Bij het tankstation in onze wijk stonden vier emmers strooizout te koop.

“Waarom verkopen jullie nu strooizout?” vroeg ik aan de dame achter de kassa.

Ze hief haar handen ten hemel. “Geen idee, ”zei ze. Volgens haar waren die
emmers een overblijfsel van de vorige winter die geen winter wilde worden.
Daardoor konden ze toen het strooizout aan de straatstenen niet kwijt kon.

“Het is net als met de pepernoten die ik vanmiddag in de supermarkt zag
liggen,” zei ik. Verkeerde seizoen.

Nooit, zei ze, maar dan ook nooit zou zij nu al pepernoten verkopen. Dat vond ze
echt zo belachelijk. November, eerder zouden haar klanten geen pepernoten in
de tankshop vinden. Ik had een gevoelige snaar geraakt.

En dan nog zouden er alleen de echte Friese pepernoten in de schappen komen.
Die neppe dingen ging zij echt niet verkopen. Friese pepernoten smaakten naar
taai-taai. Ze zijn hard maar smelten in de mond. En ze hebben een anijssmaak.
En ze zijn vierkant.

Ik had er nooit van gehoord, van Friese pepernoten.

“Ik kan niet wachten tot het november is. Wat mij betreft mag u ze nu al
verkopen,” zei ik.

“Geen sprake van,”, zei ze. “Ik heb wel iets anders in de aanbieding. Gisteren zijn
de sneeuwschuivers aangekomen.”

We lachten, wensten elkaar een fijne dag en gingen elk ons weegs. Terwijl ik op de
A50 mijn nieuwe portie brandstof verstookte bedacht ik in welke spagaat die
mevrouw van het tankstation eigenlijk zat. Door de verkoop van steeds meer benzine
en diesel zou er maar zo een moment kunnen komen dat ze voorgoed met de
voorraad zout en sneeuwschuivers zou blijven zitten.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.