Het is 25 jaar geleden dat ik voor het eerst naar Oostenrijk ging. Ik weet nog
hoe ik mij verzette toen mijn lief – die ik op dat moment nog maar net kende
– mij er van probeerde te overtuigen hoe geweldig het daar was.

Oostenrijk, een poppetjesland. Ik droomde van verre reizen naar uithoeken
van de wereld. Zij had er een adres waar ze al met haar ouders naar toe ging.
Het echtpaar dat het pension runde waren een soort oom en tante geworden.
Ik zou er met open armen worden ontvangen.

Omdat wij beiden uit een scheiding kwamen en ons budget niet toereikend
was op dat moment mijn dromen na te jagen stapten we in mij oude auto en
reden naar het slaperige dorpje in Tirol.

Mijn Duits is rudimentair, maar dankzij mijn vrouw, koffie, zelfgemaakt gebak
en een obstler brak het ijs tussen mij en de gastvrouw en –heer binnen enkele
minuten. Zij spraken een dialect dat ik na 25 jaar begin te begrijpen. Hôpsôk,
weet ik nu, betekent: das hab ich gesagt.

Het echtpaar, inmiddels de 80 gepasseerd maar nog geen dag ouder dan toen
ik het voor het eerst ontmoette, ontvangt nu alleen nog gasten die, net als wij,
tot de vaste clientèle behoren. Bijna altijd zijn wij de enige gasten, hoewel wij
al lang niet meer als gasten worden gezien, maar als goede vrienden.

In het dorp is bijna niets veranderd. De bevolking bestaat uit vrijwel
uitsluitend boeren en mensen die bij een enorme biochemische fabriek van
Sandoz werken, een dorp verder.

De tijd heeft er stilgestaan. Het echtpaar heeft geen internet, laat staan wifi.
Een week geen contact met de grote wereld, je moet het meemaken om te
begrijpen hoe ontspannend dat is.

Voor het huis staat een bankje van waar af je minstens zestig kilometer ver het
brede dal in kunt kijken. Een bankje waarvan ik wel eens heb gezegd dat het
de enige plek is waar ik volledig tot rust kom.

Sinds die tijd rijden we er jaarlijks heen, zoals vorige week. We wandelen in de
bergen, eten in één van de plaatselijke restaurant dat dankzij de klandizie van
de biochemie de status van gutburgerlich ver is ontstegen, we lezen boeken en
slapen zoals we nergens anders ter wereld slapen. En we nemen ons elk jaar
voor om dat vast te houden als we thuis zijn. Wetend dat dat niet kan.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.