Winkels 24 mei 2017

De gemeente Eindhoven heeft een retailbeleid. De binnenstad is om te
funshoppen, in elk stadsdeel moet een winkelcentrumpje (volgens mij
noemen ze dat in deze oververhitte hightech stad winkelstrip) zijn voor de
eerste levensbehoeften. Dat betekent dus dat funshoppen geen hoger doel
dient dan het in leven houden van neringdoenden die ons spullen
aanbieden waar ons leven niet van afhangt. Wie beleeft er nou fun??

In ons stadsdeel is onlangs zo’n winkelcentrumpje geopend. Dat is fijn, want
wij hebben nu op loopafstand een  Lidl, een AH-winkel, een kleine Turkse
supermarkt  en een hele grote Turkse supermarkt.. Bij die laatste  kopen wij
spullen waarmee wij dankzij de multiculturele samenleving kennis hebben
opgedaan om de geur van spruitjes te  verdrijven.

Alle behoeften om in leven te blijven binnen handbereik. Om ons te kleden is
er ook een Wibra en een schoenenwinkel met een Engelse naam die mij nu
niet te binnen schiet, dat zal dus een keten zijn die op dit moment wordt
leeggezogen door een hedgefund.

Voor onze geestelijke gezondheid is in het winkelcentrum een ouderwetse
boekwinkel gevestigd, maar die zat er al, die is ingepast. Ook de beste slager
van de stad heeft zijn plek behouden.

Vooral de komst van AH is opvallend. Ik heb uitgerekend dat wij nu in een
straal van één kilometer vier AH-winkels hebben, die nu bovendien alle vier
opeens worden beconcurreerd door een Lidl, die in ons stadsdeel node werd
gemist. Wij wonen niet in de goudkust zal ik maar zeggen.

Wij wonen in een buurt waarvan ik het vermoeden heb dat in de meeste
gezinnen om zes uur aardappels, groente en vlees op tafel staan. Voor de
broodnodige variatie zijn er in het nieuwe winkelcentrumpje nu maar liefst
twee vestigingen van verschillende pizza-ketens neergestreken.  Die gaan het
moeilijk krijgen want die moeten concurreren met de beroemdste frietzaak
van de stad die iets verderop in de wijk zit en die rond etenstijd uitpuilt met
die mensen die de warme prak een keer vervangen door snacks met namen
waarin in niets herken dat mij aan voedsel zou moeten herinneren. De
buurman van die snackbar is ook een friettent, daar zie ik nooit iemand.

Kortom, ik probeer het retailbeleid van de gemeente te doorgronden terwijl ik
naar de eeuwenoude slijterij aan de overkant slof waar een lichtreclame aan
de gevel ons vertelt dat ze guldens goedkoper zijn.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Geert 22 mei 2017

(Door Ab Klaassens)

Geert Wilders klaagt dat ‘de elite’ zijn bijna 1,4 miljoen kiezers buitensluit bij
de vorming van een nieuwe regering. Wilders is een zeer ervaren lid van het
parlement. Daarom weet hij  dat in Nederland met zijn versplinterd politieke
landschap elk kabinet berust op een kleine meerderheid, zodat er altijd een
grote minderheid buiten de boot valt.

In 1977 werd zelfs de partij die als grootste uit de verkiezingen was gekomen
buiten de regering gehouden. Dat was de Partij van de Arbeid. Die had een
forse verkiezingswinst – tien zetels – graag beloond willen zien met de
vorming van een tweede kabinet Den Uyl, maar een drammerige achterban
stelde zo hoge eisen aan het CDA dat partijleider Dries van Agt het op een
akkoordje gooide met de VVD van Hans Wiegel.

Gevolg: 2,9 miljoen PvdA kiezers niet vertegenwoordigd in de regering. Maar
ook voordat de christelijke partijen zich verenigden in het CDA wisselden zij
geregeld van regeringspartner. De ene keer mocht de VVD meedoen, de
andere keer de Pvda. En telkens werd dan  een groot deel van het kiezersvolk
niet vertegenwoordigd in de regering.

De door Geert Wilders zo bewonderde Donald Trump is niet gekozen door de
meerderheid van het volk. Hij had drie miljoen minder kiezers dan zijn
concurrent Hillary Clinton. Doordat in sommige kiesdistricten de stemmen
van plattelanders zwaarder wogen dan die van stedelingen kreeg Trump de
eerste prijs.

“Het moet niet gekker worden” is één van de favorieten in de woordenschat
van Wilders. Ik ben het met hem eens.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Maffia 21 mei 2017

Zolang ik mij herinner ben ik al gefascineerd geweest door de maffia.
Niet zozeer door het geweld, maar vooral door de vraag hoe het
bestaat dat de onderwereld zo ver heeft kunnen doordringen in de
bovenwereld. Hoe het kan dat de maffia in sommige delen van Italië
een parallelle economie heeft kunnen stichten die niet meer uit te
roeien is zonder massawerkloosheid.

Boeken vol zijn er over het fenomeen geschreven, een aantal daarvan
heb ik gelezen. Het begon eigenlijk allemaal met onderdrukking door
centrale overheden. Die hadden rentmeesters in dienst die hun macht
misbruikten en anderen afhankelijk maakten. De families van die
rentmeesters werden steeds rijker en machtiger. Uiteindelijk waanden ze
zich onaantastbaar.

De basis voor de maffia werd gelegd in een andere tijd, in een andere
wereld, totdat ik vanmorgen het interview las dat NOS-correspondent
Rop Zoutberg had met de 82-jarige fotografe Letizia Battaglia uit Palermo.
Zij fotografeerde in de jaren tachtig de maffiamoorden op Sicilië.

In het verhaal vertelt ze dat de situatie in Palermo niet altijd zo is geweest.
In de jaren vijftig was het een vriendelijke stad met beleefde mensen.
Toen kwam de verandering vertelt ze:

De grote verandering kwam toen een van de grote maffiafamilies, de
clan dei Corleonesi, zich in Palermo vestigde. En met de clan de heroïne.
“Alles raakte onder de invloed van de criminelen en de afrekeningen
begonnen. Politieagenten werden gedood, rechters, onderzoekers, vrouwen,

kinderen. De maffia wilde de staat worden. Wie zich verzette werd
vermoord.”

Ik moest denken aan interview dat ik onlangs las in de NRC en ik vroeg me
op deze zonnige zondagochtend af hoe wij over twintig jaar terugkijken
op ontwikkelingen die zich nu in mijn gemoedelijke provincie voltrekken.
Een stukje uit dat interview.

“In het zuiden woekert zoveel misdaad dat ze niet overal kunnen snoeien,
vertellen politiemannen Rienk de Groot en Henrie Jozee. Ze wijzen erop dat
er in Brabant al jaren enkele families actief zijn in de criminaliteit. „Het zijn
familienetwerken die steeds groter zijn geworden”, zegt De Groot. Hij is chef
van de recherche in de regio Zeeland-West-Brabant. Jozee is chef van
Oost-Brabant. „Er is geïnvesteerd: jaren geleden begonnen ze met het plegen
van inbraken”, zegt De Groot. „Daarna gingen ze over op de drugs. Nu is het
echt crimineel ondernemerschap. Het zijn families die zich onaantastbaar
voelen, die zo professioneel zijn dat ze het gevoel hebben dat niemand ze iets

kan maken.”

Wie later terug wil blikken op de ontwikkelingen in onze vriendelijke
provincie met beleefde mensen kan nu het beste beginnen met het lezen van
de boeken “De achterkant van Nederland” van Jan Tromp en Pieter Tops en
“We regelen het zelf wel” van Bram Endedijk.

Er zijn vast mensen die vinden dat ik overdrijf. Voor die mensen citeer ik
Letizia Battaglia. Over de moorden in Palermo zegt ze: “Iedereen keek
roerloos toe. Wat was het? Berusting?”

  1. Gerben (reply)

    21 mei 2017 at 10:54

    Scherpe analyse Jan.
    Wat is de vraag achter de vraag? Hoe komt het mensen zich aangetrokken voelen tot criminele?
    Is dit angst, gebrek aan moraal? Waarom is Trump gekozen, hoort die in fit rijtje thuis?

  2. Jordi (reply)

    21 mei 2017 at 14:37

    Ik vind niet dat je overdrijft. Hier waarschuwen we juist voor. En we hebben iedereen nodig om die boodschap te delen. Goed begin Jan!

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Feestje 16 mei 2017

(Door Ab Klaassens)

Ze kwam het keurig en tijdig melden, de 16-jarige dochter van de buren:
zaterdag  gaf ze een feestje, veertig meisjes kwamen de lente vieren. Het zou
wat geluidoverlast kunnen veroorzaken, maar om half één moest iedereen
naar huis.

Vader maakte de garage leeg,  bouwde een tent op de oprit en installeerde een
geluidsinstallatie met toegang voor op smartphone meegebrachte muziek.

Wat – voor ons, de buren –  met vrolijk gekwetter van jonge meisjes begon
veranderde  spoedig in een harde confrontatie met een cultuur die we niet
meer kunnen meebeleven, maar wel moeten ondergaan. De volumeknop van
de geluidsinstallatie ging open voor een reeks van composities in de éénklank:
boemkeboemkeboemboem met af en toe een diepe zucht uit het diepste van
wat er op bas-gebied te bassen is.

Er is geen spoor van melodie; chagrijn en vreugdeloosheid slaan je als
onvrijwillig luisteraar om de oren, de diepe bassen zijn gehoorbeschadigend
en doen mij pijn.

Ik vraag me wel eens af of mensen bang aan het worden zijn voor harmonie en
melodie.

  1. Laurent (reply)

    16 mei 2017 at 22:13

    Dat gaat aan mij als 53-jarige muzikant ook volkomen voorbij, dat soort muziek.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Meningsuiting 14 mei 2017

(Door Ab Klaassens)

Ik kom ze steeds vaker tegen in de media: de schrijvers en sprekers die
zichzelf  afficheren als ‘opiniemaker’ of ‘publicist’.

Ze  voelen zich verheven boven de man of vrouw die wel eens iets instuurt
voor de brievenrubriek van een krant of meedoet in het gedrang om een paar
seconden aandacht in een radiouitzending-met-inspraak.

Zij, de opiniemakers en publicisten, zijn vaste gasten op de opiniepagina’s van
de kranten en mogen ook vaak meedoen aan programma’s op radio en TV
waarvan de presentatoren behoefte hebben aan ‘iemand met een mening’.

Er is kennelijk een markt voor meningen.

Een website als  Geen Stijl heeft zich gespecialiseerd in meningen die meestal
een aanval zijn op personen, soms zo fel en onredelijk dat je kunt spreken van
een geestelijke lynchpartij.

Vaak zijn die aanvallen seksistisch van aard.  Een groep vrouwen heeft
bedrijven en overheidsinstanties daarom gevraagd niet  meer op de site van
Geen Stijl te adverteren. En dat noemen de opiniemakers en de publicisten nu
‘aantasting van de vrijheid van meningsuiting’.

Er wordt, bij minder advertenties, geen vrijheid van meningsuiting aangetast.
De meningsuiters kunnen hun gang blijven gaan.  Ze worden alleen beperkt in
hun bestedingsruimte bij de drankwinkel.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (442) Teatro San Carlo 13 mei 2017

(Door Marlies)

Er staat een nieuwe podcast op mijn eigen website!

Wat een geweldige dagen hadden we in Napels! Geweldig weer, mooie
voorstellingen, lekker eten, goed gezelschap. Echtgenoot en ik zwaaiden de
gasten op 1 mei uit en toen hun vliegtuig eenmaal in de lucht was, gingen wij
terug de stad in en daags erna dóór naar Zuid-Italië.

We liepen er een geweldige wandeltocht van zes dagen langs de kust. Hilariteit
toen er een appje binnen kwam van Vodaphone: ‘Welkom in Griekenland’ . De
kust van Albanië konden we op wandeldag één zien, die van Griekenland lag
toch echt wat verder weg, maar nou ook weer niet héél ver weg, zoals ik later
thuis op mijn wereldbol zag. Het voelde als vakantie en dat was het ook,
heerlijk!

In Napels waren we in het geweldige Teatro San Carlo (vindt u het ook mooier
dan La Scala en durft u dat ook niet hardop te zeggen?)  de eerste avond bij
een concert door het orkest van het Teatro. Het weinig gehoorde pianoconcert
van Martucci en de Boléro van Ravel vormden die avond de ijkpunten.

Van het pianoconcert van Martucci begrijp ik nu dat het niet veel gespeeld
wordt:  het was vooral luid en het eist een pianist met een ijzeren conditie en
eigenlijk  vier handen (er wordt wel heel veel in octaven gespeeld). Persoonlijk
vond ik de toegiften van de pianist – die het verdient hier met naam genoemd
te worden: Giuseppe Albanese – mooier en subtieler dan die hele Martucci;
hier op Vocalies kan ik dat hardop zeggen.

De Boléro stal de harten, altijd een geheid succes, ook al speelde het orkest
niet erg gelijk onder de wat weke slag van Maestro Boncompagni (de naam
vertaal ik vrij met ‘Goedgezelschap’ en dat wás-ie) .

Ik ben maar effe praktisch: volgens mij moet je het orkest vooral strak houden
tijdens zo’n sterk ritmisch stuk en dan speelt het bijna zichzelf, maar
misschien ben ik naïef. Hulde voor de twee slagwerkers die het strakke
‘onderritme’ van de Boléro uiterst precies bleven slaan en daardoor het zaakje
aan de touwen hielden. Ik krijg altijd rillingen van de laatste maten van de
Boléro, welke geest verzint zulke snijdende, scheurende akkoorden… Ravel!

De tweede avond ‘ging’ mijn geliefde La Traviata. Die heb ik nu wel in zo’n 8 à
9 verschillende uitvoeringen gezien en meestal – als het geheel maar een
béétje goed gedaan wordt – ben ik aan het eind in tranen. Nu ook, al was de
uitvoering wel heel erg traditioneel. De regisseur wilde de psychologie achter
de opera beter benadrukken en verplaatste het geheel naar het Parijs van
1910.

Een en ander kwam voor mij niet helemaal uit de verf. Het was een zeer, zeer
traditioneel gezette uitvoering. Niks, maar dan ook niks op de regie aan te
merken, maar ik merkte wel dat mijn smaak zich aan het ontwikkelen is: het
mag best wat schuren af en toe en dit schuurde helemaal niet…

De zaal smulde: Violetta (Mariangela Sicilia) zong de sterren van de hemel
(loei-zware rol trouwens!)  en was daarbij ook nog eens een plaatje om naar te
kijken. Alfredo was bepaald geen acteur, maar zong zeer verdienstelijk en als
altijd had Giorgio Germont de meeste sympathie van het publiek: de
ontwikkeling die hij doormaakt – van on-sociale hooibaal tot liefhebbende
(schoon)vader (helaas wel pas als het te laat is) – is veruit de interessantste
ontwikkeling van de opera.

De rol van Germont is een bariton-killer: hoog en zeer ge-emotioneerd. Ook
deze Germont leed daaronder: twee keer moest hij octaveren omdat hij té
vroeg té veel wilde van zijn stem. Ik leek de enige te zijn die het gehoord had
en heb niemand de emotie van de avond afgenomen door hen erop te
attenderen, ook de lieve, opera-onervaren Vlamingen die bij me in de loge
zaten niet. Je moet blij zijn als je mensen binnen hengelt in het genre; waarom
ze pedant op missers gaan attenderen als ze daar niets van gemerkt hebben.

Ergens in juni ben ik met echtgenoot en goed vriendin in Covent Garden en
krijgt La Traviata weer een kans. Ik verheug me er nu al op.

Ik surfte wat op YouTube, kwam langs Dmitri Hvorostovsky – die de rol wel
erg zwaar en bassig aanzet – langs Domingo – die ooit tenor was en daar bij
deze rol plezier van heeft – maar koos uiteindelijk toch voor Thomas Hampson
in zijn rol van Giorgio Germont. Hij is meester!

Deze opname is mooi close zodat u zijn geweldige dictie ook in zijn gezicht
kunt zien. Hij heeft geen grote stem, Hampson, maar hij vult moeiteloos de
zaal (Festspielhaus Salzburg!). Alleen met zo’n ijzeren techniek ‘haal’ je
Germont (en als het nodig is meerdere dagen achter elkaar). Nooit de motor
oversturen, zei bariton Meinard Kraak ooit. Wat had hij gelijk!

Let trouwens ook effe op het geweldige stille tegenspel dat Hampson van
‘mupke’ Villazon krijgt…

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Vogelpindakaas 13 mei 2017

Ik mag graag de natuur in trekken om vogels te spotten. Veel
zestigplussers bedrijven die hobby. Het is dé manier in het
leven van  vreedzame ouder wordende mannen om hun jachtinstinct
te volgen nu de jonge meiden hen vooral zien als  goedzakken.

Als ik een tuin zou hebben zou ik ‘m vol hangen met nestkastjes,
maar ik heb geen tuin. Onlangs had mijn buurtsuper potjes
vogelpindakaas in de aanbieding. Dat leek mij wel iets, dus ik
nam zo’n potje mee en smeerde wat pindakaas op de balustrade
van het balkon (niet verder vertellen want er is vast iemand binnen
de Verenging van Eigenaren die vindt dat dat niet mag).

Binnen korte tijd stuurden de kauwtjes, de brutaalsten in het
vogelrijk, een verkenner. Die keerde blijkbaar met positieve berichten
terug, want de vogelpindakaas is niet meer aan te slepen. Als de
kauwen even niet in de buurt zijn komt er af en toe een koolmees
aanwaaien om zich te goed te doen.

De komende tijd zal dat wel zo blijven want ze hebben allemaal
jongen te voeden en dat is hard werken en daar krijg je honger
van.

Omdat de aanbieding in de super eenmalig was reed ik naar de
dierenwinkel voor meer pindakaas. Een megastore met een aanbod dat er
voor zorgde dat ik als eenvoudige consument  wat verloren liep op
zoek naar een potje vogelpindakaas. Zo’n winkel is nou eenmaal niet zo mijn
habitat. Een oplettende winkelbediende vroeg of hij mij kon helpen.

Natuurlijk hadden ze vogelpindakaas. Welke had meneer gehad willen
hebben? Welke? Gewoon vogelpindakaas. Ze hadden vijf
verschillende soorten. Vijf soorten pindakaas voor vogels! De eerste de
beste mens die durft te beweren dat het slecht gaat met Nederland,
smeer ik vogelpindakaas in het haar.

  1. Wieneke (reply)

    13 mei 2017 at 09:57

    Ja ho es even….. Het is dus zo, dat de ene vogelpindakaas de andere niet is. Vandaar die keuze, he? Ik kocht vpk bij Action en die vonden ze geweldig. Daarna kocht ik vpk bij een dierenzaak en die vonden ze niet te hachelen kennelijk. Dus deed ik weer Action vpk en hup binnen een dag of twee schoon op. Ik had nog een pot dierenwinkel staan en bood die weer aan. Geen interesse. Notabene de dierenwinkel was wel duurder. 🙂

  2. Eef (reply)

    13 mei 2017 at 11:20

    Wie beduvelt nou wie?

  3. Carin (reply)

    13 mei 2017 at 16:09

    Zouden alle gepensioneerde journalisten goede vogelaars zijn..? Jan, je bent een geweldige waarnemer!

    1. Carin (reply)

      13 mei 2017 at 16:43

      Oeps….gepensioneerd tussen haakjes natuurlijk 😉

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Moederdag 12 mei 2017

(Door Ab Klaassens)

E-mailverkeer tussen Hallmark Cards, handelaar in digitale

feestkaarten, en Eef Postema, mijn echtgenote:

Hallmark:

“Beste Eefje,

Heb jij een moeder uit duizenden? Aanstaande zondag gaan

wij die ene speciale vrouw uit ons leven bedanken voor alles

wat ze doet.”

 

Reactie Eef:

“Ik heb geen moeder meer.

Ik ben 81.”

 

Antwoord Hallmark:

“ Wat ontzettend spijtig om te lezen. Uiteraard was

het niet de bedoeling om je te kwetsen. Excuses voor

het ongemak. We wensen je heel veel sterkte toe.”

 

De moeder van Eef is geboren in 1902.

  1. Wieneke (reply)

    12 mei 2017 at 10:13

    Hilarisch, maar tegelijkertijd om te janken. Ze lézen echt niet wat er staat.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Koffie 11 mei 2017

We hebben de afgelopen anderhalve week in Puglia gewandeld. Links meestal
de Adriatische Zee, rechts vrijwel altijd een bloemenzee. En wij daar dan als een
soort Mozes dwars doorheen.

Prachtige zeegezichten, heerlijk weer, idyllische dorpjes, fantastisch eten, aardige
behulpzame mensen, kortom alle goede dingen van Italië samengebald in één
vakantie. Althans als je dat weet te waarderen en er van kunt genieten.

Dat kan niet iedereen. Toen wij halverwege een tocht neerstreken op het terras
van een restaurantje bleek dat al door een ander Nederlands stel ontdekt te zijn.
(Wij Nederlanders vertellen na een reisje naar het buitenland graag dat we
restaurantjes ontdekt hebben alsof we ons daar met kapmessen een weg
naartoe gebaand hebben.)

“Komen jullie ook uit Rome?”,  vroeg de man in onze moerstaal, nog voordat
wij onze mond hadden opengedaan. Blijkbaar straalden wij Hollandaise uit.

“Nee”,  zei ik, “uit Napels. Dat is ook een paar honderd kilometer dus we zijn
vanmorgen vroeg vertrokken”.

“Dat kan niet”, zei de man.

“Grapje”,  zei ik.

“Nou ja, zij gelooft alles”,  zei hij, wijzend naar zijn vrouw.

“Wat kost dat nou, zo’n wandelreis”,  vroeg de vrouw.

“Geen idee. Mijn vrouw heeft dit geregeld”,  zei ik.

“Hahahaha”,  zei de man.

Even later trok zij zich terug. Naar het toilet naar ik aanneem. Hij bestelde
een café americano. “It must be very hot”, drukte hij de serveerster op
het hart.

De serveerster serveerde hem een paar minuten later de koffie. Na één
slok spuugde hij die bijna weer uit. It was nog hot genoeg. Boos gaf hij
de koffie terug. Er werd een nieuwe gebracht.

De tweede kop koffie bleek nog meer woede in de man op te roepen.
Volgens mijn vrouw kieperde hij die demonstratief in de bloembak, maar
dat kon ik niet zien. De serveerster bleef kalm en beleefd, maar ook
een beetje radeloos omdat ze niet begreep waarom de koffie niet goed
was.

“Italians can not make coffee”,  zei hij. Waarmee hij maar wilde zeggen dat
het meisje er ook niks aan kon doen. Het lag aan de volksaard.

Al die tijd was zijn goedgelovige vrouw in geen velden of wegen te zien.
Waarschijnlijk had ze het allemaal al een keer meegemaakt.

  1. Wieneke (reply)

    11 mei 2017 at 10:09

    Whahahaha, Italians cannot make coffee……….. Je moet maar durven 🙂

  2. Laurent (reply)

    12 mei 2017 at 07:40

    Kan die man niet naar een reservaat op Benidorm gestuurd worden?

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Forum 1 mei 2017

Het is vandaag een bijzondere dag. Vanaf vandaag kunnen de lezers van de
website van de omroep waar ik werk niet meer reageren op onze artikelen.

Dit is niet de plaats om over ons bedrijfsbeleid te discussiëren, we hebben
intern podia genoeg waarop dat kan. Maar ik kan u verzekeren dat op de
redactie een zucht van verlichting werd geslaakt toen de hoofdredactie het
besluit meedeelde.

Om beurten hadden wij de taak de reacties te modereren. Dat werk bestond
er uit dat de reacties die niet aan onze spelregels voldeden werden verwijderd.
Dat was een intensieve taak want veel reacties voldeden niet.

Vrijwel alle collega’s vonden het een onplezierige taak. Ik had er aanvankelijk
geen hekel aan want het werk gaf een goede inkijk in de denkwereld van
mensen waar ik normaal niet mee in aanraking kom. Na verloop van tijd ging ook
voor mij de lol er af want het was altijd hetzelfde liedje gezongen door
steeds weer dezelfde mensen.

Ik denk dat ik strenger was dan anderen. Mijn standaard lag hoog. De lezers
wisten nooit wie er modereerde, maar ik ben één keer schijnbaar zo streng
geweest dat iemand een beschrijving van mij maakte: een redacteur die zijn
vette haar over zijn schedel had geplakt.

De meeste reacties gingen over de rechterlijke macht, die volgens veel van
onze lezers niet streng genoeg straft. Bij elk bericht over een ongeluk waarbij
drank ik het spel was wezen de lezers steevast naar de inwoners van een
land ten oosten Duitsland. Overvallers, verkrachters, dieven en moordenaars
waren altijd “zeker lichtgetint”. Overbodig te vertellen dan misbruikers van
kinderen en dierenbeulen straffen moesten krijgen waar ze zelfs in de
Middeleeuwen niet aan durfden denken.

Een medium kan besluiten de reacties voor publicatie te bewerken, maar
er werd zelden of nooit een inhoudelijke discussie gevoerd. Wat had je dan
moeten publiceren?

Mediabedrijven die hun forum sluiten zijn altijd bang dat ze heel veel
lezers kwijt zullen raken. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat in de praktijk
nogal mee te vallen. Wij zien zelf dat het aantal mensen dat een reactie
achterlaat in geen verhouding staat tot het aantal lezers. Toen het Amerikaanse
radiostation NPR in 2016 stopte met de comments bleek dat slechts 0,06
procent van de lezers een reactie achter liet.

De mensen die reageren kunnen ook nog eens het beeld van de hele
lezersgroep bepalen. Daarom hielden wij elkaar altijd voor dat die
reageerders niet representatief zijn voor de mensen voor wie wij werken.

Het is wel jammer dat het forum nooit is geworden wat we er van hoopten:
een platform waar Brabanders met elkaar een maatschappelijke discussie
kunnen voeren zoals dat op de opiniepagina’s van de kranten gebeurt.

De mensen die nu nog hun ei kwijt willen kunnen dat via social media doen.

Lees ook: Weg met die rotzooi onder online artikelen

  1. Wieneke (reply)

    3 mei 2017 at 10:48

    Het is werkelijk verschrikkelijk wat die toetsenbordlosers allemaal durven te zeggen lekker veilig anoniem vanaf hun zolderkamertje. Hebben die mensen een normaal leven? Ik denk het niet. Het wordt tijd dat de mogelijkheid tot reageren op artikelen wordt afgeschaft. Zelfs de onschuldigste artikelen krijgen hele staarten met cyber-ruzie achter zich aan. Dus anonieme mensen die elkaar niet kennen gaan ruzie met elkaar maken op internet. Hoe gek kan het zijn? Het is toch idioot dat er moderators moeten zijn om de boel nog enigszins binnen de perken te houden.
    Ik ervaar het dan ook als een groot cadeau, dat in weblogland men nog altijd heel beleefd, respectvol en vaak ook heel vriendelijk is in de reactieboxen Je mag best van mening verschillen over het geschrevene, maar als het ontaardt in wat jij hierboven schetst……. ik moet er gewoon niet aan denken. Het zou voor mij reden zijn om meteen met bloggen te stoppen.

  2. Harry Perton (reply)

    4 mei 2017 at 14:57

    Bij het DvhN was het ook altijd heel erg. Ze hebben die reacties achter een knop weggestopt en registratie verplicht gesteld en zie: er komt nauwelijks meer een reactie binnen. Het is dus ook aandachttrekkerij: zonder schijnwerper geen animo.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *