(Door Ab Klaassens)

Lang geleden produceerde een  fabrikant van vloerbedekking het ‘kamerbreed
tapijt.’ Twee partijen annexeerden de term: een verdwaalde Brit en de
parlementaire journalistiek. Barry Hughes, voetbaltrainer en beroepslolbroek
In TV-programma’s lanceerde de carnavalshit ‘Heb op mijn kop een
kamerbreed tapijt’ en en een verslaggever van het parlementair gebeuren
noteerde dat ‘een motie kamerbreed was aangenomen.’

Doordat in de journalistiek na-aperij helaas tot de slechte gewoonten behoort
volgden alras op provinciaal niveau ‘statenbreed gedeelde opvattingen’ en
plaatselijk de ‘raadsbrede overtuiging’. Dat krijg je er alleen maar uit met
slaag en loonverlaging.

In andere sectoren van het maatschappelijk en economisch leven kan het
trouwens ook vreemd toegaan. In de supermarkt kom ik op maandag zakjes
‘dagverse sperziebonen’ tegen. Op dinsdag zijn diezelfde zakjes nog steeds
‘dagvers’.

Eieren zijn ook steeds ‘kakelvers’, al liggen ze vele dagen In de schappen. De
term heeft, net als ‘kamerbreed’, ook een bredere betekenis gekregen. Als je
voor het avondmaal een recept in NRC/Handelsblad van 15 mei wil gebruiken
moet je kunnen beschikken over ‘kakelverse tonijn’.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.