Ik stam nog uit het journalistieke tijdvak dat commissievergaderingen van gemeenten besloten waren. In de jaren
tachtig  gingen de luiken open en met die openheid kwamen er de persvoorlichters en communicatiemensen,
die ik in een vlaag van foute humor wel eens communicantjes noem.

Eerst waren dat (vooral mannelijke) ambtenaren die het wel leuk vonden om wat contacten met journalisten
te onderhouden en de voorlichting erbij deden. Later werden dat professionals met een communicatiediploma
op zak. In mijn beleving vooral vrouwen, wat mij in een vlaag van verkeerde humor wel eens de opmerking
heeft doen ontglippen: communicatie is een meisjesding.

Tientallen, wat zeg ik, honderden heb ik er langs zien komen. Als stagiaires ( “ik vind het leuk iets met mensen
te doen”) en als tegenvoeters, want in de meeste gevallen zijn journalisten en communicatiemedewerkers
opponenten. Disclaimer: er zijn er ook die met je meedenken en met wie je het spel van loven en bieden kunt spelen.
Dat zijn de echte professionals die buiten het kader van mijn flauwe humor vallen,

Maar de meesten zijn toch gewoon his masters voice bij wie het volgende zinnetje is ingesleten:
“ik zet je vraag uit in de organisatie”.

Nadat ruim dertig jaar lang een golf aan communicatiemedewerkers over ons land is gespoeld verbaas
ik me nog elke dag over het feit dat in grote zaken het mis gaat met de communicatie. De eerste keer
dat me dat echt opviel was na de Herculesramp. In het eindrapport stond dat de hulpverlening goed
was gegaan, maar dat het schortte aan de communicatie.

In de jaren daarna las ik rapport na rapport over de meest uiteenlopende calamiteiten waarin stond
dat de communicatie beter kon. Al die meisjes kregen de schuld van beleidsmakers door wie ze
werden aangestuurd.

Nu hebben we de coronacrisis. Weer lees ik overal dat er niet goed wordt gecommuniceerd. Julia van
Weert, hoogleraar gezondheidscommunicatie aan de Universiteit van Amsterdam zei bijvoorbeeld:
“Het zijn goeie campagnes, maar eigenlijk zijn het er best weinig. Je wil dat burgers er niet omheen
kunnen. Ik woon in Amsterdam en krijg bij wijze van spreken om de haverklap brieven van het
stadsdeel over afvalbakken die verplaatst worden, maar niet over corona. Terwijl een brief van de
burgemeester wel indruk zou maken.”

Tja, dat is precies wat ik bedoel: brieven over afvalbakken.

Volgens mij moet de conclusie zijn dat communicatiemedewerkers vooral last hebben van hun
opdrachtgevers.

,

  1. Ximaar (reply)

    4 februari 2021 at 11:20

    Goed verhaal. Vaak geef ik de media en hun commercie de schuld dat ze overaal hijgerig achteraan lopen om als eerste iets te melden. Liefst nog voor dat het gebeurd is. Vervolgens zorgt een kloof tussen wetenschappers/beta’s en journalisten/alfa’s dat er veel onbegrepen of verkeer geinterpreteerd in de media verschijnt. Later als iets goed onderzocht is dan heeft de media geen interesse meer omdat ze hijgerig achter het volgende aanlopen. Maar je verhaal over die communicatiemedewerkers heeft er ook mee te maken dat zaken niet goed in de media komen. Communicatiemedewerkers zijn zo ver mijn ervaring strekt ook alfa’s en kunnen dus goed communiceren met journalisten. De kloof verlegd zich dan naar binnen het bedrijf of de organisatie waar de wetenschappers niet goed met de communicatiemedewerkers communiceren en die krijgen vervolgens de schuld als het mis gaat.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.