Het Huwelijk

Zo zal vandaag de dag van een Brabantse journalist er uit zien:


Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauik Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer
Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer Frans Bauer

Misleiding

Ja hoor, het is weer in het nieuws. Vliegmaatschappijen misleiden ons. Het bedrag waarvoor ze ons van A naar B brengen valt veel hoger uit dan het bedrag waarmee ze adverteren. Tell me something new.

Ik vlieg regelmatig met Ryanair. Wacht even, voordat u mij opknoopt aan een steeds schaarser wordende boom als gevolg van milieu-onvriendelijke gedrag. Wij rijden ter compensatie 1 (lees: één) goedkoop en uiterst milieuvriendelijk autootje. We treinen en fietsen naar ons werk en het vliegveld, lopen naar de kroeg en kruipen dan naar huis. Dat u niet denk dat ik een vervuiler ben.

Terug naar het onderwerp. Als je regelmatig vliegt en via internet boekt dan weet je dat de aanbiedingsprijs slechts een lokkertje is. Drie pagina's verder doemt de werkelijke prijs op en die is altijd beduidend hoger. Vooral bij Ryanair, want die maatschappij laat ook nog eens fors betalen voor bagage. Desalniettemin is het een stuk goedkoper dan bijvoorbeeld KLM of, in ons geval, Alitalia (als die al vliegt, maar dat is een ander verhaal).

En ervaren vliegers weten ook dat je je koffer niet te vol moet laden, want gegarandeerd dat Ryanair je aan de balie je onderbroeken laat uitpakken of een poot uit trekt.

Mijn vraag is dan ook: wie zijn toch die sufkloten die zich laten misleiden?

Heur haar

Gisteravond in bed dacht ik opeens aan een vrouwelijke collega. Nee, niks bijzonders.

Het flitste door mijn hoofd dat ik maandagmiddag had gezien dat ze heur lange haar had afgeknipt en dat ik helemaal niks van de metamorfose gezegd had. Dat is niks voor mij, want gewoonlijk ben ik heel complimenteus . . . tegen vrouwen met prachtig haar.

Toen ik haar vanmorgen zag, zei ik sorry en dat heur haar leuk zat. Ze dankte me voor het compliment en sloeg me op mijn schouder.

“Het is mooi dat jij in bed aan mij denkt, maar dat kan niet over mijn nieuwe look geweest zijn. Mijn haar is er namelijk pas gisteravond af gegaan. Dat kun jij nog niet eerder gezien hebben.”

Hoera, ik heb een gave.

Ravage

Ik heb een mooi vak. De hele dag kan ik op kosten van de baas kennis vergaren. De enige tegenprestatie die ik moet leveren is dat ik die kennis handzaam samenvat en doorgeef aan lezers, luisteraars en kijkers. Het fijne is ook dat negentig procent van de hotemetoten die ik vragen stel gewoon antwoord geeft. Daar moet je als gewone sterveling eens om komen.

Het allerbelangrijkste van mijn vak vind ik dat je de waarheid spreekt. En daar wringt de schoen, want dat is niet meer zo vanzelfsprekend. Je krijgt vaak geen tijd meer om feiten te controleren. Snelheid is belangrijk want als jij het nieuws niet meteen brengt dan doet een ander het. Elke seconde telt.

Gisteren kwam de melding dat er een groot ongeluk was op de A67 bij Asten. Op zo’n moment begint iedereen door elkaar te schreeuwen en per seconde wordt de ramp groter. P2000 wordt geraadpleegd, dat is een website met losse flodders over de activiteiten van hulpverleningsdiensten.

De ervaring heeft geleerd dat dat niet zo’n betrouwbare informatiebron is, maar sommige van mijn collega’s zweren er bij. Die weten dan al zeker dat er een ongeluk is gebeurd waar heel veel gewonden bij zijn, dat er een traumahelicopter onderweg is en dat de ravage op de snelweg enorm is omdat er heel veel auto’s op elkaar geklapt zijn. Er worden meteen halve berichten de ether in geslingerd.

En ik mag ondertussen op zoek naar de waarheid.

Die was simpel. Vrachtwagen kreeg klapband, andere vrachtwagen reed er tegenaan, daar viel een pallet af waardoor een personenauto blikschade op liep. Geen gewonden, geen ravage, geen trauma.

Inmiddels is er onder tijdsdruk al wel verkeerde informatie gemeld. Maar ach, wie maalt er om. Was het niet de grote Cruyff zelf die zei: als je niet schiet kun je niet scoren. Zelfs niet in eigen doel.

Vleugels

Weet u wat landshrimps zijn? O ja? Goed hoor. Ik wist het niet. Dus toen ik gisteren mijn voorgerecht kreeg keek ik wel een beetje vreemd op. Want net als de meesten van u dacht ik dat het een soort garnalen waren. Dat waren het dus niet. Ik zag het meteen, ze hadden namelijk vleugeltjes. En ik heb nog nooit garnalen met vleugeltjes gezien. Inderdaad landscrimps zijn sprinkhanen.

Omdat een man zich niet laat kennen knaagde ik door. Ik moet zeggen dat het niet tegen viel. De landshrimps waren goed gefrituurd en met een beetje fantasie smaken ze naar die kleine frietachtige chips die wij vroeger aten en die ik al jaren niet meer heb gezien.

Alleen die vleugeltjes dat blijft een beetje vreemd. Ik heb de grootste aan de rand van mij bord gelegd, want die voelden toch een beetje raar.

Afijn, zo leert een mens elke dag bij. Al was het alleen maar dat er in zo’n provinciestad als ’s-Hertogenbosch een restaurant is waar ze sprinkhanen op het menu hebben staan. Of is dit het ultieme bewijs dat wij het donkere zuiden zijn?

Westhoek

Ik was gisteren in de Westhoek in Vlaanderen. Het gebied dat in de Eerste Wereldoorlog (en in andere oorlogen) een slagveld was en waar zoveel soldaten zijn gesneuveld dat het aantal de verbeelding te boven gaat. Ik was er om foto’s te maken voor een project waar onze fotoclub mee bezig is. Ik vertel u daar nog wel een keer over.

De Westhoek is één groot oorlogskerkhof. Ieper is de centrale plaats. Daar wordt de gedachte aan de Grote Oorlog nu nog steeds dagelijks levend gehouden. Bijvoorbeeld door vrijwilligers van de plaatselijke brandweer die nog elke dag bij het vallen van de avond de Last Post blazen. Opdat wij niet vergeten.

En zo trok ik gisteren, samen met mijn zoon die ook de fotografie heeft ontdekt, een paar uur langs vele duizenden graven. Samen met vooral veel oudere Britten die er hun grootouders kwamen eren.

Op één van de kleinere velden, waar behalve wij niemand was, werd ik getroffen door doedelzakmuziek. Ik zag een man al spelend heen en weer lopen. Ik ging naar hem toe en toen hij even pauze nam knoopte ik een praatje aan.

Ik vroeg hem of hij dat vaak deed. Af en toe, zei hij. En ik wilde weten of hij dit ter ere van de doden onder onze voeten deed. Hij lachte. “Welnee,” zei hij, “ik speel pas en nog niet zo goed. Af en toe wordt mijn dochter gek en stuurt ze me het huis uit. Dan oefen ik hier. De jongens die hier liggen hebben er geen last van."



Passchendaele New Mill Cemetery



Tyne Cot Cemetery



Tyne Cot Cemetery



Tyne Cot Cemetery



Langemarck Deutsche Krieggraber

Vocalies (11)

Joost Zwagerman heeft het voor elkaar. Een dezer dagen komt zijn boek uit met daarin de keuzes van een aantal BN-ers: welke popmuziek nemen zij mee naar een onbewoond eiland. De Volkskrant wijdde er een leuk artikel aan en de week zat tout-muziekminnend-Nederland-dat-er-wat-toe-doet bij Matthijs aan tafel in DWDD om een uurtje ‘lekker over muziek te praten’ (ik citeer Matthijs).

Ik zou Zwagerman’s klassieke evenknie wel willen schrijven. Bij de gedachte alleen al dat ik popmuziek mee zou moeten nemen naar een onbewoond eiland gaan mij de nekharen overeind staan. Jakkie bah, dan maar geen muziek. De deuntjes die in mijn hoofd hangen zijn meer dan voldoende om mijn pop-verlangen te bedienen.

Nee, we nemen klassiek mee, toch? En wat, of nog leuker: wie gaan we vragen daar iets over te zeggen? Maak es een lijstje. Niks leuker dan lijstjes maken om je af te leiden van dagelijks leed.

Nou ik eraan denk: dat is ook wat de heilige muze op zijn minst gebracht heeft (behalve frustratie, gevoel van onvermogen en angst). Met muziek bezig zijn betekende in ieder geval dat alle andere zaken onbeduidend werden en ver naar de achtergrond schoven. Daardoor kwam er soms een heel ander licht op dagelijkse problemen te schijnen. Er even niet aan denken kan immers heel andere invalshoeken brengen.

Ik daag u uit en geef mijn lijstje, tenminste één van mijn lijstjes, ik zou er talloze kunnen maken.

Eerst, met wie zou ik willen praten? Niet met de omhooggevallen types die onze recensie-pagina’s in de kranten over het algemeen bevolken en ook niet met zelfgenoegzame orkestleden, of dirigenten, of zangers. Es kijken: met Daniel Lohues, die zomaar in een interviewtje in VARA’s tv-magazine zegt dat hij Bach en Beethoven bij zijn goden heeft staan.

Met oud AVRO-collega Hans van den Boom die nog steeds lekker ongegeneerd kijkt naar alles wat klassieke muziek heet, met Anna Russell (ze is helaas dood, maar alles kan in de fantasie), die ongegeneerd aantrapte tegen het primadonnaschap en zo wel degelijk een prima donna werd, maar dan van het goeie soort.

Met dirigent Louis Buskens die van een loslopend groepje zangers een koor kan maken in ongeveer een uur en die nergens voor terugdeinst om muziek duidelijk en uitvoerbaar te maken. En tenslotte met Thomas Hampson, die ik een stuk van een vent vind en die zo mooi kan zingen en je toch het gevoel geeft dat de klassieke muziek van het hier en nu is, niet iets uit een grijs verleden.

En wat neem ik mee: pfoe, volstrekt willekeurig:

Concierto di Aranjuez, van Joaquin Rodrigo (alle vier de delen, telt als één)

De Rückertlieder van Mahler, zongen door Hampson (ja, ja ik ben aan het smokkelen)

Alle Mozartsymfonieën

Het Requiem van Verdi

Alle walsen van Johann Strauss.


Zo, nou mag u. Ik ben benieuwd en u zult zien: peins er eens over tijdens het afwassen en nadien zult u weten wat u ook alweer tegen die moeilijke collega of baas wilde zeggen, die al weken voor problemen zorgt.

God-weet-wat

Als u dit leest zult u onderstaand stukje nauwelijks geloven. Het betekent namelijk dat u een computer heeft en misschien zelf ook wel zo gek bent dat u elke dag een stukje schrijft voor god-weet-wie. Ach, als we er zelf maar lol in hebben.

Het ongelofelijke is dat ik ooit lid ben geweest van de werkgroep “Stop de computer”. Ik heb er wel eens over geschreven. Voor wie het vergeten is fris ik het op.

Halverwege de jaren zeventig dachten wij Remington-journalisten dat de computer zou leiden tot massa-ontslagen. Als geëngageerde voorhoede vonden wij dat wij dat tot elke prijs moesten voorkomen. Vooral het vertrek van de dames van de zetterij (door ons liefkozend ponspoezen genoemd) was een nachtmerrie. De rest is geschiedenis.

De computer bleek een zegen. Vooral toen internet door brak en – in tegenstelling tot wat een nog oudere collega beweerde – dat geen hype bleek te zijn. Ik zou niet weten wat ik zonder moet.

Desondanks bekruipt mij nu hetzelfde gevoel als toen. Dat komt door de onderstaande kop die ik vanmorgen in de Volkskrant las. Opeens dacht ik: daar gaat 34 jaar geheugen. Ik leg me er bij neer, de vooruitgang is niet tegen te houden. En in tegenstelling tot de jaren zeventig komen er steeds meer jonge meiden in de journalistiek. Die zullen toch wel een keer vaderlijk advies nodig hebben over god-weet-wat.


Powered byPivot - 1.30.2: 'Rippersnapper' XML Feed (RSS 1.0) XML: Atom Feed