In mijn huiskamer staat de televisie meestal alleen aan ter verstrooiing.
Ik ben een fan van programma’s over eten (Hairy Bikers), andere werelden
(Metropolis), natuur (Vroege Vogels) en documentaires (bijvoorbeeld
over architect Bjarke Ingels). Talkshows vind ik niet zo boeiend.
Te oppervlakkig, te veel van hetzelfde.

Voor nieuws en achtergronden lees ik. Ik ben altijd een lezer
geweest en hoop dat te blijven tot mijn ogen het begeven. Maandagavond
keek ik wel naar de presentatie van ons nieuwe kabinet. Het nadeel van
alleen maar lezen over politiek is dat je er geen koppies bij ziet. Vooral
toen het kabinet Rutte III dezelfde wisselregels ging toepassen als die van
de KNVB, waren er momenten dat ik over een bewindspersoon las
zonder dat ik er een gezicht bij had. Vroeger stond er nog wel eens een
fotootje van zo iemand bij een artikel, maar ook de geschreven en online
media weten gelukkig al jaren dat fotografie heel belangrijk is en dat een
plaatje van een hoofd uit de tijd is.

Ik zag maandag de ministers in groepjes langs komen. Het moest
allemaal snel, snel. Korte vragen, korte antwoorden. De presentatoren
wekten soms de indruk dat de eindredacteur had gedreigd met zweepslagen
als ze niet het hoge tempo zouden vasthouden.

De staatssecretarissen werden buiten in de kou ontvangen met als
compensatie een warm bakkie koffie. Zo’n programma moet natuurlijk
wel een zekere speelsheid houden. Er is in de beleving van de
eindredacteuren niemand die uren naar alleen maar mensen achter een
desk kijkt, zelfs niet als die worden opgejaagd als een kudde schapen
door een wolf.

De reportages met de staatssecretarissen waren kort. Een paar bijdehante
vragen en weer door. Daar zag ik Christophe van der Maat, staatssecretaris
van defensie. Ik had een beetje met hem te doen. Als gedeputeerde in
Brabant en VVD-baas was hij de belangrijkste politicus in één van de
grootste en economisch belangrijkste provincies van ons land. Hij was
de laatste jaren verantwoordelijk voor financiën en infrastructuur. Nu
gaat hij over kazernes en MOB-complexen. De eerste vraag (nou ja vraag,
tegenwoordig krijg je als geïnterviewde een opmerking naar je hoofd
geslingerd waar je dan maar op moet reageren) ging er over dat hij
bekend staat als Whatsapp-koning. Van der Maat antwoordde beleefd.

Ik vraag me af wat hij erbij dacht. In het Brabantse parlement kwam
hij altijd goed voorbereid voor de dag. Hij ging geen discussie uit de weg,
maar als er een loze kreet kwam kon hij die wel eens pareren met de
opmerking: ik heb geen vraag gehoord, dus daar kan ik aan voorbij gaan.
Dat vond ik altijd wel stoer.

Zijn vertrek naar Den Haag kwam niet als een verrassing. De portefeuille
wel. Hoeveel eer is er te behalen aan het staatssecretarisschap van defensie?
Ik kan me dan ook niet aan de indruk onttrekken dat hij op die plek de
kans krijgt te wennen aan de Haagse mores, zodat hij in de volgende ronde
opschuift in de pikorde en uiteindelijk minister van Infrastructuur wordt.

Ik kan niet wachten op het moment dat een dan inmiddels doorgewinterde
Van der Maat  aan de NOS-desk staat in plaats van bij een koffiekarretje
en dat een opgedraaide presentator hem een loze kreet toewerpt.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.