De afgelopen twee weken was ik vrij. Behalve vier dagen
met mijn lief op Texel heb ik bijna alle dagen in mijn eentje
door de natuur gezworven. Ik probeer een vogelaar te
worden. Het heeft me gegrepen.

Vogelaars zijn mensen, zo heb ik tijdens mijn ontmoetingen
met andere gepassioneerden gemerkt, die het liefst
alleen of met gelijkgestemden zijn. Je hobby uitoefenen met
iemand die niks met vogels heeft, heeft geen zin. Hoewel ik
moet zeggen dat Marlies op Texel enig enthousiasme
tentoon spreidde als er bergeenden in beeld kwamen. Zij
houdt erg van bergen.

De eerste vraag die vogelaars elkaar stellen is:  heb je iets
bijzonders gezien. Ik hou me een beetje op de vlakte want ik
ben nog bang dat wat ik bijzonder vind, voor een ervaren
vogelaar geen reden is zijn telescoop uit te pakken. Mijn tijd
komt nog wel.

Hoewel vogelaars dus het liefst alleen of met andere
vogelaars op pad gaan, zijn het geen in zichzelf gekeerde types.
Integendeel, ze kletsen honderd uit. Over vogels.

Sterker nog het schept banden merkte ik gisteren. Ik raakte
in de Biesbosch aan de praat met twee vrouwen, ik denk
een moeder en een dochter. Ze vertelden dat ze in Nijmegen
woonden. De vrouw die ik de rol van dochter gaf vertelde
me dat ze een bijzondere ervaring had. Ik dacht dat ze de
zeearend had gezien, meer nee, ze was die dag iemand
tegen gekomen die ze vagelijk kende als een achterbuurman.

Ze woonden al jaren op een steenworp afstand van elkaar
maar hadden nooit meer dan goedemorgen en goedemiddag
gewisseld.

Nu waren ze (honderd kilometer van huis) in gesprek geraakt
en hadden ze ontdekt dat ze dezelfde passie hadden.
Volgende week gaan ze bij elkaar op de koffie.

, , ,

  1. Harry Perton (reply)

    15 april 2016 at 16:29

    Het zijn bijzondere mensen, vogelaars. En dat zijn ze. 🙂

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.