Vocalies (197)



(Door Marlies)

Vandaag in 1972 ging de tweede opera die Scott Joplin (u weet wel, van ‘The entertainer’) geschreven heeft in première: ‘Treemonisha’. Hoezo? zult u zeggen: Joplin leefde van 1868 tot 1917 (want dat wéét u...), en in 1972 pas een première van zijn opera die hij in 1910 af had?

Tsja, Scott Joplin was zo’n beetje de eerste 'neger'-componist van min of meer westerse muziek en hoewel hij van na de afschaffing van de slavernij was, kan ik me niet voorstellen dat de weg van zijn gecomponeerde muziek gepubliceerd en uitgevoerd krijgen een makkelijke was.

In 1911 heeft hij betaald voor het uitbrengen van een klavieruittreksel van de opera. Van dat klavieruittreksel heeft hij een kopie gestuurd naar het ‘American Musician and Art Journal’. In dat tijdschrift verscheen een positieve, pagina-grote recensie. Het heeft niet mogen baten: tijdens Joplin’s leven is Treemonisha nooit uitgevoerd. Er is slechts een soort doorloop-repetitie gehouden met Joplin zelf aan de piano in het Lincoln Theater in Harlem, New York; daar moest Jolin zelf godbetert voor betalen.

De ‘herontdekking’ van het piano-uittreksel in 1970 heeft uiteindelijk tot de echte première geleid in 1972 (met een orkestratie van T.J. Anderson) en toen was het succes niet meer te stoppen.

Vanwege de pianobegeleiding en de niet al te moeilijke muziek is het voor een amateur-gezelschap goed te doen. De opera duurt bovendien niet heel lang. Er zijn talloze koren die denken dat als ze zich allemaal zwart schilderen, ze ook 'neger'muziek kunnen maken (en de term negermuziek is hier, net als de term negercomponist hierboven beslist niet discriminerend bedoeld, in tegendeel!).

Ik heb zelf Treemonisha ooit mogen zingen in een semi-concertante uitvoering. Die uitvoering was qua zang niet slecht, al moest de dirigent wel alle zeilen bijzetten om zijn (deels wat oudere) koorleden tot enige ‘swing’ aan te zetten.

Ik geneerde me met mijn zwart geschminkte toet, maar kon niet goed uitleggen waaróm ik me geneerde en zat toen nog in de fase waarin je blij mocht zijn met iedere rol die je kreeg toebedeeld; niet moeilijk doen dus over wat zwarte schmink (die trouwens na 14 dagen nóg in de randen van mijn oren zat…) .

De stem van Treemonisha lag me wel en ik herinner me dat vooral de ‘Real slow drag’ aan het einde, met de sopraansolo, het in de zaal en bij het koor goed deed. Ik kreeg er wel die typische ‘sleep’ in die het stuk nodig had en ik kon (en kan nog steeds) flink gas geven, de ramen van de aula van de muziekschool in Eindhoven rammelden.

Je doet de opera overigens tekort als je ‘m een ‘ragtime-opera’ noemt. Er zit ragtime in, maar er is tevens een goeie, volledige ouverture, er zijn recitatieven, koren, dansen, stukken die sterk aan negro-spirituals doen denken en een paar goeie aria’s; hij was echt wel goed bezig die Joplin!

Het plot? Tamelijk overzichtelijk. Treemonisha heet zo omdat ze bij een grote boom is gevonden en omdat ze daar als kind heel graag speelde. Ze blijkt als ze opgroeit buitengewoon intelligent en begaafd te zijn en ze wordt onderwijzeres, iets dat in die tijd door de arme zwarten in Amerika gezien werd als ongeveer het hoogst bereikbare (tegenwoordig weten we wel beter… ).Ze preekt dus ‘educatie, educatie!!!’ en dat valt niet overal erg best.

Vooral niet bij de zwarte kerk (dat viel trouwens in die tijd bij geen enkele kerk erg lekker: de Brabantse zinsnede ‘houde gullie ze mar èrrum, dan houwe wij ze wel dom…’ is hier zwaar van toepassing). Treemonisha wordt vanwege haar denkbeelden ontvoerd, maar net op tijd weer vrijgelaten en iedereen is blij dat ze terug is en heeft inmiddels haar denkbeelden geaccepteerd. Einde opera.

Ik ga u niet vermoeien met een nog langer stukkie over het leven van Joplin; hij heeft het niet gemakkelijk gehad. Stof voor een apart ander stukkie, ooit eens…

In het filmpje een klein uittrekseltje uit de opera. Geluid is prut, maar de bedoeling komt goed over en de trouw aan zijn stijl waarmee Joplin componeerde ook. Er waren weinig fatsoenlijke filmpjes beschikbaar.








Verzekeringspakket



Er zijn mensen die denken dat journalisten in het verzekeringspakket zitten en dat ze recht hebben op journalistieke aandacht.

Ik snap wel waar de gedachte vandaan komt. Vooral dankzij internet wordt elke ordinaire ruzie door zichzelf journalist noemende cowboys de wereld in geslingerd. Dat is niet erg, want ook de onderbuik moet gevoed worden.

Het vervelende is alleen dat mensen met die weldoorvoede onderbuiken denken dat elk medium voor ze klaar staat.

Ik had er deze week weer eentje. Een mevrouw die vertelde dat er binnen haar familie enorme heisa was uitgebroken na het overlijden van een vader. En nou zouden zij en haar medestanders een rel gaan schoppen tijdens de uitvaart. Kransen van de kist halen en zo. En dat leek haar wel een mediamomentje.

Ik vertelde mevrouw dat we niet zouden komen en dat ze beter met de ruziënde partijen om tafel kon gaan zitten.

Maar een goed gesprek was blijkbaar niet aan haar besteed. Ze bleef aandringen. Het argument dat media-aandacht in sommige gevallen meer kwaad dan goed doet snapte ze helemaal niet. Het kwaad was namelijk al geschied en daar konden wij niet veel meer aan kapot maken, zei ze.

“Ik bel wel naar SBS,” zei ze boos en ze verbrak de verbinding. Ik denk dat ze daar ook bot vangt want volgens mij zitten de commerciële omroepen ook niet in het ziekenfondspakket.








Hilversum



De gemeenteraad van mijn eigenste stadsie Den Bosch gaat 50.000 euro beschikbaar stellen aan de nationale omroep die dit jaar de jaarlijkse operavoorstelling op de Parade wil uitzenden.

Wij hebben hier geen omkoopschandaal bij de taas, nee, het geld is een openbare bijdrage in de productie die zo’n uitzending kost. En dan moet u toch al gauw aan een tonnetje of twee denken.


De burgemeester vertelde de gemeenteraad dat zo’n bijdrage de enige manier is om “Hilversum” de provincie in te krijgen. Moet dat dan? Jazeker, zei d’n burger. Want landelijke aandacht betekent extra bezoekers aan de stad en dat is goed voor de economie (lees: de zakken van de middenstanders en de horeca) en dat betekent extra inkomsten om sociale dingen te doen. Kortom: Hilversum als redder van de noodlijdende sociale werkplaats.

Ik moest denken aan de woorden van onze kroegbaas. “En dan zetten die kakwijven al om twee uur een stoeltje op de Parade om vooraan te kunnen zitten bij de opera. En dan beginnen ze meteen aan de kouwe rosé en toastjes gerookte zalm en na afloop rollen ze half lazarus hier binnen. En dan gaan ze een beetje bijdehand zitten brallen en met hun vingers zitten knippen.”

Ik denk inderdaad dat het tijd wordt dat ‘Hilversum’ een paar jongens en meisjes richting de Brabantse hoofdstad stuurt. Zelf denk ik aan een ploegje van Man bijt Hond.








De straat (8)



(Door Ab Klaassens)

Naast mijn ouderlijk huis in de straat waarin ik ben opgegroeid woonde, bij zijn ouders, Jan Vermaas. Hij was doelman in het eerste elftal van de voetbalvereniging Amstel met een accommodatie van twee velden vlak bij het Amstelstation.

De kleedruimte was in een houten keet. Aan de voorzijde vond je een loket voor de de verkoop van thee, ranja en gevulde koeken, aan de achterzijde trof je, lekker fris in de open lucht, een pisbak en een rijtje waterkranen bedoeld voor de reiniging van ledematen na trainingen en wedstrijden.

Buurman Vermaas was eigenlijk bang voor het gewoel in zijn doelgebied tijdens wedstrijden en nam daarom enkele neuten voordat hij het wedstrijdveld betrad, een gewoonte die leidde tot spectaculaire reddingen en onbegrijpelijke missers.

Hij had mij zien voetballen op straat en vond mij wel rijp voor een plaats in één van de jeugdteams. Voetbalschoenen kopen was er niet bij. Ik kreeg afdankertjes van Jan, enkelhoog, twee maten te groot, de lege ruimte onder de stalen neuzen opgevuld met oude sokken.

De vereniging kampte met een chronisch geldgebrek waardoor het maaien van het tweede veld – voor trainingen en jeugdwedstrijden – zo lang mogelijk werd uitgesteld. Soms kon je het klein formaat bal waarmee de jeugd moest spelen – een ‘drietje’geheten - nauwelijks vinden in het hoge gras.

De bal was altijd zwaar van het water door de sloten rond het veld, wat koppen hoogst bezwaarlijk maakte ook al omdat je de vetersluiting van de bal, draaiend als een boor, altijd op je kanis kreeg.

Anderhalve competitie strompelde ik voort op mijn veel te grote schoenen. Omdat ik wel passende gympies kon krijgen verkaste ik naar korfbal. Tien jaar later trokken op de velden van FC Amstel jongens als Piet Keizer, Ruud Krol en Willem Suurbier hun eerste sprintjes op weg naar eeuwige roem. Het gras was inmiddels gemaaid.








Voorrondes




Er ontgaat mij iets. Het belang van de Republikeinse voorverkiezingen in de Verenigde Staten van Amerika. Ik bedoel: het belang ervan voor gewone Nederlandse burgers zoals ik.

Mijn ochtendblad bulkt van het nieuws over die voorrondes. En ook de NOS (door een RTL-collega liefkozend ‘De Koninklijke’ genoemd) doet verslag als betrof het hier een gebeurtenis waarvoor wij in Nederland gul dienen te doneren.

Het ontbreekt er nog maar aan dat de programma’s over de Republikeinse voorverkiezingen worden gepresenteerd door Yvonne Jaspers of Gordon.

Ik heb enkele tamelijk intelligente en betrokken mensen in mijn omgeving gevraagd of zij nog wisten wie vier jaar geleden de tegenstrever van Obama was. Drie hadden geen idee, de vierde meende te weten dat het ene McCain was.

Voor Nederlanders is die McCain een nobody geworden. Verdwenen in de schaduw van Obama en onze eigen Europese sores.

Waarom moet ik dan nu bedolven worden onder nieuws over mensen die het uiteindelijk niet eens zullen gaan opnemen tegen Obama. Is het omdat Amerika moreel, politiek, economisch en militair ons voorbeeld is? Dat lijkt mij een tamelijk achterhaalde gedachte.

Eigenlijk ben ik veel meer geïnteresseerd in de voorrondes van de verkiezing van de nieuwe leider van grootmacht China. Hoewel, dat schijnt daar dan weer niet op televisie te komen.








De Majesteit




Ik had de hoop al opgegeven dat onze politici zonder Emile Ratelband collectief van het angstsyndroom zouden afkomen waarmee Geert Wilders c.s. derluiden een jaar of tien geleden heeft opgezadeld.

Ik had niet durven hopen dat politici ooit dat handjevol mocro’s zouden durven zien als mensen in plaats van een electorale bedreiging.

Maar zie hier, langzaam begint bij PvdA en CDA het besef door te dringen dat ze zelf na moeten denken in plaats van hun doen en laten te laten bepalen door de PVV.

Eerst sprak Job Cohen vorige week ferme taal in de Volkskrant. Het kabinet hoeft niet meer op steun van zijn partij te rekenen. En het CDA nam afgelopen weekend ook al met een ovationeel applaus afstand van Geert Wilders.

En nu blijkt ook nog eens dat de opmars van de PVV tot staan is gebracht. Socialisten en christen-democraten zullen elkaar vandaag ongetwijfeld bemoedigende mails sturen en elkaar vertellen dat hun herbronning en standvastigheid vruchten begint af te werpen.

Is dat zo? Welnee. Het gaat niet goed met de PVV omdat Wilders zijn hand heeft overspeeld.

Eerst voedde hij onze al aanwezige angst voor den muzelman. Dat was een inkoppertje. Daarna wilde hij den gulden terug omdat er sprake was van een eurocrisis. Een intikkertje.

Maar toen begon zijn gedis tegen de koningin buitenproportionele vormen aan te nemen. De vorstin had er nog nooit zo charmant uit gezien als met die prachtige blauwe hoofddoek. Nederland was in aanbidding. En wat doet Wilders? Hij brandt de majesteit tot op haar enkels af. Fout. Hand overspeeld. Ze sloeg op haar manier keihard terug en dat was het begin van Wilders’ einde.

Want alle goede bedoelingen van CDA en PvdA ten spijt, uiteindelijk kiest het volk voor het sprookje van het koningshuis. Ik ben benieuwd wat De Majesteit bedenkt om de wassende liefde voor de SP te beteugelen.








Vocalies (196)



(Door Marlies)

Er staat een nieuwe podcast met klassieke muziek op Vocalies.

Soms krijg je een onderwerp voor een stukkie op een presenteerblaadje aangereikt. Deze opmerking zult u in deze rubriek wel eens vaker gelezen hebben. Het moeilijkste voor een columnist (en ik ben daarbij volgens mij in goed gezelschap) is het bepalen van het onderwerp. En het meest frustrerend is het als je dan eindelijk gekozen hebt en de actualiteit haalt je in. Deze week heb ik het makkelijk: geen actualiteit die mij afhoudt van het feit dat vandaag in 1941 Placido Domingo geboren werd; desnoods schrijf ik twee stukkies…

Ik bewonder Domingo zeer: van de ‘drie tenoren’ (José Carreras, en Luciano Pavarotti waren de ander twee) die in de jaren tachtig van de vorige eeuw (dat klinkt véél langer geleden dan het eigenlijk is) zo bekend werden, was hij de meest celebrale, de meest intelligente. En bovendien een mooie man. Lekker groot, dat mankeert er bij tenoren ook nogal eens aan.

Een van mijn medestudenten aan de Sommerakademie in Salzburg in die jaren zei ooit “Der Mann stirbt so schön” en gaf daarmee het acteertalent van Domingo in dat korte zinnetje prachtig weer. Domingo kan acteren, de andere twee van het illustere groepje kunnen/konden dat minder. Met Pavarotti had ik het al helemaal niet zo en op Carreras was ik vanaf het begin verliefd, maar niet zó dat ik niet zag dat hij in alle rollen eigenlijk hetzelfde deed. Hetgeen niet betekende dat hij me niet de tranen naar de ogen dreef,het is een temperamentvol menneke en legendarisch eigenwijs.

Pavarotti leeft niet meer. We liepen in 2007 een klein restaurantje in Bomerano in, zagen de tv (die in alle restaurants in Italië, van goedkoop naar duur, áltijd aanstaat) en wisten meteen waarom de natie zich in rouw onderdompelde: Luciano was dood. De ober trok een bijpassend gezicht en buiten paste het weer zich ook al aan: het onweerde dat het een aard had.

Carreras is er nog, al heeft het een tijdje weinig gescheeld: hij overwon leukemie, zong daarna nooit meer zo krachtig als daarvoor, maar won aan persoonlijkheid. Hij zingt meer dan ooit speciaal voor mij… tenminste zo voel ik het.

Bij al het nieuwe, aanstormende talent bleef Domingo overeind. Wie mij regelmatig leest kent mijn affectie voor Rolando Villazon, maar die heeft een heleboel aan Domingo te danken. En Domingo wist wanneer hij nieuwe wegen moest inslaan: hij dirigeert tegenwoordig heel vaak en hij coacht nieuw talent. Bovendien ‘droogt hij aardig op’: hij is aan de zware kant, maar hij krijgt zo’n lekker doorleefde kop, iets waar ik als ouder wordende dame ook nogal eens op val…

Daarom een extra hartelijke felicitatie voor Placido en hieronder een korte levensloop.

Domingo werd geboren in Madrid op 21 januari 1941 en verhuisde als kind met zijn familie naar Mexico. In Mexico-stad studeerde hij aan het conservatorium. Hij debuteerde als Alfredo in La Traviata. En dan huppekee: New York in 1965; Milaan, Teatro alla Scala in 1969; London, Covent Garden in 1971.

Hij had een neus voor carrièreplanning: in 1981 scoort hij met John Denver een hit (‘Perhaps Love’, nog vaak gezongen bij bruiloften en uitvaarten) en in 1987 staat hij in een kerstspecial met Julie Andrews en John Denver. Bij de sluitingsceremonie’s van de Olympische Spelen 1992 en 2008 zingt hij en in 2007 gaat hij zelfs zover te zingen in een aflevering van´ The Simpsons´.

In 2009 was hij de eerste winnaar van de Birgit Nilsson-prijs Operazangeres Birgit Nilsson bepaalde dit postuum: ze had vóór haar overlijden in 2005 de naam van Domingo in een enveloppe gedaan….

Domingo kan in 6 talen overtuigend zingen, maar zijn belangrijkste rollen zijn in het Italiaans (Otello, Cavaradossi, Don Carlos, Des Grieux, Dick Johnson, Radames) in het Frans (Faust, Don José, Samson), en (wat later) in het Duits (Lohengrin, Siegmund).

Bij zo’n lange carrière kun je enig vergelijkend warenonderzoek plegen. Daarom hieronder twee versies van de mooiste tenoraria ooit ‘E lucevan le stelle’ uit Tosca; de eerste van recente datum en de tweede van 1969. Voor die tweede moet u effe scrollen, de aria start ongeveer op 3 minuten. Ik heb ze bewust gekozen zonder bewegend beeld erbij, dan kunt u de oren beter spitsen. Je hoort dezelfde man zingen en je hoort dat de stem ouder is geworden, maar o, wat zingt hij nog prachtig!












Thonet



Ik had ze weer. Mailtjes die niet voor mij bestemd zijn. Het komt door mijn veel voorkomende oer-Hollandse naam. Iedereen die heet zoals ik moet bij het maken van een account op internet cijfers of streepjes gebruiken.

En wie dan bij het verzenden van een mail aan een Jan de Vries een typefoutje maakt ziet z’n boodschap al snel de verkeerde kant uit schieten.

Vorige week nog. Kreeg ik een uitgebreide mailwisseling toegezonden over de subsidiering van één of ander project in het oosten des lands. Wat ik er van vond? U weet het: ik vind altijd heel veel, maar deze keer vond ik niks.

En gisteren kreeg ik een mail met de aanhef: Mw. De Vries. Dat triggert. Hij was afkomstig van een kerkbestuur. Dat wil nieuwe Thonetstoelen aanschaffen. En nou hadden ze gehoord dat in de kerk waaraan ik verbonden ben zulke stoelen staan.

Voor de duidelijkheid: ‘ik’ is Mw. De Vries, dus dat ben ik niet. Wat of die stoelen kosten en waar ze zijn gekocht?

Tja, daar sta je dan als verkeerd geadresseerde. Worstelend met de vraag: gooi ik de mail weg of probeer ik een christen verder te helpen. Ik heb eens op de site van Thonet gekeken. Dat schoot niet op. Want welke stoel wordt bedoeld: de kartonnen vouwstoel, de fauteuil, de schommel ligstoel, de types S32, S33 of misschien S55.

Ik heb teruggemaild dat ik heb geworsteld. Dat is een term die in die kringen wordt begrepen. O ja, ik heb ook geschreven dat de mail vermoedelijke naar ene Jane de Vries moet.





Powered by Pivot - 1.40.7: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed