Mijn vrouw heeft een tante met wie ze een aantal keren per jaar
in steeds hetzelfde Italiaanse restaurant eet. Daarnaast appen ze
regelmatig.

Tante heeft de tachtig al aangetikt, maar verder is zij de
verpersoonlijking van  de tekst die mensen nu gebruiken omdat
het alsmaar niet lukt het verjongingsmiddel uit te vinden: tachtig is
het nieuwe zestig. Tante lijkt geen dag ouder dan zestig.

Eenmaal per jaar, op de verjaardag van mijn vrouw, komt ze bij
ons op bezoek. Het zou belachelijk zijn als ik zeg dat ze
nog zelf autorijdt. Natuurlijk rijdt ze nog zelf auto.

Ze komt vaak in ons stadsdeel omdat ze mantelzorg doet voor een
schoonzus die bij ons in de buurt woont. Tantes onder elkaar. Tijdens
die bezoeken legt Tante altijd aan bij de Turkse supermarkt omdat
ze daar groente en fruit per stuk kan kopen in plaats van dat
voorverpakte spul in de supermarkt in haar dorp.

Tante is in dat dorp de spil van de mantelzorg. Ze werkt als
vrijwilliger bij een grote zorginstelling en onderhoudt namens die
organisatie de contacten met alle mantelzorgers in het werkgebied.
In coronatijd betekent dat dat ze regelmatig met iedereen belt om
te vragen hoe het gaat en daar waar nodig extra aandacht van
professionals regelt. Als er iemand van schrijnende
gevallen weet is zij het.

Tijdens haar bezoek praten wij ook over het gezamenlijk verleden
van haar en mijn vrouw. Dat verleden omvat sinds vorige week
63 jaar. Het gaat dan over die en die en weet je nog . . .  Mijn vrouw
vroeg op enig moment hoe lang die en die eigenlijk al dood is.

Tante wist het niet. “Dat zoek ik op,” zei ze. Ze dook in haar tas,
pakte haar smartphone en begon te zoeken. “Ik heb namelijk de
sterfdata van iedereen op een lijstje gezet, want ik kan dat niet meer
allemaal onthouden,” zei Tante. Binnen een halve minuut lepelde
ze de gevraagde sterfdatum op.

“Wil je nog meer dooien weten?” vroeg ze.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.