Ik ben mijn journalistieke loopbaan begonnen in een gebied waar de mensen
niet met de pers spraken. Zij hadden genoeg aan hun monoloog tot de Heere
HEERE die hun woorden nooit zou verdraaien.

In Brabant – zo is mijn ervaring – was het volk toegankelijker. Loslippiger
ook. Niet per definitie betrouwbaarder.

Ondertussen speelt dankzij internet iedereen journalist. Waar in mijn vorige
standplaats nog slechts één Alwetende was, wil nu niemand meer onwetend
zijn.

Ik herinner mij een interview dat een collega had met een buurtbewoner van
iemand die vermoord was. De buurtbewoner gaf een bloemrijke beschrijving
van het leven dat het slachtoffer leidde. Op de stelling van mijn collega dat zijn
informant de onfortuinlijke buurman dus goed kende, antwoordde de
zelfbenoemde bron: “Nee, ik zag hem alleen af en toe met zijn hondje lopen”.

Het is voor sommige mensen ondenkbaar dat, als zij – eenmaal
doorgedrongen tot aan de rood-witte linten – door een journalist worden
aangesproken moeten antwoorden: ik heb geen flauw idee.

In Helmond is vorige week in het kanaal het lichaam gevonden van Bart
Hillen. Het was in dekens gewikkeld en stak in een grote zak. Zonder twijfel
een misdrijf.

Een vriend van het 67-jarige slachtoffer vertelde tegen het Eindhovens
Dagblad dat de dode een einzelgänger was. Toen de verslaggever vroeg hoe
het slachtoffer betrokken kon zijn geraakt bij een misdrijf haalde de vriend de
schouders op en zei: “Dan zou ik ontzettend gaan speculeren en dat lijkt me
niet verstandig.”

Dat is een echte vriend.

, , , ,

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *