Na twee bestuurscrises in het provinciehuis van Brabant kun je je afvragen wat er mis is in die hoge
toren in Den Bosch. Iedereen wil namelijk hetzelfde: boeren die een goede boterham verdienen en een
gezond milieu. Maar niemand weet hoe je dat samen moet bereiken. In plaats daarvan hebben
de hoofdrolspelers zich steeds verder ingegraven.

Nog maar enkele jaren geleden ademde alles in Brabant boeren. Dat zit in het DNA van deze provincie.
Ondertussen veranderde de wereld en dus ook Brabant. Op het platteland kwamen meer burgers te
wonen. Mestgeur betekende niet langer dat de buurman hard aan het werk was, het  betekende stankoverlast.

De Q-koorts liet zien dat dieren niet alleen maar geschikt waren om een boterham mee te
verdienen (of mee te beleggen), het betekende ook dat je er ziek van kon worden.

Langzaam maar zeker ontstond het besef dat de intensieve veehouderij een tandje minder moest.
Ook de boeren zelf zagen dat in. Er werden jaren geleden in deze provincie afspraken gemaakt dat
het in 2028 allemaal milieuvriendelijker moest.

Toen het CDA geen deel meer uitmaakte van de colaitie werd In 2017 die deadline onder leiding van
links-liberale opvolgers in Brabant naar voren gehaald. Protesten met tractoren waren het gevolg.
Toch kwam het ervan. De links-liberale coalitie bleek standvastig. Toen zag je hoe Brabant aan het
veranderen was.

De lijn zou na de verkiezingen van 2019 worden doorgezet maar toen kwam het CDA weer mede aan de macht.
Die partij wilde de klok terugdraaien ten gunste van de boeren. Dat lukte niet en de christendemocraten
trokken de stekker uit de coalitie.

Die eerste breuk zette veel kwaad bloed bij links, dat zich bij het grofvuil gezet voelde. Het wantrouwen,
de irritatie en de wrok waren bij iedereen groot. Er bleek met goed fatsoen geen nieuwe coalitie te vormen,
anders dan met Forum voor Democratie.

Het was een gewaagd experiment dat uiteindelijk mislukte omdat het gedachtengoed waar Forumleider
Thierry Baudet voor staat het Brabantse provinciebestuur vergiftigde.

Marja van Bijsterveldt en Emile Roemer moeten nu gaan verkennen. Verkenners zijn mensen die voorzichtig
spieden. De vraag is of ze niet veel beter kunnen beginnen om iedereen met harde hand uit hun loopgraaf
te jagen en een spiegel voor te houden. Het bijzondere in Brabant is namelijk dat iedereen hetzelfde wil.
Iedereen wil dat boeren een boterham kunnen verdienen en dat het milieu wordt gespaard. Het verschil van
mening zit ‘m in het tempo waarin dat moet gebeuren en soms in de manier waarop.

Provinciale Staten hebben het laatste jaar overal een politiek nummer van gemaakt. Aan de andere kant werden
veel van de statenvragen door Gedeputeerde Staten beantwoord met: daar gaat de provincie niet over. Veel beleid
ligt op de bordjes van rijk en gemeenten. De provincie faciliteert en verbindt. Soms is het meer een
procesorganisatie dan een politiek orgaan. Het wordt tijd dat Provinciale Staten de bescheiden rol die ze
spelen inzien en het eigen proces gaan managen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.