Mijn vrouw en ik hebben verschillende interesses. Zij is van de opera, ik van
het voetbal. Ondertussen heb ik opera leren waarderen en zij kijkt mee naar
voetbalwedstrijden op TV. Ze is beter dan Snoeks en al die andere mannen.
Die heb ik nog niet horen zeggen dat het lijkt of het shirt van Rusland
binnenstebuiten zit.

Ga ik mee naar operazalen in Londen, Wenen, Berlijn en Praag, haar krijg ik
met geen stok naar een voetbalwedstrijd.  Niet dat ik ooit naar een stok heb
gegrepen natuurlijk, hoewel mijn vrouw denkt dat wij in het stadion elkaar
voortdurend afrossen.

Twee decennia geleden was ze wel in het Philipsstadion om er de Carmina
Burana te zingen. Een paar weken geleden nodigde ik haar uit om te lunchen
in eetcafé de Verlenging in datzelfde stadion. Dat vond ze leuk en ze genoot
van een pasta Memphis. “Dat is toch Depay van die bling-bling”, zei ze. “Hij
is nu in de Heer”, zei ik. Mijn vrouw trok een  zorgelijk gezicht.

Een paar dagen later was ze  alweer in het stadion, nu zakelijk. In de Willy van
de Kuijlenzaal. “Dat is toch skiete Willy”, zei ze. Sommige begrippen zitten in
het hoofd van elke Eindhovenaar. Ze ontmoette er onze voorzitter Toon
Gerbrands. “Wat is ie lang”,  zei ze ’s avonds tegen mij. En ze had zich laten
vertellen dat Ernest Faber voorbij liep.  Die had gewoon hallo gezegd.

Een paar dagen later gooide mijn vrouw een balletje op (bij wijze van spreken
natuurlijk). We zouden eigenlijk een nieuwe parketvloer in de kamer moeten.
Ze had in het stadion een mooie kleur gezien waar ze helemaal weg van was.

Dus jongens en meisjes: het stadionbezoek van mijn vrouw gaat in de
papieren lopen maar als het mee zit hebben we straks wel net zo’n vloer als in
de Willy van der Kuijlenzaal. Het is nog maar een kleine stap naar het
moment dat ze zegt: nou, hang die PSV-vlag dan maar op naast de
operaposters. . .

  1. Wieneke (reply)

    10 juli 2018 at 14:33

    Jij hebt een vrouw uit duizenden en zo is het.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.