Tante 23 oktober 2017

Tante is 94 of 92 dat weet ik niet zeker. De botten zijn broos maar haar geest
nog vlijmscherp. Ze praat honderd uit en ze is bepaald geen huismus.

Nog niet ze lang geleden maakte ze met enkele mensen een uitstapje naar een
nabijgelegen dorp. Het evenementje waar het om te doen was boeide haar niet
zo. Ze streek neer op een terras en wie komt daar langs gelopen: de ex van
haar dochter, die we voor het gemak Annie noemen.

Dat werd een hartelijk weerzien. Hij schoof aan en samen genoten ze in het
zonnetje van een drankje.

“Da’s ook toevallig”,  zeiden wij  op zo’n toontje van: nou, nou u maakt wat
mee op uw ouwe dag.

“Toevallig?” zei tante. “Welnee, weet je hoe vaak ik exen van Annie tegen
kom”.

  1. Eef Klaassens-Postema (reply)

    23 oktober 2017 at 11:51

    Ha, ha, die tante. Of die Annie?

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Insecten 20 oktober 2017

(Door Ab Klaassens)

Duitse en Nederlandse geleerden hebben vastgesteld dat in een natuurgebied
aan de Duits-Nederlandse grens binnen enkele jaren driekwart van de
insectenpopulatie is verdwenen. NRC-Handelsblad meldde het donderdag 19
oktober op de voorpagina.

Oud nieuws want al eerder dit jaar verschenen berichten dat in heel de wereld
het aantal insecten is gedecimeerd.

En dat was ook al weer oud nieuws want in 1962 verscheen het boek ‘Silent
Spring’ waarin de Amerikaanse biologe Rachel Carson (1904-1964) aantoonde
dat we met onze landbouwtechnieken en de daarbij toegepaste
bestrijdingsmiddelen zo veel natuur vernietigen dat wij op den duur het
gezang van vogels in de lente niet meer zullen horen.

Mevrouw Carson kwam met haar noodkreet lang voordat geleerden en
politici, verenigd in De Club van Rome, in een indrukwekkend manifest
(1968)  de ondergang van de wereld voorspelden tenzij….

Ja, tenzij. Buma (CDA)  zal je niet verder helpen. De natuur is van god
gegeven. Maar de bestrijdingsmiddelen ook.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (454) Akoestiek 19 oktober 2017

(Door Marlies)

Onderzoekers van de Technische Universiteit Eindhoven (uit mijn stadsie
dus…) hebben de mythe ontkracht dat de Griekse theaters een akoestiek-tot-
en-met-de-laatste-rijen zouden hebben.

Ik sloeg het Eindhovens Dagblad open en op pagina drie grijnzen mij twee
voldane koppies tegemoet van de onderzoekers: nee, je kunt niet tot en met de
laatste rij een speld op het toneel horen vallen en nee, een stem-met-gewoon-
volume is niet op de achterste rij verstaanbaar.

Ik mopper het artikel door:  ze zullen het wel niet met een vol theater nog een
keer gemeten hebben en waarom hebben ze mij niet meegenomen, ik zou ze
wel eens laten horen wat akoestiek-tot-en-met-de-laatste-rij is en wat nou:
stem-met-gewoon-volume, je wordt toch als zanger/acteur verondersteld wat
meer gas te geven dan wanneer je een gesprek met iemand hebt, of ben ik
gek…?

Maar mythe en meten-is-weten zijn natuurlijk heel verschillende dingen. En
verstaan en horen zijn ook twee heel verschillende dingen, net als luisteren en
gehoorzamen.

Ik was in een grijs verleden in het theater in Taormina en zat op een van de
achterste rijen (vooral óm  en rond te kijken trouwens, want het uitzicht is
daar fenomenaal) . Op en voor het toneel waren medewerkers bezig op te
ruimen;  er lagen steigerpijpen en planken. Al snel trok het geluid daar, vóór,
mijn aandacht, weg van het uitzicht. Ik ben veel auditiever ingesteld dan de
meeste mensen: beeld intrigeert mij zeer, maar geluid nog veel meer en ik ben
gezegend met uitstekende oren. Ik kon ieder woord van de werkers daar
beneden verstaan en de lichte klònkjes waarmee de pijpen tegen elkaar
kletterden of neergelegd werden kwamen boven allemaal aan.

Toen de mannen klaar waren ben ik naar beneden gelopen en op de plek gaan
staan waar zij zo-even gestaan hadden. Mijn oren spitsten zich (als u erbij was
geweest had u ze wellicht zelfs zíen spitsten… grapje). Er gebeurt met een
zanger als hij/zij in een akoestisch goede ruimte staat iets bijzonders,
misschien is dat wel onderdeel van ‘Das Gewisse Etwas’ waar ik het in mijn
stukkies over vocale klassieke muziek wel eens over heb. Er begint ergens in je
iets te trillen. Het heeft niks met pedant of aandacht-trekkerij te maken, maar
je krijgt de onweerstaanbare drang geluid te maken, óp te zingen, je
levenslust, of verdriet, of opwinding te uiten. Dat is wat ten grondslag ligt aan
een zanger (en dan bedoel ik een èchte zanger – in alle genres trouwens – niet
zo modieus halfbakken tiepje dat zonder microfoon niks kan) en ook dat is
een mythe en een mysterie en niet in metingen te vatten.

Ik heb geleerd (de conventie, weet u…) die trillingen te registreren, maar er
niks mee te doen. En nu ik niet meer actief zing, is het makkelijker er niet aan
toe te geven, maar ze zijn er nog wel: als ik een kerk inloop en de galm van
mijn voetstappen hoor, in hallen van stadhuizen (de hal van het gemeentehuis
in het Brabantse Gemert (waar ik ooit werkte)  had een puike akoestiek; hoe
het nu is weet ik niet) en sommige theaters klinken al vanaf het moment dat je
de eerste stap achter op het toneel zet (het minitheatertje in Jesi
bijvoorbeeld).

Ik kon het toen niet laten en jubelde een toonladder en hoorde mijn stem
aantikken in alle rondingen van het theater. Een mythe was het…

  1. Laurent (reply)

    20 oktober 2017 at 07:56

    Ik heb dat anders wel degelijk eens getest in een Grieks amphitheater, en ik meen me te herinneren dat het opmerkelijk was hoe goed we mijn vader in het midden ervankonden horen. Maar goede akoestiek is mooi ja. Mijn laatste jaren op gitaarles had ik in het klaslokaal van een oude school met heel veel nagalm 🙂

  2. Laurent (reply)

    20 oktober 2017 at 07:57

    Man de akoestiek in het Eindhovense gemeentehuis word je echter helemaal gek in een band, met al dat glas en marmer…

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Elektrische tandenborstel 18 oktober 2017

Als je in de journalistiek met een Remmington typemachine bent begonnen
dan heb je al heel wat technologische revoluties meegemaakt. Vrijwel alles is
een verbetering.

Bij elke vernieuwing (met “de computer” en internet als de markantste) dacht
ik: beter kan het niet worden. Acht, de rest is geschiedenis luidt het cliché.
Er komt een moment dat je verbazing helemaal voorbij bent, wat blijft is de
verwondering. Deze week had ik zo’n momentje. Ik las een artikel over de
kwetsbaarheid van Wifi (merkt u hoe normaal ik het vind die vier letters te
typen op een laptop). In het stuk stonden apparaten met kwetsbare Wifi. Ik
viel bijna van mijn stoel toen in dat rijtje een tandenborstel stond. Ik had iets
gemist.

Meteen gegoogeld. Uiteraard kom je dan als eerste bij Coolblue terecht. Eén
ding is niet veranderd: de macht van de commercie. Er bestaan inderdaad
tandborstels met Wifi. Die zijn gekoppeld aan een app en die registreert of jij
wel goed poetst. Het kost een paar tientjes maar dan heb je ook wat. En als je
het goed doet dan kun je de tandarts die niks beters kan bedenken dan de
tekst “goed poetsen hoor, ook achterin” de app onder neus duwen en zeggen:
kijk eens, dat doe ik ook.

Ik kende vroeger iemand die haar kunstgebit altijd even meepikte tijdens het
vaatwassen. Dat kon want niemand zag dat, totdat iemand haar betrapte. Dat
zou nu niet meer ongestraft kunnen want er is altijd iemand met een
smartphone die daar heimelijk een filmpje van maakt en dat via Facebook
viral laat gaan tot groot vermaak van de massa. Wat ik zeg: vrijwel alles is een
verbetering.

  1. Peer (reply)

    18 oktober 2017 at 12:00

    Wel keurig dat je Wifi nog heel respectvol met een hoofdletter schrijft.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Trainingsbroek 17 oktober 2017

Ik heb de ballen verstand van mode. Als mijn vrouw niet een beetje op mij
lette dan ging ik voor schut over straat.

Zij is zelf van de gilets. De eerste keer dat ik op haar advies een zwart gilet
over een saai wit overhemd aan trok begonnen collega’s onmiddellijk bij
binnenkomst bij mij bier te bestellen. Dat was dus meteen de laatste keer dat
ik mij zo uitdoste.

Naarmate de jaren verstreken luisterde ik vaker naar mijn vrouw. Nu draag ik
zelfs roze, want dat schijnen echte mannen te doen. Bovendien werk ik in een
omgeving met veel mannen die zo’n roze overhemd heel gewoon vinden.

Over damesmode kan ik al helemaal niet meepraten, hoewel ik dat natuurlijk
wel ga doen, daar is zo’n stukkie voor. Er waren twee periodes in de
geschiedenis van de damesmode waarin mijn twijfel over het fenomeen vrouw
wankelde. Dat was toen ze zich massaal in die afzichtelijke tuinbroeken hesen
en toen de legging in zwang raakte.

Momenteel is er weer zo’n periode, nu veel vrouwen broeken dragen met een
streep over de volle lengte van de pijpen . Toen ik dat voor het eerst zag dacht
ik dat de betreffende vrouw een kwetsuur had en daarom noodgedwongen een
makkelijk zittend trainingsbroek droeg. Dat was een denkfout, er was sprake
van een geheel nieuwe modetrend. Nu zie ik ze overal.

Het kan mij niet schelen, maar ik vraag me af waarom iedereen zo’n
trainingsbroek draagt terwijl we al een mensenleven lachen om Helmonders
‘die allemaal in een trainingspak lopen’. Dus: prima die nieuwe mode maar
laten we dan de credits aan de Helmonders geven en deze door mij zeer
gewaardeerde medemensen niet langer belachelijk maken. Want laten we
eerlijk zijn: Helmonders zetten de trend. Half Afrika loopt in kleding van de
Helmondse Vlisco en half Nederland loopt nu in een trainingsbroek.

  1. Laurent (reply)

    18 oktober 2017 at 22:18

    Hahaha, die van dat bier bestellen deed me hardop lachen!

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Mankementen 16 oktober 2017

(Door Ab Klaassens)

Aan sommige mensen mankeert iets dat je kunt zien. Aan sommige mensen
mankeert iets dat je niet kunt zien.

Voor zichtbare mankementen hebben de dokters reconstructie- of
compensatiemogelijkheden.

Voor onzichtbare mankementen hebben de dokters alleen pillen en
gesprekken die het gedrag kunnen beïnvloeden.

Gedrag is het resultaat van een chemisch proces in de hersenen. Dat proces
kan soms verkeerd aflopen, zelfs tot verkrachting en moord.

Zoals onlangs:  Anne Faber.

De dader was een kind aan wie je bij de geboorte niet kon zien dat hem iets
mankeerde. Voor de meeste kinderen aan wie iets mankeert bestaan zorg-
organisaties.

Voor de man die Anne doodde en eerder twee meisjes verkrachtte  heeft de
zorg gefaald.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (453) Tom Lanoye 15 oktober 2017

(Door Marlies)

Zag u ergens de afgelopen weken Tom Lanoye  bij De Wereld Draait Door? En
dacht u toen ook:  naar die voorstelling zou ik wel eens toe willen, maar ja, er
zijn vast geen kaartjes meer?

Echtgenoot keek van opzij en zag mijn breiwerk zakken, ik had alle
concentratie nodig om Lanoye’s mengeling van Vlaams, Engels, Amerikaans
en Frans te volgen.

Een dag later zag ik een subtiele verandering in onze gezamenlijk Google-
agenda… 13 oktober: ‘Stadsschouwburg Tilburg, Tom Lanoye, ‘Ten oorlog’’ en
ik ben er geweest,  en zat de dag erna  aan de ontbijttafel nog uit te puffen.
Wat een energie van die kleine, wat onooglijke Vlaming, die je op straat
gewoon voorbij zou lopen. En wat kwam Shakespeare dichtbij en wat is er veel
aan vocaal geweld te beleven zonder dat er echt gezongen wordt… een
ontdekkinkje van de afgelopen maanden, waarin ik meer gesproken dan
gezongen woord tot mij nam. Maar dan het uitbundig gesproken woord!

Ik heb het gevreten gisteren, de voorstelling begint als een soort one man-
show, sterk cabaret-achtig en aan het einde zit je ademloos te kijken naar de
ondergang van ‘Risjaar Modderfokker the Thirth’, een gebochelde dégénére,
die volstrekt terecht voortijdig aan zijn einde komt.

Alles komt langs, seks, liefde, wellust, kindermisbruik, machtsmisbruik, je
noemt het maar op. Het is tegelijkertijd een zegen en een verschrikking dat je
moet inzien dat Shakespeare tijdloos is en wellicht zal blijven… zolang er
mensen rondlopen op deze geteisterde aardkloot, zul je stukken kunnen
schrijven over groot menselijk vermogen tot liefhebben en zorgen en het
misschien nog wel groter vermogen tot moorden en machtsmisbruik.

Ga kijken, als je langzaam in de voorstelling glijdt is het verbazend makkelijk
Lanoye’s mengeling van talen en stijlen te volgen.  Wat een acteur!

Op 19  oktober staat-ie in Rotterdam en op 23 oktober in Heerlen, daarna
vertrekt hij naar Vlaanderen. Google hem!

In het filmpje het gesprek over de voorstelling in DWDD.

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verzekering 14 oktober 2017

(Door Ab Klaassens)

Wat mij verbaasde bij mijn eerste bezoek aan de huisarts was dat mijn moeder
een soort van muntje van een rekje moest nemen en anderen niet. Dat muntje
bepaalde de volgorde waarin je aan de beurt was. Maar de mensen die geen
nummertje trokken waren altijd eerder aan de beurt.  Dat kwam, legde mijn
moeder uit, doordat die anderen particulier waren en wij van het fonds.

Het heeft lang geduurd voordat ik die uitleg begreep. Nu is iedereen verplicht
verzekerd, min of meer op dezelfde voorwaarden.

En ja hoor, daar komt een verzekeraar de solidariteit omver schoppen met
een  verzekering ‘speciaal voor hoger opgeleiden’.

Het muntje bij die oude huisarts was van zink, een zacht metaal, dat de sporen
droeg van veel gebruik. Vooral door gewone normale hardwerkende
Nederlanders.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Kunst 13 oktober 2017

De PVV is een partij die tegen het spenderen van overheidsgeld aan kunst is.
Kunst is sowieso electoraal niet interessant voor deze partij. Piet en Mien uit
de Asterstraat worden voldoende verheven door de Eindhovense
Lichtjesroute,  denken ze bij de PVV. Kunst is voorbehouden aan de elite en
die heeft geld zat om een fraai stukkie te kopen.

Zodra ergens in het land een PVV-fractie meent dat de overheid geld uitgeeft
aan kunst worden de pennen geslepen en worden er vragen gesteld. Toen
bekend werd dat op het festival Graphic Matters in Breda een metershoog
opblaasbaar beeld van een vluchteling zou worden geplaatst was de
provinciale fractie er als de kippen bij. Dat was dubbele provocatie van
hardwerkend Nederland.

Nou stellen die statenleden van de PVV echt wel regelmatig vragen die u en
ook hebben, maar zodra het over kunst gaat gaan alle remmen los. En als het
dan ook nog over vluchtelingen gaat is er geen houden meer aan de creativiteit
van de vragensteller.

Ik probeer me wel eens te verplaatsen in het hoofd van de ambtenaar die de
vragen namens Gedeputeerde Staten moet beantwoorden. De één zal zuchten,
de ander zal handenwrijvend aan een stukje proza beginnen en alles wat hij of
zij op de cursus begrijpelijk schrijven heeft geleerd uit de kast halen.

Zo’n onderwerp als dit begint altijd met de vraag of de provincie z’n goeie geld
er aan uitgeeft. Het antwoord daarop vraagt niet veel inspanning. Het bestaat
uit drie letters: nee.

Hetzelfde antwoord kan de ambtenaar geven op de vraag of de provincie op
enigerlei wijze aan het festival gelinkt is.

Na die obligate inleidende vragen komt de PVV waar ze eigenlijk zijn wil:
Deelt u de mening van de PVV-fractie dat het waanzin is belastinggeld te
verspillen aan het 
verheerlijken van massaimmigratie?

Dat was het momentum van de ambtenaar die namens het provinciebestuur
antwoordde: De vrijheid van meningsuiting is voor het college een groot
goed.
Het kunstwerk beoogt vragen op te roepen en dat is gelukt.

Pats. Boem. Koffie.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Brabant is verheugd 12 oktober 2017

Toen ik in Brabant kwam wonen onderscheidde ik twee typen mensen
(eigenlijk drie maar uiteindelijk bleken de Bosschenaren toch een aparte
etniciteit). De ene groep bestond uit mensen die hun eigen naad naaiden en
die een lange neus trokken naar de nationale overheid. De andere groep
bestond uit mensen die voortdurend hun vuist verhieven richting ‘Den Haag’.
Ik noem die laatsten de Calimero’s van deze tijd.

Net als nu kregen de hardste schreeuwers ook toen de meeste aandacht met
als gevolg dat het beeld ontstond dat onze provincie voornamelijk bestond uit
mensen die zich achtergesteld voelden. Ondertussen deden de nadennaaiers
onverstoord hun dingetje.

Dat had uiteindelijk tot gevolg dat mijn thuisland  in twee dingen ging
uitblinken. Wij zijn de wietschuur van Europa en de banenmotor van
Nederland. Ondertussen leverden wij ook een blik Olympische topsporters,
maar die waren voor de rest van het land in de eerste plaats Nederlander.

Dat trok de aandacht van het journaille uit de Randstad. Vanzelfsprekend
focuste die zich op het criminele verhaal. Daardoor kantelde het beeld van
onze provincie. We waren niet langer die vriendelijke, bourgondische,
goedlachse, dikbuikige levensgenieters, die we al nooit waren, nee, plotseling
liepen wij allemaal gewapend en met goedgevulde portemonnees over straat
dankzij onze zolder vol wietplantjes.

Ondertussen werkte de gewone Brabander (met dank aan het vocabulaire van
Mark Rutte) zich een slag in de rondte. Daar waar de Randstedelingen zich in
steeds duurdere maatpakken hesen stroopten de Brabanders de mouwen van
hun overall nog wat verder op om geld te verdienen voor de nationale
schatkist. Niemand die de overheid vroeg dankjewel te zeggen.

Eigenlijk is er nu nog maar één sector die klaagt, dat is de culturele sector.
Volgens de kunstenmakers in onze provincie gaat er veel te veel geld naar de
Randstad en veel te weinig naar de regio’s in het algemeen en Brabant in het
bijzonder. We hadden op dat gebied een inhaalslag kunnen maken als we
Culturele Hoofdstad van Europa waren geworden, maar die strijd werd
gewonnen door Leeuwarden. Die hadden namelijk alle Friezen bij de
plannenmakerij betrokken, wij hadden het werk uitbesteed aan Martijn
Sanders, het prototype van een randstedeling, in plaats van te geloven in onze
eigen kracht.

Er was nog wel een smetje, namelijk de veestapel. De laatste jaren ontdekten
we dat het  alsmaar voller proppen van stallen slecht bleek voor mens, dier en
natuur. Dit jaar greep het provinciebestuur keihard in. De boeren stonden op
hun achterste benen, maar het was te laat, ze hadden de strijd van de burgers
allang verloren.

Het nieuwe kabinet heeft geld uitgetrokken voor de sanering van de
varkenshouderij. Rutte c.s. tonen zich ook ijverige oliemannetjes om de
Brabantse banenmotor de komende jaren goed te smeren. Gedeputeerde
Spierings en burgemeester Jorritsma van Eindhoven toonden zich verheugd
over de erkenning die onze provincie krijgt vanuit Den Haag.

Ze trokken – in het openbaar – niet champagneflessen open. Evenmin sloegen
ze hun medebestuurders in het openbaar op de schouders. Ze spraken hun
vreugde uit over de erkenning. Ze deden wat Brabanders doen: ze juichten
met hun handen in hun zakken . . . .

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *