Over de verloedering van de wijken 3 februari 2020

De regionale kranten in mijn provincie hebben vandaag een verhaal over de verloedering
van de wijken.

De kranten schrijven: De situatie in de armste wijken van Nederland verslechtert in hoog
tempo. Inwoners worden steeds armer en voelen zich ongezond en onveilig. Woningcorporaties
willen dat het kabinet ingrijpt.

En hoe komt dat dan volgens de onderzoekers:  Doordat tegenwoordig vooral mensen met
lage inkomens in aanmerking komen voor sociale huur, worden armere wijken steeds armer.
Wie een hoger inkomen krijgt, maakt zich schuldig aan ‘scheefwonen’ en moet zijn huis en
dus de wijk verlaten. 

Nog niet zo lang geleden schreef ik hier een stukkie over het feit dat in mijn eigen volkswijk
de afgelopen jaren zo is gebouwd dat er een mix is ontstaan, die volgens wat ik er vanaf
mijn ivoren torenflat van zie, redelijk goed werkt.

De gemeente Eindhoven is – net als alle andere gemeenten – bezig met de omgevingsvisie.
Een paar weken geleden hebben we met een aantal vrienden om tafel gezeten om daar een
zienswijze op te schrijven. Gewoon, omdat het wel en wee van onze stad ons aan het hart gaat
en omdat het prettig is daar met een aantal mensen over te brainstormen.

Laat nou net de situatie in de wijken één van onze speerpunten zijn.

Weet u wat, ik plaats hier dat deel van de tekst van onze zienswijze, dat over dit onderwerp gaat.

Voor een sociale stad vinden wij het belangrijk dat het gemeentebestuur stuurt op het
terugkomen van wijkcentra. In een vitale stad zijn voorzieningen zoals welzijn, (thuis)zorg,
de wijkagent, onderwijs (huiswerkbegeleiding met computers), ontmoetingsplek en cultuur
dicht bij de mensen van belang voor het ‘o zo belangrijke’ netwerk van wijkbewoners.
Een concreet voorbeeld is het treffen van voorzieningen voor de 1e lijns zorg in de wijk,
op loopafstand voor de bewoners. In het faciliteren van dit soort voorzieningen kan
en moet de gemeente richtinggevend zijn en dit niet aan het particulier initiatief overlaten.

Voor een sociale stad vinden wij het belangrijk dat de woonbuurten zoveel mogelijk gemêleerd
zijn wat betreft opbouw van de bevolkingssamenstelling en dat het gemeentebestuur initiatieven
stimuleert/faciliteert die diversiteit en betrokkenheid bij de wijk en met elkaar vergroten
(van tegemoetkoming in huur tbv inzet voor de wijk tot meedoen aan klussendag in de
wijk en actief bevorderen van meer “zorg samen buurten”). Ook hier vinden wij dat de
gemeente nadrukkelijk de richting moet aangeven.

In de nu geformuleerde deelambities en de zes stedelijke opgaven missen we een duidelijke
plek voor de versterking van onderwijs, kunst en cultuur. Wij zouden graag zien dat de
gemeenteraad dit aspect expliciet opneemt in de deelambities en stedelijke opgaven.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laat Toon alsjeblieft zitten 27 januari 2020

Met verbijstering zag ik zondagavond een stuk of vijftig woedende supporters
een aanval doen op de toegangsdeur van het sjieke deel van het stadion. De deur waar ik als
eenvoudige supporter nooit door naar binnen mag. Ik zag de ME zich formeren en gaf op
mijn fietsje wat extra gas. Sommige dingen zijn te onwaardig om naar te kijken.

Als iemand denkt dat ik nu ga zeggen: maar ik begrijp die woedende supporters wel, die
heeft het mis. Ik weet waarom ze het doen, maar dat is wat anders. Hun woede wordt gevoed
door de slechte resultaten van PSV en drank en andere middelen. Zoveel weet ik er wel van
dankzij mijn tripjes naar het buitenland.  Die tripjes worden hun nu door de neus geboord.
Wat in dit verband eigenlijk best een aardige woordspeling is, maar die kun je alleen begrijpen
als je een keer mee bent geweest en in het toilet van een bierkelder in Munchen de papiertjes
hebt gezien waarin de coke zat.

Tuurlijk ben ik ook teleurgesteld. Het is voetbaltechnisch gezien ook een drama, maar drama’s
komen in elk bedrijf voor. Er zijn overal soms momenten dat het minder gaat. Soms wordt er
dan iemand geslachtofferd in de hoop dat het beter gaat. Soms gaat dat niet meteen, zoals nu
bij PSV.

Het slachtofferen van iemand heeft meestal wel tot gevolg dat de anderen aan de top op hun
hoede zijn. Dat ze een stapje meer zetten om te voorkomen dat er nog eens zo’n situatie
ontstaat. Je maakt mij niet wijs dat ze dat in de directiekamer van PSV niet door hebben.

Natuurlijk zijn de spelers die zijn aangekocht onder leiding van John de Jong niet wat iedereen
ervan verwachtte. Het is vervelend dat er eigenlijk niet eentje aan de verwachtingen voldoet.
Maar dat heeft er ook mee te maken dat de rest van het team als natte kranten speelt. Een
elftal is zo sterk als de zwakste schakel. Als je geen eenheid hebt kan niemand boven zichzelf
uitstijgen. Een eenheid wordt gemaakt door een trainer.

Daarom lijkt mij één slachtoffer wel voldoende. Als je nu de hele top naar huis stuurt dan
wordt zo’n club stuurloos en je lost er niks mee op. Integendeel je gooit een brok ervaring weg.
Nota bene een man die boeken schrijft over leiderschap. Die weet hoe het werkt, geef hem nu
de tijd te bewijzen wat hij waard is als crisismanager. Dat vraagt geduld en ik weet dat
supporters dat in het algemeen niet hebben. Als Gerbrands c.s. snel laten zien welke
verbeteringen er worden doorgevoerd, dan kan het tij weer keren.

Terwijl is gisteravond naar huis fietste en die vijftig man tekeer zag gaan, gingen er ruim
dertigduizend gewoon naar huis. Een groot deel van die mensen floot de ordeverstoorders in
het stadion uit toen de spandoeken tegen de directie werden ontrold. We moeten zien te voorkomen
dan de situatie in de greep komt van een minderheid met een grote mond. Daar zijn we om ons
heen al genoeg slechte voorbeelden van.

 

  1. Piet van den Boom (reply)

    29 januari 2020 at 20:30

    Het blijft sport, en dus heeft het kenmerken van gokken. In principe een even grote kans om te winnen, te verliezen of quitte te spelen.
    Verliezen hoort bij het spel. Als iemand bij een flipperkast verliest schopt hij het apparaat toch ook niet te grabbel?
    Voetbal is in wezen niet meer dan een spelletje. Maar de voetbalwereld is veranderd in een waanzinnig casino waar het gaat om miljoenenwinsten en -verliezen. De clubs zelf scheppen een sfeer van veel te hoge verwachtingen. Het wordt dan voor fans moeilijk om geduld te bewaren als het fout gaat. Een keer, ok. Twee keer jammer. Maar als het erger wordt slaat de frustratie toe. En helaas zijn sommige supporters niet zulke talenten in het omgaan met frustraties…
    En clubs zijn nog altijd niet erg handig als het gaat om crisismanagement,

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wat zegt het verhaal van Nikkie over mijn vak? 18 januari 2020

Terug van vakantie las ik dat één van de belangrijkste nieuwsfeiten van afgelopen week de
coming out van Nikkie Tutorials was. Ik ben niet op haar YouTubekanaal geabonneerd.
Ik ken haar alleen uit wat ik er soms over lees.

En ik lees er soms iets over omdat Iemand die er in slaagt met filmpjes over make-up een
miljoenenpubliek te veroveren mijn onvoorwaardelijke respect heeft. Ik heb haar
coming-outfilmpje bekeken en ik was oprecht geraakt door haar verhaal.

Wat ik beroepsmatig boeiend vond was dat zij alle talkshows het nakijken gaf. Die had ze
met 30 miljoen views ook helemaal niet meer nodig. Nu kon ze net zo lang als ze zelf wilde
en zonder hinderlijk te worden onderbroken haar eigen verhaal op haar eigen manier doen
en bovendien meer mensen bereiken dan alle talkshow samen in een heel jaar.

Een grappig uitvloeisel van dit uitermate slimme besluit was dat de serieuze media de volgende
dag extra stof tot schrijven hadden, namelijk hoe Nikkie de talkshows het nakijken gaf.
Typisch Nederlands. Vroeger schreven die media over geruchtmakende uitspraken die
talkshowgasten deden, nu gaat het vooral over de programma’s zelf en hun kijkcijfers.

Wat mij in het hele verhaal van Nikkie niet loslaat is de vraag hoe het kan dat haar transformatie
nu pas naar buiten komt. Natuurlijk, ze werd gechanteerd en ze koos er voor het heft in eigen
hand te nemen. Maar los daarvan. Ze is als jongen geboren en ze heeft in ieder geval de eerste
jaren van haar leven als jongen geleefd.

Er zijn dus familieleden die, toen Nikkie eenmaal wereldberoemd was, ergens een keer op een
feestje gezegd moeten hebben: die heb ik nog als neefje gekend. Of buren die terloops opmerken
dat ze haar nog als buurjongetje hebben gekend.

Er moeten onderwijzers zijn die in een onbewaakt ogenblik hebben gezegd: toen ze bij mij in de
klas zat was het nog een jongetje. Al was het maar omdat het de menselijke aard is te laten weten
dat jij een geheimpje hebt. Dat de ontvanger natuurlijk nooit mag doorvertellen.

Uiteindelijk moet er een grote groep mensen zijn geweest die het leven van Nikkie kende en
dan is het wachten op het moment dat een journalist via de buurvrouw van een aangetrouwde
tante iets opvangt en gaat wroeten.

Schijnbaar is dat allemaal niet gebeurd. Jarenlang heeft ‘het geheim’ van Nikkie nooit de
buitenwereld bereikt. Dat vind ik anno 2020 nog het meest intrigerende aan dit verhaal. Misschien
is dat voor haar het meest waardevolle. Dat iedereen – behalve die mafkees die haar chanteerde –
die haar van vroeger en nu kent weet dat Nikkie Nikkie is en er geen enkele aanleiding in zag
daar ook maar iets in te zien dat al smiespelend verder verteld moest worden.

Het kan zijn dat ik er voetstoots van uitga dat alles uitlekt en een verhaal als dat van Nikkie
nieuwswaarde heeft omdat ik toevallig journalist ben, maar dat dat voor directbetrokkenen de
normaalste zaak van de wereld is. Wat zegt dat eigenlijk over mijn vak?

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De ingehouden woede van Enexis 17 januari 2020

Soms zou ik vlieg willen zijn in bepaalde kantoorruimtes waar besluiten worden genomen.
Achter al die gesloten deuren waar liters koffie worden weg geslurpt worden dingen gezegd
die vele malen interessanter zijn dan de teksten die communicatiestrategen daarover de
wereld in sturen.  Dat is maar goed ook. Je moet als beslisser vrijuit kunnen spreken.

Ik zou graag de afgelopen weken vlieg geweest willen zijn ten burele van Enexis. Dat is de
club die in mijn stad de stroom- en gasleidingen aanlegt. Wij kregen deze week een brief van
de kabelaar waarin de ingehouden woede van de opsteller vanaf droop.

Wat moet u weten. Anderhalf jaar lang lag de straat waaraan ons appartementencomplex ligt
in delen open. Dat betekende omrijden. Dat was niet erg, zeker niet toen aan het eind van
de hak- en breekperiode bleek dat de straat er enorm op vooruit was gegaan.

Maar nu moet er opnieuw worden gebroken. Enexis stelt de bewoners daarvan door middel
van een brief op de hoogte. De kabelaar gebruikt de eerste alinea om ons twee keer te vertellen
dat er een wettelijke aansluitplicht bestaat als iemand een aanvraag voor een aansluiting doet.

Een deel van de straat moet weer open omdat Enexis na de reconstructie nieuwe aanvragen
heeft ontvangen van nieuwe gebruikers “door herbestemming van een object”.  Opnieuw
wordt ons duidelijk gemaakt dat de wet dan voorschrijft dat Enexis uitrukt en haar plicht doet.
Je voelt aan alles dat ten kantore van Enexis iemand heeft gezegd: hadden ze dat nondeju niet
meteen kunnen zeggen. Eikels!

Maar het houdt niet op. Enexis laat ons nogmaals weten dat de gemeente een reconstructie heeft
uitgevoerd “waarin wij (lees Enexis) nu in moeten gaan graven”. Op kantoor hebben ze op dit
moment waarschijnlijk nog een paar krachttermen gebruikt en zo hard met de vuist op tafel
geslagen dat de koffiekopjes rammelden.

Om te voorkomen dat wij straks tegen die arme gravers van Enexis hatelijke opmerkingen gaan
maken (“hadden jullie dat niet meteen kunnen doen”) schrijft de kabelaar nog maar eens:
“Gemeente Eindhoven en Enexis kunnen niets doen aan het feit dat er een aansluitplicht is, maar
kunnen dit niet tegenhouden”. Het is de derde keer dat de kabelaar zichzelf vrijpleit in een brief
van vijf alinea’s.  Dat vind ik een tricky opmerking, want de vraag dringt zich op of één van de
grootste kabelaars van Nederland van die aansluitplicht af zou willen. Dat is een wel een politiek
dingetje vind ik.

Enexis belooft dat ze er alles aan gaan doen de overlast te beperken en dat de straat weer in de
staat wordt teruggebracht voorafgaand aan de werkzaamheden.

Dat is ze geraden.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De overbruggingsbaan 8 januari 2020

Er is iets nieuws op komst in Nederland, zo lees ik in het Eindhovens Dagblad: de
overbruggingsbaan. Dat is een baan voor oudere werknemers waarin ze het tot aan hun
pensioen wat rustiger aan kunnen doen, maar waarbij wel hun ervaring te gelde
wordt gemaakt.

Dat lijkt mij een goed idee, temeer omdat ik iets doe wat daar een beetje op lijkt.
Let wel: ik doe het niet rustiger aan, want ik werk meer uren dan ik betaald krijg, maar
ik ben baas over mijn eigen agenda en voor mij werkt dat heel goed. Ik kan nu zelf de
balans zoeken en daar krijg je meer energie van.

Ik ben op mijn zeventiende begonnen met werken. Toen ik zestig werd hoopte ik een
tandje minder te kunnen doen. Dat bleek niet te kunnen. Omroep Brabant, waar ik in
dienst ben, duwde mij in een – nog net niet – dag- en nachtrooster. Dat is geen verwijt,
een omroep moet heden ten dage continue nieuws brengen om de concurrentie het hoofd
te bieden.

Die onregelmatigheid bleek voor mij slopend te zijn. Tel daarbij op dat ik het gevoel had
meer een contentfabrieksarbeider te zijn dan een journalist en je begrijpt waar dat op uit
dreigde te draaien. Totdat de lokale Omroep Meierij op de stoep stond. Of Omroep Brabant
niet een mannetje of vrouwtje had dat genoeg ervaring heeft om die lokale omroep te
professionaliseren? Dat mannetje hadden ze.

Lang verhaal kort: uiteindelijk zijn beide omroepen overeengekomen dat ik tot aan mijn
pensionering in 2022 bij Omroep Meierij gedetacheerd blijf. Behalve dat volg ik voor
Omroep Brabant de provinciepolitiek. Dat vind ik ook interessant. Zelfs van de nachtelijke
vergaderingen over stikstof krijg ik meer energie dan van ’s avonds laat aan een bureau
zitten in een studio op een verlaten bedrijventerrein. Beide partijen hebben daarvoor
een financiële regeling getroffen, waar ik – oprecht – de details niet van ken.

Ik was al een paar jaar met een soort deelpensioen. Vier dagen werken en de vijfde dag
krijg ik betaald uit de spaarpot die ooit bedoeld was voor vervroegde uittreding.

Ik heb heel veel geluk gehad. In de eerste plaats omdat er iemand om hulp kwam vragen
en omdat mijn werkgever bereid was daarover mee te denken. Dat laatste gebeurt natuurlijk
niet uit liefdadigheid (een deel van mijn salaris wordt teruggestort en ze hebben iemand
die een oogje op de provinciale politiek houdt), maar ze hadden het ook niet hoeven doen.

Het gevolg is wel dat ik nu heel veel uren maak, maar het zijn wel uren waarin ik mijn
ervaring veel beter te gelde maak dan ik ooit had kunnen doen. Belangrijk is ook dat ik zelf
die uren indeel. Als ik met collega’s van Omroep Brabant praat merk ik dat ze vooral op
dat laatste jaloers zijn. Journalisten zijn per definitie vrijdenkers die ongelukkig worden als
ze in een rooster worden geklemd. Sinds de komst van internet, de 24-uurs nieuwsstroom
en de moordende concurrentie en de daarmee gepaard gaan scoringsdrang kan dat helaas
niet anders. Dat is bij een lokale omroep allemaal net iets anders.

Ik snap wel dat en overbruggingsbaan niet in alle gevallen en in alle beroepen kan, bovendien
is mijn geval maar één van de mogelijkheden. Wat ik zeker weet is dat er een weg is waar een
wil is.

 

  1. maria (reply)

    10 januari 2020 at 16:40

    Dus zo, ik dacht al dat ik jouw overbruggingsstukje gemist had.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Moet dat nou zo? 6 januari 2020

Het is 2020 en ik stel vast dat ik een ouderwetse preut ben. Claudia de Breij zei het al in haar
Oudejaarsconference: „Je mag tegenwoordig álles zeggen in dit land”

Mijn vraag is: moet je ook alles willen zeggen of benoemen? Terwijl ik me die vraag stel ben ik me
ervan bewust dat ik mij daarmee buiten de realiteit van 2020 stel.

Zoekend naar een bepaald TV-programma in de digitale gids die NPO Start heet stuitte ik
toevallig op een misdaadserie van Nederlandse makelij die 8 januari begint. De serie heeft de
naam De K*thoer. Ik gebruik een sterretje, BNNVARA, dat de serie heeft geproduceerd, heeft op de
plaats van het sterretje een u staan. De jongeren en de arbeiders zijn samen niet zo terughoudend.

Het programma gaat over een columniste die dagelijks wordt overspoeld door nare taal en die
daarmee gaat afrekenen. Ik ken de serie niet, maar ik denk dat zij representatief is voor hele
volksstammen die dat ook wel zouden willen.

Ik kan mij zo voorstellen dat Femke, zo heet de columniste, ook wordt uitgescholden voor het woord
waarnaar de serie is genoemd. Ik heb zelf geen noemenswaardige ervaring met scheldpartijen (ik
word niet uitgescholden en ik scheld niet uit) en op de tijdlijnen van social media waar ik mij op beweeg,
komt het ook niet voor. Wat ik ervan weet, weet ik uit artikelen die ik er over lees. Het schijnt dat mensen
zich achter hun toetsenbord gedragen als amoeben. Ik vraag me nu zelfs af of ik mijzelf en de mensen
met wie ik online communiceer nog wel tot een dwarsdoorsnee van de bevolking mag rekenen.

Het lijkt mij zeer intimiderend als je met anonieme scheldpartijen te maken krijgt. Ik ben vrij laconiek
onder een aantal tamelijk ernstige fysieke bedreigen die mij in mijn werk zijn overkomen, maar dat
komt waarschijnlijk omdat ik mijn opponenten in alle gevallen in de ogen kon kijken. Anonieme
bedreigingen lijken mij doodeng. Dus ik denk dat ik kan begrijpen dat iemand zich daar letterlijk tegen
gaat wapenen. De foto’s bij de serie laten mensen met wapens zien, ik bedenk dit niet zelf.

Maar waarom noemt een publieke omroep zo’n programma De K*thoer. Ja, omdat Femke daarvoor
wordt uitgescholden, dat had ik zelf kunnen bedenken. Mijn vraag is eigenlijk: waarom zorgt een
publieke omroep ervoor dat dat woord voortaan zonder gene kan worden uitgesproken: “Heb jij
De K*thoer al gezien?”Of: “Er wordt goed geacteerd in De K*thoer”. Waarom dwingen de makers
recensenten tot het gebruik van het woord k*thoer? Hoe gaan ze er in de reclamespot voor BNNVara
programma’s die De Wereld Draait Door is daar mee om? Matthijs van Nieuwkerk is mijlenver boven
mij verheven, maar volgens mij hebben wij wel dezelfde soort gene.

Ik weet een beetje hoe het werkt in de media. Je moet ervoor zorgen dat je in overaanbod opvalt.
Nieuwsmedia hebben het maken van koppen waarmee de lezers worden gelokt tot een kunst verheven.
Hele studies worden eraan gewijd op redacties, al dan niet geholpen door speciaal daarvoor
ontwikkelde computerprogramma’s.

Dus ik snap wel dat de makers van zo’n programma tijdens het brainstormen bedacht hebben dat ze
met één krachtig woord alle aandacht op zich wilden vestigen. Dat lijkt mij met De K*thoer gelukt.
Maar zo wordt zo’n woord salonfähig en wordt het ontdaan van de vreselijke lading die het heeft.
Zo ging het ook met het vreselijke k*tmarokkanen.

Wat ik zeg: ik ben een ouderwetse preut.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Niet op social media kijken 4 januari 2020

Ik las in NRC vanmorgen een verhaal over de twee jongetjes die verantwoordelijk worden
gehouden voor de brand in de flat in Arnhem. Daar kwamen twee mensen bij om het leven
en twee mensen werden gewond omdat ze in de lift giftige rook inademden.

In het artikel werden mensen opgevoerd die door de journalist deskundig geacht werden een
mening te geven over de kwestie. De kinderombudsvrouw, een hoogleraar jeugdrecht en er
werd een VVD-wethouder geciteerd die over de kwestie twitterde.

Het is een artikel dat tot nadenken stemt over vragen als: konden die twee jochies zich voorstellen
welke gevolgen hun daad zou kunnen hebben en hoe moeten ze daarvoor gestraft worden?

De journalistiek kennende zal deze kwestie nog wel even in het nieuws blijven. Het is ook nogal
een vraagstuk en neem maar aan dat ’t het gesprek van de dag is aan menige (stam)tafel. Dat is
goed, want praten over dat soort dingen dwingt je na te denken en nadenken scherpt de geest.
Volgens mij is dat zelfs een moto van de krant die met het genoemde artikel de eigen
slogan waarmaakt.

Nadenken en met mensen praten over dit soort zaken is belangrijk. Vooral nadenken is goed.
Dat is niet hetzelfde als een mening wegknallen op social media. Misschien was ik daarom wel
getroffen door een zinnetje in datzelfde artikel: Het gezin zou zijn geadviseerd voorlopig niet
op sociale media te kijken. 

  1. Irene (reply)

    4 januari 2020 at 11:56

    En dat zouden meer mensen moeten doen.

  2. Ximaar (reply)

    4 januari 2020 at 14:29

    De vraag is, wat is (a-)sociale media. Volgens mij vallen blogs daar ook onder. Zelf blokkeer ik facebook en vergelijkbare meuk. Binnen twitter heb ik wat woorden die de troep er uit filteren. Krijg dus niets te zien met o.m. Baudet of widm er in. En dan dan is het een redelijk prettig medium. 😉

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Dat doen we al twintig jaar zo 1 januari 2020

De laatste dagen heb ik in de media diverse lijstjes langs zien komen met dingen die we vanuit
de jaren tien niet moeten meenemen naar de jaren twintig. Dat zijn veel lijstjes, want iedereen
heeft een eigen opsomming en bovendien omspant het dit keer een periode van tien jaar.

Het waren voornamelijk geijkte lijstjes (er blijken nogal wat mensen te zijn die zich tien jaar
lang geërgerd hebben aan quinoa.) Sommige lijstjes wekten de indruk op een achternamiddag
door een luie columnist in elkaar te zijn geflanst. De mooiste vond ik die van Volkskrant-columniste
Sheila Siltasing. Die heeft er werk van gemaakt.

Waar die decenniumlijstjes mij aan herinneren is dat we een jaar in gaan dat al sinds mijn
kindertijd een bijzondere klank heeft. Geboren in 1955 was het jaar tweeduizendtwintig het jaar
waarin ik die ooit zo magische leeftijd van 65 jaar zou bereiken.

Mijn generatie is opgegroeid met de gedachte dat we dan met pensioen zouden gaan. Het getal
65 heeft voor velen nog steeds dezelfde betekenis als 18 voor tieners die denken dat ze dan volwassen
zijn of 30 voor twintigers die denken dat hun jeugd dan definitief voorbij is. We denken allemaal
dat dat het moment is waarop ons leven van de één op de andere dag verandert. Terwijl de woensdag
net als elke week geruisloos overgaat in de donderdag.

De meesten van mijn generatiegenoten denken niet voortdurend aan pensioen, voor hen is het
een luikje dat af en toe open gaat op momenten dat ze merken dat ze werden ingehaald door een
nieuwe generatie die zich afvraagt of wij de veranderingen nog wel kunnen bijbenen.

Wij, die al meer veranderingen hebben meegemaakt dan die jongeren zich kunnen voorstellen. Ze
kunnen zich al helemaal niet voorstellen dat wij dezelfde vragen stelden aan onze ouders. Het
OK boomer van die jongeren was ons “ja hoor, ouwe”. Het enige verschil is dat wij nog
Nederlands spraken.

Afijn, we weten hoe de tijden zijn veranderd. De pensioengerechtigde leeftijd is als een wortel aan een stok,
vastgebonden op de rug van een ezel. Ik heb zelf het geluk gehad dat ik in de nadagen van mijn
loopbaan een nieuwe uitdaging kreeg waardoor ik niet als een ezel naar het einde struikel.

Wat wil ik dat er niet naar het nieuwe decennium wordt meegenomen? Ik had laatst een kleine
woordenwisseling met iemand (het was niet binnen mijn werkkringen) die zei: ja maar, dat doen
we al twintig jaar zo. Dat mag van mij achterblijven in de jaren tien. Sterker nog, dat had dus in
de vorige eeuw achter kunnen blijven.

Op het moment dat ik dit schrijf zou ik willen dat ik dezelfde gave van het woord had als Sheila
Sitalsing. Die schreef het namelijk zo op: Het collectieve gejank uit heel oude kelen bij elk
voorstelletje om de ramen open te zetten en hier en daar iets heel kleins te veranderen – een paar
roetvegen, hier en daar een vrouw – om de achterlijkheid van dit land af te schudden.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vanaf volgend jaar beter . . . . 31 december 2019

Ze zeggen dat ik niet meer zo’n brombeer ben. Ze zeggen dat ik rustiger ben geworden, geduldiger.
Minder opvliegend. Mijn vrouw vindt dat dat laatste nog wel een tandje minder kan. Ze denkt dat
het aan haar ligt. Dat is niet zo. Het ligt aan soms te druk, soms te veel.

Het zal de leeftijd zijn, misschien de omstandigheden. Ik ben zestien kilo lichter dan op 1 januari van
dit jaar. Dat voelt goed en dat geeft zelfvertrouwen. Het eerste volle jaar bij Omroep Meierij (one down,
two to go) heeft dat zelfvertrouwen gesterkt. Ze zeggen daar namelijk dat ze veel van me leren en dat
ik mensen inspireer. Ze zeggen ook dat ik soms te snel ga en ik hoor ze soms denken dat ik me als een
verlicht despoot gedraag. Ze vinden me soms wispelturig. Daar zeggen ze dan iets van.

Maar voorlopig hebben we bereikt dat die omroep vanuit alle hoeken en gaten financiële waardering
krijgt waardoor we door kunnen. Dat is niet mijn verdienste, dat is te danken aan een grote groep
mensen die mijn manier van doen accepteert, zoals ik ook hun manier van doen accepteer. Nou ja,
meestal dan.

In het nieuwe decennium wil ik dat laatste restje drift opruimen. Dan mag ik vandaag nog één keer
uit mijn dak. Van mezelf mag dat.

Sta ik godbetert maandag voor de servicebalie van één van de drie AH-winkels die mijn wijk rijk is.
(Belachelijk zoveel, maar die grootgrutter beconcurreert liever zichzelf dan dat hij dat door anderen
laat doen.) Met in mijn hand drie bosjes tulpen. Voorjaar in huis. Voor mij mikt een MI(don’t)LF twee
blikjes Unox knakworst op de counter met de dwingende mededeling: “de prijs is verkeerd
aangeslagen”.  Ze duwt het bonnetje onder de neus van de AH-medewerkster. “Hier staat 2,49 euro
per blikje. Dat is fout”.

Ik schrik van mijn eigen welvaart als ik denk: jezus mens, moet je voor die paar kwartjes een hele
rij wachtende mensen ophouden? De dame achter de counter bestudeert de kassabon en besluit er
een collega bij te halen. Ze verdwijnt richting kassa. Dat duurt even. Mijn tulpen beginnen al bijna
te verwelken.

“Het klopt wel”, zegt ze als ze terugkomt.

“Dan hoef ik die knakworsten niet. Ik wil mijn geld terug”, zegt de mevrouw. De eerste blaadjes van
mijn tulpen vallen uit omdat ik wat al te driftig met de bosjes heen en weer zwaai.

“De huismerk knakworsten zijn goedkoper”, hoor ik de AH-mevrouw zeggen. Nee hè, denk ik. Ja
hoor de klant besluit dat ze teruggaat om de huismerk knakworsten te halen. Ik tel tot tien en
zucht diep.

De kassière kijkt op. “Zal ik u eerst helpen”? vraagt ze.

“Graag”, zeg ik zo vriendelijk mogelijk. Terwijl ze mijn tulpjes scant duikt dat knakworstenmokkel
op achter de kassière.

Dat is verboden gebied denk ik nog, maar mijn gedachten worden overstemd door de klap waarmee
ze de blikken huismerkworsten op de counter flikkert.

Ik wilde net gaan zeggen: stop die knakworsten in je . . . .  Maar de kassière redt mij. “Ik help nu
eerst deze meneer”, zegt ze.

“Ik wist niet dat die andere knakworsten zo duur waren”, hoor ik de klant uitkramen terwijl ze zich
onder het klaphekje door wringt om weer aan de openbare kant van de counter te komen.

Kijk dan nondeju op de prijzen in het rek. Bovendien weet toch elke malloot dat A-merken veel
duurder zijn. Dat denk ik allemaal hè, dat u niet denkt dat ik onbeleefd ben of zo.

Afijn, je zal bij d’r op het oud- en nieuwfeestje uitgenodigd zijn. Zit je daar de hele avond van die
goedkope knakworsten te kanen.

Nou, dat lucht op. Vanaf volgend jaar beter . . . .

  1. Jan van Oort (reply)

    31 december 2019 at 14:13

    Mooi stukje Jan, moet je vaker doen, dat lucht op. En dan later als je groot bent er een boekje van uitgeven. Gegarandeerd succes!

  2. Irene (reply)

    31 december 2019 at 19:51

    Haha. Gelukkig nieuwjaar.

  3. Laurent (reply)

    2 januari 2020 at 01:47

    Drift is wel erg nuttig in stukjes als deze, met name over supermarkten waarover ik er ook diverse heb geschreven 🙂

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zorgautootje hier, zorgautootje daar 29 december 2019

De laatste dagen ben ik elke dag begonnen met een wandeling over de heide. Het was fris,
maar het plaatje was hartverwarmend. Mooie luchten, verse rijp.

Op weg naar de heide (een wandelingetje van vijf minuten door een volkswijk) vielen me
twee dingen op. De ochtendstilte van de vakantie en het aantal auto’s met wijkzusters. Die
auto’s  reden heen en weer van hulpbehoevende naar hulpbehoevende. Op de portieren
stonden de fantasierijke namen van al die zorgclubjes.

Al wandelend over de heide gingen mijn gedachten met mij op de loop. Af en toe lees ik in
de krant een verhaal over onze bestelwoede die leidt tot op- en neer gecross van bestelautootjes,
die dan weer opstoppingen veroorzaken in de smalle straten.

Maar, vroeg ik mij af, hoeveel zorgautootjes zouden er dagelijks door Nederland rijden?
Hoeveel tijd zouden al die zorgverleners in de auto zitten en dat dan afgezet tegen het aantal
uren dat er werkelijk zorg wordt verleend? Hoeveel zouden al die auto’s uitstoten en wat zou
dat voor effect hebben op het stikstofprobleem? Wat zou de invloed van al die autootjes zijn
op het verkeersinfarct in mijn stad? Hoeveel zouden de Shell’s van deze wereld en de
autoverkopers er aan verdienen?

Het zijn gedachten waar je niks aan hebt. Nederland heeft ervoor gekozen dat ouderen zo
lang mogelijk thuis moeten kunnen wonen alwaar dan drie keer per dag een autootje voor
komt rijden.

En omdat je helemaal niks aan dat soort gedachten hebt, ben ik me maar weer gaan
concentreren op de vogels in het bos. Roodborstjes, koolmezen (er schijnt een invasie van
koolmezen uit het noorden te zijn), staartmezen, spechten, buizerds, goudhaantjes en voor
het eerst een kleine bonte specht.

Ik begon in mezelf te tellen hoeveel soorten ik de afgelopen jaren in het bos achter ons huis
heb gezien. Ik kwam gemakkelijk aan twintig (dat is weinig, maar het is nou eenmaal niet
zo’n vogelrijk gebied). Dat tellen leidde af van mijn gedachten over aantallen kilometers
van zorgautootjes.

  1. Arnoud (reply)

    1 januari 2020 at 00:02

    Ik vrees dat in die autootjes geen hoogopgeleide wijkzusters zitten. Die zijn te duur. Dat geld geven ze liever uit aan die autootjes.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *