“De helft is vrouw” kopt het Eindhovens Dagblad/AD vandaag op
de voorpagina. De helft van onze nieuwe ministersploeg is vrouw.

Ik stam uit een traditioneel gezin waarin mijn vader buitenshuis werkte
en de centen binnenbracht. Moeder de huisvrouw kocht met dat geld
boodschappen en voedde de kinderen op. Net als vermoedelijk meer
van mijn generatiegenoten ben ik vooral gevormd door een altijd
aanwezige vrouw en een man in de coulissen.

Mijn moeder was ook iemand die ons op het hart drukte dat iedereen
gelijk is. Nou ja, je had wel een categorie die zij ‘niet ons soort mensen’
noemde en waarmee ze hoger geplaatsten bedoelde, maar daar hoefden
wij niet tegenop te kijken want zij moesten ook gewoon naar de WC.

Wij dienden voor iedereen, of het nou de voddenboer of de
burgemeester was, respect te hebben. Ik denk dat mijn zakelijke mantra
“we kennen allemaal een kunstje en samen zijn we een mooi
circus” uit mijn opvoeding voortkomt.

Dat heeft er ook toe geleid, dat ik alleen mensen zie en geen vrouwen,
kleurlingen, gehandicapten of andere mensen van wie sommigen menen
dat ze een aparte groep zijn. Dat is niet woke, dat is gewoon zoals ik
ben opgevoed.

Daarom viel mij die kop op: “De helft is vrouw”. Mijn primaire reactie
was die van de journalist: hoe lang is dat nog nieuws?  Mijn tweede
reactie kwam voort uit het kind dat in elke man woont en waardoor
sommigen graag over Lamborghini’s praten en waardoor ik dacht:
tien vrouwen, mooi dan ben ik veilig.

,

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.