Doodshoofden 6 februari 2017

We waren afgelopen weekend in Groningen. Het doel was de expositie
van het werk van Rodin. Eindhoven-Groningen is drie uur reizen, dus
we boekten een overnachting.

Ik ben nog niet zo vaak in Groningen geweest, maar de keren dat ik er
was viel het me telkens op wat een ontzettend leuke stad dat is. Het
komt waarschijnlijk door de vijftigduizend studenten die er schots en
scheef hun fietsen parkeren. Ik hou van studentensteden, daar is altijd
leven in de brouwerij. Bovendien is Groningen een mooie stad.

Wie overnacht moet ook eten. Indachtig ons motto “het leven is te kort
om slecht te vreten”  kozen we voor een restaurant met een
hoog cijfer volgens de bezoekers van IENS.

Daar kregen we geen spijt van, we hebben meer dan uitstekend
gedineerd. Bij de afsluitende espresso werden bonbons geserveerd.
Dat was een opmerkelijk ervaring. Op het schoteltje lagen doodshoofden
van witte chocolade. Doodshoofden. U weet wel schedels.

Kijk, dat je dode dieren geserveerd krijgt is één ding, maar schedels bij
de koffie noopte mij toch tot de vraag: waarom?

De gastheer van het restaurant legde het uit. Zij betrokken hun zoetwaren
van een bekende lokale patissier. Enige tijd geleden was deze man
gepensioneerd en vertrokken naar de provincie en daar maakte hij onder
meer smakelijke doodshoofden.

De term “de provincie” is voor mijn gevoel een randstaddingetje waar alles
achter Utrecht wordt aangeduid als provincie, waarmee vaak ook een
waardeoordeel wordt gegeven over de bewoners van dat gebied.
Randstedelingen willen aldus boerenslimheid nog wel eens verwarren met
onnozelheid.

Ik vroeg mij dus af waar een stadjer naar toe gaat als hij naar de provincie
verhuist. Misschien naar Oost-Groningen waar de aarde schudt? In ieder
geval een gebied waar hij inspiratie kreeg om chocolade doodshoofden
te maken. Vooruit, voor één keer schaar ik mij achter Randstedelingen.
 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.