“Blijf, blijf, blijf,  zeg ik.”

“Wat zeg ik nou? Blijf!”

“Zo ja . . . “

“Nou eens kijken wat erin zit. Het zal wel weer niks zijn.”

“Hé . . . er zit iets in. ’t Zal mijn benieuwen. Het is al een wonder
dat er iets in zit”.

“Wat is is dit? Aardappelen. Nou ja . . .”

Op de stoep van het buurtinfowinkeltje op de hoek staat sinds
kort Harry. Harry is de buurtkoelkast. Als je iets over hebt kun je
het daarin doen voor de minderbedeelde buurtgenoten. Op de
koelkast hangt een reglement waarop staat wat je wel en niet
mag aanbieden.

Voor de deur van de buurtinfowinkel staan ook de ondergrondse
vuilstortkokers waar wij ons restvuil in kwijt kunnen. Ze zitten
nogal eens verstopt. Niet iedereen die met een volle vuilniszak
naar de stortkokers is gelopen neemt die weer mee als er niet
gestort kan worden. Daardoor moet Harry nogal eens aanzien dat
voor zijn deur zich een  stinkende hoop vuilnis opstapelt terwijl hij
de restjes van de goedbedoelende buren probeert vers te houden.

Blijf, blijf, zei de vrouw tegen haar fiets. Ze probeerde die
tegen de gevel van de buurtinfowinkel te parkeren. De fiets
was zwaarbeladen. Tassen aan het stuur, een mand achterop
(ik dacht aanvankelijk dat daar een hond in zat tegen wie ze
sprak, maar in de mand stond ook een grote tas) waardoor de
fiets uit het lood ging en moeilijk te stallen was. De fiets bleek
uiteindelijk toch gevoelig voor haar commando’s.

Daarna slofte ze al mopperend en zonder enig vertrouwen naar Harry,
waar ze dus tot haar verrassing toch een bakje met aardappelen vond.

Ondertussen had ik mijn vuilniszak in de koker gestort en
liep ik terug. Achter mij hoorde ik de vrouw klagen over het
geringe aanbod in de buurtkoelkast.

Vanavond krijgen we vrienden te eten en maak ik knien in ’t zoer.
Als er iets overblijft breng ik het naar Harry. Alle dagen
aardappelen is ook zo wat.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.