Boerkini 25 augustus 2016

Een week lang lees ik met stijgende verbazing de verhalen over het
boerkiniverbod in Frankrijk.

Frankrijk kent een strikte scheiding tussen kerk en staat en daarom
leggen Fransen het dragen van een boerkini uit als een provocatie.
Daarom is het best  moeilijk te oordelen als je niet bent opgegroeid
met de Franse normen en waarden.

Dat maakt zo’n discussie ook zo moeilijk te begrijpen. Dat argument
van provocatie in relatie tot die strikte scheiding kan ik nog enigszins
bevatten.

Ik las ook dat rechters het dragen van deze zwemkleding uitleggen als het
ontkennen van het vrouwelijk lichaam. Het eerste wat ik dacht toen
ik dat las was: geilapen. Vrouwen maken zelf uit hoeveel lichaam zij
op een strand willen erkennen.

De politiek correcten willen geen boerkini omdat dat een
uiting zou zijn van vrouwelijke onderdrukking. Ook daar gaan die vrouwen
zelf over. Ik voelde meer voor een argument dat ik later las, namelijk
dat we blij moeten zijn dat moslimvrouwen nu naar het strand kunnen.
Hun seksegenoten die echt onderdrukt worden komen niet op het strand.

Gisteren verschenen foto’s waarop te zien was dat vier politiemannen
een vrouw  dwongen haar kleding uit te doen. Ze bleek geen boerkini te
dragen maar “gewone” kleding. Vier politiemannen tegen één vrouw.
Als dat geen onderdrukking wat is het dan wel? Ik geef het antwoord:
totale vernedering.

Wat ik wel probeer te begrijpen is waarom zoveel politiemannen met
dit weer op het strand patrouilleren. Ik denk dat ik het weet.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Flexwerk 23 augustus 2016

Dit land is gek maar niet verloren. De laatste regeringen lijken nog
het meest op twee mensen die over een slap koord moeten en die
weten dat dat alleen kan als de ander de balans bewaart door
voorzichtig een klein beetje naar links of rechts te buigen. Zo
zullen ze veilig de overkant halen terwijl het publiek beneden
ondertussen van de spanning een hartverzakking krijgt.

Tot zover de beeldspraak. De afgelopen jaren heeft de overheid
geprivatiseerd. Kregen wij vroeger gas, water, licht en TV-signalen van
gemeentelijke bedrijven, tegenwoordig is dat in handen van
commerciëlen. Zo kan het gebeuren dat de ene voetballiefhebber wel
eredivisiewedstrijden kan kijken en de andere niet omdat providers
ruzie hebben met het bedrijf dat het meeste geld betaalt om die
wedstrijden uit te kunnen zenden. Voetbal is niet meer volkssport nummer
één maar Fox Sports nummer één.

De zorg is uitbesteed aan het bedrijfsleven. De overheid wordt pas
om hulp geroepen als de bedrijven de ooit zo dienstbare organisaties
zover hebben leeg getrokken dat er een faillissement dreigt.

Afgelopen weekend las ik hoeveel sociale woningen inmiddels aan
beleggers zijn verkocht. Dat schijnt goeie business te zijn. Waardevast
en elk jaar ruim twee procent huurverhoging boven de inflatie. Er zijn
woningcorporaties die hun taak wel begrijpen en maar één procent
huurverhoging vragen. Beleggers willen het volle pond. Wij klagen nog
steeds over het kwartje van Kok, maar dat was peanuts bij de aanslag die
er op de portemonnee wordt gepleegd van de mensen die aangewezen
zijn op een sociale huurwoning.

Wat te denken van flexwerken. Daar heb ik me al eens vaker druk over
gemaakt omdat ik om mij heen de gevolgen zie. Schandalig hoe deze
regering omgaat met ZZP’ers.

Maar, wat ik zeg: het is nog niet verloren. D66 nota bene, toch niet echt
een partij voor de arbeiders, begint te schuiven. Die club van
sherry-sjorsen wil minder flexwerk en meer vaste banen. Het is een
beginnetje.

  1. Harry Perton (reply)

    24 augustus 2016 at 19:51

    D66 wil inderdaad meer vaste banen, maar met een versoepeld ontslagrecht. Dus het geeft met de ene hand, wat het met de andere hand weer terugneemt.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (413) Don G. 22 augustus 2016

(Door Marlies)

Ik had het beloofd: een stukkie over de Don Giovanni in Drottningholm,
ik mag wel zeggen dé Don Giovanni, misschien wel de beste die ik ooit
gezien heb… Nou moet u dat laatste niet helemaal serieus nemen:
ik ben meestal verliefd op de laatst beste productie en op de laatst beste
zanger en die verliefdheden duren vaak maar tot ik mijn eigen man weer
zie… Gelukkig hoef je het menselijk hart niet in stukjes te verdelen als
het op de liefde aankomt: het mijne is groot er is plaats voor veel…

Drottningholm dus en Don Giovanni, vanaf hier liefdevol aangeduid als
Don G. Ik zeg liefdevol, want kwaad kon ik niet worden op bariton Jean
Sébastien Bou; het enige dat hem te verwijten viel was dat hij te charmant
een Fransman was om de vileine Don G. neer te zetten en zou ik normaliter
geen spier vertrokken hebben bij zijn hellegang, nu zuchtte ik van
teleurstelling: zonde van zo’n knappe vent… Zijn geluid was eerder fluwelig
dan vilein, hoewel het stevig genoeg was om dwars door het af en toe best
luid spelende orkest heen te komen…

De show-steler was voor mij Leporello, iets groter dan zijn baas en een
minstens even knappe vent met een goed lijf en ik kan het weten want
ik heb ‘m bloot gezien… Merkt u hoe de details steeds sappiger worden?

Het was een sterk fysieke voorstelling, hoog tempo (mede dankzij een
uitstekende en snel reagerende recitatief-begeleider, die terecht na afloop
applaus van dirigent Minkowski kreeg), veel verkleedpartijen, gerèn,
gespring en gevecht… en allemaal uiterst realistisch.

De scène waarin Don G. bijna zijn knecht vermoordt was zo heftig dat ik even
vreesde voor het leven van dondersteen Leporello (Robert Gleadow). Hijzelf
trouwens ook, want erná kwam hij op in zijn eigen kleren: hij wilde niet meer
blijven. Don G. haalt hem over dat wel te doen en Leporello verkleedt zich weer
naar azijn toneelkostuum, maar het vertrouwen is weg en blijft weg.

De allerleukste oplossing betrof de Catalogusaria. In de oorspronkelijke versie
haalt Leporello het boekje tevoorschijn waarin de veroveringen van zijn baas
staan en begint hij aan Donna Elvira voor te lezen wat Don G. zoal aan vrouwen
in zijn bed heeft gehad in de afgelopen jaren.

Hier waren de aantallen op het lijf geschreven van Leporello en dat bedoel ik
letterlijk. In de aanloop naar de aria begon hij zich als een razende uit te kleden,
tot aan zijn boxershort. In zijn geval niet heel erg, het was zoals gezegd een
knappe man, maar het operapubliek was wel verbaasd een volledig getatoeëerd
lijf tevoorschijn te zien komen.

On-opera-achtig gejoel was zijn deel en hij vond het geweldig. Hij wijst vervolgens
gedurende de aria de getalletjes op zijn lijf aan. Op het laatst draait hij zijn achterste
in de richting van Donna Elvira, die op een verkleedkist zit toe te kijken.
Ik dacht, “ze zal toch niet???” En jawel hoor ‘ze zal toch wél!’ Ze trekt zijn boxershort
tot onder zijn billen en hij draait zijn achterwerk naar de zaal en daar staan de laatste
gegevens op.

Een van mijn gasten merkte achteraf droogjes op: “dat was nog eens functioneel
bloot!” En ik zeg u: het was geen moment ordinair.

Een aparte vermelding nog voor Donna Elvira, die in een mannenkostuum over het
toneel rende, overal tegelijk leek te zijn en altijd op tijd en die zich heerlijk opwond
over zoveel ontrouw en slechtigheid. Vrouw naar mijn hart, peper in haar reet…

Ik had een heerlijke avond, op het puntje van mijn bankje (samen met nog een stuk
of twintig Zweden, wat een spartaans gestoelte hebben ze in Drottningholm). Geen
van mijn gasten had trouwens ook maar enigszins gemerkt hóe spartaans het gestoelte
was, zo waren ze in beslag genomen geweest door de avonturen van Don G. in
Drottningholm.

Ik kon geen filmpje vinden op YouTube dat ook maar een beetje in de richting kwam
van wat we gezien hebben, daarom een gedenkwaardige slotscène uit een versie
met Samuel Ramey als Don G.  en Kurt Moll als de Commendatore. Over het machtige
akkoord dat aan deze scène vooraf gaat heb ik al eens geschreven. Als u dat nog een
wil lezen klik dan hier.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Mart 22 augustus 2016

(Door Ab Klaassens)

Terwijl ik de vaatwasser vulde liet ik een bord uit m’n handen
vallen toen ik hoorde dat Mart Smeets was begonnen aan z’n
laatste commentaar voor de NPS bij een sportgebeurtenis.

Het ging om de finale in het basketballtoernooi van de Olympische
spelen: de  strijd tussen de Amerikaanse sportrijken en de iets
minder bedeelde Serviërs.

Meestal draai ik het geluid weg als Mart Smeets me begint te
vertellen wat er op TV te zien is terwijl ik dat zelf wel kan zien.
Maar deze keer bleef ik even luisteren om te genieten van het
moment dat het nu echt voorbij is.

Hopelijk voor het laatst luisterde ik naar de stem van de arrogantie,
de stem van de verslaggever  die verliezers genadeloos wegzette als
‘die hebben hier dus niks te zoeken’.

Jarenlang volgde hij het wielrennen. Jarenlang had hij niet in de
gaten dat sommige renners, zoals zijn grote vriend Lance Armstrong,
hun kwaliteiten te danken hadden aan een apotheker.

Opgeruimd staat netjes.

 

 

  1. Jos Tielen (reply)

    22 augustus 2016 at 11:44

    Is me uit het hart gegrepen Ab! Wat een nare man. Mijn ergernis begon ergens in de tijd dat hij nog samen met Jean Nelissen verslag deed van de Tour. Hoe hij Jean met grote regelmaat schoffeerde met zijn betweterige opmerkingen. Jean gebruikte als trapje om met zijn arrogante hoofd boven het maaiveld uit te kunnen steken. En hoe hij na het overlijden van Jean gretig meelifte op diens populariteit; Mart was immers altijd de grote vriend van Jean geweest. Walgelijk!
    Maar is hij nu echt gestopt? Voor mijn gevoel wordt me dat al jaren beloofd. Ik zou voor de zekerheid nog maar wat oud serviesgoed bewaren.

    1. ab klaassens (reply)

      22 augustus 2016 at 21:43

      Ik vrees met grote vreze dat de heer Mart Smeets nog zo’n onuitroeibare
      plaag op TV wordt als de heer Jan Mulder.

  2. Wieneke (reply)

    22 augustus 2016 at 12:49

    Ik denk dat je toch te vroeg blij bent. Lui als Smeets moet je eerst doodslaan voordat ze echt van de buis verdwijnen. Eens een aandachtsjunk, altijd een aandachtsjunk.

    1. ab klaassens (reply)

      22 augustus 2016 at 22:09

      Bij Van Nieuwkerk, Pauw, Tan , Knevel al die anderen met hun praatprogramma’s
      staat Mart Smeets in het lijstje met vaste gasten. Hij zal daar dus tot in lengte van
      jaren zijn eurootjes bijeen blijven kraaien.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Dafne 18 augustus 2016

Dafne Schippers is tweede geworden op de 200 meter sprint tijdens de
Olympische Spelen in Rio.

Ik las het toen ik vanmorgen het nieuws checkte. Ik was niet vroeg opgestaan
om de race te zien. Die komt vandaag nog tachtig keer langs. Terwijl ik op
het schermpje van mijn smartphone las dat Dafne zo aangeslagen was dat
ze – gelijk de eerste de beste voetballer – met deuren had gesmeten, zag ik vanuit mijn
raam een vuurrode zon langzaam boven de bossen uit klimmen.

Ik werd vervuld van blijdschap want gisteren dacht ik nog dat de zon nooit meer op
zou komen als Dafne niet de gouden medaille zou winnen. Dat viel dus mee en
tevreden zag ik dat het zonnetje van vuurrood was veranderd in goudgeel. Alsof hij wilde
zeggen: er is maar één gouden medaille die er toe doet en dat ben ik.

Ik ben niet zo sportminded. Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog nooit van
Dafne had gehoord totdat ze bij De Wereld Draait Door te gast was. Wat
ik begreep was dat het heel bijzonder was dat een mooie blonde vrouw zo
verschrikkelijk hard kon lopen. Ze was vooral heer en meester op de 200
meter sprint. Dat leek mij op zich een respectabele prestatie.

Maar ik merkte in die uitzending ook dat Matthijs van Nieuwkerk dat niet
genoeg vond. Deze Dafne moest tijdens de Olympische Spelen de
Koningin van de 100 meter worden. Dat, zo hoorde ik, is het allerbelangrijkste
onderdeel van het hele Olympische feest.

Ik zag Dafne twijfelen en de druk op haar toenemen. Matthijs wist niet van
wijken. Dafne zou en moest die 100 meter lopen. Mathijs zweepte het hele
Nederlandse volk op. Dafne, Dafne, Dafne . . . .

Ze bezweek en de rest is geschiedenis. Zilver is mooi, heel mooi. Een
hoogtepunt in de Nederlandse atletiekgeschiedenis. Maar Dafne sloeg met
deuren. Ze had niet voldaan aan de hype die er om haar heen was
gecreëerd. Matthijs bedankt.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (412) Stockholm 18 augustus 2016

(Door Marlies)

Zo, wat een mooie vier dagen hadden we in Stockholm. Geweldig! Ik ga u niet vermoeien
met praatjes over een geweldig hotel, lekker eten, een vrijwel vlekkeloos verlopen heen- en
terugreis en meer van dat soort dingen, u zou er eens jaloers van kunnen worden… Zelfs
over de geweldige gids zal ik zwijgen; als u ooit naar Stockholm gaat: stuur me een mail
en ik vertel u wie u moet hebben voor de mooie verhalen.

Waar ik u wel mooi over kan vertellen zijn de twee opera’s waar we naartoe geweest zijn. Twee
goeie van Mozart: ‘Cosí fan tutte’ en ‘Don Giovanni’. Over beide opera’s zal ik vast wel eens
geschreven hebben, maar nu heb ik weer nieuwe sappige details en dus een reden om
het er weer eens over te hebben.

Laten we beginnen met Cosí (in Nederland ook wel liefdevol uitgescholden als ‘Koosje van Tutte’).
Mozart componeerde ‘Così fan tutte, ossia La scuola degli amanti’ in 1789. Het is een twee-akter
op teksten van zijn min of meer vaste librettist: Lorenzo da Ponte. De première op 26 januari 1790
in Wenen was een groot succes. Jammer was het dat keizer Jozef II op 20 februari 1790 overleed
en alle theaters tijdelijk werden gesloten. Pas in juni 1790 werd de opera weer opnieuw opgevoerd.

Het thema is volstrekt tijdloos, dat is vast ook een van de redenen waarom-ie zo vaak opgevoerd
wordt. De thema’s: liefde en bedrog, vriendschap en verraad, idealen en desillusies, verleiding
n moraliteit.

Plot:
De jonge officieren Guglielmo en Ferrando scheppen bij hun oudere vriend Don Alfonso op over
de trouw van hun geliefden. Don Alfonso is van mening dat alle vrouwelijke schepsels in de liefde
niet te vertrouwen zijn en wil zijn gelijk bewijzen. De twee officieren willen meewerken aan een
weddenschap om hun verloofden te testen en er wordt een complotje gesmeed: Ferrando en
Guglielmo doen net alsof ze zijn weggeroepen naar het front. De heren worden uitgezwaaid in
een van de mooiste trio’s die Mozart ooit geschreven heeft: ‘Soave sia il vento’: moge de wind en
de wolken u gunstig gezind zijn.

Ze komen terug, vermomd als Albaniërs en doen hun best om Fiordiligi en Dorabella te verleiden.
In eerste instantie lukt het hen niet de dames te verleiden en ze melden zich bij Don Alfonso om
te cashen, ze vinden dat ze de weddenschap gewonnen hebben. Don Alfonso echter is een oudere
man met veel ervaring en hij vindt het nog te vroeg om de weddenschap te beëindigen.

Uiteindelijk krijgen de dames toch een oogje op de Albaniërs en ze beginnen te flirten met de
ermomde verloofden – de één met de verloofde van de ander. Om de test te voltooien wordt zelfs
dubbele bruiloft gepland!

Maar dan houdt de vermomming geen stand onder de druk van al de verleidingen en intriges en de
vier geliefden pakken de draad van het leven weer op.

Resultaat is – vooral volgens Don Alfonso – dat zowel vrouwen als mannen niet in staat zijn om
trouw te blijven aan hun geliefde. Da’s geen reden voor chagrijn, er zit niet één chagrijnige noot
in deze hele opera….

En wat nou zo grappig was: de rectitatieven (en in Don Alfonso’s geval ook delen van de aria’s)
waren in het Zweeds. Het duurde even voordat ik het door had…. de Zweden om mij heen zaten af
en toe te grinniken en de grap ontging mij. Op een gegeven moment had ik het door. Het werd zo
goed en vlot gedaan dat het volkomen organisch leek en ik kan niet beoordelen of er harkerige
vertalingen bij zaten; ik spreek geen Zweeds…

Nog gauw even over de geweldige locatie waar we zaten: Ulriksdals Slottsteater Confidencen is het
oudste Rococo-theater in Zweden en het ligt in een Nationaal Stedelijk Park. Het werd in gebruik
genomen in 1753 en gebruikt door Koning Gustav III en is nu in gebruik als zomertheater voor opera,
ballet en concerten.

Het heet Confidencen omdat de middelste kamer getransformeerd was in een eetkamer met een
“table à confidence”: een tafel die gedekt werd in de kelder en door de vloer heen gehesen werd door
een ingenieus systeem. Zo konden de edelen genieten van hun eten zonder de aanwezigheid van bedienden.

In het filmpje nogmaals het prachtige trio waar de dames afscheid nemen en hun gelieven uitzwaaien.
Deze opname is niet uit Confidencen, maar van het Glyndebourne festival van 2006.

 

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Hans van Zetten 17 augustus 2016

Soms denken mensen dat ik vind dat in mijn vak vroeger alles beter
was. Niet omdat ik dat zeg maar omdat ik wel eens anekdotes vertel
die door slechte toehoorders worden uitgelegd als het verheerlijken
van het verleden.

Wat niet beter was, was de soms ronduit hautaine houding van
belerende journalisten. Wij waren voorbestemd het volk te verheffen,
vonden we. Niet voor niks werden we jaren geleden onze bunkers
uitgejaagd om eerst maar eens naar het volk te gaan luisteren.
Persoonlijk vind ik dat we doorslaan op de momenten dat het volume
van de schreeuwers belangrijker wordt geacht dan wat er uit de
kelen komt.

Vroeger moest je bloedobjectief zijn. Er mocht geen zweem van eigen
mening doorklinken in wat je schreef of wat je zei. Nu beginnen
sommige koppen boven artikelen met: Hartverscheurend! De jonge
journalist is terug bij af.  Hij of zij bepaalt nu zelfs welke gevoelens
het volk moet hebben. Dat durfden wij niet.

Sportcommentatoren die bij het verslaan van een wedstrijd  over
“ons” of “wij” spraken werden door het politiek correct denkende deel
van de linkse journalistieke kerk verguisd. Niks wij, een sportcommentator
diende afstand te houden. De grootste criticasters waren overigens
te vinden op redacties die hun kolommen gebruikten om linkse of
rechtse politici in het zadel te houden.

Nu hebben we Hans van Zetten, turncommentator. Hij is zo enthousiast
dat hij meer klinkt als een uiterst deskundige supporter dan als een
verslaggever in de zuiverste zin van het woord. Het opvallende is dat alle
media nu verhalen over hem schrijven. Hij is de curiositeit. Ik vind het
bijzonder dat  journalisten schrijven over een collega die
enthousiast zijn werk doet. Dat gebeurde vroeger alleen als de
lijst met maatschappelijk relevante onderwerpen uitgeput was. Eigenlijk
was het vroeger veel saaier.

  1. Ximaar (reply)

    17 augustus 2016 at 13:30

    Eigenlijk lift Hans van Z mee op het aanspekelijke succes van Epke Z. Diederik Smit had er wel een aardige bijdrage http://www.nporadio1.nl/sportzomer-2016/onderwerpen/370578-en-hij-staat-het-is-ongekend

  2. Harry Perton (reply)

    20 augustus 2016 at 14:49

    Theo Koomen, was dat ook niet zo’n enthousiaste supporter? Die in zijn radioreportages zelfs een slaapverwekkende Touretappe tot een zinderend gebeuren wist om te smeden? Volgens mij werd er veel over hem geschreven:
    http://www.delpher.nl/nl/kranten/results?query=%22Theo+Koomen%22&page=1&maxperpage=10&coll=ddd

    Dit gaat eveneens op voor Han Hollander, in een nog verder verleden, voor de oorlog:
    http://www.delpher.nl/nl/kranten/results?query=%22Han+Hollander%22&page=1&maxperpage=10&sortfield=date&cql%5B%5D=(date+_gte_+%2201-01-1618%22)&cql%5B%5D=(date+_lte_+%2231-12-1941%22)&coll=ddd

    Vroeger was het dus niet saaier, alleen is sportverslaggeving nogal vergankelijk.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Sport 17 augustus 2016

(Door Ab Klaassens)

Op de radio hoorde ik een atletiekverslaggever zeggen dat een discuswerpster
‘hoge ogen moet gooien’.

Een zwemverslaggever beweerde met grote stelligheid dat de favoriet voor de
titel op de honderd meter vrij ‘door het ijs was gezakt’.

Ook een kans voor verslaggevers is dat de varende sporters op het
Rio-rioolwater een tandje moeten bij zetten terwijl de hulpeloos spartelende
baanwielrenners smeken om een beetje wind in de zeilen.

Gelukkig hebben we nog een deelnemer in de sector knikkeren voor
bejaarden.  Onze enige deelnemer aan het Olympisch golftournooi gaat tot het
gaatje.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Trommelaar 15 augustus 2016

Op de tribune van het Philipsstadion zit een trommelaar. Vanaf mijn
plaats kan ik hem goed zien. Een man met een grote trom.

Hij zit in een hoekje zodat zijn trom de ruimte heeft. Hoewel ik hem
kan zien hoor ik hem weinig. Het is niet zo dat ik hem niet kan horen.
Integendeel. Hij zou op mijn plek luid en duidelijk te horen moeten
zijn. Ik denk zelfs dat hij in het hele stadion te horen moet zijn.

Hij slaat niet vaak de grote trom. Iemand heeft mij ooit verteld dat
hij van stadionwege slechts beperkt op het vel mag rammen. Mensen
zouden er hoorndol van worden.

Ik ben ondertussen in een aantal grote stadions in Europa geweest.
Elk stadion heeft een man met een grote trom. Die slaan er
een wedstrijd lang opzwepend op los. Dat vind ik mooi, het brengt
de sfeer die wedstrijden nodig hebben. Een sfeer die de mannen op
het veld inspireert. Geloof me, ik heb heel wat wedstrijden gezien waar
de trommelaar goed werk had kunnen doen.

Bij het verlaten van het stadion loop ik altijd langs de man en de
trommel. Ik denk dat hij als laatste weg gaat. Het zal niet mee
vallen met zo’n trommel in de massa de trappen af te dalen.

Gisteren liet hij naar afloop een jongetje op zijn trom slaan. Het
knulletje had er zichtbaar en hoorbaar plezier in. Een aantal mensen
in de rij maakte denigrerende opmerkingen over de trommelaar.
Iemand zei dat hij altijd uit de maat slaat. Maar dat vond ik onzin.
Het kan ook niet. De trommelaar is namelijk degene die de maat aangeeft.
Wij, die soms worden aangeduid als theaterpubliek, moeten hem
volgen. Wij moeten hoorndol worden. Voor de sfeer en de inspiratie
op het veld.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Sportcolumn: Yuri van Gelder 14 augustus 2016

Ik heb vandaag weer een gesproken column gemaakt voor de rubriek
“De ergernis van . . .” van het Omroep Brabant-radioprogramma
Sportlunch. Hierbij de geschreven versie.

Ik heb me deze week vooral geërgerd aan de informatievoorziening over Yuri-gate.
Het resultaat is dat ik niemand meer geloof. Bedankt Yuri, bedankt NOC*NSF.

Maandag werd onze Wollukse Yuri van Gelder weggestuurd van de Olympische Spelen.
De uitleg over de reden van deze draconische maatregel kwam druppelsgewijs.
Maandagavond was het nog omdat Yuri een paar biertjes had gedronken.

Ja en . . . dacht ik toen.

Dat dacht iedereen, want al rap werden de verhalen uit NOC*NSF-kamp sterker.
Yuri was stomdronken en luidruchtig het Olympisch Dorp binnen gekomen. Daar hadden
mensen last van gehad.

Ik was nog steeds niet onder de indruk. In het Olympisch Dorp worden karrenvrachten
condooms binnen gereden om te voorkomen dat onbevredigde lusten de sporters dwars
gaan zitten. Je maakt mij niet wijs dat die jongens en meisjes die stomdronken van
opwinding al dat rubber verslijten, zonder daarbij soms hinderlijk te schreeuwen. Je zult
me een appartementje hebben naast zo’n kreunend tennismeisje.

Maar goed, ook dat bleek niet te kloppen.

Tijdens de rechtszaak werd pas duidelijk dat Yuri zonder kennisgeving twee keer uit
het Olympisch Dorp was geglipt. De tweede keer was hij de hele nacht weggebleven. Hij
had een training gemist en hij had ’s middags wartaal uit geslagen. Zijn trainer kon er niet
meer tegen. Nog voordat Yuri zijn laatste biertje had uit geplast zat hij al in het vliegtuig
naar huis.

Dat vond ik verdacht snel. Russen spuiten hun atleten van staatswege al jarenlang vol met
drugs waarmee wij niet eens een mank renpaard durven behandelen. Dan kómt daar
onomstotelijk bewijs van en dan zijn al die sportbaasjes weken met elkaar aan het soebatten
voordat de Russen gewoon mogen komen.

En net als we denken dat we het nu allemaal weten roept NOC*NSF dat Yuri in de rechtszaal
heeft gelogen.

Geef ik dan NOC*NSF gelijk. Niet echt. Ik knapte af toen ik las dat Yuri’s trainer Van Bokhoven
vóór de rechtszaak al zei dat hij het raar zou vinden als Yuri gelijk zou krijgen. Dat zou volgens

hem betekenen dat de hele Nederlandse sportwereld voortaan afhankelijk is van de uitspraak van
een rechter. Dan weet ik al hoe laat het is. Die sportbonzen voelen zich in hun parallelle universum
boven de wet verheven. Dat vind ik vele malen ergerlijker dan een topsporter die z’n stinkende best
doet maar als het er op aankomt in zijn hersenen niet de klik kan maken die nodig is om van een
Lord of the Rings een King of the Rings te maken.

 

 

  1. ab.klaassens (reply)

    14 augustus 2016 at 20:53

    Ik vermoed dat er in deze kwestie meer aan de hand is dan nu openbaar is geworden.
    Het kan toch niet waar zijn dat de leiders van de Olympische equipe een kandidaat-winnaar
    wegsturen vanwege dronkenschap en wat rumoer, negen dagen voor een finale?

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *