Premier Rutte en minister De Jonge geven vrijdag weer een persconferentie.

Rutte zal zijn vrolijke hoofd in de somberste stand wringen en vertellen dat de
maatregelen van een paar weken geleden niet helpen het coronavirus te bestrijden.
Hij zal zeggen dat dat voor het kabinet een tegenvaller is.

In omfloerste termen zal hij zeggen dat dat aan ons ligt omdat wij de
regels niet voldoende naleven.

Misschien zal hij iets zeggen over de rellen afgelopen weekend. Er is een
tweedeling, zal hij zeggen, maar de rellen werden aangewakkerd door
beroepsrellers, dus de tweedeling is niet zo erg als het lijkt.

Daarna kondigt hij de maatregelen af die we al kennen dankzij de vergiet die
de Haagse stolp eigenlijk is. Ondertussen zwelt buiten het lawaai aan en roepen
wij in de huiskamer: onbegrijpelijk dat ze dat gaan doen!

Dan schetst Hugo de Jonge de situatie in de ziekenhuizen. Zijn gezicht staat
nog somberder dan dat van zijn baas. Misschien gebruikt hij de term code zwart,
het kan ook zijn dat hij Diederik Gommers niet naar de mond wil praten.
Het lijkt erop dat het niet zo botert tussen die twee.

Daarna komt voor mij als journalist en als burger het spannendste moment
van de persco. De eerste vraag van de NOS-verslaggever. Wordt die ingegeven door
het geluid van de hardst schreeuwende en door de media gretig geadopteerde
minderheid, of wordt het de vraag die de meerderheid op de lippen brandt.
Deze: “Meneer Rutte, wanneer is het moment dat u tegen Nederland zegt: het
virus blijft.  Als u zich een paar basisregels houdt zorgt het kabinet ervoor dat
onze gezondheidszorg zo ingericht wordt dat we over twee jaar inderdaad
met het virus kunnen leven”.

Het schijnt dat dit soort vragen, die niet direct voor reuring zorgen,  later
tijdens de persco door andere media wel worden gesteld. De meerderheid van
ons ziet dat niet omdat de NPO ons dan alweer een talkshow voorschotelt
waar dezelfde mensen dezelfde meningen verkondigen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.