Woningnood 21 oktober 2018

(Door Ab Klaassens)

Tot lang in de vorige eeuw hadden gemeenten en woningbouwverenigingen een belangrijkje rol in de zorg voor de
huisvesting van mensen met weinig geld.

De woningbouwverenigingen bouwden huizen die, dankzij renteloze leningen van het rijk, konden worden verhuurd
aan mensen met lage inkomens. De gemeenten zagen erop toe dat die woningen zo eerlijk mogelijk werden
toegewezen aan mensen voor wie ze waren bedoeld.

De goede bedoelingen leidden tot allerlei bezwaren, zoals goedkoop blijven wonen bij gestegen inkomen en
verstoring van de vrije markt, want bij al die sociale woningbouw zat er voor de klassieke beleggers in de bouwsector
nog maar weinig vet op de soep.

En daarom werd, vooral onder druk van de VVD, de macht van de woningcorporaties en de gemeenten
teruggedrongen, ten gunste van de vrije markt.

Helaas heeft de vrije markt geen belangstelling voor sociale woningbouw doordat er wetten zijn die krotvorming en
uitbuiting van huurders beletten.

Het gevolg is schaarste en een enorme prijsopdrijving en dus een concurrentiestrijd waarin mensen met een laag
inkomen altijd de verliezers zijn. De metselaar die aan een nieuw huis in de sociale sector bouwt kan de huur van dat
huis niet betalen zonder subsidie.

Onlangs zei een makelaar of andere profiteur in het NOS-journaal ‘dat de overheid moet accepteren dat niet iedereen
in zo’n dure stad als Amsterdam kan wonen’.

De samenleving – dus de overheid – staat de burger niet toe een huisje te bouwen op een plaats naar eigen keuze met
de middelen die bij het inkomen van die burger passen.

Alleen als je kiest voor een kartonnen doos onder de brug doet de overheid een oogje toe.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Requiem 19 oktober 2018

Bij Omroep Brabant werk ik op een afdeling die zich qua sfeer het best laat omschrijven al een ouderwetse
beursvloer. Een kakofonie van geluid waarin je mag hopen dat jouw boodschap door de juiste persoon wordt
opgepakt. De ouderwetse beurshandelaren droegen niet voor niks gekleurde bedrijfsjasjes en hanteerden een
manuele geheimtaal.

Die hebben we bij mijn omroeppie niet. De jasjes bedoel ik, de gebaren wel. Hoewel we dankzij email en Whatsapp
ongekende mogelijkheden hebben elkaar geluidloos te bereiken lijkt het wel of het tegenover gestelde gebeurt. Het
komt voor dat iemand in je oren staat te tetteren dat hij of zij je net een mailtje heeft gestuurd dat je meteen moet
lezen terwijl je dat mailtje aan het lezen bent.

Gillen, schreeuwen, het hoort er allemaal bij. Het zijn vooral de millenials die blijkbaar bang zijn voor stilte en bang
zij  dat ze niet gehoord worden.

Ik ben meestal ’s avonds afgepeigerd van de constante herrie. Gasten vragen wel eens hoe je onder zulke
omstandigheden kunt werken. Het lukt mij meestal alleen als ik een koptelefoon op zet en bijvoorbeeld naar een
requiem luister. Muziek die een eeuwigdurende stilte aankondigt. De collega’s accepteren dat en weten dat ze moeten
zwaaien als ze mijn aandacht willen. Zo heb ik het opgelost.

Bij Omroep Meierij is het helemaal anders. Ik heb daar een ruimte voor mezelf alleen en vaak ben ik zelfs helemaal
alleen in de studio die onderdak heeft in een sociaal cultureel centrum waarvan het geroezemoes soms binnendringt
maar nooit overheersend is. Bij zoveel zen kun je bergen werk verzetten.

Deze week zag ik met een schuin oog een aantal dames flessen wijn uitstallen op een tafel in de grote hal van het
centrum, vlak naast de balie van de dependance van het gemeentehuis van Meierijstad. Even later hoorde ik het
geschuif van tafels en stoelen. Langzaam druppelde de grote hal vol met mensen. Er was een bridgemiddag.

Bridgers zijn stille mensen merkte ik. Ik hoorde ze nauwelijks, dus de rust bleef. Totdat ik opeens een orgeltje
hoorde. Ik stak mijn nieuwsgierige hoofd om de deur en zag aan de zijkant van de zaal een meneer achter een
elektronisch orgel die voor muzak zorgde tijdens de kaartwedstrijd. Hij had zichzelf in een groen licht gezet
waardoor hij een buitenaards uiterlijk kreeg,  als iemand die tijdens een requiem op weg gaat naar zijn
eindbestemming.

  1. Laurent Bruning (reply)

    19 oktober 2018 at 20:01

    Ik werk ook met een hoop millennials, maar ja dat zijn IT-achtige nerds, dus dat is toch best stil. Toch zijn het geen echte nerds, heel levendige en leuke mensen als het erop aan komt 😀

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (486) 17 oktober 2018

(Door Marlies)

Vandaag, 17 oktober 2018,  is het een belangrijke dag. Tenor Jonas Kaufmann keert na een afwezigheid van vier jaar
terug naar The Met. Maak u niet druk: u haalt het toch niet meer om erbij te zijn. In één dag naar New York lukt niet,
waarschijnlijk zijn er toch geen kaartjes meer en áls ze er al waren, zijn ze niet te betalen.

U zult het moeten hebben van de pers rondom deze productie van Puccini’s ‘La fanciulla del West’. En van dit stukkie
natuurlijk… grapje…

En: van de film in Pathé op 27 oktober!!!!

Ik las het (zeer Amerikaanse) artikel van Joshua Barone over zijn terugkeer naar de Amerikaanse opera-tempel. Het
gaat (weer) goed met Kaufmann; het waren geen makkelijke jaren de jaren sinds 2014. Scheiding en stemproblemen.
Maar sinds begin 2018 heeft hij geen enkel optreden afgezegd, zo beweert hij. Is niet helemaal waar, want juist bij
The Met zei hij wel degelijk twee optredens af. Van eentje ervan – als ik me goed herinner –  was ook een
Musicogroep het slachtoffer. Maar ja, hij was echt ziek en wat moet je dan als het instrument waar je mee werkt
weigert en als die twee hele kleine stembandjes zeggen: “joh, nu effe lekker niet….”

Mankeer maar eens iets, als gewone sterveling. U en ik weten dat het eerste dat het begeeft je stem is, die ligt het
dichtste bij de ziel en dat hoor je onherroepelijk, ook bij grote profs als Kaufmann.

Hoe dan ook, morgen zal hij weer schitteren. Een van zijn sopranen-collega’s omschrijft zijn talent, zijn ‘Gewisse
Etwas’ als volgt: “Als-ie binnenkomt in de kleedkamers is-ie Jonas. Als-ie op toneel verschijnt is hij Jonas Kaufmann
en is het alsof hij een schakelaar aanzet waardoor hij van binnen uit lijkt te stralen. Het is magisch en het lijkt uit
iedere porie van zijn lichaam te komen…”

Tel daarbij het feit op dat het ‘gewoon’ een verdomd knappe, sexy vent is en je hebt alle ingrediënten voor ‘stardom’
in handen. Dat ‘stardom’ ook een prijs heeft, weten we allemaal.

Wilt u nog gauw effe de plot van La fanciulla?

Het verhaal speelt zich af in de Sierra Madre Mountains van Californië, tijdens het hoogtepunt van de Californische
goldrush.

De opera begint in een saloon, gevuld met ruige, maar goedhartige goudzoekers. Onder hen Ramerrez, een gezochte
crimineel. Minnie is zo’n beetje de ‘moeder’ van de goudzoekers en uiteraard zijn sommigen van hen verliefd op
haar. Bijvoorbeeld Rance, de sheriff. Maar Minnie heeft geen interesse in Rance.

De bendeleden van Ramerrez staan buiten te wachten en de bedoeling is om de saloon te beroven. Dat gaat niet door
omdat Ramerrez hopeloos verliefd wordt op Minnie en de liefde is wederzijds.

Rance arriveert met een aantal kompanen. Ze hebben het spoor van Ramerrez gevolgd tot Minnies blokhut. Minnie’s
liefde voor Ramerrez blijkt sterk: ze neemt hem in bescherming. Ze helpt hem zich schuil te houden en pokert met
Rance om zijn vrijlating. Ze wint het spel omdat ze vals speelt.

Uiteindelijk wordt Ramerrez toch gevangen genomen. Hij wordt – met de strop om z’n nek – op het laatste nippertje
gered door Minnie. De opera eindigt met Minnie en Ramerrez die, met de zegen van alle goudzoekers, op weg gaan
naar een nieuwe en betere toekomst.

Mooie gelegenheid om een fijn YouTube-filmpje op te laden waarin Jonas ‘Ch’ella mì creda libero’ zingt, de mooie
tenor-aria uit La Fanciulla. Het einde is wat abrupt, maar ik koos toch deze versie. Wat een heerlijke aria, met een
‘echte Puccini-handtekening’, ik hoor er Tosca in, en Turandot. En dan te bedenken dat er tijden waren dat ik Puccini
en Verdi niet uit elkaar kon houden (da’s lang geleden hoor…).

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Cadzand 16 oktober 2018

(Door Ab Klaassens)

Al vele jaren bezoeken Eef en ik Cadzand, het meest zuidwestelijke dorpje van Nederland, bijna België. We zijn er
geweest in alle jaargetijden, maar het meest in september; eerst in een huisje of appartement betrekkelijk ver van
zee, de laatste jaren in een appartement direct aan de duinen met vrij uitzicht op de Noordzee en de Westerschelde.

We hebben kunnen volgen wat er is gebeurd met een rustig  en wat suffig dorpje nadat Rijkswaterstaat, de gemeente
Sluis, de provincie Zeeland en enkele projectontwikkelaars elkaar hadden gevonden. Het dorpje draagt nu de jas van
Knokke, het schrikbeeld van de kustbebouwing.

Versterking van de kustverdediging (Rijkswaterstaat) gaf projectontwikkelaars  de ruimte voor een jachthaven, in de
praktijk een stalling van poenboten die zelden loskomen van hun sjorring.

Door verbreding van de stranden (Rijkswaterstaat) zijn de duinen getemd tot dijken en de holle duinpaden
vervangen door brede asfaltstroken die roekeloze grijsaards op E-bikes alle ruimte bieden om eerzame wandelaars
naar het leven te staan.

Maar het ergste is de architectuur van de nieuwe bebouwing. Overal waar dat mogelijk is verrijzen
appartementsgebouwen in een Tiroler Hoempa-stijl. Architectonisch getetter van de goedkoopste soort.

Cadzand bad, dat lieve voor ons wat suffige plaatsje, is door een samenzwering van overheid en kapitaal voorgoed
verbouwd tot een treurig makende kermis.

Maar dat is dus goed voor de werkgelegenheid. (2018)

Maar dat was destijds goed voor de werkgelegenheid. (2030)

Maar wat doen we nou met die ouwe rotzooi ( 2040)

  1. Wieneke (reply)

    16 oktober 2018 at 17:05

    Erg is dat als je zoiets van nabij moet meemaken. Je staat er zowat huilend bij. Misschien moeten jullie eens denken over Schoorl? Of Egmond? Uiteraard buiten de schoolvakanties. Wij vinden het daar erg mooi en leuk.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (485) 15 oktober 2018

(Door Marlies)

Wist u dat er in Italië vogeltjes zijn die een deeltje uit de ouverture tot Rossini’s Wilhelm Tell kunnen fluiten? Het is
volstrekt retorische vraag hoor, zelfs van de ornithologen onder u verwacht ik geen samenhangend antwoord… Maar
ze zijn er, ik heb ze gehoord en liep erom te grinniken, tenminste als ik daartoe adem over had, want het waren
pittige tochtjes die we maakten de afgelopen week in ons geliefde Italië, meer bepaald op de grens tussen Umbrië en
Lazio.  Prachtige natuur, lieve Italianen, heerlijk eten, het enige dat iets beter had kunnen zijn was het weer in het
begin van de vakantie: we moesten de twee zwaarste tochten ook meteen in het zwaarste regenweer lopen. Daarna
was het ‘nothing but blue skies’ tot en met Rome, cittá eternitá, de eeuwige stad.

Aan het begin van onze vakantie las ik dat Montserrat Caballé is overleden. Daar moet je wat van vinden als je
website Vocalies heet, maar door onze tochtjes in Italië kan ik er nu pas wat over schrijven. 85 is ze geworden,
Caballé,  toch nog een respectabele leeftijd als je haar jarenlange overgewicht en (de daaruit voortvloeiende?)
gezondheidsklachten in acht neemt.  Alle grote dagbladen roemen haar ragfijne pianissimo en haar humor en
professionaliteit. Ik beken het u eerlijk: als ik tijdens mijn zingend leven snel een aria wilde instuderen en te lui was
– jawel… –  om het noot voor noot achter de piano zélf te doen en ik kon een opname te pakken krijgen met Caballé,
dan zat ik goed: ze zong wat er stond, spatzuiver, en haar tekstinterpretatie was fenomenaal. Niks geen
slordigheidjes… Ik kan me een moment herinneren dat mijn hoofdvakdocent aan het conservatorium tijdens een
foute noot in een aria droogjes vroeg: “met wie heb je dit stuk ingestudeerd?”; het antwoord was dan nooit: “met
Caballé” want die zong geen foute noten.

Ik ga u niet verklappen wie de slorige sopraan wél was, de halve zingende wereld valt dan over me heen…

Hoe dan ook, Caballé was geweldig. Ze was een van de laatste ‘echte’ operadiva’s – streken waren haar niet vreemd –
en ze was een vakvrouw!

Ik zoek op YouTube en kom ook wanvertoningen tegen, zeer tot mijn schrik; op het laatst ging het echt niet meer, wie
beschermt zo iemand tegen zichzelf?  Maar het mooie overheerst, ik kies uiteindelijk voor een opname van haar met
dirigent Claudio Abbado (ook al weer een hele tijd dood, zucht…)  van een deel uit Verdi’s Requiem.  Omdat het zo
lekker uit het praktische zangersleven gegrepen is en zo lekker menselijk, maar ook omdat het fragment eindigt met
een geweldig stukje Requiem. Luister naar hoe ze van de hoogste hoogte moeiteloos (en technisch verantwoord!)  in
het laagste borstregister zakt. Mamma mia, wat een vakvrouw!

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De perceptie van de NOS op een ernstig natuurprobleem 14 oktober 2018

Journalistiek was ooit een ernstige aangelegenheid. Hoewel ik niet uitsluit dat ik mijn vak al decennia serieuzer
neem dan het ooit geweest is.

Vanaf het moment dat  informatievoorziening en entertainment klonterden tot infotainment ben ik dolend in mijn
eigen vakgebied. Er zijn momenten dat ik aan alles en vooral mijzelf twijfel.

Thuisgekomen van vakantie heb ik wat bijgelezen. Mijn oog viel op een artikel op de website van de NOS. Voor de
meeste mensen is hun achtuurjournaal nog steeds de belangrijkste informatiebron, dus wij spreken hier over een
instituut.

Het instituut had een verontrustend artikel over het feit dat de aanhoudende droogte er voor zorgt dat in Nederland
heel veel vennen droog staan. Vertel mij wat. Voor een vogelaar zijn vennen plaatsen waar doorgaans veel te beleven
valt. Ik breng dus in mijn vrije tijd veel uren door aan vennen en weet dat de situatie op de meeste plekken
schrikbarend is. Complete vennen zijn verdwenen.

Me dunkt dat hier sprake is van een zeer ernstige situatie. Dus terecht dat de “koninklijke” NOS daar aandacht aan
besteedt. De eerste alinea is dan ook alarmerend: “Vennen staan droog, de bodem is keihard, natuurgebieden
snakken naar water”.  De ernstige mens in mij in het algemeen en de vogelaar in het bijzonder lezen verder op zoek
naar herkenning.

Maar daar moet ik even geduld voor hebben. De NOS schrijft nu eerst dat er warmterecords zijn gebroken. Oké, die
alinea pik ik mee, want ik weet dat meer mensen zich daarin herkennen dan in de verontrustende situatie in de
natuur. Net op het moment dat ik weet dat het de warmste oktoberdag is – of zoiets – komt er een alinea waarin ik
word opgeroepen een leuke foto van deze nazomerdag in te zenden. Ik ben dan de sombermans die zich afvraagt wat
er leuk is aan droge vennen, keiharde bodems en naar water snakkende natuurgebieden.

Je blijft lezen, want je wilt toch de lading waarvan je hoopt dat die door de kop wordt gedekt. Dat gebeurt nadat mij
is meegedeeld dat het heel mooi weer is voor terrasliefhebbers.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meningen 14 oktober 2018

(Door Ab Klaassens)

Iedereen vindt wel iets van iets. Dat is een mening. Als je er een sausje overheen gooit mag je ’t een opinie noemen.
Maar als je helemaal niks vindt van wat dan ook kun je vandaag de dag terecht bij de OPINIEMAKER.

De opiniemaker is een man of vrouw die dit ambacht zelf heeft verzonnen. Vroeger had je een hoedenmaker die na
een gedegen opleiding ‘Hoedenmaker’ op z’n gevel schreef . De opiniemaker bouwt zijn of haar etalage voornamelijk
in de praatprogramma’s op radio en tv.

De opkomst van de opiniemaker past naadloos in de ontwikkeling en uitgroei van de professionele handel in lulkoek.
Zeer geliefde opleidingen in het voorgezet en hoger beroeps  onderwijs gaan over informatieverstrekking  en
daaronder vallen dan de journalistiek, de voorlichting en alles wat te maken heeft met representatie en mooimakerij.

Journalisten – althans de meesten – proberen de waarheid te zoeken, terwijl hun studiegenoten van de voorlichting,
de representatie en de mooimakerij de waarheid bij voorkeur zoek willen maken.

Een bijzonder gewas op deze mesthoop is dus de opiniemaker. Het meest frequent is de opiniemaker te horen
zaterdagmiddag op Radio I in het radioprogramma van WNL, het theekransje van De Telegraaf.

Ik luister dan met genoegen naar de opiniemakers, wie het ook zijn, omdat zij me laten beseffen dat ik hun kunstjes
moeiteloos kan nadoen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (484) 2 oktober 2018

(Door Marlies)

Er is een heleboel over geschreven worden en er zal ook nog wel een en ander volgen…
over de dood van Charles Aznavour, gisteren 1 oktober 2018. Ik pretendeer
ook niet iets nieuws te beweren, ik heb gewoon behoefte erover te schrijven.
Om te helpen het verlies te verwerken, za’k maar zeggen. Want als verlies ervaar
ik het, hoewel ik het natuurlijk mijlenver had kunnen zien aankomen:  94 is niet
een leeftijd waarop je in een overlijdensadvertentie schrijft ’onverwacht overleden’.

Op de een of andere manier kwam het toch onverwacht… ik ga er soms vanuit dat
sommige mensen er altijd zullen zijn. Mijn hele zingende leven was Aznavour
er (dat deel ik met Mathijs van Nieuwkerk, ook een verstokte-fan-van-het-eerste-uur).
Dit jaar 2018 leer ik deze harde les: de aanwezigheid van je geliefden is niet
vanzelfsprekend. Ze kunnen je ontvallen, het kan zijn dat je ze af moet geven, aan de
dood en soms ook aan het leven. Ik dacht lang dat het makkelijker was ze aan de
dood af te geven (want onherroepelijk en niet jouw schuld) dan aan het leven
(soms frustrerend omdat je elkaar onrecht hebt aangedaan), maar ook dat is voor
mij niet waar.

Ik neem afscheid van de kleine grote man met een korte anekdote en het filmpje
van een van zijn mooiste hits (en een van de beste uitvoeringen daarvan, uit
2009; hij was toen bijna 85) ‘Emmenez-moi’ .

Ik was in het voorjaar van 2009 met mijn echtgenoot in New York. Een bijzonder
gul cadeau: ik werd dat jaar vijftig en in het diepste geheim had echtgenoot
een reis naar New York gepland. We liepen voorbij het New York City Center
op 55th Street, twee straten verwijderd van ons hotel. Ik zag de poster met de
aankondiging van de vier concerten die Aznavour er zou geven: ‘Only 4 concerts’
stond erop. Dat ontlokte de echtgenoot de sombere veronderstelling dat er wel
geen kaarten meer zouden zijn.  Maar er zo dichtbij zijn en dan niet gaan
informeren zou natuurlijk dom zijn en ik liep het NCC binnen. De mevrouw aan
het loket reageerde nuchter: “Where do you wanna sit, love?”

Het werd een geweldige avond: eerst aten we in de buurt, en raakten er aan de
praat met Amerikanen die ook naar het concert zouden gaan en een recensie in
hun zak hadden die ik mocht lezen, zodat ik mooi ‘opgewarmd’ werd voor
het concert.

Aan het begin van het concert kwam Aznavour op, keek op zijn gemak de zaal
in en deelde het publiek lekker nuchter mee, met dat heerlijke ‘harde’ Franse
accent in zijn Engels: “We will do the whole routine in French”. Hij ging
vervolgens ruim 2 uur aan één stuk door met zijn beste werken. Ik zat voorover
op het puntje van mijn stoel om maar niks te missen en voelde mijn rug niet eens.
Aan het einde was ik in tranen: ik besefte donders goed dat ik een
once-in-a-lifetime-ervaring had meegemaakt en dat ik met mijn faalangstige
manier van in mijn bescheiden zangcarrière staan hier een grote les had geleerd:
hoezo mauwen dat je nerveus bent? Als deze man op zijn vijfentachtigste
nog zo’n prestatie neerzet en er bescheiden over blijft, wat zeur je dan, Vocalies?

Affijn, the rest is geschiedenis. Ik zal hem nooit vergeten en schrijf hier nog
een keer vol eerbied zijn naam: Charles Aznavour

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Hoe Aznavour mij een groot inzicht gaf . . . 1 oktober 2018

Charles Aznavour is overleden. Soms vertel ik jongere collega’s een anekdote
waarin Aznavour een hoofdrol speelt. Voordat ik dat doe vraag ik eerst of ze
weten wie Aznavour is (vanaf vandaag wie Aznavour was) want anders valt
mijn verhaal in het water. De meeste van mijn toehoorders weten het niet.

Dat was vijftien jaar geleden ook zo. Een collega moest een onderwerp maken
over Charles Aznavour. Ze kende hem niet en kwam bij mij te rade. Ik was
eind veertig en vooral boos op alles en iedereen. Dus ook op mijn collega, die
mijn woede helemaal niet verdiende. Het lag echt aan mij.

Ik was boos omdat ik niet begreep hoe het kon dat iemand niet wist wie de
grote Aznavour was. Ik vertelde haar wat ik wist en vond mezelf – zoals zo
vaak in die dagen – een eikel dat ik me weer had laten gaan. Het was in de tijd
dat ik voortdurend verontschuldigingen ging aanbieden aan mensen die ik
onheus had bejegend.

Een paar weken later kwam ik op de redactie en trof daar enkele collega’s
zichtbaar in shock. Ik vroeg wat er aan scheelde, want zo was ik dan ook wel
weer. Guusje Nederhorst was overleden. Wie? vroeg ik. Mijn collega’s waren
verstandiger dan ik en legden mij geduldig uit dat Guusje hun idool was. Ik
had er oprecht nog nooit van gehoord.

Op weg naar huis viel het kwartje. Het was wel heel dom van mij niets te
weten van de belevingswereld van mijn jongere collega’s. Ik dacht terug aan
het moment dat ik boos werd op iemand die Charles Aznavour niet kende.
Was er een verschil tussen de domheid die ik haar verweet en mijn eigen
stupiditeit? Neen, driewerf neen concludeerde ik.

Dat was het moment dat ik mij heilig voor nam al het shownieuws te lezen en
nooit meer iemand onwetendheid te verwijten. Van dat eerste werd ik zo
cynisch dat ik er mee ben gestopt. Ik was nou net op het goeie pad en ik wilde
niet degene zijn die na een AA-bijeenkomst linea recta naar een louche dealer
in een vieze portiek rent. Geen onwetendheid verwijten gaat redelijk goed.

Het is nog één keer voorgekomen dat een collega mij vroeg onder
welke steen ik eigenlijk leef toen ik een bepaalde artiest niet kende “waar wij
toch al zo vaak over bericht hadden”.  Ik zweeg even en heb daarna  deze
anekdote verteld in de hoop dat Aznavour ook in het leven van anderen een
keerpunt is. Dat ze zijn muziek niet kennen is their loss.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wees niet stil . . . . 1 oktober 2018

Ik lees momenteel het boek ‘Het verloren koninkrijk’ van Serhii Plokhy. Het is
de geschiedenis van Rusland van 1470 tot heden. NRC-recensent Marc Jansen
schreef onder meer: Overtuigend ontrafelt Serhii Plokhy (Nizjni Novgorod,
1957) de door Poetin aangewakkerde mythe van de pan-Russische natie.

Ik heb niet gestudeerd, maar ik ben mateloos nieuwsgierig naar de
verhoudingen in de wereld en de vraag hoe het zo ver gekomen is als we nu
zijn. Plohky geeft een gedetailleerd beeld van de strijd die eeuwen is gevoerd
door Rusland en de omliggende landen met als doel één grote Russische natie
te vormen, het Al-Rusland.

Wat mij opvalt is dat die strijd niet alleen op slagvelden werd gevoerd maar
ook met de pen. Eeuwenlang voerden onder anderen Russische en Oekraïnse
intellectuelen via kranten, pamfletten en dergelijke een felle strijd om het
gelijk. Niet zelden leidde dat tot beslissingen door de tsaar die zich liet leiden
door wat intelligente mensen op papier zetten.

Al lezend dacht ik (en ik chargeer): op dit moment wordt de meningsvorming
vooral bepaald door veel mensen die allemaal hetzelfde zeggen op social
media. Het volk bepaalt nu veel meer dan vroeger het beleid. Sterker nog: de
taal van het volk dringt steeds meer door in de vergaderzalen van onze
beleidsmakers. Intellectuelen schrijven nog steeds, maar ik heb sterk de
indruk dat hun doorwrochte meningen de strijd van Facebook niet kunnen
winnen. Overigens vind ik het wel een groot goed dat iedereen een kanaal
heeft om mee te denken. Dat was er vroeger niet en ik ben bang dat dat in
Rusland nog steeds niet het geval is.

Als ik dan de Abel Herzberglezing van minister Sigrid Kaag lees, denk ik: wat
mooi dat een intelligente vrouw zich zo uitspreekt en dat dat via sociale media
kan worden verspreid. Dan hoop is dat andere schrijvers, hoogleraren en
mensen die wel hebben doorgeleerd zich daarbij aansluiten en dat er een
mentaliteitsverandering op gang komt. Dat wij gaan beseffen dat wij al
eeuwen een migratieland zijn, dat we in die eeuwen slimme en stomme dingen
hebben gedaan, maar dat we wel met z’n allen moeten proberen dat kleine
stukje aarde aan de Noordzee leefbaar te houden. De toespraak heette niet
voor niks: “Wees niet stil, we zijn met velen”.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *