Het meest fascinerende aan archeologie vind ik de archeologen. Mannen en vrouwen
die in extase raken als tijdens een opgraving sporen worden gevonden.

Regelmatig heb ik als journalist aan de rand van een kuil gestaan terwijl beneden mij
opgetogen archeologen mij probeerden mee te slepen in hun opwinding.

Zij hadden ons in onze laarzen gelokt met een ronkend persbericht waarin stond
dat er sporen van een middeleeuwse boerderij waren gevonden. In mijn verbeelding
zag ik op weg naar de plaats delict zag ik stenen, verrotte eikenhouten palen en botten
van dieren.

Eenmaal ik het kielzog van een archeoloog (“kijk uit waar je loop”) zagen wij in de
kuil een paar gaten. Soms een lichte verkleuring van de grond. Dat vind ik niks
bijzonders want als wij als kinderen in het weiland achter ons huis een kuil groeven
kwamen we ook om de twintig centimeter andere kleur grond tegen. Het begon met
blauwgrijze rivierklei en eindigde met goudgeel zand.

Je doet mij ook geen plezier met hopen stenen die in mijn hoofd maar geen Romeinse
badhuizen willen worden. Behalve Pompeï.  Daar ben ik al een paar keer geweest en
dat vind ik prachtig. (Het mooiste moment was toen ik daar met een groep
voetbalsupporters was en er een naar zijn moeder appte: mam, die was al zo toen
wij hier kwamen).  Maar Knossos bijvoorbeeld kon mij niet bekoren.

Sommige mensen kunnen ook lyrisch raken over fossielen. Schelpjes in een steen,
of andersom dat weet ik nooit. Het zegt mij niks.

Waar mijn vrouw mij op wees tijdens een wandeling vond ik dan weer wel interessant.
Kijk zei ze, wijzend op een witte streep die een fietspad in tweeën sneed. Ik keek en
zag een eikenblad op die witte streep. Tja, zei ik. Kijk nou eens goed, zei ze. Ik dook
er bovenop. Op die streep.

Tot mijn verrassing zag ik een witte streep waarin de vorm van een blad was uitgespaard.
Dat blad lag er dus toen de streep werd getrokken en is daarna verdwenen. Kijk, dat
vind ik nou een interessant fossiel voor de soort die ons op deze aarde aflost.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.