Vocalies (426) Giulietta e Romeo 22 januari 2017

(Door Marlies)

Er staat op mijn eigen website weer een podcast klaar om beluisterd te
worden.

We moeten nodig weer eens bijpraten, sjonge jonge, veel te lang geleden dat ik
hier iets vertelde. Niet dat het mij aan onderwerpen ontbrak, in tegendeel.
Een paar mensen letten voor mij op of er gepubliceerd wordt op enig medium
over klassieke vocale muziek en tippen mij. En Vocalies zelf houdt ook altijd
haar ogen en oren open.

Zat te melden, dus, maar dan moet je wel in de gelegenheid zijn er een stukkie
over te schrijven. En daar mankeerde het de laatste tijd nogal aan. Puur een
luxe-probleem hoor, maar eerst een kerstreis met Musico, dan een
(welverdiende, vind ik) vakantie op Kaapverdië en vervolgens het Leven (ik
schrijf het bewust met een grote L) dat weer in je nek springt… je zou er het
bestaan van Vocalies bij vergeten. Het enige nadeel van een vakantie buiten
het seizoen is dat iedereen weer staat te trappelen om in je nek te springen op
het moment dat je terug bent. Dat betekent ook dat je midden in het leven
staat, dus u hoort mij niet klagen, hoogstens dat ik tijd te kort kom om al die
mooie dingen te beleven.

U hebt van mij nog een verslagje te goed van nog twee opera’s die ik bezocht
tijdens de kerstreis. De eerste was Giulietta e Romeo van de (relatief
onbekende) componist Niccolò Antonio Zingarelli (hij leefde voor tijdens en
na Mozart). Een belangrijke factor in het succes van de avond was het theater
zelf. Een juweeltje van een baroktheatertje waar Mozart zelf nog gespeeld
heeft. Het ligt neergevleid achter het slot zelf en het stadje Schwetzingen zelf
omringt het theater, slot en park als een liefdevolle beschermheer. Elegant en
met een topsfeertje, van binnen en van buiten.

We liepen ademloos door over het plein, onder de loggia van het slot door het
park in. Het was fris en droog, kortom een perfecte avond. De opera haalde
dat perfect net niet, maar kwam er – allemaal beredeneerd binnen het genre –
wel dichtbij. Ik had in de voorbereiding gelezen dat Zingarelli de componist
Bellini nog in zijn leerlingenkring heeft gehad en dat zijn muziek vooruitwees
naar de romantiek. Nou, dat heb ik niet gehoord…. Ik hoorde vooral Mozart,
en dan geen top-Mozart, maar ‘Zingarelli-Mozart’.

Maar een genoeglijke avond was het; ik kon niet bij mijn gasten zitten (die
hadden prachtige plaatsen front-zaal) , maar moest mij tevreden stellen met
een plek op het tweede balkon. De zaal heeft een perfecte akoestiek, dus dat
was geen enkel probleem. Het bleek nog een voordeeltje ook, want ik kon
mooi in de orkestbak kijken en daar ligt tijdens zo’n productie altijd een
wereld van vermaak. De paukenist verdween bij tijd en wijle door een zijdeur,
die zo geraffineerd in het pleisterwerk was verwerkt dat ik ‘m pas zag toen-ie
open ging (de deur bedoel ik…) en als hij terugkwam legde hij zijn oor op het
paukenvel, tikte er heeeeel voorzichtig op en stemde bij. Gaf vervolgens op
precies de goeie plek een roffel en verdween weer door de zijdeur. Hoe zo’n
man dan toch telt/timed zodat hij precies weet wanneer die roffel er moet zijn
en hoeveel tijd hij dan nog heeft om te stemmen, het is mij een raadsel.
Slagwerkers zijn een heel bijzonder ‘slag’ mensen als je het mij vraagt…

Ik had een fantastische avond: er werd uitstekend gezongen (al moet ik altijd
effe wennen aan een countersopraan en een mezzo-sopraan in de beide
hoofdrollen) en de enscenering was fris en vol vaart, de kostumering mooi en
harmonieus uitgedacht. En de zwaardgevechten van een griezelige realiteit.

In de pauze had ik het laatste plekje veroverd waar nog een glaasje en een
hapje voor je werd klaargezet en kwam ik ogen te kort om het prachtig
uitgedoste publiek te bekijken.

Ik kom de komende tijd snel bij u terug met meer leuks uit de wereld van de
vocale klassiek muziek, over een week zijn we weer helemaal bijgepraat, ik
beloof het u!

In het filmpje een stukkie opera en toelichting van een beetje kneuterig Duits
sprekende meneer; als u hem kunt volgen weet u veel meer over de opera dan
ik u hier kan vertellen. De geluidskwaliteit is niet ideaal, maar ach…

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Vastgoed 21 januari 2017

(Door Ab Klaassens)

Aan  wat in de publiciteit ‘de vastgoedjongens’ wordt genoemd kleeft  het
imago van het snelle geld, de witwasserij, de witteboordencriminaliteit, de
brug tussen onder- en bovenwereld.

Sommige van die vastgoedjongens  zijn betrokken bij omkoping van
ambtenaren, bestuurders van woningbouwverenigingen en sommige politici.

In Nederland belanden sommige van die snelle ‘vastgoedjongens’ uiteindelijk
in de cel.

In de Verenigde Staten maken ze zo’n iemand president.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Gambia 20 januari 2017

Tot voor een paar jaar geleden was Gambia ons favoriete land om de winter te breken. Altijd mooi weer en
aardige mensen.

Tot een paar geleden de reisorganisatie de reis cancelde vanwege ebola. Er was één geval van ebola in Gambia.
Ik had het wel aangedurfd maar veel Nederlanders hadden hun reis geannuleerd en nu loonde het niet de
moeite een vliegtuig die kant op te sturen.

We gingen naar Curaçao. Ondertussen bereikten ons steeds vaker onheilspellende berichten vanuit Gambia.
Door die vrees voor ebola bleven de toeristen weg en dat leidde er toe dat een groot deel van de inkomsten
van het land weg viel. Steeds meer Gambianen vertrokken uit het land.

Vorig jaar besloten we niet meer naar dat West-Afrikaanse land te gaan. De uitstroom hield aan. President
Yayah Jammeh had het land ondertussen officieel uitgeroepen tot een Islamitisch land en hij trok zijn land
terug uit het Internationaal Strafhof. Tekenen genoeg om te begrijpen dat dé slogan van het land
“No problems in The Gambia” achterhaald was.
Een paar maanden geleden waren er verkiezingen. Yahya Jammeh weigert zijn opvolger de toegang tot zijn
verblijf, dat niet veel meer is dan een grote villa. Nu dreigen omliggende landen binnen te vallen. Zo’n
zestienhonderd Nederlanders zijn deze week uit voorzorg geëvacueerd. Ik vraag me af of zij de laatste maanden
de media hebben gevolgd. Toen er één geval van ebola was haakten de toeristen massaal af. Een dreiging van
een gewapend conflict, dat toch echt al even in de lucht hing, is blijkbaar geen reden om voor een andere
bestemming te kiezen.

Jammer dat het zo gaat. Gambia is een fijn land dat zo ten gronde wordt gericht. Wie er is heeft altijd veel
vrienden, die allemaal iets van je willen, maar die ook best iets willen vertellen. Wij hoorden tijdens ons
eerste verblijf al dat de president niet helemaal goed bij zijn hoofd was. Hij beweerde ziektes te genezen met
handoplegging. Voor de mensen die wij spraken was hij vooral een schertsfiguur. Niemand nam hem serieus.
Ik kan mij niet voorstellen dat hij veel steun krijgt in de laatste uren van zijn leiderschap.

Yahya Jammeh was via een staatsgreep aan de macht gekomen. Dat ging zonder bloedvergieten. Ik herinner
hoe één van onze “vrienden” vertelde dat ze hem de sleutel hadden gegeven van het presidentieel onderkomen
en hadden gezegd dat ze hem zouden gedogen zolang niemand om kwam van de honger. Iedereen verzekerde
ons dat niemand honger leed en iedereen naar school kon.

De Gambianen bleven ondertussen lachen, ze spreken niet voor niks over the smiling coast. Ze vertelden
optimistische verhalen en vroegen ondertussen geld voor hun zieke oma die opgenomen was in het ziekenhuis.
Als je in zo’n land vol aardige mensen op vakantie bent heb je nauwelijks in de gaten dat de poppenkast een
dictatuur is. Internationale media schreven zelden over Gambia.

Pas vorig jaar toen wij in Europa plotseling een vluchtelingenprobleem hadden bleek hoeveel Gambianen deze
kant op stroomden en wat een schrikbewind Yahya Jammeh voerde.

Op het strand van Kaapverdië spraken we vorige week een Gambiaan die zijn vaderland was ontvlucht. “Zelfs hier”,
zei hij,  “kan mij nog iets gebeuren en ben ik niet veilig”.

Hopelijk kan de nieuwe president Adama Barrow het land op de rails krijgen en keren de toebabs (toevallig de naam
voor “blanke”  en “zak met geld”) terug.

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Albert Heijn 19 januari 2017

Ik had een bepaald product nodig. Crackers met weinig koolhydraten van het
merk Atkins. Ik probeer een paar kilo kwijt te raken.

Bij mijn buurt-Albert Heijn stroopte ik het hele schap met crackers af. Wel
drie keer. Tevergeefs, die van Atkins stonden er niet tussen.  Het enige dat ik
ontdekte was dat er onvoorstelbaar veel soorten crackers zijn. Mijn hemel, wat
zijn er veel soorten crackers.

Thuis keek ik op de Appie, de app van Albert Heijn. Volgens Appie voert de
Zaanse grootgrutter toch echt het hele assortiment Atkins. Omdat ik er
woensdag toch langs kwam besloot ik bij de AH XL binnen te stappen. Die
hebben nog meer, dus wie weet zou ik daar slagen.

Ik stroopte weer alle schappen af. Weer voor de kat z’n viool. In één van de
gangpaden zat een oudere dame in een AH-jasje op haar knieën. Ze nam het
vuil weg onder  de schappen. Ik riep haar hulp in. Crackers? Kom maar even
mee, zei ze. Wij weer die hele winkel door. Maar ik bleek niet gek, want ook zij
kon niet vinden  wat ik zocht. “Dat kan ik niet uitstaan”,  zei ze.

Ze sleepte me mee naar de afdeling diabetische voeding. Niks. “Hier baal ik zo
van”, zei ze. “Ik vind het zo erg als ik een klant niet kan helpen”.

“Wacht hier even”, zei ze. Ze verdween in het labyrint van de AH XL. Na een
paar minuten kwam ze terug. “Ik weet het”, zei ze triomfantelijk, “ze liggen bij
de medicijnen”.  Ik besloot de logica van Albert Heijn niet te willen begrijpen.

Samen liepen we weer de hele winkel door. We zochten in de schappen in de
buurt van de medicijnen. Niks. De winkeldame begon er wanhopig uit te zien.
“Ik wil u zo graag helpen”,  zei ze, nog net niet huilend. Terwijl zij nog een keer
alle schappen in de buurt van de medicijnen af ging, liet ik mijn blik dwalen
over de medicijnen zelf. En verdomd, te midden van de aspirines stonden de
crackers. “Mevrouw”,  riep ik, “ik heb ze gevonden!”.  Ze kwam met piepende
schoenen om de hoek van de stellage.

Midden in de winkel greep ze me vast en knuffelde ze me plat. Ik heb nog
nooit een winkelmevrouw zo blij gemaakt met het vinden van een bepaald
product. Ondertussen was ik zeker een pond afgevallen door het heen en weer
lopen door de AH, die niet voor niks XL heet.

  1. Eric Vervoordeldonk (reply)

    19 januari 2017 at 08:52

    Dus XL zorgt voor XS als je vaak genoeg gaat winkelen. Wel grappig dat crackers bij de medicijnen staan, wie classificeerd deze zo vraag ik me dan af.

  2. Laurent (reply)

    19 januari 2017 at 21:42

    Hahaha, wat een geweldig verhaal!

  3. Laurent (reply)

    19 januari 2017 at 21:47

    Als je ècht wil afvallen moet je eens iets gaan zoeken in een Meijer XL in Amerika, dat is vier keer die AH XL in Eindhoven, niet te geloven…

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Pakjes 18 januari 2017

(Door Ab Klaassens)

Voor de pakjesbezorgers zijn aan huis gekluisterde bejaarden als Eef en ik
ideale medewerkers in een straat waar de deuren vaak gesloten blijven als de
deurbel heeft geklonken.

De tweeverdieners laten veel komen maar zien ontvangen als iets dat je gerust
aan het toeval kunt overlaten. Het toeval zijn wij dan, zodat wij dikwijls in hal
of gang over dozen moeten klimmen met een  twintigdelig bouwpakket voor
de modernisering van de ouderslaapkamer.

Toen wij van de week  terugkwamen van het boodschappen doen viel mijn oog
op een pakketje dat iemand – ik vermoedde de pakjesbezorger – op de kliko
van onze buren had gelegd. Het was een royaal gevulde  multi-size envelop
geadresseerd aan onze buurman.

Ik vond het niet veilig het pakketje daar zo te laten liggen, wetend dat de
buren en hun kinderen pas laat in de middag thuis zouden komen.

Ik nam het mee naar binnen en meldde dat met een briefje.

Schaterend kwam de buurman het pakketje een paar uur later halen. Dochter
Lieke had wat afval in een oude enveloppe gedaan en wilde dat in de grijze
afvalbak deponeren. Maar de deksel van de afvalbak was vastgevroren.
En daarom . . . .

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Satire 17 januari 2017

Er gaat iets mis. Een paar weken geleden schreef de weblog “Er mag gezongen
worden” uit Helmond dat Sylvana Simons boos was over de zwarte pakjes van
voetbalscheidsrechters. Volgens de weblog vond zij dat discriminerend. Een
man in het zwart die voortdurend verrot gescholden wordt herinnert aan
slavernij.

Ik ken “Er mag gezongen worden”. De maker schrijft satirische stukjes,
meestal over sport. Ik moet er vaak onbedaarlijk om lachen. Iedereen met een
beetje gezond verstand weet dat de verhaaltjes verzonnen zijn. Wie dat niet
weet kan het op de weblog lezen.

Wat gebeurde er? Het verhaal verspreidde zich via social media en veel
Nederlanders namen het  serieus, maar bovenal  namen ze de kans te
baat Sylvana (weer)  te krenken. Die mensen reageerden als een roedel
honden die na een week op rantsoen gezet te zijn, allemaal tegelijk worden
losgelaten op één bot.

NRC beschreef op de eigen website uitvoerig hoe zo’n grappig bedoeld stukje
uiteindelijk zulke grote gevolgen kon hebben.

Er gaat iets mis, zei ik. Het gaat mis omdat NRC het bericht van de grappige
Helmonder  een nepnieuwtje noemde. Volgens mij was het satire. Veel
schrijvers en columnisten bedienen zich van satire. Youp van ’t Hek schrijft
elke zaterdag een column in de NRC. Hij laat bekende Nederlanders dingen
zeggen waarvan iedereen weet dat het niet echt is. Iedereen die wel eens een
serieus medium raadpleegt kan weten dat de werkelijkheid meestal erger dan
Van ’t Hek beschrijft.

Het is mij een lief ding waard als  massamedia als Facebook en Twitter alles
uit de kast halen om de verspreiding van nepnieuws tegen te gaan. Zeker als
dat nieuws bedoeld is om bijvoorbeeld democratische verkiezingen te
beïnvloeden.

Laten we alsjeblieft niet de fout maken satire op één hoop te gooien met
nepnieuws. Als satire wordt geweerd dan wordt het wel heel saai. Je kunt wel
boven elk satirisch stukje “satire” zetten, maar dat vind ik een knieval die
weldenkend Nederland niet moet maken voor types die dag en nacht in hun
met eigeel en jam besmeurde huispakken met de vingers boven het
toetsenbord zitten om, zodra ze Syl. . . .  lezen, los te gaan.

Los van dit alles: wanneer zie je nog scheidsrechters in volledig zwart tenue?

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Tonijn 16 januari 2017

“Kinderen kom thuis, Pa slacht een haring het bloed loopt de trap af”. Dat was
een kreet die in mijn jeugd regelmatig door mijn vader gebruikt werd. Ik heb
nooit geweten wat dat betekende. Ik heb nooit de behoefte gevoeld de
betekenis te achterhalen.

Tot afgelopen week. We hebben een week geluierd in de Kaapverdische zon.
Slapen, heerlijk eten en boeken lezen op het strand. Omdat we niet weer in
een resort wilden logeren kozen we voor een appartement in het dorp Santa
Maria. We woonden te midden van de Kaapverdianen. Dat was een bijzondere
ervaring.

Links van ons woonde  een rijschoolhouder, getuige een briefje op zijn deur.
Voortdurend bonkten er mensen op die deur zonder dat er ooit open werd
gedaan. Op een gegeven moment kwam er zelfs een politieagente op bezoek
die ook onverrichter zake weg ging. “Als het begint te stinken, moeten we die
agente maar eens bellen”,  grapte mijn vrouw. Zij is de meest nuchtere van ons
twee. In een Afrikaans dorp neem je het leven zoals het komt.

Rechts van ons kwam op een dag een man naar buiten. Hij liep achterwaarts
en sleepte een zak mee. Daaruit staken enkele grote onthoofde tonijnen.
Omdat de vracht te zwaar was schoot een andere man hem te hulp. Samen
sleepten ze de zak naar beneden. Het bloed liep van de trap. Wat ik zeg: je
neemt het leven zoals het komt.

Dat was het moment waarop ik aan mijn vader dacht. Ik heb gegoogeld en
kwam er achter dat zijn uitdrukking wel degelijk een betekenis heeft.
“Kinderen kom thuis, Pa slacht een haring het bloed loopt de trap af” betekent
dat voorgedane rijkdom niet altijd op waarheid berustte. In ons geval ging hij
niet helemaal op want een kostbare tonijn is iets anders dan een haring.

Verder hebben wij een heerlijke vakantie gehad.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Hoger opgeleiden 6 januari 2017

(Door Ab Klaassens)

Er is een autoverzekering voor hoger opgeleiden. Er is een
ziektekostenverzekering voor hoger opgeleiden.

De elite rijdt kennelijk voorzichtiger dan de laaggeschoolden, de elite is
kennelijk goedkoper ziek dan de minder bedeelden.

De basis van een verzekering is de solidariteit. We betalen met z’n allen voor
schade aan lijf en goed, ook als die schade het gevolg is van riskant gedrag,
zoals deuren open laten, roken, alcoholgebruik en wilde afdalingen op de
ski-piste.

Met aparte verzekeringen voor mensen met een lager risicogedrag  breken de
verzekeraars de solidariteit.

De hoger opgeleiden kunnen daarover vast en zeker beschaafd van gedachten
wisselen met een gesprekspartner, makkelijk te vinden op een datingsite voor
hoger opgeleiden.

  1. Laurent (reply)

    7 januari 2017 at 20:10

    Enorm fout inderdaad. Ook al ben ik zelf hoger opgeleid, zij het zonder diploma.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Langer doorwerken 4 januari 2017

Af en toe laait de discussie op over de vraag of  mensen in staat zijn door te
werken tot 67 jaar en 3 maanden. Dit keer zijn het de bedrijfsartsen die aan de
bel trekken. Ik zal u over zes jaar mijn persoonlijke  antwoord geven. Als ik
niet voortijdig  te horen heb gekregen dat ik nog langer door moet gaan.

Begrijp me goed: ik denk vaak aan tijden die ik naar eigen goeddunken mag
invullen, maar mijn leven bevalt me nu ook. Ik werk niet meer full-time en ik
heb om de twee weken een vierdaags weekend. In tegenstelling tot veel
anderen zijn mijn ouwelullendagen niet afgepakt.

Ook nu weer staan lageropgeleiden centraal in de discussie. Die hebben fysiek
zwaardere banen en zijn eerder versleten. Ik heb alleen MAVO en heb zittend
werk. Ze bestaan nog.

Het is jammer dat de aandacht voornamelijk naar die groep uit gaat. Ik werk
vanaf mijn zeventiende, dat is dus bijna 45 jaar. Daarvan werk ik 43 jaar in de
journalistiek. Bij de kranten waar ik werkte bestonden geen roosters. Je
werkte als er werk was en dronk bier  als er geen werk was. Meestal was er
werk dus weken van vijftig uur waren meer regel dan uitzondering.

Pas toen ik bij de publieke omroep ging werken kwam ik in een rooster.
Weliswaar heel onregelmatig, maar wel acht uur per dag.

Dat is fysiek niet zwaar. Geestelijk is het wel aanpoten. Als je in de regionale
journalistiek werkt ben je voortdurend bezig te schakelen. Het ene moment
schrijf je over een ongeluk op een provinciale weg, vervolgens switch je van
een hele ingewikkelde Raad van State-uitspraak naar de jaarcijfers van een
beursgenoteerde onderneming. Ondertussen probeer je omwille van de
pageviews ook nog een droevig dierenverhaal te schrijven en vervolgens staat
er iemand aan je bureau met de vraag of je een sportbericht wilt maken. Dan
heb ik het nog niet over de emotionele belasting als je nabestaanden van
slachtoffers moet opbellen.

Spreek ik ook nog niet over de voortdurende spanning omdat elke
staatssecretaris weer een ander idee heeft over de inrichting van het
omroepbestel en we eigenlijk voortdurend op een slap koord balanceren. Laat
staan dat ik begin over ‘de politiek’ die telkens als jij denkt nog vijf jaar, er
weer een poosje aan vast plakt. Soms heb ik het gevoel een zwemmer te zijn
die telkens wordt teruggeworpen als hij bijna op het strand is.

Het werk gebeurt allemaal in een razend tempo want internet is het
belangrijkste medium en kent geen deadlines meer. De lezer wacht niet op
jouw bericht als de concurrent tien seconden sneller is. Het is een hordenloop
waarbij je behendig over alle normen en waarden die vroeger in het vak heilig
waren moet zien te springen.  Dat je daarbij af en toe struikelt wordt voor lief
genomen.

In mijn situatie gebeurt dat ook nog eens in een ruimte waar het aantal
mensen nog net de Arbo-grens niet overschrijdt. Iedereen belt, roept, lacht,
schreeuwt er speelt een radio. Soms lijkt het op een ouderwetse beursvloer. Er
zijn dagen dat mijn hersens ‘s avonds net zo versleten zijn als de knieën van
een stratenmaker.

Dat is allemaal niet erg zolang je maar voldoende vrije tijd hebt om bij te
komen. Daar moet je zelf wel iets voor doen. Ik ben vanaf mijn zestigste op
eigen kosten en met een beetje hulp van mijn pensioenfonds vier dagen per
week gaan werken. Beste beslissing ooit. Misschien dat ik de laatste twee jaar
nog verder afschakel. Dat zie ik dan wel. Tijd wordt steeds belangrijker dan
geld.  Daar zouden meer zestigplussers over moeten nadenken. Laten dan alle
mensen die er voor doorgeleerd hebben ook eens nadenken aan
laagopgeleiden die zittend belast worden.

  1. ab klaassens (reply)

    4 januari 2017 at 23:05

    De werkdruk bij Omroep Brabant wordt blijkbaar in
    hoge mate bepaald door de snelheid waarmee de
    concurrentie (lees de sociale media) op bepaalde
    gebeurtenissen reageert. Dat zijn dan voornamelijk
    incidenten in de sfeer van (verkeers)veiligheid en
    criminaliteit. Ik kan me niet voorstellen dat er voor
    dat soort nieuws een publiek is dat de kwaliteit
    van het gebodene laat bepalen door een chronometer.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (425) Puck for president! 3 januari 2017

(Door Marlies)

De tweede voorstelling tijdens onze kerstreis was de balletvoorstelling ‘Ein
Sommernachtstraum’. Ballet? zult u zeggen… daar zit toch niks vocaals aan?
Dan hoeft Vocalies daar toch geen aandacht aan te besteden?

Jawel, er zat wel degelijk iets vocaals aan…

Laten we voorop stellen dat ook de balletvoorstelling an sich helemaal
geweldig was. Moderne dans, (choreografie van Stephan Thoss) sterk erotisch
geladen, sterke bewegingen,  mooie kostuums, ontroerende dansers. De
muziek was een combinatie van oude muziek (Dowland. Purcell)
gecombineerd met Britten en muziek van een hedendaags componist Joby
Talbot.

Allemaal prima, goed gearrangeerd door Talbot en ook zijn eigen inbreng
kwam goed over. Ik zal nooit een hedendaags klassieke muziek-fan worden,
maar op zijn minst verdient het mijn aandacht en het was goed gedaan…

Nee, de show werd gestolen door Puck! Puck? Ja Puck, de bosgeest die in
A  Midsummernightsdream van Shakespeare van de ene scene naar de andere
dwarrelt. Deze rol werd in deze productie vervuld door countertenor Alin
Deleanu. Let wel: zanger, geen danser. Hij deed het geweldig. Wist bij te
blijven in het sterk fysieke ballet, rende en sprong zonder dat het in zijn
zingen merkbaar was, bleek een komisch talent te hebben en wist de zaal uit
zijn hand te laten eten. Ik zeg: “Puck for president!”

Het enige kleine minpuntje was misschien dat hij in sommigen stukken
begeleid werd door piano. Dat gelijkzwevende pianospel detoneert zo hevig
met het rein spelende orkest dat je vullingen er bijna van gaan springen. Maar
dat was dan ook de enige kritiek die ik had.

Gelukkig is balletpubliek wat vrijzinniger dan operapubliek en viel mijn
waarderende gejoel aan het einde van de voorstelling niet echt uit de toon.

Omdat het hem toekomt even snel de biografie van  Alin Deleanu:

Hij is dertig en stamt uit Roemenië. Als je hem op straat tegenkomt loop je ‘m
gewoon voorbij: tengere niet onknappe man-met-baard. Na twee jaar in het
operakoor van de Roemeense Nationale Opera te hebben meegezongen
debuteerde hij op zijn twintigste in Donizetti’L’Elisir d’Amore als Belcore  en
in Bizet’s Carmen als Danacairo.

Hij studeerde kort in Salamanca (Spanje) en begon in 2005 in Berlijn te
studeren.  In Duitsland debuteerde hij in 2009. 2010 was een belangrijk jaar:
hij besloot zich voortaan als countertenor te presenteren. Dat betekent nogal
wat voor je carrière. Je sluit de toegang tot een aantal rollen af en opent die
naar andere, maar de spoeling als countertenor is een stuk dunner en goed
counter-zingen vereist een ijzeren techniek. Gelukkig voor ons dat hij het
gedaan heeft.

Als je daarbij ook nog ‘dansant’ kunt zijn en je zo goed bij een ander genre
kunt aansluiten verdien je een succesvolle carrière! En die heeft hij.

In het filmpje een trailer van de voorstelling, u kunt zien wat ik bedoel met de
term: ‘sterke bewegingen’ en u ziet Alin af en toe op de achtergrond langs
schuiven. Jammer genoeg is hij niet te horen…

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *