Meid, dacht ik, neem hem in een tangconstructie 20 april 2019

Een tafeltje verder in het restaurant zaten twee mannen en een vrouw. Mannen met grijs haar, type
zakenman. Casual gekleed in truien in pasteltinten. De vrouw was jonger. Halflang bruin, krullend
haar. Beetje mollig, niet onknap.

Eén van de mannen sprak luid, vooral tegen de vrouw. De man vertelde stoere dingen die zijn
wereldwijsheid moesten etaleren. De vrouw luisterde, de tweede man knikte af en toe.

Je moest meeluisteren, of je wilde of niet. De relatie tussen de drie werd gaande de monoloog van
de man duidelijk. Hij en zijn zakenpartner wilden zaken doen met de vrouw, die financieel nogal bij
de pinken leek. De man besprak met haar de mogelijkheid van constructies waar een belastingambtenaar
zijn tanden op stuk kon bijten.

De vrouw droeg een minijurk waar twee stevige benen onderuit staken. Dat zag ik toen zij haar neus
ging poederen. De twee mannen vielen tijdens haar afwezigheid stil. Schijnbaar hoefden ze elkaar
niet meer te overtuigen.

Toen de vrouw terug kwam werd het gesprek joliger en vertrouwelijker en klonken de woorden van
de man die voortdurend aan het woord was steeds zwaarder.

“Je jurk is eigenlijk te lang”, hoorde ik hem opeens tegen de vrouw zeggen. Vervolgens spreidde hij
zijn wereldwijsheid ten toon. “De gemiddelde Nederlandse vrouw is lelijk”,  zei hij. Meid, geef hem een
draai om zijn oren en ga naar huis, dacht ik.

Tijdens zijn zakenreizen naar Italië was hij tot de conclusie gekomen dat de Italiaanse vrouwen de
mooiste vrouwen ter wereld waren. Totdat je er de plamuur afschraapt, dacht ik.

Maar die mening had hij herzien sinds hij zaken deed in Afghanistan en Iran. Daar woonden werkelijk
de allermooiste vrouwen ter wereld.  Meid, dacht ik, neem hem in een tangconstructie.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.