(Door Marlies)

Eind februari ben ik voor Musico vier dagen in Milaan. Ja echt! Ik was er in 2016 en was
toen voor het eerst van mijn leven in het opera-mekka: La Scala. Ook dit keer zijn er twee
voorstellingen in la Scala: ‘Il Turco in Italia’ van Rossini en ‘Il Trovatore’ van Verdi.
Wij reisleiders leiden de voorstellingen altijd in en dat betekent soms best wel buffelen,
om voor repertoire dat je niet zo goed kent leuke wetenswaardigheden bij elkaar te
sprokkelen. Dit keer zijn de twee opera’s voor mij een makkie, veel over te vinden, Trovatore
ken ik goed (zong er ooit zelf aria’s uit) dus ik zet mij in de weken vóór vertrek opgewekt
aan het werk.

Sowieso spelen de reizen voor Musico in de weken voor vertrek nogal door mijn hoofd;
het is best wel een verantwoordelijkheid: met een man of 20 klassieke muziekliefhebbers
op pad en de reis, het hotel, het eten en de voorstellingen begeleiden. Hopen dat er niks
misgaat en als dat wel gebeurt: handelen. Ik vind het geweldig werk, maar het vraagt
ook wel wat van me…

Ik zoek bij ‘Il Trovatore’ wat muziek om te laten horen tijdens mijn inleiding. Een gevaarlijk
moment tijdens het werken aan zo’n lezing, want niet zelden verlies ik mij in het eindeloos
draaien van geweldig (al dan niet oud)  materiaal dat ik op YouTube en Spotify en in mijn
CD-kast vind.

Wist u dat er een stuk of honderd versies van de woede-aria ‘Di quella pira’ zijn? Pas op!
begin er niet aan, want voor u het weet hebt u een oorwurm te pakken; de deun gaat niet
meer uit je hoofd, ik weet het uit ervaring.

De hele nacht vullen Luciano Pavarotti, Placido Domingo, Franceso Corelli, José Carreras
en Jonas Kaufmann mijn dromen met woede en zwaarden en testosteron. Niet geheel
verwonderlijk sta ik de volgende ochtend onder de douche nog steeds met ‘Di quella pira’
in mijn hoofd (je hoeft je overigens pas echt zorgen te gaan maken als je níet weet waar
het deuntje in je hoofd vandaan komt…).

Op mijn werk heeft een collega het over het nummer ‘Malle Babbe’ van Rob de Nijs,
hij hummelt wat van de tekst voor. In mijn hoofd wijkt Trovatore en dringt Rob de Nijs
zich op (of je daar nou blij mee moet zijn…). Ze blijkt niet sterk genoeg voor Maestro
Verdi, Malle Babbe, en tijdens de lunch is ‘Di quella pira’ er weer. Als ik later ‘Tacea la
notte placida’ vind, ook uit Trovatore, schiet dat deuntje weer in mijn hoofd, meer mijn
eigen stemvak.

In de middag zingt een collega plagerig tegen een andere collega die haar zin niet krijgt:
“de meeste dromen zijn bedrog” en verdringt Marco Borsato  mijn aria. IJzersterke tekst
destijds, maar zingen heeft Borsato nooit echt goed geleerd; een feestje bouwen met
een hit trouwens wel.

Net als ik ’s avonds een beetje wanhopig word van die Borsato-dromen hoor ik in de serie
‘The Watchmen’ die ik aan het binch-watchen ben het ‘Lacrimosa’ uit het Mozart-Requiem
en heb daar mijn oorwurm voor de komende nacht te pakken; ik zong het Requiem ooit
zelf mee en kan de melodie dromen en dat sterke ritme, met die zware, zware slag op de
eerste tel: geweldig! Van dit ‘Lacrimosa’ naar dat van Verdi (ook een oorwurm) is niet
zo’n grote stap voor een koorzanger…

In de volgende aflevering van ‘The Watchmen’ zit Beethoven 7, deel 2. Ooit voor het eerst
gehoord tijdens een reis naar De Wachau en in tranen. Hup, zegt mijn geest en springt
naar Beethoven.

Ik  hoor Huub Stapel in zijn serie over de Rijn zingen ‘Warum ist es am Rhein zo schön’,
probeer dat maar es géén oorwurm te laten zijn…

Affijn, het rijtje oorwurmen is niet af, maar het is maar een voorbeeldje. Als u nou al deze
nummers en de muziek die erbij hoort opzoekt en draait bent u weer een week van de straat!

Di quella Pira

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.