(Door Marlies)

Pfoe, terugkomend van een weekje zon-midden-in-de-winter is er een mer a boire
aan klassiek items om uit te kiezen… De Nationale Opera heeft een nieuwe: Porgy
and Bess (heerlijk repertoire!), de Nederlandse Reisopera waagt zich aan Die Tote
Stadt, De Munt doet een wat wonderlijke combi van Hertog Blauwbaards Burcht
en De Wonderbaarlijke Mandarijn van Béla Bartók en er zijn stukken in de krant
over de revival van Radio 4 (ze lijken het eindelijk een beetje door te hebben, maar
daar zal niet iedereen het mee eens zijn…) en over al dan niet escapades in het
kader van MeToo van dirigenten, waar ik wel wat van kan vinden, maar waar ik
me hier niet aan waag; ik wil het met u hebben over de mooie kanten van de
klassieke muziek.

Hertog Blauwbaards burcht triggerde in mij wat. Ik las als kind het sprookje en
griezelde ervan. Na enig zoeken vond ik het terug in een van de ‘Groot Sprookjes
Boeken’. Dat ik er als kind geen trauma aan heb overgehouden mag een wonder
heten: het is een buitengewoon bloederig en wreed verhaal. Wat te denken van
zinnen als: ‘Daar, op de grond, lagen zes lijken op een rijtje in een plas van bloed…’
Je zal er maar bij uitkomen als jonge, net gehuwde blom. Of ‘Hij greep zijn vrouw
bij de haren en sleepte haar over de grond…’ en als laatste, als Fatima eindelijk
gered is (waar bleven die sufferds van broers zo lang?) ‘de broers waren zo vervuld
van afschuw en walging dat ze de wreedaard met zijn eigen zwaard onthoofdden.
Zo kreeg hij zijn verdiende loon.’ De broers speelden met groot gemak even voor
eigen rechter, maar ja, het is een sprookje hè…

Blijkbaar hebben (de meeste) kinderen een soort ingebouwd mechanisme dat
hun geest beschermt tegen dit soort wrede verhalen – sprookjes zijn vaak wreed – ,
want ik kan me niet herinneren er destijds van wakker te hebben gelegen.

Hertog Blauwbaards burcht van Béla Bartók gaat overigens meer in op het
psychologische aspect van het sprookje en er komt geen bloed aan te pas, wel
geestelijke marteling, minstens even wreed, dunkt mij.

De titel triggerde mij ook omdat we in onze Frankfurt-reis van februari met Musico
een van de avonden een double bill hebben: deze Hertog Blauwbaards burcht en Die
sieben Todsünden van Weil/Brecht.

Bartok heeft er een uiterst subtiel en wreed psychologisch spel van gemaakt, met
maar twee zangers: de hertog en Judith, zijn in dit geval vierde vrouw. De twee
houden van elkaar, maar zijn door geestelijke barrières zo ver van elkaar verwijderd
dat het alleen maar fout kan gaan en dat gaat het ook. Blauwbaards vorige vrouwen
leven nog, maar zijn veranderd in zombies en Judith wacht hetzelfde lot.

Bartok’s muziek wordt naarmate de opera (eenakter!) vordert, steeds beklemmender.
Ik zat naar een stukkie ervan op YouTube te kijken en werd onmiddellijk en bijna
onvoorwaardelijk de muziek ingetrokken. Razendknap gecomponeerd, maar drie
aktes lang kan een mens dit waarschijnlijk niet verdragen. Je moet een sterke geest
hebben (dat moet je als zanger sowieso, maar hier nog eens extra) wil je dit een
aantal keren achter elkaar zingen en er bij overeind blijven. Lange, lange lijnen moet
je kunnen zingen en acteren, waarbij de onderstroom van je energie dóór moet
blijven gaan om de aandacht vast te houden. Ik ben razend benieuwd wat ze daar
in Wiesbaden mee gaan doen.

Ik laad voor u een filmpje op met Sylvia Sass als Judith en Kolos Kováts als Blauwbaard.
Intrigerende muziek, die onder je huid kruipt…

 

 

 

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.