Aast Eindhoven nog steeds op Nuenen? 21 november 2019

Ter promotie van de stad Eindhoven is er weer een kerstfilmpje gemaakt. Een jongeman strandt
op kerstavond in de stad. Hij komt in een vreemd hotel terecht. Achter elke deur ontdekt hij
steeds meer van de stad.

Een bijrol is weggelegd voor burgemeester John Jorritsma, die vooral zichzelf relativeert. Hulde
aan de makers, die hem zo gek hebben gekregen.

De nabespreking van het filmpje focust zich vooral op een rolletje van VVD’er Klaas Dijkhoff, die
openlijk solliciteert naar de baan van burgemeester van Eindhoven. Het is als grapje bedoeld, maar
Jorritsma en Dijkhoff zijn VVD’ers, dus ik doe het nog niet meteen als scherts af.

Ik zag in dat filmpje iets anders dat mij veel meer triggert. De echte hoofdrolspeler, de gestrande
jongeman, kan alle deuren openen, behalve één. De liftboy van het hotel (gemodelleerd naar de
liftboy in het boek Grand Hotel Europa van Ilja Pfeiffer) vertelt hem dat die deur ook niet kàn
worden geopend.  “Dat is de deur van Nuenen. Daar hebben we nog geen sleutel van”, zegt de liftboy.

Eindhoven en Nuenen stonden op de nominatie te fuseren, maar dat plannetje strandde onder
druk van de Nuenenaren. De discussie daarover was de grootste politieke soap van het jaar totdat
het CDA het bestuurspodium betrad. Maar dat is weer een ander verhaal.

De hele crux van die ene zin in dat filmpje zit ‘m in het woord NOG.  “Daar hebben we NOG geen
sleutel van”. Het woord heeft iets van verwachting in zich. We hebben de sleutel op dit moment
nog niet, maar ooit zal het ervan komen.

Als de scriptschrijvers het relativeren van Jorritsma echt tot in de finesses hadden willen doorvoeren
dan hadden ze de liftboy beter kunnen laten zeggen: Daar hebben we geen sleutel van, die is gerold
toen de burgemeester in Den Bosch ging winkelen.

Ach, het zal wel aan mij liggen. Ik moet niet te veel op details letten en gewoon genieten van een
overigens vermakelijk filmpje.

  1. maria (reply)

    24 november 2019 at 12:15

    Dank! Het is mooi gedaan. Kovacs, ontdekking voor mij dit jaar toen ze eind juni een van de treinen naar het westen had genomen;
    muzikaal en veelzijdig. ik mis natuurlijk de typisch Eindhovense knipogen, maar het gevoel komt over.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bekend van TV! 20 november 2019

Ik passeerde een auto van een attractieverhuurder. Springkussens, dolle stieren, van dat werk.
Achterop het busje stond in zwierige letters Bekend van TV!  Met een uitroepteken.

Waarom pronkt iemand daar mee, dacht ik. Ik kom een enkele keer op de regionale TV om
moeilijke politieke dingen uit te leggen. Dat moet altijd binnen twee minuten, liefst korter.
Ik word alweer weggedraaid voordat ik sowieso bekend kan worden van TV.

Bekend van TV!  Als je bij een TV-station werkt dan ben je daar eigenlijk niet zo mee bezig.
De ijdeltuiten daargelaten natuurlijk. Je bent dan bezig met je werk, net als een huisschilder,
een bankdirecteur of een politieagent. Voor buitenstaanders schijnt het magisch te zijn.

Bekend van TV! als iets om mee op de achterkant van een busje te pronken zegt mij helemaal
niks. Als ik ergens een springkussen zie van de betreffende firma dan is niet mijn eerste
gedachte: ik ken dat kussen van TV. Die kans is overigens ook niet zo groot want ik zie
zelden programma’s waarin springkussens voorkomen.

Vroeger toen we nog twee TV-netten hadden waar iedereen naar keek was het aantal mensen
bekend van TV klein. Je had Tante Hannie, Pipo, Swiebertje, Dorus  en Rikkie en Slingertje.
Nu moeten er zoveel uren zendtijd volgeplempt worden dat je als Nederlander al een
tamelijke loser bent als je niet ooit één keer op TV te zien bent geweest. Zeker sinds het journaille
een jaar of vijftien geleden de wijken in trok om voxpop te halen. Geloof me als er nog nooit
een cameraploeg in jouw wijk heeft aangebeld dan is je wijk dichtgeplakt met kranten.

Een paar weken geleden stond ik bij de kassa van onze buurtsuper. Voor mij stonden een man
en een vrouw van half dertig. Ze legden samen de boodschappen op de band. Plotseling dook
er een horde kinderen uit de buurt op de man. Foto, foto schreeuwden ze. De man liet het
allemaal gebeuren.

Buiten vroeg ik de kinderen met wie ze nou op de foto waren gegaan. “Hij is van Spangas”,
zei een te dik ventje in een camouflagebroek. Zeg maar het type jongetje waardoor onze
wijk regelmatig door programmamakers wordt gefrequenteerd, Ik vroeg hoe de man, bekend
van TV, heette.  “Hoe heet die gast, dat wil hij hier weten”, riep het jongetje naar een meisje
dat een met rode substantie gevulde plastic fles over het parkeerterrein trapte.  Waarop het
meisje riep: “Hoezo, die kent hij toch niet”. Zeg maar het type meisje waarvan je als
programmamaker hoopt dat zij de deur opendoet als je aanbelt.

Tja, waarom zou zo’n meisje energie verspillen aan een vent van middelbare leeftijd
die zulke stomme vragen stelde.

Ik heb die man natuurlijk wel gegoogeld. Hij blijkt een bijrolletje te hebben gespeeld in
Spangas. En dus bekend van TV!

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Duiken! Daar komt de grijze golf 19 november 2019

Ik was gisteren in het nieuws en het is allemaal mijn schuld. Nou ja, bij wijze van spreken dan.
Ik hoorde op de radio dat de vergrijzing ertoe gaat leiden dat het slechter zal gaan met de
Nederlandse economie. Aangezien ik elke ochtend constateer dat ik grijzer word behoor ik
tot die groep die ons land in het verderf gaat storten.

Dat komt omdat ik over dik twee jaar geen enkel economisch nut meer heb en de deur plat ga
lopen bij de dokter. Vooropgesteld dat ik dan nog kan lopen natuurlijk. Anders wordt het rollen
in een door belastingbetalers gesubsidieerde scootmobiel. Voor minder doe ik het niet.

ik voel me schuldig. Nu al. Net zo schuldig als die vitale jonge fitgetrainde bankiers die de wereld
tien jaar geleden meesleepten in hun val. Niet dus . . .

Er zijn mensen die ouderen niet meer van economisch nut vinden. Kunnen wij aanstormende
– of moet ik zeggen: voortstrompelende – grijsaards daar iets tegenin brengen? Hoewel ik nooit
grootvader zal worden (mijn zonen hebben mij dat zelf verzekerd) hebben veel vrienden kleinkinderen.
Daar passen ze op. Meestal een dag in de week.

Dat doen ze omdat anders hun eigen kinderen, de ouders van dat jonge grut, onvoldoende kunnen
werken om het jonge gezin draaiende te houden. Die jonge ouders zouden wel een tandje minder
kunnen, maar dan werken ze alleen nog maar om de kinderopvang te kunnen betalen. Daar draait
de consumptie-economie natuurlijk niet op. Indirect draagt die grijze golf dus wel een steentje bij,
maar het lijkt erop dat die arbeid wordt geschaard in de categorie huisvrouwen en -mannen.
Zwaar onderschat dus.

Overal hoor ik dat er een tekort is aan arbeiders. Onderwijl zitten vijftigplussers, zestigplussers en
zelfs zeventigplussers thuis duimen te draaien omdat niemand hun kennis en ervaring nog wil gebruiken.
Die mensen zouden nog graag iets willen doen. Goed, niet meer vijf dagen in de week, maar wel
twee of drie dagen.

Ik denk wel eens: zouden we niet de knop om kunnen zetten in dit land en ervoor kunnen zorgen
dat de grijze golf verandert in een vitale beek vol arbeidskracht.  Als je erin slaagt om ons allemaal
100 te laten rijden moet dat toch een fluitje van een cent zijn. Het zal wel moeten want als straks de
lucht schoner wordt leven we nog langer.

  1. Els (reply)

    20 november 2019 at 15:28

    Tjee, wat een goed stuk! Bedankt, mede namens mijn 80-jarige vrijwilliger, die bij de Landelijke Luisterlijn werkt, die met mensen praat, ze aanhoort, vaak klanten van de GGZ, eenzame ouderen, waar men niet voldoende tijd aan kan besteden vanwege werkdruk of desinteresse. Hij is zo grijs als ’n duif en daar hoeft ie niet eens voor in de spiegel te kijken! Hij doet z’n telefonische hulpdiensten met veel passie en houdt er, als het aan hem ligt, nog lang niet mee op. Nuttig, toch?

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

We mogen nog maar 100 13 november 2019

We mogen straks nog maar 100 kilometer per uur rijden op de snelweg. Behalve ’s nachts,
dan mogen we 130 daar waar dat nu ook al mag.

Ik heb geprobeerd te begrijpen waarom je overdag niet- en ’s nachts wel extra gassen
mag uitstoten, maar die hersengymnastiek bezorgde mij dezelfde schele hoofdpijn als in
mijn pubertijd toen ik probeerde te doorgronden hoe groot het heelal is.

Dat je ’s nachts wel over des Heeren wegen mag razen kan ik niet alleen vanuit
milieuoogpunt niet begrijpen. Ik begrijp ook niet waarom het uit veiligheidsoverwegingen
niet wordt verboden. Mensen die ’s nachts rijden zijn volgens mij vaker vermoeid. Al dan
niet door die twee glaasjes alcohol die ze op een feestje hebben gedronken en waardoor ze
een beetje rozig worden. Als die mensen, getergd als ze zijn door de snelheidslimiet overdag
’s nachts even lekker los gaan dan neemt volgens mij het risico op ongelukken toe.

Is het verder erg, 100 kilometer per uur? Volgens mij valt dat wel mee. De meeste tijd kun
je niet harder omdat de snelwegen ramvol staan.

Je loopt wel het risico dat de ochtend- en avondspits langer gaan duren. Dat komt namelijk
door de NS. Die hakt in de kortingskaarten waardoor mensen niet meer met zo’n kaart in
de avondspits kunnen reizen. Je hebt kans dat die mensen denken: barst maar met je
trein, ik ga wel weer met de auto naar m’n werk. Nog meer auto’s op de weg, die misschien
straks per saldo leiden tot meer- in plaats van minder uitstoot.

En wat te denken van al die ouderen die besluiten weer in de auto te kruipen en die denken:
ik ga voor de spits weg om op mijn kleinkinderen te passen en na de spits pas weer terug.
Wordt het voor- en na de spits opeens veel drukker op de weg met mensen die van nature
al geen racemonsters zijn.

Ik weet het allemaal zo net nog niet of die 100 kilometer zoden aan de dijk gaat zetten als je
er niet te gelijk voor zorgt dat mensen meer in plaats van minder met het openbaar vervoer
gaan. Maar ja, op de snelwegen is de overheid de baas, of de rails is dat de NS en die wil in
de spits geen gesubsidieerde reizigers.

Nog mazzel dat die reizigers wel met goedkope luchtvaartmaatschappijen kunnen vliegen
die hun kaartjes voor een habbekrats kunnen slijten omdat de overheid zoveel belastinggeld
steekt in het faciliteren van die bedrijven. Variërend van belastingvoordeeltjes tot het
aanleggen van wegen naar vliegvelden. Ook zo’n dingetje. Veel mensen zijn gestrest omdat
ze een vliegtuig moeten halen. Dat wordt wat als die straks allemaal niet harder dan 100
mogen rijden.

Als ik er zo over nadenken dan vind ik het allemaal best ingewikkeld.  Ik denk dat ik nog
maar eens een keertje over het heelal ga nadenken.

 

 

  1. Laurent (reply)

    16 november 2019 at 21:37

    Ik zal me er braaf maar knarsetandend aan houden. Het heeft te maken met het feit dat je te weinig stimulansen krijgt als je 100 rijdt op een lege weg. Ik denk dat ze visuele effecten aan moeten brengen die je ervaring levendiger maken, waardoor je niet harder wílt rijden.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Heuvelachtige elementen 12 november 2019

 

Neem bovenstaande foto even in u op. Hij is zondagmorgen gemaakt op de Stratumsche Heide
in Eindhoven. Dat is het natuurgebied dat op tien minuten lopen van ons huis ligt. Van daar
kun je, goeddeels over onverharde wegen, naar de grens met België lopen. Daarom zeg ik
wel eens: wij hebben een enorme achtertuin.

Het is ook het gebied waar zich mijn fysieke strijd tegen de kilo’s afspeelt. Ik wandel er veel.
Op zondagmorgen lopen er soms groepjes mensen hard.  Vanmorgen kwam er een groepje
de hei opgestormd vanaf de voetgangersbrug over de A67.

Het waren mannen en vrouwen tussen naar schatting de dertig en de zestig jaar. Waar vogelaars
zich op hun speurtochten door de natuur zoveel mogelijk in zwart of donkerblauw te kleden,
droegen de hardlopers felgekleurde en soms fluorescerende kleding.

Voor dieren zo afschrikwekkend dat ik vind dat die mensen eigenlijk een vergunning zouden
moeten hebben, verstrekt van overheidswege. Er zijn in ons land zoveel regels dat je mij niet
wijsmaakt dat er niet ergens een verordening is op grond waarvan het gifgroen en het hoofdpijn
veroorzakende oranje in de natuur kan worden vervangen door een keurig zwart shirtje.

De groep werd geleid door een kale vijftiger, type sergeant. Hoe kan het ook anders. Hij gaf
de hardlopers opdracht zich even te ontspannen voordat de op een carnavalsoptocht gelijkende
stoet zich weer in beweging zou zetten.

“Even goed ontspannen”, riep de hardloopgoeroe. “Want we gaan zo verder over een terrein
met heuvelachtige elementen”.  Van waar hij stond en vanwaar de groep kwam, kon je maar
op één manier verder.

En dan vraag ik nog een keer: kijk nog eens goed naar die heuvelachtige elementen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Collateral damage van Brabantse CDA-bom kan groter worden 11 november 2019

De twee Brabantse CDA-gedeputeerden Marianne van der Sloot en Renze Bergsma die
vrijdagnacht opstapten worden nog even niet vervangen. Hun taken worden verdeeld
over de vijf andere gedeputeerden.

Vrijdagnacht na de Statenvergadering kondigden beiden hun ontslag aan. Op datzelfde
moment werden hun verklaringen schriftelijk aan de pers uitgedeeld. Dat betekent dus
dat de kroniek van een aangekondigde dood al eerder die avond was geschreven.

In datzelfde bericht stond dat VVD-leider Christophe van der Maat niet opnieuw gaat
onderhandelingen en dat zijn collega’s nog even niet worden vervangen. Alle energie
wordt nu gestoken in het oplossen van de stikstofproblemen en niet in partijpolitiek
gesteggel. Die laatste zijn mijn woorden. Dat was dus ook al eerder besloten. De nacht
was al te ver gevorderd om daar nog over te debatteren. Timing is alles.

De VVD-fractie stuurde afgelopen weekend een lang persbericht waarin dat nog eens
werd bevestigd. Nu de handen uit de mouwen, de poppetjes komen later wel. Wanneer
later is, is de vraag. Het oplossen van de stikstofcrisis kan nog wel een generatie duren,
bij wijze van spreken.

Renze Bergsma was gedeputeerde van veiligheid. Daar gaat de provincie niet over, zijn
aanstelling was een douceurtje voor het CDA. Zijn portefeuille was luxe. Van der Sloot
was gedeputeerde van sport, cultuur en kleine kernen.

Nou wil het geval dat Brabant zichzelf graag profileert als dé sportprovincie van Nederland.
Dan is het wel fijn dat de sportwereld een gedeputeerde heeft die erop toeziet dat het
sportklimaat optimaal blijft.

Brabant loopt op cultuurgebied niet echt voorop. Maar, Brabant is economisch booming
en trekt veel kenniswerkers uit de hele wereld aan. Die strijken vooral neer in Eindhoven
en omgeving en de roep op een breder cultureel aanbod is daar luid. Dan is een cultureel
pleitbezorger in het dagelijks bestuur van de provincie geen luxe.

Kleine kernen zijn er in Brabant te over. Iedereen kent de problemen. Ze lopen leeg en dat
tast de leefbaarheid aan. Een gedeputeerde kan beleid maken om dat te keren.

Drie megaklussen die nu worden ondergebracht bij mensen die de handen vol hebben
aan de stikstofcrisis, het dichtslibbende wegennet, de stagnerende woningbouw en het
op peil houden van de economie.

Omdat een dag maar 24 uur heeft, zal het gat dat de twee gedeputeerden achterlaten veel
groter zijn dan nu lijkt. Oftewel: de collateral damage van de bom die de CDA-fractie gooide
zal wel eens groter kunnen zijn dan nu nog lijkt. Niet alleen de boeren verliezen een vriend,
ook de sportsector, de culturele sector en de Vereniging van Kleine Kernen moeten vrezen.

De vraag is wanneer er een Statenlid opstaat dat zich hardop afvraagt of de coalitiepartijen
onder leiding van de VVD niet misschien toch ergens een poppetje moeten zoeken om te
voorkomen dat straks alleen de automobilisten en ondernemers nog profijt hebben van
het provinciebestuur.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CDA Brabant gokt en verliest 9 november 2019

Dit is de analyse die ik schreef voor Omroep Brabant over de bestuurscrisis in
onze provincie.

Het CDA in Brabant heeft gegokt en verloren. De partij dacht iets voor de boeren te kunnen
betekenen, maar het tegendeel is waar. Alle macht glipte de christendemocraten vrijdagnacht
uit handen toen na vijftien uur discussie bleek dat de meerderheid  voor uitstel van
de deadline waarbinnen boeren een vergunning voor een milieuvriendelijke stal moeten aanvragen,
er nooit was en er deze bestuursperiode ook nooit zal komen. In plaats daarvan verloor het CDA haar
gedeputeerden en feitelijk de invloed in de coalitie.

Het CDA was vroeger in Brabant verzekerd van regeringsmacht. De afgelopen jaren was de “boerenpartij”
veroordeeld tot de oppositiebankjes. Dit jaar lukte het de christendemocraten weer om terug te keren
op het pluche. In de verkiezingscampagne had het CDA zich wederom opgeworpen als pleitbezorger
van de boeren die de jaren daarvoor door een coalitie van VVD, PvdA, D66 en SP de duimschroeven
waren aangedraaid.

De partij had geluk dat GroenLinks als één van de winnaars uit de verkiezingen kwam. Grootste partij
VVD wilde niet met èn  D66 èn PvdA èn SP in de één coalitie. Dat was te veel geweld op de linkerflank.
De SP verloor de strijd en omwille van een meerderheid mocht het CDA mee doen. Het CDA wist ook wel
dat dat oude regeringsblok zo hard was als graniet, maar rekende stilletjes wel in dat blok een bres te
kunnen slaan. Dus het CDA stapte in de coalitie.

Dat was het begin van een korte en pijnlijke lijdensweg voor het CDA. Er bleek geen bres te slaan in het
stikstofbeleid dat VVD, D66 en PvdA samen hadden gesmeed. Sterker nog, met de komst van GroenLinks
was er een granietblok ontstaan met daarvoor een schild van plaatbeton.

Het CDA voerde dapper strijd. Geduldig sloegen Ankie de Hoon en haar partijgenoten op het betonblok. Het
ging de lokale CDA-bonzen niet snel genoeg. Zij eisten dat de fractie het anti-tankgeschut in stelling zou
brengen. Hoezeer de fractie ook pleitte dat dat misschien wel tot onherstelbare schade zou leiden bleef de
achterban schreeuwen om grof geweld.

Dat werd vrijdagnacht ingezet. De klap was oorverdovend. Als het stof is opgetrokken zullen de
lokalo’s vaststellen dat ze hun gedeputeerden kwijt zijn en daarmee feitelijk de macht. Ze zullen
vaststellen dat de boeren hun meest invloedrijke bondgenoot in het Brabantse Parlement zijn kwijtgeraakt.
Ze zullen moeten vaststellen dat de nevenschade als gevolg van hun roep om grof geschut niet te
overzien is. Ze zullen moeten vaststellen dat ze gegokt hebben en verloren hebben.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Veghel terug op de poef 6 november 2019

Nu ik een jaartje als hoofdredacteur van de lokale omroep rondloop in Meierijstad begin ik een
heel klein beetje zicht te krijgen op de lokale verhoudingen. Ik kan ze nog niet doorgronden,
daar is veel meer tijd voor nodig, misschien wel meer tijd dan mij – tot aan mijn pensioen over
ruim twee jaar – is gegund.

Meierijstad is een samenraapsel van Sint-Oedenrode, Schijndel en Veghel. Ik heb tot nog toe
niemand gesproken die dat een logische keuze vond. Laat staan dat ik iemand heb gesproken
die zichzelf een inwoner van Meierijstad vindt. Dat hoeft ook niet. Eigenheid is een groot goed.

De drie dorpen zijn totaal verschillend. Marrik van Rozendaal van D66 omschreef het in maart
zo (ik vertaal het vrij): Veghel blinkt uit in ondernemerschap. Rooi blinkt uit in cultuurhistorie
en Schijndel blinkt uit in sociaal en inclusief denken.

Van de drie dorpen is Veghel het meest stads of beter gezegd: het minst dorps. Dat kan ook
niet anders als je bedenkt dat daar de grote bedrijven zijn gevestigd: Jumbo, Sligro, Vanderlande,
Hutten, ‘de’ Mars, enzovoort. Dat trekt mensen aan die verder kijken dan het dorp waar ze
toevallig werken. Dat heeft invloed, zoals ook expats uit de hele wereld invloed hebben op Eindhoven.

Je kunt lang en breed praten over de keuze die drie dorpen samen te voegen, maar hij is
met volle verstand gemaakt en dan moet je profiteren van elkaars sterke punten. Dat
blijkt nog verdomd moeilijk. Veghel heeft een winkelhart dat gereanimeerd moet worden.
Er staan heel veel winkels leeg. De gemeente heeft nu een herstelplan gemaakt, waar op één
na alle politieke partijen het mee eens zijn. Daar is nog geen geld voor, maar de intentie is
er en dat is wat waard.  Het moet in ieder geval allemaal kleiner en compacter. Veghel moet niet
langer concurreren met Den Bosch, maar vooral zichzelf blijven.

Dat getuigt van realiteitszin. Wat dan opvalt in de gemeentelijke vergaderingen is de bijna
vileine ondertoon waarmee lokale politici met hun wortels in Schijndel, Veghel terug naar de poef
sturen. Diezelfde Marrik van Rozendaal uit Schijndel noemt het een “correctie op de stedelijke
ambitie van Veghel”.  Het wordt dorpser en leuker, zei hij. Zijn dorpsgenoot Laurens van Voorst
van Hart zei: “We moeten wennen aan het idee dat Veghel een dorp is”.

Het doet mij denken aan de situatie in Zuidoost-Brabant, nu bekend als Brainport of de
Metropoolregio Eindhoven. Dat gebied is vooral dankzij Eindhoven een Nederlandse mainport
geworden. De kleine gemeenten gooien vooral de hakken in het zand.  Ondertussen profiteren
ze allemaal mee van de welvaart en de aantrekkingskracht van Eindhoven.

In Meierijstad klinkt soms een zwakke roep om de blik richting buurman Brainport te richten.
Bedrijven als Jumbo doen dat al lang. Jumbo is één van de vijf bedrijven die zich met de naam
Brainport als shirtsponsor verbonden hebben aan PSV. Bob Hutten van het gelijknamige
cateringbedrijf heeft al eens gewaarschuwd voor bekrompenheid. Dat soort bedrijven is de
dorpse mentaliteit allang voorbij.

Maar ze zien ze in Brainport al aankomen, die politici die Veghel terug op de poef willen. Volgens
mij wordt daar op Strijp-T heel hard om gelachen.

Een groot deel van de welvaart van Meierijstad is te danken aan de aantrekkingskracht van Veghel.
Je mag toch hopen dat het chauvinisme in de andere dorpen er niet toe leidt dat dat uit het oog wordt
verloren. In Meierijstad noemen ze de ombouw van het winkelhart van Veghel één van de grootste
opgaven. Hopelijk mondt dat er niet in uit dat de cultuurhistorici uit Sint-Oedenrode en de sociaal
geëngageerde Schijndelaren de kip met de gouden eieren gaan slachten omdat ze het niet kunnen
verkroppen dat ze niet meer alleen de baas zijn over hun eigen koninkrijkje.

  1. Laurens van Voorst (reply)

    6 november 2019 at 09:43

    Een wel heel wonderlijke analyse.

    Veghel de kip met gouden eieren? Wil de schrijver zich alsjeblieft eens verdiepen in de financiële sores die Veghel als bruidsschat inbracht? Ik som nog maar eens op: de schuld per inwoner was groter dan de staatsschuld per inwoner, de structurele uitgaven waren hoger dan de structurele inkomsten en het lokken van al die bedrijven maakte Veghel bijna failliet. 175 miljoen aan onverkochte bedrijfsgrond is nogal veel voor een gemeente van, destijds, 35.000 inwoners. Na Lelystad had Veghel de hoogste schuldquote van Nederland, meneer De Vries.

    De prijs die Veghelaren daarvoor moesten betalen was fors. Schoolgebouwen en het zwembad werden ondanks noodzaak niet gerenoveerd en alles wat met het sociaal domein te maken had werd veronachtzaamd. Het centrum kakte in omdat de gemeente invloedrijke ondernemers de vrijheid gaven om aan de Noordkade een concurrent van dat centrum te ontwikkelen. Alles voor de grote entrepreneurs.

    Vriend en vijand weten dat Veghel bij Schijndel aanklopte omdat juist díe gemeente werd beschouwd als kip met gouden eieren. Dat deed Veghel met succes. Het armoedebeleid in Veghel is op Schijndels niveau gebracht, scholen worden opgeknapt, een nieuw zwembad is aanstaande en Erp gaat mogelijk een 19,5 miljoen kostend Omnipark krijgen. En eindelijk wordt er ingegrepen in het centrum. Waarbij de externe adviseur tijdens een presentatie het centrum van Schijndel als lichtend voorbeeld beschouwde.

    Hopelijk mondt het allemaal niet uit dat Veghel de cultuurhistorie van Sint-Oedenrode en het sociaal beleid van Schijndel gaan slachten omdat Veghel het niet kan verkroppen dat er meer in het leven is dan bedrijfsterreinen en asfalt.

  2. Jan de Vries (reply)

    11 november 2019 at 07:52

    Beste Laurens,

    Mijn kollumpje (geen analyse) gaat over heden en toekomst. Jouw reactie gaat over verleden. Daarmee onderstreept jouw reactie precies wat ik bedoelde. Voor mij is niet de vraag hoe het vroeger was, voor mij is de vraag hoe de hele gemeente Meierijstad kan profiteren van het economisch potentieel van Veghel nadat die gemeente door Schijndel uit het moeras is getrokken (en van het sociale karakter van Schijndel en de besef van cultuurhistorie van Sint-Oedenrode). Om dat te sturen heb je bestuurders en politici nodig die kansen zien en die over het verleden en de schaduw van hun oude gemeente heen kunnen stappen. Jouw scherpe geest en eloquentie kennende denk ik dat je die kansen ziet en ook pakt.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Eindbestemming Den Haag 5 november 2019

Een week geleden stond er in de krant een interview met een vrolijke treinconducteur.
Het was niet zo dat hij tijdens dat interview zo vrolijk was. Nee, hij is tijdens zijn werk
altijd zo opvallend vrolijk dat de krant hem daarom interviewde.

Aangezien er in de krant meestal dingen staan die afwijken van het dagelijkse is een
vrolijke conducteur schijnbaar heel bijzonder. Hij wilde overigens niet met naam
en toenaam in de krant.

Ik heb veertien jaar dagelijks met de trein gependeld tussen mijn woonplaats en de plaats
waar ik werk. Eerlijk is eerlijk, het aantal vertragingen en ander ongenoegens was in
die jaren zo gering dat het, afgezet tegen het aantal reisdagen, te verwaarlozen is.
Je hebt mij zelden over de NS horen klagen.

Het enige dat mij altijd opviel was dat de conducteurs doorgaans weinig toegankelijke
mensen waren, die het liefst zwijgzaam langs de tweedeklasreizigers snelden om lekker
languit in de eersteklasstoelen te kunnen gaan zitten klessebessen met collega’s.

Ik vond dat niet erg, want je kunt veel van mij zeggen, maar niet dat ik indertijd een vrolijke
frans was, die zat te wachten op een praatje met een conducteur. Nu wel? Mwah . . . mensen
die mij kennen zeggen dat ik veranderd ben.

Afgelopen weekend reisde ik weer eens met de trein. En verdomd, ik had ook een
vrolijke conducteur.

Eerst lulde hij ons door de intercom de oren van het hoofd over stationnetjes die zo waren
aangelegd dat wij daar allemaal langs zouden komen. Zijn hoogtepunt had hij toen hij vertelde
dat het eindpunt Den Haag was. Voor wie daar doelloos naar toe ging – hij zei niet kansloos,
wat meer voor de hand had gelegen – had hij een tip. In Den Haag kon je altijd deelnemen
aan een demonstratie.

Toen hij mijn OV-kaart scande (ik hoopte vurig dat hij mij niet, zoals veel chagrijnige
treinreizigers, belachelijk zou maken omdat ik een keuzedag had ingewisseld)  en hij door de
schommeling van de trein uit zijn evenwicht raakte, zei hij:  “Zat ik toch bijna bij u op schoot”.

Ik stapte uit en zag alle medereizigers met een hele grote glimlach op het gezicht. Aanvankelijk
vond ik de vrolijke conducteur een klein beetje over de top (het feit dat ik me niet kapot
ergerde aan “die aansteller”, bewijst al dat ik milder ben geworden), maar als je zoveel mensen
met een glimlach aan de dag laat beginnen dan ben je een held. Al helemaal als de
eindbestemming Den Haag is.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Interessant fossiel 4 november 2019

Het meest fascinerende aan archeologie vind ik de archeologen. Mannen en vrouwen
die in extase raken als tijdens een opgraving sporen worden gevonden.

Regelmatig heb ik als journalist aan de rand van een kuil gestaan terwijl beneden mij
opgetogen archeologen mij probeerden mee te slepen in hun opwinding.

Zij hadden ons in onze laarzen gelokt met een ronkend persbericht waarin stond
dat er sporen van een middeleeuwse boerderij waren gevonden. In mijn verbeelding
zag ik op weg naar de plaats delict zag ik stenen, verrotte eikenhouten palen en botten
van dieren.

Eenmaal ik het kielzog van een archeoloog (“kijk uit waar je loop”) zagen wij in de
kuil een paar gaten. Soms een lichte verkleuring van de grond. Dat vind ik niks
bijzonders want als wij als kinderen in het weiland achter ons huis een kuil groeven
kwamen we ook om de twintig centimeter andere kleur grond tegen. Het begon met
blauwgrijze rivierklei en eindigde met goudgeel zand.

Je doet mij ook geen plezier met hopen stenen die in mijn hoofd maar geen Romeinse
badhuizen willen worden. Behalve Pompeï.  Daar ben ik al een paar keer geweest en
dat vind ik prachtig. (Het mooiste moment was toen ik daar met een groep
voetbalsupporters was en er een naar zijn moeder appte: mam, die was al zo toen
wij hier kwamen).  Maar Knossos bijvoorbeeld kon mij niet bekoren.

Sommige mensen kunnen ook lyrisch raken over fossielen. Schelpjes in een steen,
of andersom dat weet ik nooit. Het zegt mij niks.

Waar mijn vrouw mij op wees tijdens een wandeling vond ik dan weer wel interessant.
Kijk zei ze, wijzend op een witte streep die een fietspad in tweeën sneed. Ik keek en
zag een eikenblad op die witte streep. Tja, zei ik. Kijk nou eens goed, zei ze. Ik dook
er bovenop. Op die streep.

Tot mijn verrassing zag ik een witte streep waarin de vorm van een blad was uitgespaard.
Dat blad lag er dus toen de streep werd getrokken en is daarna verdwenen. Kijk, dat
vind ik nou een interessant fossiel voor de soort die ons op deze aarde aflost.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *