(Door Ab Klaassens)

Geert Wilders klaagt dat ‘de elite’ zijn bijna 1,4 miljoen kiezers buitensluit bij
de vorming van een nieuwe regering. Wilders is een zeer ervaren lid van het
parlement. Daarom weet hij  dat in Nederland met zijn versplinterd politieke
landschap elk kabinet berust op een kleine meerderheid, zodat er altijd een
grote minderheid buiten de boot valt.

In 1977 werd zelfs de partij die als grootste uit de verkiezingen was gekomen
buiten de regering gehouden. Dat was de Partij van de Arbeid. Die had een
forse verkiezingswinst – tien zetels – graag beloond willen zien met de
vorming van een tweede kabinet Den Uyl, maar een drammerige achterban
stelde zo hoge eisen aan het CDA dat partijleider Dries van Agt het op een
akkoordje gooide met de VVD van Hans Wiegel.

Gevolg: 2,9 miljoen PvdA kiezers niet vertegenwoordigd in de regering. Maar
ook voordat de christelijke partijen zich verenigden in het CDA wisselden zij
geregeld van regeringspartner. De ene keer mocht de VVD meedoen, de
andere keer de Pvda. En telkens werd dan  een groot deel van het kiezersvolk
niet vertegenwoordigd in de regering.

De door Geert Wilders zo bewonderde Donald Trump is niet gekozen door de
meerderheid van het volk. Hij had drie miljoen minder kiezers dan zijn
concurrent Hillary Clinton. Doordat in sommige kiesdistricten de stemmen
van plattelanders zwaarder wogen dan die van stedelingen kreeg Trump de
eerste prijs.

“Het moet niet gekker worden” is één van de favorieten in de woordenschat
van Wilders. Ik ben het met hem eens.

,

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.