In Nederland kennen wij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.
Dat is goed want met de financiële hulp van dat fonds kunnen
journalisten verhalen maken die anders niet gemaakt zouden worden.
Onder de gelukkigen zijn meerdere oud-collega’s van mij die na een
korte loopbaan bij Omroep Brabant hun talenten ergens anders te gelde
maakten. Ik ken ze en weet zeker dat het geld goed besteed wordt.

Maar ik heb wel wat ambivalente gevoelens. Want wat zijn dan die
verhalen die anders niet gemaakt kunnen worden? Of anders gesteld:
waarom worden die verhalen nu dan niet gemaakt? Als ik zie wat de media
op dit moment rondpompen aan goedbedoelde muk (poesjes in het nauw,
alweer een Code Rood bericht terwijl in mijn regio de zon schijnt) dan vraag
ik mij af: maken die media nu wel de juiste keuzes. Geven ze nu het geld dat
ze al hebben wel op de goede manier uit? Zouden ze dat geld niet nu al aan
urgentere zaken moeten besteden?  Een aantal media zal antwoorden dat
de mensen nou eenmaal dieren, emo en het weer het meest urgent vinden.

Het meest in mijn oog sprong het plan van een collega regionale omroep
die samen met lokale omroepen met het geld van het stimuleringsfonds
een onderzoeksredactie optuigt die gedurende vier jaar gemeenteraden
volgt en onderzoekt wat de staat is van gemaakte beloftes. Toen ik in de
jaren zeventig als leerling bij een lokale krant begon was dat één van de
kerntaken.

Wat is er met de journalistiek gebeurd nu daarvoor extra geld nodig is van
het stimuleringsfonds?

  1. ab klaassens (reply)

    23 november 2018 at 22:34

    Het antwoord op de vraag in de laatste regels staat acht regels naar boven: sommige
    media denken dat hun luisteraars/kijkers/lezers vooral belangstelling hebben
    voor dieren, emotie en het weer.
    Ik denk dat het gaat om herkenbaarheid. De regionale journalistiek heeft jarenlang
    het doen en laten van gemeenteraden braaf gevolgd, helaas voornamelijk met
    gebruikmaking van het wonderlijke jargon dat plaatselijke politici zich aanmeten zodra
    ze de drempel van de raadszaal hebben overschreden. De regionale journalistiek is
    er niet in geslaagd het gedoe in de gemeenteraadsvergaderingen te vertalen in
    voor een groot publiek herkenbare gevolgen. De verslaggevers op de publieke tribune
    hebben zich de vingers blauw geschreven aan het noteren van zinnen voor intern gebruik.
    Ze hebben geluisterd maar niet gekeken. Hun publiek is weggelopen ; de stoelen op de
    perstribune blijven nu meestal onbezet.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.