
daar ook maar iets in te zien dat al smiespelend verder verteld moest worden.

Het kan zijn dat ik er voetstoots van uitga dat alles uitlekt en een verhaal als dat van Nikkie
nieuwswaarde heeft omdat ik toevallig journalist ben, maar dat dat voor directbetrokkenen de
normaalste zaak van de wereld is. Wat zegt dat eigenlijk over mijn vak?

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *