Zo’n mooi verhaaltje, uit het leven gegrepen.

Een vriendin ging een dagje uit met een gezelschap waar ook een twee peuters
bij waren. De vriendin had vroeger een kapsalon in een Brabants dorp. Na
haar pensionering deed ze die over aan één van de kapsters, ze bleef er zelf op
drukke dagen werken. Extra handjes in het haar.

Tijdens het uitstapje zei één van de peuters tegen haar: “Keesje  – en hij wees
naar een andere peuter – zegt steeds oma tegen jou”. Het jongetje snapte het
niet want hoe kon een oma nou nog in een kapsalon werken. Zijn oma werkte
niet.

“Sommige oma’s vinden het leuk om nog te werken”, zei de vriendin. Het
jongetje kon het niet bevatten. Oma’s die nog werken, dat ging zijn
peuterverstand te boven.

“Ik heb maar niet gezegd”, vertelde de vriendin, “dat ik niet de oma van Keesje
ben, maar de overgrootmoeder”.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.