Zolang ik mij herinner ben ik al gefascineerd geweest door de maffia.
Niet zozeer door het geweld, maar vooral door de vraag hoe het
bestaat dat de onderwereld zo ver heeft kunnen doordringen in de
bovenwereld. Hoe het kan dat de maffia in sommige delen van Italië
een parallelle economie heeft kunnen stichten die niet meer uit te
roeien is zonder massawerkloosheid.

Boeken vol zijn er over het fenomeen geschreven, een aantal daarvan
heb ik gelezen. Het begon eigenlijk allemaal met onderdrukking door
centrale overheden. Die hadden rentmeesters in dienst die hun macht
misbruikten en anderen afhankelijk maakten. De families van die
rentmeesters werden steeds rijker en machtiger. Uiteindelijk waanden ze
zich onaantastbaar.

De basis voor de maffia werd gelegd in een andere tijd, in een andere
wereld, totdat ik vanmorgen het interview las dat NOS-correspondent
Rop Zoutberg had met de 82-jarige fotografe Letizia Battaglia uit Palermo.
Zij fotografeerde in de jaren tachtig de maffiamoorden op Sicilië.

In het verhaal vertelt ze dat de situatie in Palermo niet altijd zo is geweest.
In de jaren vijftig was het een vriendelijke stad met beleefde mensen.
Toen kwam de verandering vertelt ze:

De grote verandering kwam toen een van de grote maffiafamilies, de
clan dei Corleonesi, zich in Palermo vestigde. En met de clan de heroïne.
“Alles raakte onder de invloed van de criminelen en de afrekeningen
begonnen. Politieagenten werden gedood, rechters, onderzoekers, vrouwen,

kinderen. De maffia wilde de staat worden. Wie zich verzette werd
vermoord.”

Ik moest denken aan interview dat ik onlangs las in de NRC en ik vroeg me
op deze zonnige zondagochtend af hoe wij over twintig jaar terugkijken
op ontwikkelingen die zich nu in mijn gemoedelijke provincie voltrekken.
Een stukje uit dat interview.

“In het zuiden woekert zoveel misdaad dat ze niet overal kunnen snoeien,
vertellen politiemannen Rienk de Groot en Henrie Jozee. Ze wijzen erop dat
er in Brabant al jaren enkele families actief zijn in de criminaliteit. „Het zijn
familienetwerken die steeds groter zijn geworden”, zegt De Groot. Hij is chef
van de recherche in de regio Zeeland-West-Brabant. Jozee is chef van
Oost-Brabant. „Er is geïnvesteerd: jaren geleden begonnen ze met het plegen
van inbraken”, zegt De Groot. „Daarna gingen ze over op de drugs. Nu is het
echt crimineel ondernemerschap. Het zijn families die zich onaantastbaar
voelen, die zo professioneel zijn dat ze het gevoel hebben dat niemand ze iets

kan maken.”

Wie later terug wil blikken op de ontwikkelingen in onze vriendelijke
provincie met beleefde mensen kan nu het beste beginnen met het lezen van
de boeken “De achterkant van Nederland” van Jan Tromp en Pieter Tops en
“We regelen het zelf wel” van Bram Endedijk.

Er zijn vast mensen die vinden dat ik overdrijf. Voor die mensen citeer ik
Letizia Battaglia. Over de moorden in Palermo zegt ze: “Iedereen keek
roerloos toe. Wat was het? Berusting?”

, ,

  1. Gerben (reply)

    21 mei 2017 at 10:54

    Scherpe analyse Jan.
    Wat is de vraag achter de vraag? Hoe komt het mensen zich aangetrokken voelen tot criminele?
    Is dit angst, gebrek aan moraal? Waarom is Trump gekozen, hoort die in fit rijtje thuis?

  2. Jordi (reply)

    21 mei 2017 at 14:37

    Ik vind niet dat je overdrijft. Hier waarschuwen we juist voor. En we hebben iedereen nodig om die boodschap te delen. Goed begin Jan!

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.