Opeens heeft een fenomeen uit mijn jeugd een naam 14 oktober 2020

Een fenomeen uit mijn jeugd heeft sinds deze week
een naam. De blokjesverjaardag. Ik hoorde het voor het
eerst uit de mond van premier Rutte die op televisie vertelde
dat de blokjesverjaardag niet meer mag om verspreiding
van het virus te voorkomen.

De blokjesverjaardag betekent dat je verspreid over de
dag groepjes mensen ontvangt in plaats van de hele bubs
in een keer.

Mijn ouders deden vroeger niet anders. `Het was toen juist
een beproefde methode om verspreiding van een heel ander
virus te voorkomen.  Namelijk dat van familiehaat.

Mijn familie was tamelijk gebrouilleerd.  Ik ben opgevoed
met het idee dat er altijd wel een oom of tante was die niet
met een andere oom of tante sprak. Zelfs niet met hun
eigen ouders, mijn opa en oma. Zelf sprak ik mijn grootouders
van vaders zijde voor het eerst toen ik een jaar of acht was.
Ik zag ze vaak want ze woonden om de hoek waar ze een
melkwinkeltje hadden. Maar spreken was taboe want er was
iets voorgevallen en dan praatte je niet meer met elkaar.

Wat er precies was voorgevallen bleef voor mij als kind
verborgen. Ik vroeg er ook niet naar, zo normaal vond ik
het dat familieleden elkaar straal negeerden, ook als ze
elkaar op straat tegen kwamen.

Dat leidde dus tot de blokjesverjaardag. De ene groep
familieleden kwam direct na het eten om zeven uur en
vertrok een uurtje later, want dan kwam er een andere groep
die de eerste niet wilde ontmoeten. Althans de familieleden
waarmee wij dan wel contact hadden. Op andere
verjaardagsfeestjes waren de samenstellingen weer heel anders.

Ik heb geen idee hoe ze bij gebrek aan een familie-app
van elkaar wisten wie wanneer waar op bezoek ging,
maar verhalen over bloedvergieten zijn mij niet bekend
dus er zal wel een deugdelijk systeem aan ten grondslag
hebben gelegen.  Als je het had moeten plannen had een ervaren
planner er waarschijnlijk een burn-out van opgelopen.

Dat waren dus de blokjesverjaardagen die nu niet meer mogen.
Dat betekent dus voor families die in hetzelfde schuitje zitten
als wij vroegen dagenlang feest. Mooi man . . . . .

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We proberen in Twente even los te komen van corona 12 oktober 2020

We zijn begonnen aan een achtdaagse wandeltocht
door Twente. Dat was niet ons oorspronkelijke plan,
maar corona hield ons binnen de landsgrenzen, zoals
het virus ons in juni belette naar Noorwegen te gaan.
In plaats daarvan liepen we toen door Drenthe en
Zuid-`Limburg. Nu dus Twente.

Nou hebben wij in de afgelopen decennia veel
wandelweekenden in Nederland gedaan dus wij
ontdekken de schoonheid van ons land nu niet voor
het eerst zoals veel landgenoten.  Die schoonheid
kenden wij al, van Cadzand tot Bourtange en van
Vaals tot De Cocksdorp.

Dat neemt niet weg dat we dit jaar heel graag over
de Hardangervidda waren gaan lopen of in Italië. Dat
houden we te goed want we zijn optimistisch genoeg te
geloven dat er ooit een einde komt aan de coronaellende.

‘S Avonds aan de dis mijmeren we samen over wat we
nu het meest missen. Tot mijn verrassing noemde mijn
vrouw de dagelijkse routine van kantoor en collega’s. Ze
mist ook Italië natuurlijk en de de opera- en concertreizen
die ze voor Musico maakt.

Ikzelf mis het voetbalstadion het meest. De sfeer, de
emotie. En ik mis London. Een jaar of zes geleden was
ik daar voor het eerst en ik was op slag verliefd op die
stad. Daarna ging ik er minstens een keer per jaar naar toe.

We proberen nog wel zoveel mogelijk samen met
vrienden thuis te eten, dat gaat gelukkig zo veel mogelijk
door.

We realiseerden ons meteen dat er sprake is van een
luxeprobleem. Er zijn veel mensen die niet elk jaar een
wandelvakantie in Italië kunnen maken en ook nog naar
Londen kunnen.

Wat ons onrustig maakt is dat corona ons leven op dit
moment zo beheerst Je kunt geen nieuwsbron raadplegen
of het gaat over corona. Je kunt geen hotel of restaurant
binnen stappen (dat is wat we deze week dus elke dag doen)
of je wordt geconfronteerd met corona. 

We ergeren ons aan de mensen die schijt hebben aan de
coronaregels. De mensen die nog steeds aan elkaar klitten
alsof er niks aan de hand is. We ergeren ons aan de
mensen van viruswaarheid die onrust zaaien onder de
mensen die geen mogelijkheden zien om te gaan met de situatie,

Daarom tellen we onze zegeningen als we door het
Twentse landschap lopen en onze aandacht wordt
getrokken door die enkele vogel die zich nog roert, de
lichtval tussen de bomen, de beekjes, de prachtige
boerenhoeven (het ziet er hier zoveel netter uit dan in
ons Brabant). Zelfs af en toe een bui regen leidt ons even af. 

We merken dat we het nodig hebben om te voorkomen
dat we gaan denken dat alle schoonheid van deze wereld
is overwoekerd door corona.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ze zijn er ook in het wild 9 oktober 2020

De man die ik in een klein Brabants dorp ontmoette was heel boos op mij. Niet direct, maar toen
hij ontdekte dat ik journalist ben bij een regionale- en een lokale publieke omroep.

“De NOS verspreidt fakenews,” beet hij mij toe.

Toen ik hem vertelde dat dat een ander loket is, snoof hij wild. Publieke omroep is
volgens hem één pot nat, namelijk van de staat. Die maakt de mensen bang met
verhalen over het coronavirus.

Die angst leidt er toe dat grote delen van de bevolking – waaronder hijzelf –
gek gemaakt worden. Erger nog:  het leidt ertoe dat oudere mensen de deur niet
meer uit durven. Allemaal de schuld van de staat en de publieke omroep.

Hij was ermee opgehouden. Hij keer niet meer naar het NOS-Journaal. Dat liet
alleen maar mensen aan het woord die angst zaaien. Hijzelf haalde het objectieve
wederhoor van internet, daar las je heel andere verhalen.

Ik legde hem uit dat reguliere media, in tegenstelling tot internet,  meestal de feiten
checken. Dat had ik beter niet kunnen doen, want dat was volgens hem precies wat
hij bedoelde. Ik probeerde hem en alle andere mensen op internet belachelijk te maken.

Hij had toch ook recht op een mening die gehoord moest worden. Daar heb je dus
internet voor nodig.

Ik wilde best wat water in de wijn doen door te erkennen dat sommige media gedijen
bij reuring, maar dat het volgens mij toch niet zo is als hij het voorstelde. Ik besloot
dat niet te doen want ik had het gevoel dat die opmerking hetzelfde effect zou hebben als
wanneer ik een rode boerenzakdoek uit mijn zak zo halen ten overstaan van een
stampende en briesende stier.

“Ik geloof dat wij het niet eens zijn,” zei ik voorzichtig. “Zullen we het over iets anders
hebben.”  Dat vatte hij op als een bevestiging van zijn gelijk.

In de auto, terug naar huis, was ik nog het meest verbaasd over het feit dat ik zo iemand
in het wild had ontmoet. Tot nu toe dacht ik dat deze mensen virtueel waren op social media.
Maar ze bestaan echt en je kunt ze gewoon tegenkomen in een klein Brabants dorpje.

  1. Irene (reply)

    9 oktober 2020 at 10:31

    Voor de corona vielen ze tenminste nog op door hun gele hesjes, maar nu is het een kwestie van weten te spotten 😉

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vandaag had ik me anders voorgesteld 30 september 2020

Vandaag is de dag die ik me heel lang heel anders had voorgesteld. Eind jaren
tachtig kregen we op het werk een computer. De toenmalige ICT’er (van het
type: ‘je moet ‘m opnieuw opstarten’)  liet mij vol trots de mogelijkheden zien.

Er was een eeuwigdurende kalender. Voorbij was het met die lange
bureauagenda’s vol onleesbare handschriften, doorhalingen en
koffievlekken. Voortaan stond alles netjes in de computer.

Ik haalde een geintje uit. “Kijk eens,” zei ik tegen de ICT’er. Op 30 september
2020 had ik ingevuld: laatste werkdag Jan de Vries.

“Hoezo,” vroeg hij.

“Dan word ik 65 en ga ik met pensioen,” zei ik.

“Dat duurt nog bijna dertig jaar. Waarom zet je dat er nu al in,” zei de ICT’er.

“Ach,” zei ik. “Omdat het kan. Het bewijst jouw gelijk dat zo’n computer
onbegrensde mogelijkheden heeft.”

De ICT’er glimlachte van oor tot oor. Zeg maar de voorloper van de smiley.

Tja, de rest is geschiedenis. 30 september 2020 is niet mijn laatste werkdag.
Daar is een jaar en acht maanden bij gekomen.

Ik neem er vanavond een borrel op. Samen met mijn lief in een fijn
restaurant waar we coronaproof kunnen eten. Mijn opa ging op die leeftijd
naar een rusthuis, mijn vader was op die leeftijd al acht jaar met pensioen.
ik ga als 65plusser verder in de mallemolen van het leven.

  1. marielle (reply)

    30 september 2020 at 17:00

    maar op 30 mei 2022….
    Ik denk wel dat jouw vader en grootvader ‘oudere mannen’ waren toen ze met pensioen gingen. Daar moet je maar aan denken.
    Geniet ervan vanavond!

  2. Laurent (reply)

    30 september 2020 at 20:58

    Ach, volgens mij kun jij dat ook best aan 🙂

  3. Eef (reply)

    5 oktober 2020 at 11:42

    En hoe en waar ga je die “extra tijd” dan wel besteden Jan?

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We waren kinderen . . . . . 23 september 2020

We spraken met een paar mensen over wat wij (zestigers) in onze jeugd deden.
Voetballen, op zomeravonden eindeloos badmintonnen, elastieken (dat was voor
meisjes), cowboytje spelen, de hele zomervakantie lang.

Omdat wij aan de rivier opgroeiden en zelden op vakantie gingen visten we veel
en in het weiland groeven wij zulke diepe kuilen dat wij al ver voor Thierry
Baudet geboren waren ontdekten dat het naar de kern van de aarde wel
zesduizend kilometer was.

Wij deden ook andere, meer intelligente dingen. Wij trokken soms een dag
lang door de wijk om autokentekens te noteren. Nou moesten we daar ook wel
voor op pad, want er waren weinig auto’s. Daarom gingen we soms langs de
inkomstweg van ons stadje zitten waar het wat drukker was. Soms wel tien auto’s per uur.

De kentekens schreven we in een schriftje. Waarschijnlijk heb ik daar de tik
opgelopen om, vooral in Duitsland, woorden te vormen van de letters op de
kentekens. Dat gaat makkelijker dan in Nederland. Misschien komt het ook
wel daarom dat ik het allereerste kenteken van de auto van mijn vader nog weet:
ML-07-66. Het was een witte Renault Dauphine.

We deden nog wat. We trokken door de straten van de wijk om huisnummers
te noteren.

Eén van de andere mensen in het gezelschap waarmee ik jeugdherinneringen
ophaalde moest lachen. “Op welk moment,” vroeg ze, “ontdekte je dat
daar een patroon in zat?”

Dat kon ik mij niet herinneren. “Je had niet de hele wijk door hoeven gaan,” zei ze.
“Je had alleen maar even aan de ene en de andere kant van een straat het hoogste
nummer hoeven noteren en dan vervolgens af te tellen naar 1 of 2.”

Ja, dat had gekund, maar we waren kinderen . . . .

 

 

  1. Irene (reply)

    23 september 2020 at 10:50

    Goh ja, autonummers noteren deden wij ook. Volslagen zinloos. Heerlijk.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Een oase van rust 16 september 2020

Gisteren heb ik sinds maanden weer eens een middag op de redactie van
Omroep Brabant gewerkt. Samen met een collega heb ik de Prinsjesdagstukken
uitgevlooid.

De redactie is onherkenbaar veranderd. Waar het vroeger een heksenketel
annex hogedrukpan was, was het nu een oase van rust. Veel collega’s werken thuis.
Bovendien is er volgens mij niet één gebouw ter wereld dat zo coronaproof is als
dat van mijn werkgever.

Thuiswerken was vroeger uit den boze. Wij zaten soms op zaterdagavond moederziel
alleen in een enorm gebouw op een door God verlaten bedrijventerrein. Daar deden
we werk dat we ook thuis konden doen. Dat was onbespreekbaar. Corona brengt
ook goede dingen.

Nu hoorde je opeens wat al die collega’s tegen elkaar zeiden. Vroeger ging tachtig
procent verloren in de kakofonie van bellende, schreeuwende en lachende collega’s.
Het leek nu een beetje op een leeg stadion waar je nu de instructies van de
trainers hoort.

Eén collega hoorden wij constant mopperen. Hij vond het niet terecht dat
twee collega’s die zomaar even binnen komen meteen een werkplek kregen terwijl
collega’s die graag op kantoor willen werken dat niet mogen. We hebben hem
niet verteld dat we vier dagen geleden al toestemming hadden gevraagd of we alsjeblieft
op de redactie mochten werken omdat we dan samen konden sparren over wat
er in die ingewikkelde begrotingsstukken stond.

Blijkbaar is stilte voor sommige mensen slecht voor hun humeur. Ik kan goed tegen
stilte. Als ik alleen thuis ben breng ik die tijd het liefst in stilte door. Ik heb meestal
wel de balkondeuren open zodat ik het geluid van de stad hoor. Dat geeft me het
gevoel dat ik deel uitmaak van een groter geheel.

Ik ben graag diep in het bos, waar je alleen maar vogels en de ruisende wind hoort.
Wind die ruist in de bomen of in het riet vind ik het mooiste geluid dat er is.

Veel mensen kunnen niet tegen stilte. Ze ontlenen hun bestaansrecht aan herrie.
Die jongens op die gillende motoren en in die opgevoerde auto’s die als een tank
met een mitrailleur over straat gaan bijvoorbeeld.

In onze wijk wonen mensen die er genoegen in scheppen vanaf september al elke
avond vuurwerk af te steken met het geluid van een bom. Dat gaat zo
door tot januari. Soms ook midden in de nacht en niemand die ingrijpt.

Misschien denken ze allemaal dat je met zoveel mogelijk herrie het coronavirus
wegjaagt. Sommige mensen zijn schijnbaar nooit de status van primitief volk
ontgroeit.

  1. Eef (reply)

    16 september 2020 at 22:16

    Laatste zin klopt!

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ze zal ze toch op straat niet nafluiten? 13 september 2020

Ik wilde een bepaald kledingstuk. Ik kon niet goed uitleggen wat ik bedoelde.
Een soort jasje voor de periode tussen geen jas en een winterjas. Ondanks mijn
vaagheid zocht mijn vrouw dapper mee naar zo’n soort jasje. We gingen winkel in,
winkel uit.  Ik vond het niet.

Daarna ben ik op internet gaan zoeken. Ik zag plaatjes van wat ik bedoelde.
Dat bleek op het web een bomberjack te heten. Daar zou ik niet opgekomen
zijn. Een bomberjack associeer ik met een heel ander type mens dan ik ben.
Het was in ieder geval netter dan wat ik een bomberjack noem. Maar goed het
begrip auto kent ook vele gezichten.

Ik zag hele leuke jasjes. Ze werden getoond door jonge mannen met een
Noord-Afrikaans uiterlijk.

Dat is dan niks voor mij, zei ik.

Je gaat toch niet discrimineren hè, zei mijn vrouw.

Dat bedoelde ik helemaal niet. Ik bedoelde dat ik bang was dat mensen mij zouden
uitlachen omdat ze zouden denken dat ik als zestigplusser op een jonge vent
zou willen lijken.  Dat gevoel zou ik ook gehad hebben als het jonge modellen
met een Noord-Europees uiterlijk waren geweest, of een Chinezen.

Ach man, zei mijn vrouw, ze kiezen die modellen omdat Marokkaanse mannen
nou eenmaal de mooiste mannen ter wereld zijn.

Wat een ontboezeming opeens. Ik dacht . . . .   Wat dacht ik eigenlijk?  Ik dacht:
ze zal ze toch op straat niet nafluiten?

  1. Laurent (reply)

    13 september 2020 at 22:08

    Volgens mij willen wij hetzelfde soort jack. Een jaar geleden kon ik die ook al niet vinden in de winkel, en ja, op internet bleken die ook tot mijn verbazing bomber jackets te heten tegenwoordig.

  2. marlies (reply)

    14 september 2020 at 10:23

    Ik kan u gerust stellen: hij heeft inmiddels een keurig jasje gekocht. En nee, ik fluit op straat geen mooie mannen na, Marokkaans of anderszins, nooit gedaan ook. Maar ik hou mijn ogen niet in mijn zak, hoeft ook niet als oudere dame…

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De zorgen van het mbo over stageplekken 12 september 2020

Ik lees in de krant dat mbo-opleidingen moeite hebben met het vinden van stageplekken
voor hun leerlingen. Dat wordt mede geweten aan de coronacrisis. Als jongeren
geen stageplek hebben is dat de voorbode voor toekomstige werkloosheid, las
ik in de krant.

De lokale omroep waar ik hoofdredacteur ben is een erkend stagebedrijf.
Laat ik meteen de hand in eigen boezem steken: daar zijn we feitelijk te
klein voor.

Vorig jaar hadden we twee mbo-studentes die leerden voor redactiemedewerker.
Het waren twee schatten van meiden die hard werkten, maar die zoveel
begeleiding nodig hadden dat ik na tien weken total loss was.

Ik voelde me meer een oppas dan een stagebegeleider. Dat kwam ook omdat
ik als – toen nog – enige betaalde kracht in m’n eentje die begeleiding moest doen.

Na afloop had ik het gevoel gefaald te hebben hoewel zij zelf vonden dat ze
veel geleerd hadden.

Sinds kort hebben we een stagiair van een HBO-opleiding. Dat is een ander
kaliber en dat lijkt de goede kant op te gaan.

Vorige week heb ik weer een gesprek gehad met twee meisjes van de
mbo-opleiding redactiemedewerker.

De twee dames die ik vorige week sprak waren ook weer hele aardige meiden.
Het probleem was dat ze onomwonden vertelden dat ze alleen maar aan die
opleiding waren begonnen omdat ze een mbo-diploma wilden. Daarna wilden
ze gaan werken of verder studeren. De opleiding redactiemedewerker leek ze
iets om dat op vrij eenvoudige manier te kunnen verwezenlijken. Ze zouden
dan in ieder geval veel bezig zijn met social media.

Eén van de twee had nog wel enige ambitie in de richting van het vak. Ze
wil gaan werken bij het communicatieteam van de Formule 1. Het leek mij
een jonge vrouw die erin zal slagen haar droom waar te maken. Het andere
meisje wilde psychologe worden. Ze vertelde dat ze bij ons stage wilde lopen
omdat het moet, maar ze had er duidelijk geen zin in.

Uiteindelijk hebben we besloten dat ze beter een andere stageplek kunnen
kiezen. Dat ligt niet alleen aan hun, dat ligt ook aan onze organisatie. Die is er
niet op toegerust zoveel tijd en energie te steken in twee stagiaires die helemaal
geen interesse hebben in ons vak. Dan wordt het bezigheidstherapie en daar
ben ik weer niet voor opgeleid.

Ondertussen vraag ik me af of al die mbo-opleidingen wel aansluiten bij de
vraag vanuit de maatschappij.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Van teststraat naar teststraat 8 september 2020

Het vertrouwen in de overheid daalt als het gaat om de aanpak van de coronacrisis.
Ik zit nog steeds op de lijn van premier Mark Rutte. We vechten tegen een
onzichtbare vijand en dus is er voortdurend sprake van voortschrijdend inzicht.
Dat vraagt steeds om nieuwe aanpassingen en dat kan er chaotisch uit zien.

Dat neemt niet weg dat ik vind dat het op sommige punten een puinhoop is, die
volgens mij terug te voeren is op de marktwerking in de zorg en de versnippering
van de GGD’en.

Ik teken het uit, want in mijn omgeving zijn al meerdere vrienden en bekenden
naar de coronateststraat gegaan omdat ze een snotneus hadden. Gelukkig had geen
van hen corona. Wat ik zie is dit. Iemand uit Eindhoven moest naar Heeze om zich
te laten testen. Iemand uit Heeze is verwezen naar de teststraat in Uden. Iemand
uit Cranendonck moest zich melden in Urmond. Er zijn door deze mensen wat
kilometers afgelegd de laatste weken.

Schijnbaar is er een heel gesleep met mensen die lichte verschijnselen hebben en
die het virus onder de leden zouden kunnen hebben. Dat lijkt mij geen goede
manier om verspreiding tegen te gaan.

Ik las dat er 20 miljard beschikbaar is voor innovatieve ideeën die op de lange
termijn ook nog eens geld kunnen opleveren. Mijn voorstel is dat geld te besteden
aan het stopzetten van de marktwerking in de zorg. In plaats van duizenden
thuiszorgorganisaties weer gewoon het Groene Kruis boven de grote rivieren en
het Gele Kruis beneden de rivieren. Eén grote organisatie met een consistent
beleid voor geestelijke gezondheidszorg en stoppen met financiering van al die
cowboys met wie je op kosten van de staat naar Zuid-Afrika kunt om af te
kicken van je drugsverslaving.

Het enige waar je dan nog iets voor moet bedenken is een kliniek waar al die
cowboys zelf kunnen afkicken van hun geldverslaving. Ik zou zeggen: een
flinke eigen bijdrage.

  1. pjotr (reply)

    8 september 2020 at 17:40

    Een hééél goed idee!

  2. Eef (reply)

    9 september 2020 at 22:05

    Had allang moeten gebeuren. Sterker nog: de marktwerking had nooit ingevoerd mogen worden.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Glow komt naar je toe dit najaar . . . 6 september 2020

Glow komt naar je toe dit najaar. En weinig kans dat we dat kunnen tegenhouden.
Van mij mogen ze. Ik vind het leuk.

Wat is er aan de hand? Glow heeft een probleem. Het lichtfestival in Eindhoven
trekt jaarlijks drommen mensen. Dat kan niet meer in een anderhalve meter
maatschappij.

Nou kon dat voor die tijd ook al niet. De allereerste keer dat ik naar Glow ging
kon je nog ontspannen langs al die prachtig uitgelichte gebouwen lopen. Dat
duurde niet lang. Het succesverhaal van Glow ging de wereld over. Tienduizenden
mensen wrongen zich een paar jaar later door de straten van Eindhoven. Na één
keer zo’n helletocht vond ik het welletjes en heb ik het festival gemeden.

De organisatie zag zelf ook in dat ze een probleem had en er werden looproutes
en eenrichtingverkeer ingesteld.

Dit jaar is zelfs dat niet mogelijk. Glow zoekt nu naar alternatieven. Je kunt
namelijk ook een route bedenken waarbij de bezienswaardigheden niet allemaal
binnen een straal van één kilometer liggen. Objecten genoeg in de stad. Laten
wij nou in een ‘torenflat’ aan de rand van de stad wonen. Dus hangt er bij ons in
de lift een brief waarin ons wordt gevraagd of wij het leuk zouden vinden dat
ook ons appartementencomplex wordt uitgelicht.

Terwijl iedereen weet dat gebouwen als het onze in trek zijn bij expats en je
dus niet alleen in het Nederlands maar minstens ook in het Engels moet
communiceren (onze VVE doet dat) heeft Glow alleen een Nederlandstalig briefje
opgehangen. Ondanks de internationale uitstraling van het festival (Glow!)
denken ze schijnbaar dat er in Stratum alleen Eindhovuuhs wordt gesproken.
Niet dus.

Je kunt achter het nummer van je appartement aangeven wat je wilt.
Er zijn drie opties: Voor mij hoeft het niet; Maakt mij niet uit; Dat vindt (!)
ik leuk.   Iemand heeft overigens die t doorgestreept.

De optie dat je niet een week lang licht op het gebouw wilt staat er niet bij.

De meeste bewoners hebben inmiddels ingevuld dat ze het leuk vinden.
Wij ook, want het zou toch fantastisch zijn als ons gebouw straks onderdeel
is van een vermaard internationaal lichtfestival. Bovendien, als dit een succes
wordt heb je kans dat het zo blijft. Als het festival verspreid wordt over de
stad kun je er beter van genieten dan wanneer je als haringen in een ton
probeert een glimp op te vangen van al die mooie lichtkunst.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *