Panama Papers 5 april 2016

Panama Papers. Dat bekt lekker dus we zullen die woorden de komende
dagen vaak uitgesproken horen worden door Tv-presentatoren van
allerlei snit.

In die papieren staan de namen van particulieren en bedrijven die hun
firma geadresseerd hebben in een belastingparadijs, zodat zij de veel
hogere belastingaanslagen in eigen land niet hoeven betalen.

Wat die mensen en bedrijven doen is niet illegaal zolang zij daar thuis
maar melding van maken. Elk medium benadrukte dat, maar er was steeds
een maar. Wat die ontwijkers deden was verwerpelijk. Er heerste vooral
verontwaardiging.

Als trouwhartig belastingbetaler in een land waar het de nationale
sport is zo weinig mogelijk naar de fiscus te brengen, begrijp ik die
verontwaardiging wel. Ik – en ik durf te wedden 17 miljoen Nederlanders
met mij – wil ook wel minder belasting betalen. Helaas ben ik een eenvoudige
loonslaaf en zijn de wegen naar Panama voor mij onbegaanbaar. Mijn
onderbuik zegt: het zijn weer de rijken die rijker worden. Ziedaar mijn
verklaring van de algehele opwinding over de Panama Papers.

Vanmorgen heb ik meteen Trouw gelezen, want die zouden namen van
Nederlandse ontwijkers onthullen. Voetballer Clarence Seedorf schijnt
er iets mee te maken hebben, maar de krant vraagt zich openlijk af of
hij dat zelf door heeft gehad.

Curieuzer is de naam van de familie Van der Vorm. Eén van de ontwijkers
was lid van de Hoge Raad. Geen wonder dat Nederland zelf zo’n
belastingparadijs is. Als zelfverklaard gidsland zouden we daar iets
tegen kunnen doen als de VVD geen deel meer uitmaakt van de regering.

Waar ik eigenlijk op hoop is de onthulling van de lijst met namen van mensen
die hun handtekening hebben gezet voor het Oekraïne-referendum
dat woensdag wordt gehouden. Ik zou wel eens willen weten wie die
400.000 mensen zijn die er voor hebben getekend 40 miljoen euro
belastinggeld dat wel netjes is betaald door de afvoerput te spoelen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Waarden 4 april 2016

Eén van de dingen die ik heb onthouden van de financiële crisis is, dat de
jongens en meisjes van de bankensector gewetenloos zijn. De meesten zijn dat
natuurlijk niet, maar dankzij dik aangezette films als The Wolf of Wallstreet
en het realistische boek van Joris Luyendijk hebben wij toch het beeld
overgehouden van een wereld waar andere normen en waarden gelden dan
in de wereld waarin wij, goede burgers, leven.

Ik heb me altijd afgevraagd hoe mensen zo niets ontziend kunnen worden dat
ze het hoofd van andere mensen in een financiële strop duwen. De enige
reden die ik kan bedenken is de beloning. Geld maakt van mensen rare
dingen.

Ik moest er aan denken toen ik dezer dagen langs een filiaal van een bank
liep en mijn vrouw mij op het briefje wees dat aan de deur hing. Wat die
jongens en meisjes ook probeerden, ze konden gewoon niet bij de waarden.
Hun baas had hun de toegang daartoe ontzegd.

Voor wie zich daar te zeer over opwindt heeft de bank wel een AED om een
falend hart te reanimeren.

bank

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Roels 4 april 2016

(Door Ab Klaassens)

Henricus, Antonius, Josephus (Henk) Roels was voorzitter van de Stichting
Regionale Omroep Brabant Zuidoost toen ik, in 1977, op verzoek van de
toenmalige directeur/hoofdredacteur Jacques Grijpink, een briefje schreef
met de mededeling dat ik graag bureauredacteur in vaste dienst wilde worden
nadat ik in die functie enkele maanden als freelancer had gewerkt.

De directeur/hoofdredacteur  had mij verteld dat het om een formaliteit ging,
waardoor ik weinig zorg besteedde aan het verlangde briefje, dat als gevolg
daarvan enkele slordigheden bevatte.

Tot mijn ergernis werd ik  vanwege deze sollicitatie opeens uit mijn
werkzaamheden gerukt; het bestuur wenste mij te spreken. Voorzitter Henk
Roels informeerde op hoge toon of ik in mijn berichten net zo slordig was als
in mijn sollicitatiebriefje.

Verder was het hem bekend dat ik niet  rooms-katholiek was maar
daarentegen lid van de Partij van de Arbeid. Hij vroeg mij bezorgd of ik dan in
mijn werk voor Omroep Brabant ‘ook op de barricaden zou gaan’.

Ik kon hem geruststellen, maar werd op hetzelfde moment ongerust, want de
man was burgemeester van de gemeente Someren. Daar was hij een
eigengereide bullebak die de gemeenteraad vaak bruuskeerde en weinig oog
had voor bezwaren en wensen van zijn inwoners.

Zo gaf hij toestemming voor een groot zandwinningsproject in de Somerense
bossen. De plas die daardoor is ontstaan staat nog steeds te boek als ‘het gat
van Roels’. Ook drukte hij met veel verbaal geweld zijn plannen door voor de
bouw van een nieuw gemeentehuis. Van inspraak wilde hij niks weten.

Toen het gebouw na veel discussie klaar was bleek aan dit huis van de burgers
één belangrijke voorziening te ontbreken: een brievenbus.

  1. Jan de Vries (reply)

    4 april 2016 at 06:23

    Toen ik bij dezelfde omroep mijn sollicitatiegesprek had voor de functie van programmaleider sprak het toenmalige bestuur alleen maar over de vraag of ik als lid van de protestantse kerk wel het katholieke gevoel kon inbeelden dat nodig was om leiding te kunnen geven bij deze omroep. Ze bleven daar zo over door zagen dat één van de verlichte bestuursleden mij na mijn benoeming zijn excuses kwam aanbieden.

  2. Harry Perton (reply)

    4 april 2016 at 17:46

    Ik begrijp dat er naderhand een tweede gat van Roels kwam in de voordeur van het gemeentehuis,. 🙂

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Moeilijke straatnamen 30 maart 2016

Het PR-meisje van de fabriek stond mij graag te woord om antwoorden te
geven op vragen die zij in het persbericht had opgelaten zodat ik genoodzaakt
was haar te bellen en zij de gelegenheid zou krijgen mij er van te overtuigen
dat wij aan de activiteit van haar firma aandacht moeten besteden. Het is een
spelletje met ongeschreven regels dat journalisten en PR-medewerkers spelen.

Haar werkgever organiseerde een activiteit, maar de plaats van handeling
ontbrak.

Het PR-meisje noemde mij de naam van de winkel waar het te doen was. “De
straatnaam is een moeilijke”,  zei ze. Omdat ik geloof dat geen enkele
gemeente haar inwoners opzadelt met onuitspreekbare straatnamen, zei ik dat
ze maar los moest branden.

“Het is de Els-kèjjj-lies-laan”, zei ze. Of zoiets. Het zei mij niets zoals zij het
met haar meisjesstem en accent uit sprak. Omdat ik niet de indruk had dat het
meisje mij veel wijzer zou kunnen maken bedankte ik haar vriendelijk voor de
medewerking met in mijn achterhoofd de gedachte dat ik het wel zelf zou
opzoeken.

Het bleek in de Elckerlyclaan.

  1. Harry Perton (reply)

    30 maart 2016 at 09:35

    opgelaten = opengelaten, neem ik aan.

    Sommige bloggers maken opzettelijk fouten zodat ze meer reacties krijgen. :-p

  2. Wieneke (reply)

    30 maart 2016 at 16:37

    PR meisjes worden ook steeds stommer, zeg. En ik mag het zeggen, want ik was er ooit zelf eentje.
    Als ik een onvolledig persbericht verstuurde, kreeg ik gewoon slaag van mijn directie. Zouden ze weer in moeten voeren.

  3. Irene (reply)

    30 maart 2016 at 16:45

    Nou ja, daar zadelt de gemeente toch ook haar bewoners op met een naam waar een modern meisje niks mee kan? Hoe moet zo’n wichtje nu weten wie of wat Elkerlyc is of was. Ik voel met haar mee hoor. Okee, ze had het kunnen opzoeken, of een ouder en wijzer persoon vragen 😉

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Taal 30 maart 2016

(Door Ab Klaassens)

In het ochtendblad stond de zin: “Vijf op de zes gemeenten krijgt van cliënten
een onvoldoende voor de manier waarop de gemeente hen voorziet in hulp.”

Ik zou voor de laatste woorden van de zin ‘voorzien van’ hebben gekozen.

En voor ‘hun’ in plaats van ‘hen’.

De meeste verwondering gaat naar de eerste woorden. “Vijf op de zes
gemeenten krijgt.”

Volgens de lessen die ik ooit heb gekregen leidt ‘vijf’ onvermijdelijk tot
meervoud  en dus tot ‘krijgen’, maar veel jongeren hebben ander onderwijs
genoten dan ik.

Ik heb tijdens mijn pogingen tot taalverbeteringen bij de regionale omroep –
bijna twintig jaar geleden – ook tevergeefs gestreden tegen zinnen als ‘zij was
één van de vrouwen die voor gelijke rechten streed’. Volgens mij moet dat zijn:
Eén van de vrouwen die streden…”

De jongeren lachten mij uit. “Ouwe lul.”

In het jongste nummer van het tijdschrift Onze Taal staat een artikel over
taalontwikkeling. Conclusie: de meeste ontwikkelingen( = veranderingen)
ontstaan doordat mensen zich niet aan eerder vastgestelde regels willen
houden.

Bijna iedereen zegt inmiddels: “Dat maakt onderdeel uit van…” Ik zeg: “Dat
maakt deel uit van.”

Dat gaat mij punten kosten als ik ooit nog wil slagen voor het vak Nederlands
na een opleiding in het voortgezet onderwijs.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Code geel 29 maart 2016

Er was voor Tweede Paasdag Code Geel afgekondigd. Die aardige
weerman met zijn frisse Hollandse snoet had het zelf gezegd aan het
eind van het NOS-Journaal. Windkracht 9 voorspelde hij en regen.

Maandagmorgen stond er een stevig windje maar tussen de wolken
door scheen de zon. Code Geel zou dan zeker later die dag van kracht
worden. Die betrouwbare rossige knul had het zelf gezegd.

Voor de zekerheid besloten we een korte wandeling te maken in plaats
van een dagwandeling. We wilden ons niet door storm en regen laten
overvallen. De rest van de dag keken we vanaf onze hoge woonpositie
naar een bewolkte maar droge hemel. Schitterende wolkenluchten
trokken aan de uitgestrekte horizon voorbij.

’s Avonds werd deze symfonie van natuurpracht afgesloten met een
prachtige zonsondergang.

Achteraf dacht ik: we hadden niet in die praatjes van die weerman
moeten trappen.

licht

  1. Harry Perton (reply)

    29 maart 2016 at 11:38

    Het gebeurt dus redelijk vaak dat de KNMI/weerman het weer te pessimistisch voorspelt. Ik denk wel eens dat dit met opzet gebeurt, om al te veel gekanker (en claims?) te voorkomen. Maar op deze manier missen wel volksstammen hun neusverfrissing en gezonde blos op de toet. Stranttentuitbaters zijn er ook niet zo blij mee.

  2. Wieneke (reply)

    29 maart 2016 at 13:38

    Ja, wat is er mis met je niks aan trekken van het weer? Gewoon kleding aanpassen en eventueel een plu mee. Gewoon gaan, hoor. Het valt meestal mee.
    Heb je het over die roodharige meneer? Hm, vertrouw nooit een roodharige. 🙂

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

El Bakraoui 28 maart 2016

Als wij jaren geleden op pad gingen met ons bandopnameapparaat
was dat vaak om politici te interviewen. Politici die het liefst met
meel in de mond praten. Die in ieder geval woorden gebruiken
die een radio-interview al na vijftien seconden dood slaan.

Omdat wij de luisteraars minstens drie minuten wilden boeien,
weinig tijd hadden om een mooie montage te maken
en ook nog eens belangwekkende informatie wilden vertrekken
dachten we tevoren goed na over de vragen die we in ieder
geval beantwoord wilden horen.

Eén van de eerste regels die ik leerde was: binnen drie vragen moet
je bij de kern zijn. De rest is ballast. Zo ontwikkelde ik zelf de
theorie dat er eigenlijk maar één vraag belangrijk is: waarom?
Dat is vaak ook een effectief wapen om dorpspolitici die niet
dagelijks een microfoon onder de neus krijgen te ontregelen.

Het zoeken naar antwoorden terugbrengen tot de essentie is een
moeilijke zaak. Dat blijkt wel nu er door Tweede Kamerleden 166
vragen zijn ingediend over het feit dat terrorist El Bakraoui vanuit
Turkije via Nederland naar België is gekomen.

Ik heb ze eens doorgenomen. Een deel overlapt elkaar. Een groot
deel gaat over details waarvan ik mij afvraag of er één Kamerlid is
dat zich die over drie maanden nog herinnert.

Het uiteindelijke doel van al die vragen is natuurlijk voorkomen dat
terroristen in spe ooit nog eens vrij via Nederland kunnen reizen.

Ik ga niet het aantal vragen belachelijk maken, want als ik reis
en mijn grote voordeeltube tandpasta van de Lidl (125 ml) wordt door
een beveiligingsbeambte  in een container geflikkerd omdat zo’n
enorme hoeveelheid staatsgevaarlijk is dan ben ik ook geneigd
zo’n man te bedelven onder vragen. Maar ja. Iedereen weet dat
zo’n uniform macht heeft en dat je pal voor het inchecken vooral niet
bijdehand moet doen. Voor je het weet heeft zo’n man last van zijn
eksterogen en zit jij apart tegenover een strenge ondervrager in het
hokje waar eigenlijk El Bakraoui had moeten zitten.

  1. Laurent (reply)

    29 maart 2016 at 17:30

    Hahahaha, die laatste zin… Ik ben ook altijd erg braaf bij de grenscontrole op vliegvelden, vooral omdat die de laatste jaren steeds de Amerikaanse grenscontrole betreft, en die hebben evenveel humor als die ik me van de Oost-Duitse herinner uit begin jaren tachtig.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vocalies (399) Madrileense griep 27 maart 2016

(Door Marlies)

Wat een vreselijke week, wat een uitermate erge, afschuwelijke, vreselijke
week… gauw effe evalueren en vervolgens verder met het leven…

Het begon er al mee dat ik een ‘Madrileens griepje’ meekreeg met
buitengewoon gemene bijverschijnselen, en buitengewoon hardnekkig ook. Ik
moest iets doen wat echt een dingetjes is voor mij (NOT!): de handdoek in de
ring gooien.

Kennu die van die reisleidster die naar Keulen ging (met Musico)? Nou die
ging dus niet. Collega Susan, die de reis ook voorbereidde, nam ‘m over en zit
nu in Keulen. Het is maar goed ook, want stel je voor dat ik de gasten met dit
had aangestoken, ik zou het mezelf nooit vergeven hebben.

Maar ja:  een paar voorbeeldjes: geen Matthäus, geen opera, geen ballet, geen
boeiende gesprekken, stadswandelingen, musea en lekker eten. Eerlijk
gezegd: ik moest er niet aan denken. Mijn hele lijf deed zeer, tot aan de
wortels van mijn tanden toe, ik klonk als een overjarige bas en ik wilde alleen
maar slapen, slapen en nog eens slapen…

Vervolgens gaan er bommen af in Brussel en wordt de hele wereld weer in een
neergaande spiraal gedwongen waar we met zijn allen nou al decennia lang in
zitten en waar niemand de weg uit weet en dan gaat ook Johan Cruijff nog
eens dood, iemand waarvan je dacht dat-ie onsterfelijk was… kortom:  een
vreselijke week…

Maar ja, alles gaat voorbij en ik heb net weer een rondje gelopen en ik hoest
niet eens meer zo heel erg…

Ik had beloofd u te vertellen naar welke voorstellingen ik was geweest en dat
doe ik nu dan maar min of meer virtueel.

Eerlijk gezegd dat ik blij dat de Tsunami aan Matthäussen tot stilstand is
gekomen, als zal ik het tot in de dood ontkennen als u het tegen me gebruikt…
Er is genoeg (zo niet teveel) over geschreven in alle media, dus ik laat het
daarbij.

Donderdagavond zou ik naar ‘Die Kluge’ gegaan zijn met een deel van mijn
gasten. Tamelijk onbekende, korte opera van Carl Orff, in zijn tijd net zo
succesvol als zijn Carmina Burana, las ik ergens.

Het verhaal:
Een boer brengt een gouden vijzel, zonder stamper mee naar huis. Hij heeft
hem gevonden op het land van de koning. Hij wil de vijzel naar de koning
terugbrengen en verwacht dat hij daarvoor een beloning zal ontvangen. Zijn
dochter waarschuwt hem: de koning zal waarschijnlijk ook graag de stamper
terug hebben. Haar vader loopt het risico dat de koning hem ervan gaat
verdenken de stamper te hebben gestolen.

Haar voorspelling komt uit: de boer wordt gevangen gezet. Hij roept daar
steeds in vertwijfeling: “Och had ik mijn dochter maar geloofd!” Met deze
kreet begint Orff’s opera.

De hartenkreet wordt de koning verteld en hij wil de dochter van de boer zien.

Als de dochter drie raadsels die de koning haar opgeeft kan oplossen, zal de
koning haar vader vrij laten en haar (zijnde ‘de kluge Frau’) trouwen. Dat lukt
en ze trouwen

Het gaat in het begin goed, maar dan komt de (nu) dochter/koningin de
bezitter van een ezel tegen, die door de koning onrechtvaardig is behandeld.
Ze wil de man helpen, maar de koning wordt boos en  stuurt haar weg.  Ze
mag echter meenemen waar haar hart het meeste naar verlangt. Ze kiest de
koning (alweer slim!), die ze eerst met een drankje in slaap heeft gebracht. Als
de koning in de boerderij wakker wordt realiseert hij zich hoeveel zijn vrouw
van hem houdt. Zo lukt het haar (toch!) zichzelf, haar vader, en de ezelbezitter
te redden en de heerserige koning aan zich te onderwerpen.

In het filmpje een buitengewoon geestige versie van de scène waarin de
koning zijn drie raadsels opgeeft. Echt Orff, qua ritmiek, bezetting. Goed
geregisseerd! De gasten zullen genoten hebben

 

 

PS:
Ter vertroosthinghe ende vermaeck: er staat ook weer een nieuwe podcast op mijn eigen site! Zie de grote icoon hiernaast

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

JC 27 maart 2016

(Door Ab Klaassens)

Allerlei figuren zijn blijkbaar bereid zelfs de stront te nuttigen van
beroemdheden als zij daar zelf ook een beetje beroemd van kunnen worden.
Dat Hij een fantastische voetballer was en samen met Rinus Michels nieuwe
inzichten over het spel heeft ontwikkeld staat buiten kijf.

Maar al die glorie over de taalkundige vondsten van het genie….ik denk bij al
die bewondering van taalkundigen over de verbale spitsvondigheden van ons
aller idool voornamelijk aan de keizer die in zijn blote kont voor het volk
paradeerde, omdat zijn kleermaker en zijn hovelingen hem hadden
wijsgemaakt dat alleen hoogontwikkelde mensen konden zien hoe mooi hij
gekleed ging.

De uitspraken van JC zijn de afgelopen dagen op diverse plaatsen uitgelicht,
omkaderd en aangestreept. Ik lees ze als fout geformuleerde oude waarheden.
Niet mee eens?

Dan vindt u gatenkaas net zo lekker als geitenkaas.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Brommertje 23 maart 2016

Een drukke plek in Eindhoven. Een kruispunt dat op de schop gaat.
Dus bus krijgt er ruim baan. Tot die tijd zoeken automobilisten,
fietsers en bromfietser door een doolhof hun weg naar de
overkant.

De veilige doorstroming in de chaos wordt geregeld met
her en der geplaatste verkeerslichten. Geen moderne lichten die
reageren op beweging of die aftellen.

Fietsers moeten ze bedienen door op een groene knop te
drukken die deel uit maakt van een grijs kastje dat aan een paaltje
is bevestigd. Je moet het weten anders zie je het bedieningssysteem
zomaar over het hoofd.

Naast mij staat een oude man op een rood damesbrommertje.
Het is een oud krakkemikkig brommertje dat aan dezelfde slijtage
onderhevig is als de berijder.

De man ziet er onverzorgd uit. Hij heeft een groezelige baard en
dan bedoel ik niet zo’n hippe hipsterbaard. Zijn kleren zijn
versleten. Hij schreeuwt tegen het rode stoplicht. “Schiet eens op”.
“Groen! Groen! Ja toe maar groehoeeeeen!!”. Hij is een echte brommert.

Ondertussen draait het mannetje heftig aan de gashandel van
zijn damesbrommertje dat een opgewonden geluid produceert, maar
er niet in slaagt de berijder de uitstraling van een Hell’s Angel te geven.

Ik zeg. “Dit is geen modern maar een heel ouderwets verkeerslicht.
Dit heeft nog geen spraakherkenning”. Ach, een fietser in Eindhoven  die
eindeloos voor verkeerslichten staat te wachten wordt wel eens melig.

Het mannetje kijkt mij aan. Hij wil iets zeggen, maar dan springt
het licht als bij toverslag op groen. Hij trekt z’n benen op en spuit
weg, het doolhof in naar de overkant. Ik kan me vergissen maar ik
meen in een flits iets van triomfantelijkheid op zijn gezicht te zien.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *