Wetend dat dat niet kan 22 mei 2018

Het is 25 jaar geleden dat ik voor het eerst naar Oostenrijk ging. Ik weet nog
hoe ik mij verzette toen mijn lief – die ik op dat moment nog maar net kende
– mij er van probeerde te overtuigen hoe geweldig het daar was.

Oostenrijk, een poppetjesland. Ik droomde van verre reizen naar uithoeken
van de wereld. Zij had er een adres waar ze al met haar ouders naar toe ging.
Het echtpaar dat het pension runde waren een soort oom en tante geworden.
Ik zou er met open armen worden ontvangen.

Omdat wij beiden uit een scheiding kwamen en ons budget niet toereikend
was op dat moment mijn dromen na te jagen stapten we in mij oude auto en
reden naar het slaperige dorpje in Tirol.

Mijn Duits is rudimentair, maar dankzij mijn vrouw, koffie, zelfgemaakt gebak
en een obstler brak het ijs tussen mij en de gastvrouw en –heer binnen enkele
minuten. Zij spraken een dialect dat ik na 25 jaar begin te begrijpen. Hôpsôk,
weet ik nu, betekent: das hab ich gesagt.

Het echtpaar, inmiddels de 80 gepasseerd maar nog geen dag ouder dan toen
ik het voor het eerst ontmoette, ontvangt nu alleen nog gasten die, net als wij,
tot de vaste clientèle behoren. Bijna altijd zijn wij de enige gasten, hoewel wij
al lang niet meer als gasten worden gezien, maar als goede vrienden.

In het dorp is bijna niets veranderd. De bevolking bestaat uit vrijwel
uitsluitend boeren en mensen die bij een enorme biochemische fabriek van
Sandoz werken, een dorp verder.

De tijd heeft er stilgestaan. Het echtpaar heeft geen internet, laat staan wifi.
Een week geen contact met de grote wereld, je moet het meemaken om te
begrijpen hoe ontspannend dat is.

Voor het huis staat een bankje van waar af je minstens zestig kilometer ver het
brede dal in kunt kijken. Een bankje waarvan ik wel eens heb gezegd dat het
de enige plek is waar ik volledig tot rust kom.

Sinds die tijd rijden we er jaarlijks heen, zoals vorige week. We wandelen in de
bergen, eten in één van de plaatselijke restaurant dat dankzij de klandizie van
de biochemie de status van gutburgerlich ver is ontstegen, we lezen boeken en
slapen zoals we nergens anders ter wereld slapen. En we nemen ons elk jaar
voor om dat vast te houden als we thuis zijn. Wetend dat dat niet kan.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Oostenrijk 26 september 2016

We waren een week in ons geliefde Oostenrijk. In het dorpje waar
ik mij dit jaar voor het eerst bewust werd van veranderingen die er
in sluipen..

Onze hospita en haar man waren bij mijn eerste bezoek net zo oud
als ik nu ben. Inmiddels zijn ze de tachtig gepasseerd. De haren zijn
grijs. Zij is nog even kwiek als toen, hij kan niet meer verhalen van recente
bergtochten. De knieën willen na een leven van klimmen en dalen niet meer.

Het interieur van het restaurant even verderop is nog immer
hetzelfde. De gasten aan de stammtisch worden wel elk jaar brozer.
En er was weer een nieuw meisje uit Hongarije dat ons bediende. De
menukaart was minder uitgebreid. Het eten was een slagje minder dan
andere jaren.

De grootste veranderingen zagen we tijdens onze bergwandelingen.
Waar ons geploeter voorheen eindigde met een houten kruis, een
stempelkussen en een fantastisch uitzicht, zagen wij nu langs de
route sneeuwkanonnen als een kruiswegstatie van de nieuwe tijd.
Het sneeuwt niet meer zo vaak, maar in de winter willen de gasten
sneeuw. Dan krijgen ze sneeuw. Kunstsneeuw.

In de buurt van Westendorf (een kilometer of dertig van het dorp
waar wij logeren) wandelden we naar de Kreuzjöchsee. Het
was een prachtige dag en dan zijn de spiegelingen van de witte wolken
in het water een fijne beloning na een stevige tocht. Maar toen ik mijn
hoofd over de bergtop stak keek ik in een oogverblindend wit gat.
Er werd op deze prachtige plek een waterreservoir aangelegd. Want geen
kunstsneeuw zonder water.

Ze doen het wel zo dat het in de zomer een echt meer lijkt, maar
uiteindelijk is het zomer en winter allemaal nep.

Soms vertel ik wel eens enthousiast dat we week onderduiken op een
plek waar nooit iets verandert. Dat kan niet meer.

oostenrijk2016-59klein

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Keuzes 25 mei 2016

De week begon hoopgevend. In Oostenrijk werd een linkse meneer president
in plaats van wat in de media een extreme-rechtse meneer werd genoemd.

PvdA-minister Lodewijk Asscher zei dat het niet per definitie zo is dat zijn
partij volgend jaar regeert met de VVD. Ik ben er niet achter of hij bedoelde
dat zijn partij niet meer zal regeren. Maar goed, het gaat om de intentie.

Aandeelhouders van Shell wilden tijdens hun vergadering via een motie het
bedrijf dwingen tot een milieuvriendelijker koers. De social media stonden er
vol van en je zou bijna gaan denken dat de motie een kans maakte.

Per saldo hebben we vandaag een zekerheidje (Oostenrijk), een twijfelgeval
(PvdA) en een jammerlijk verlies (de motie werd ruim weggestemd).

Toch is er beweging. Wie de voortreffelijke Shell-dialogen op de site van de
Correspondent leest ziet dat het bedrijf wel degelijk probeert op termijn
milieuvriendelijker te werken. Maar, zoals één van de medewerkers zei: een
mammoettanker verander je niet met een handomdraai van koers.

Of dingen veranderen ligt eigenlijk aan ons, gewone mensen. Wij kunnen
tijdens verkiezingen een stem uitbrengen en wij kunnen besluiten dat we geen
fossiele brandstoffen meer gebruiken. In het rijke westen kunnen we er ook
voor zorgen dat mensen in slecht bedeelde gebieden alternatieven gaan
gebruiken.

Het gaat om keuzes. Het maken van keuzes is best moeilijk in een wereld
waarin de opinie gedomineerd wordt door de grootste schreeuwers die
veranderingen in hun vertrouwde wereld vooral als bedreigingen zien in
plaats van kansen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.