In mijn jeugd hadden wij telkens één paar schoenen. Bruin of zwart. Bruin met bruine
veters, zwart met zwarte veters. Schoeisel en kleding waren in ons gezin artikelen om
droog, warm en zedelijk te blijven. Om misverstanden te voorkomen: wij waren niet arm en
zagen er altijd keurig uit.

Mijn vader had weinig kleren nodig. Hij droeg meestal het postuniform. Mijn moeder
droeg over haar jurk altijd een schort.

Ik heb een half leven lang telkens maar één paar schoenen gehad: bruin of zwart. Toen ik
Marlies leerde kennen bracht zij een bruidsschat van 52 paar schoenen mee. Daar zaten
wel wat exemplaren bij die ze alleen tijdens opera’s en operettes had gedragen.

Ikzelf bleef eenvoudig, zij het dat ik mijn collectie uitbreidde tot één paar zwarte- én één paar
bruine schoenen. Marlies had mij namelijk ingewijd in de wereld van ton sur ton. Toen ik zei
dat het juist heel modieus was bruine schoenen onder een blauw pak te dragen, lachte ze me
hartelijk uit. Dat was voor aalgladde makelaars, niet voor haar persmuskiet.

Twee paar schoenen, dat voelde luxe.

Ik weet niet hoe het kwam maar een paar jaar geleden – volgens mij was ik op weg naar de
zestig en er van overtuigd dat ik absoluut geen motor durfde te rijden– kocht ik opeens
bruine schoenen met rode veters en zwarte schoenen met gele veters. Enthousiast aangevuurd
door mijn lief, die jaren tevergeefs had geprobeerd mij te verlossen van mijn gedachte dat
soberheid de maat der dingen is.

De eerste reacties van mensen op mijn nieuwe schoenen, meer bepaald de veters, waren positief.
Mensen vonden het leuk. Ik viel positief op maar hoorde in mijn achterhoofd wel de stem van
wijlen mijn moeder: Kijk daar, kijk daar. Wie gaat daar nou mee lopen. Hé niet zo
opvallend kijken . . . . .

Aangemoedigd door de reacties op mijn veters begon ik opzichtiger hemden te kopen. Ik kwam
allerlei bijzondere T-shirts tegen die mijn begeerte wekten. En op een dag kocht ik blauwe schoenen
met witte stippen (of andersom). Ik kreeg complimenten en verbaasde blikken. Jij?? Ik kocht
nog gekkere schoenen. En T-shirts met nog opvallender en exclusiever design.

Een paar maanden geleden kwam ik een paar rode schoenen tegen waar ik op slag verliefd op
werd. Ik kon de verleiding niet weerstaan. Een paar weken na de aanschaf droeg ik ze naar
een vergadering in het provinciehuis. Een woordvoerder maakte er een foto van en twitterde die
rond met de opmerking dat mijn schoenen by far het meest interessante op deze loodzware
politieke dag waren.

Deze week maakte ik samen met een cameraman een itempie in een kringloopwinkel. Ik had
mijn rode schoenen aan. De ene na de andere oudere dame die tussen de spullen snuffelde op
zoek naar een koopje, hield daar onmiddellijk mee op om zich vervolgens te vergapen aan mijn
schoenen. Het regende complimenten. Ik werd er een beetje verlegen van. Ik werd ook
vergeleken met minister Hugo de Jonge van wie sommige mensen wel weten dat hij extravagante
schoenen draagt maar van wie ze geen idee hebben in welke richting hij daarmee loopt.

Het waren dames zoals mijn moeder nu zou zijn geweest en ik dacht opeens: misschien zou
zij deze schoenen nu ook wel mooi gevonden hebben. Misschien waren zulke schoenen in mijn
jeugd reden om achter de hand te fluisteren, maar zou mijn moeder meegegroeid zijn met de
tijd en zou ze mij nu ook gecomplimenteerd hebben. De herinnering aan mijn moeder is
bevroren in een vorige eeuw. Ik kan mijn rode schoenen niet meer aan haar laten zien, maar
ik denk eigenlijk dat ze het anno 2020 leuke schoenen zou hebben gevonden.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.