Stakker

Elke journalist met een beetje ervaring weet dat de werkelijkheid altijd gekker is dan een mens kan bedenken.

Als iemand mij voor de vondst van de broertjes uit Zeist (dat is inmiddels een nationaal begrip dus dat begrijpt u ) zou hebben gevraagd hoeveel kinderen in Nederland onder toezicht van een voogd staan, zou ik 5000 hebben gezegd.

Ik zou voor mijn gevoel expres hebben overdreven want ik hoor natuurlijk in de stem van de vragensteller al een verbazing, dus het zal wel hoger zijn dan ik denk.

Nee, het zijn er 40.000 (zegge: veertigduizend). Er zitten 15.000 kinderen in de pleegzorg. Althans dat stond in een gerenommeerd avondblad

Dat betekent dat er in evenveel gezinnen iets dermate mis is dat de ouders niet in staat zijn zelf adequaat voor hun kinderen te zorgen.

Bij elkaar is dat een flink dorp, in ieder geval te groot om niet geannexeerd te worden door een ambitieuze centrumstad.

Ik stond er van te kijken. In mijn werk heb ik meer dan eens te maken gehad met deze problematiek. Er hebben zich heel wat ouders aan mijn bureau gemeld die problemen hadden met kinderen die ten onrechte – vonden zij – waren ontvoerd door jeugdzorg. Die term was voor die ouders het allesomvattende woord voor het Kwaad, met een hoofdletter.

Jeugdzorg zwijgt altijd in alle talen met als standaardzin: wij praten niet over individuele gevallen. In bijna alle gevallen verdwenen die ouders weer in het niets als ik ze vroeg mij schriftelijk te bewijzen dat hun kinderen vanwege een niemendalletje aan hun zorg waren onttrokken. Ik wilde graag zo’n bewijs omdat hun verhaal ook maar een verhaal is.

Eén keer stuurde een vader mij een pak papier. Daarin vond ik een gerechtelijke uitspraak waaruit bleek dat de man vast had gezeten wegens misbruik. Toen ik hem daarmee confronteerde was dat meteen ons laatste contact. Ik heb ook hem nooit meer gezien.

De laatste jaren heeft zich niemand meer gemeld. Ik dacht even dat het beter ging met de Nederlandse ouders en de jeugdzorg.

Maar als ik dan die cijfers zie dan voel ik me een beetje naïef en weet ik eigenlijk niks meer zeker. Nou ja, één ding dan. Als ervaringsdeskundige kan ik dat het beste illustreren met een cliché: een ouder is een stakker die tast in het duister.

We hebben in Nederland overal een papiertje voor nodig, maar niet voor het ouderschap. We zouden in Nederland op onze achterste benen staan als de overheid zich ook daar mee zou bemoeien. Die is er alleen om puin te ruimen.








Opwekking

Toen ik in 1988 een paar weken bij de Brabantse omroep werkte, schoof een collega vertrouwelijk aan bij de koffieautomaat.

Op samenzweerderige toon zei hij; “Jij valt best mee . . .”

“Hoezo?” vroeg ik.

“Nou ja”, zei hij, “wij dachten dat iemand die van de Barneveldse Krant komt de hele dag in driedelig zwart zou lopen en alsmaar over God zou praten. Maar de enige keer dat ik jou god in de mond heb horen nemen volgde er nondeju op. En jij loopt gewoon in een spijkerbroek”.

Ik was in die tijd secretaris van een protestantse kerk en had al gemerkt dat de roemsen, zoals wij ze in Barneveld noemden, een raar beeld hadden van protestanten. Net zo goed als wij meenden dat katholieken maar raak konden hoeren en snoeren omdat alle zonden met een weesgegroetje werden weggepoetst.

De meeste journalisten zijn allang van God los en hebben geen enkel referentiekader als het om geloof gaat. Ze kennen alleen die kleine groep in het zwart geklede zwaar gereformeerden. Voor journalisten bezuiden de rivieren zijn christenen gristenen en dus zwaar op de hand. Vandaar dat gesprekje bij de koffieautomaat.

Je zou denken dat door alle nieuwe media anno 2013 het beeld wel een beetje gekanteld zou zijn, maar nee hoor. Ik las vanmorgen het verslag van Sterre Lindhout in de Volkskrant over het festival Opwekking. Mooi verslag, maar de verbazing droop er weer van af.

Vet aangezet in de tweede alinea: “Vier meisjes en een jongen wandelen gearmd naar de hoofdtent. Hun in strakke spijkerbroeken gestoken billen schuren tegen elkaar. Ze delen een patatje pindasaus en een blikje energiedrank. De gesprekken gaan van “hee chick” en “nee gast”. “

Pssst, Sterre, kom eens even bij de koffieautomaat. Je hebt het niet van mij, maar ik denk dat ze ’s avonds in de tent ook nog van bil gegaan zijn.








Richting

(Door Ab Klaassens)

“En nu gaan we richting het zes uur journaal” zei ze, op 16 mei om 17 uur 59, mijn zeer gewaardeerde presentatrice van het Radio1 Journaal, Lucella Carasso.

Toen ik haar, een paar jaar geleden, voor het eerst hoorde was ze , vergeleken met de oudere presentatoren, een dame met een fris taalgebruik. Maar stapje voor stapje heb ik haar zien wegzinken in het bedompte geleuter dat gangbaar is op de redacties van de Hilversumse omroepen.

Misschien is ze in het begin afgeweken van de teksten die haar werden aangereikt, maar dat doet ze nu niet meer. Erger nog: ze doet mee aan het opbakken van met schimmel beladen clichés.

Kamerleden zien niets in . . .

Vakbondsbonzen zien het niet zitten..

Nu moeten ze de neuzen in dezelfde richting zien te krijgen…

Ze gaan weer rollebollend over straat…

Dat is in het verkeerde keelgat van…

Dat is een doorn in het oog van….

Dat is tegen het zere been van…

Daar kunnen ze echt geen sjokola van maken…

En dat allemaal in ‘nieuws’ dat voornamelijk bestaat uit opgewarmde kliekjes van de dagbladen.

Ik probeer het nog steeds, Radio 1, maar steeds vaker ga ik naar 4.








Vocalies (253) Wagner, de Nazi's en de Rheinoper

(Door Marlies)

Op mijn eigen website staat weer een nieuwe podcast met klassieke muziek.

Het wordt operaliefhebbers in Düsseldorf niet gemakkelijk gemaakt. Ze kregen vorige week een première voorgeschoteld van Tannhäuser van Richard Wagner die zo gruwelijk was dat sommige mensen er letterlijk van over hun nek gingen.

Prompt trok de directie van de Rheinoper de productie terug. De regisseur was niet te vermurwen: zoals hij het gedacht had moest het en niet anders. Nou was er aan zijn versie waarschijnlijk ook niet te sleutelen zonder die helemaal af te breken. Zijn benadering van de opera was zo radicaal anders dan die van de componist dat er niks aan bij te stellen viel: het was slikken of stikken.

Ik zat hoofdschuddend het artikel in de Volkskrant te lezen. Ze leren het ook nooit, dacht ik, die eigenwijze draken van regisseurs. Ik ben niet de meest vooruitstrevende zangeres, maar ik kan goed tegen nieuwe richtingen, mits ze verantwoord zijn en recht doen aan de productie.

Die arme Richard Wagner heeft de nazi-ellende aan zijn kont hangen (niet helemaal onterecht hoor) en komt daar maar niet vanaf. Hij had gemengde gevoelens over Joden (en voortdurend schulden bij de Joodse bankiers, dat dan weer wel).

Zijn tweede echtgenote Cosima was echter veel hardvochtiger over Joden. Adolf Hitler hield van Wagner’s muziek. Daar kan die arme Richard ook al niks aan doen. De nazaten van Wagner staan niet bekend als erg vrijdenkend, maar ik heb ergens gelezen dat ze wel hun grootmoeder het huis uit hebben gezet omdat die steeds maar lovend over Hitler bleef spreken.

Ik wil niet bagatelliseren, maar misschien moeten we eens ophouden Wagner’s muziek constant te willen koppelen aan anti-semitisme en zijn muziek als een op zichzelf staand fenomeen zien. Als je dat doet wordt de enscenering van regisseur Kosminksi nog belachelijker en het feit dat hij geen water bij de wijn wilde doen minstens even extreem als Wagner’s denkbeelden, zo niet extremer.

En de jongens van de directie van de Rheinoper hadden dit debacle natuurlijk al maanden van te voren moeten zien aankomen. Het getuigt van een grenzeloze naïviteit dat deze enscenering zelfs maar de première haalde. Het zal me een geld gekost hebben, dit debacle, om van de schade aan de reputatie van de Rheinoper nog maar te zwijgen. Ze gaan de opera wel doen, maar alleen niet-scenische uitvoeringen.

Tannhäuser gaat over de keuze tussen de zinnelijke en de verstandelijke liefde. Wil je er een nazi-spektakelstuk van maken, dan moet je ver verwijderd raken van de oorspronkelijke compositie.

Belangrijkste thema is de rebellie van Tannhäuser, die zich eigenlijk wil overgeven aan zinnelijke lust, maar dat niet echt kan door zijn religieus ingestelde verstand. De zinnelijke liefde waar hij bij Venus genoeg van krijgt, mist hij bij Elisabeth.

Als hij zich tijdens een zangtoernooi op de Wartburg tot een lofzang op de zinnelijkheid laat inspireren, wekt hij de woede van de andere aanwezigen, waartegen alleen Elisabeth hem kan beschermen. Op een pelgrimstocht zal hij boete doen, maar verlossing vindt hij pas als hem in zijn doodsnood nog eenmaal de naam van zijn redster wordt genoemd.

Daarover ging het nou volgens mij helemaal niet daar in Düsseldorf….

In het filmpje de aria van Elisabeth ‘Allmächt'ge Jungfrau! Hor mein Flehen’. Na wat heen en weer zoeken toch gekozen voor de opname met Cheryl Studer uit 1990. Een genadeloos kaal toneel en werkelijk niks om je mee bezig te houden tijdens het zingen van die lange, lange lijnen vormt een opgave van jewelste.

Ik hoorde sopranen die mijn nekharen overeind joegen met hun vibrato en gedoe en Studer hoeft dat allemaal niet. Ik had liever wat meer close-ups gehad: de cameravoering is al even sober als de rest van het toneel.

Maar het is prachtig zuiver en gesteund (let op haar ademhaling!) en uitstekend verstaanbaar (als Amerikaanse zo’n mooi Duits zingen is niet makkelijk). Er is niks op aan te merken eigenlijk, maar ik kan me ook levendig voorstellen dat Tannhäuser voor de zinnelijke liefde gaat; zoveel reinheid en rechtschapenheid kan een man ook afschrikken…








Slecht nieuws

Ik heb slecht nieuws voor de man van Bernadette. Hij is niet welkom op de trouwerij. Bernadette zelf moet op oma passen. Het lijkt er niet op dat zij en een andere begeleidster mee kunnen eten met de bruiloftsgasten. Dat is een exquise gezelschap. Er wordt voor de begeleiders een restaurant geregeld waar ze even apart kunnen eten van de bruiloftsgasten. Er is geen reden de man van Bernadette daar te laten aanschuiven.

Het goede nieuws is dat een restaurant wordt geregeld in de buurt van de plek waar het huwelijksdiner plaats vindt, zodat de begeleiders niet te ver hoeven rijden als ze de oma’s hebben afgeleverd en op tijd weer terug zijn als de gasten het toetje op hebben.

Betekent wel dat Bernadette c.s. minder tijd hebben om zelf te eten, maar het restaurant wordt op de hoogte gesteld dat er niet te veel tijd tussen de gangen van de begeleidsters mag zitten.

Joris is ook niet welkom. Er wordt nog gedubd over hoe hem dat duidelijk gemaakt zal worden. Ik heb geen idee met welk verhaal hij wordt afgescheept, want mijn trein was op z’n bestemming en ik moest het afluisteren van het gesprek helaas staken. Maar ik dacht, ik waarschuw de man van Bernadette vast, dan kan hij zich voorbereiden.








Push

Ik moest laatst een testje doen. Er werd mij een lijstje nieuwsfeiten voorgelegd en ik moest bepalen in welke gevallen een pushbericht gestuurd moest worden. Zelf noemde ik dat per ongeluk een push-up bericht, tot grote hilariteit van twee blonde cheffinnen die mij het testje afnamen. Ze keurden wel mijn opmerking goed dat je zuinig moet zijn met pushberichten omdat ze anders hun attentiewaarde verliezen.

Een pushbericht is een alarm of alert. U weet wel, dat er opeens een belletje klinkt als een medium vindt dat het zulk belangrijk nieuws heeft dat u moet afknijpen en in de broek die op uw enkels hangt onmiddellijk uw smartphone moet gaan zoeken alwaar u op het schermpje ziet wat nog belangrijker is dan uw stoelgang.

Breaking News heet dat in Amerika. In Nederland gebruiken we daarvoor tegenwoordig het woord brekend. Ik ben erg voor je moerstaal, maar breaking klinkt in mijn oren urgenter dan het wat hilarisch aandoende brekend.

Vroeger werd je niet gewaarschuwd. Brekend was toen ook alleen nog maar het overlijden van een vorstin of één van haar familieleden. Dat iemand van koninklijke bloede was gaan hemelen merkte je pas als je de radio aanzette en een Requiem hoorde, daar waar je Abba verwachtte. Dan wist je dat er iets heel ergs was gebeurd.

Je zocht een telefooncel en je belde naar een bekende om te vragen wat er aan de hand was. Alleen zij die niet wisten hoe lang Requiems duren bleven wachten op een nieuwslezer die maar niet kwam.

Gisteravond zat ik in het café toen het belletje klonk. Weekers is standrechtelijk geëxecuteerd, dacht ik. Of een aanslag op de metro van Rotterdam. Of Pieter van Vollenhoven dood. Niets van dat alles. De NOS meldde op mijn schermpje dat Anouk naar de finale gaat van wat iedereen die nu opeens in het Oostblok- c.q. homofeestje is geïnteresseerd, het ESF noemt. Dat is voor de Koninklijke (het koosnaampje dat RTL’ers aan de NOS geven) dus brekend nieuws.

Godallemachtig, wat was ik blij dat ik niet voor de pisbak van de kroeg stond.








Banken

Jonge collega’s spraken over hùn eindexamen. Ze dachten met huiver terug aan M&O. Ik liet me uitleggen waar die letters voor stonden. Boekhouden en Handelskennis dus.

“Ik wist in de vierde nog niet eens wat fiscus betekende”, zei één van de collega’s. Het is dus niet waar dat het ontduiken van belasting in Nederland in elk huishouden met de paplepel wordt ingegoten. Waarschijnlijk komt dat pas nadat je met goed gevolg het examen M&O hebt afgelegd.

U, die mij kent, weet het: van economie en geld heb ik geen kaas gegeten. Ik weet dat we al vijf jaar in een crisis zitten waarvan ik de gevolgen nog niet aan den lijve heb ondervonden. De crisis in de jaren tachtig beperkte zich tot mijn toenmalige huwelijk.

Desalniettemin slaakte ik gisteren een zucht van verlichting toen NRC kopte: “De eurocrisis is voorbij, nu die van banken nog”. Niet dat ik ooit het verschil tussen die twee heb begrepen, maar voor een onwetende is elke strohalm er één.

Wat ik wel begrepen heb is dat de banken de kwaaie pier zijn. In de Volkskrant van zaterdag stond het verhaal “De kleren van de bankier”, dat zelfs ik na twee keer lezen volledig begreep. Eén zinnetje is blijven hangen: ‘de banken zijn verslaafd aan lenen’ . Daardoor bouwen ze geen eigen vermogen op en worden ze kwetsbaar. Dat durven ze omdat ze weten dat de overheid ze toch wel overeind houdt.

En gisteren publiceerde diezelfde krant een interview met supercurator Louis Deterink voor wie ik, sinds we verslag deden van het failliet van DAF, een grote bewondering heb. Hij haalde ook al uit naar de banken. Omdat die zich zo star opstellen dreigen bedrijven failliet te gaan die het met een beetje meer lucht gered zouden hebben.

Er was ook goed nieuws. Er komt een campagne tegen het gesomber in Nederland. Die begint vandaag en die moet u en mij meer vertrouwen in ons eigen land geven. Philips, Heineken, Google en Facebook doen er aan mee. Toch geen clubjes van de straat.

U had er nog niet van gehoord? Nee, het stond ook op pagina 11. Want zoals de meeste banken verslaafd zijn aan lenen, zo zijn de meeste media verslaafd aan slecht nieuws. Dat durven ze omdat ze weten dat ze daarmee door het volk overeind gehouden worden.








Zoekactie

Wie zijn die mensen die in hun vakantie schouder aan schouder over de Utrechtse Heuvelrug trekken, op zoek naar twee vermiste jongens van wie ze het bestaan een week eerder niet kenden?

Wat drijft ze om centimeter voor centimeter het bos uit kammen met het risico dat ze worden geconfronteerd met een vreselijke, traumatische vondst?

Ben ik in bijna veertig jaar journalistiek zo wantrouwend geworden, dat mijn eerste gedachte was dat er een flinke portie sensatiezucht mee speelt bij de vrijwilligers?

Dat ik denk dat ze werken aan een goed verhaal waarmee ze het verplichte jaarlijkse bezoek aan hun schoonmoeder nog enigszins draaglijk kunnen maken. Ik schrik van mezelf.

Kranten hebben een aantal deelnemers geïnterviewd. Het viel me op dat het voornamelijk vrouwen waren. Dat is logisch nadat de moeder van de jongetjes vorige week een oproep deed via Facebook. Dat almachtige Facebook dat hele volksstammen in beweging krijgt.

Eén van de vrouwen zei dat ze het deed omdat ze zelf ook moeder is. Op de foto in de krant stonden ook vrijwel alleen maar vrouwen, maar zo’n foto is ook maar een momentopname.

Ik vraag me af of het dezelfde mensen zijn die op de site van de omroep waar ik werk onder elk berichtje waarin een dode is te betreuren de familie veel sterkte wensen. Nee, dat zijn vast andere mensen. Die doen hun medeleven schriftelijk af.

De mensen die de afgelopen dagen uren door de bossen trokken is volgens mij een ander slag volk. Eén zei in de krant dat het de zwaarste wandeling uit haar leven was.

Maar wat drijft die mensen? Zijn het diezelfde ramptoeristen die op de andere rijbaan een langere file veroorzaken? Zijn het die types die vooraan willen staan zodat ze straks zelf het middelpunt zijn met hun verhalen? Of zijn het mensen die het voorbeeld hoe geven je in dit land met elkaar om moet gaan? Ik hou het op het laatste. Omdat ik dat graag wil geloven.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed