Af en toe laait de discussie op over de vraag of  mensen in staat zijn door te
werken tot 67 jaar en 3 maanden. Dit keer zijn het de bedrijfsartsen die aan de
bel trekken. Ik zal u over zes jaar mijn persoonlijke  antwoord geven. Als ik
niet voortijdig  te horen heb gekregen dat ik nog langer door moet gaan.

Begrijp me goed: ik denk vaak aan tijden die ik naar eigen goeddunken mag
invullen, maar mijn leven bevalt me nu ook. Ik werk niet meer full-time en ik
heb om de twee weken een vierdaags weekend. In tegenstelling tot veel
anderen zijn mijn ouwelullendagen niet afgepakt.

Ook nu weer staan lageropgeleiden centraal in de discussie. Die hebben fysiek
zwaardere banen en zijn eerder versleten. Ik heb alleen MAVO en heb zittend
werk. Ze bestaan nog.

Het is jammer dat de aandacht voornamelijk naar die groep uit gaat. Ik werk
vanaf mijn zeventiende, dat is dus bijna 45 jaar. Daarvan werk ik 43 jaar in de
journalistiek. Bij de kranten waar ik werkte bestonden geen roosters. Je
werkte als er werk was en dronk bier  als er geen werk was. Meestal was er
werk dus weken van vijftig uur waren meer regel dan uitzondering.

Pas toen ik bij de publieke omroep ging werken kwam ik in een rooster.
Weliswaar heel onregelmatig, maar wel acht uur per dag.

Dat is fysiek niet zwaar. Geestelijk is het wel aanpoten. Als je in de regionale
journalistiek werkt ben je voortdurend bezig te schakelen. Het ene moment
schrijf je over een ongeluk op een provinciale weg, vervolgens switch je van
een hele ingewikkelde Raad van State-uitspraak naar de jaarcijfers van een
beursgenoteerde onderneming. Ondertussen probeer je omwille van de
pageviews ook nog een droevig dierenverhaal te schrijven en vervolgens staat
er iemand aan je bureau met de vraag of je een sportbericht wilt maken. Dan
heb ik het nog niet over de emotionele belasting als je nabestaanden van
slachtoffers moet opbellen.

Spreek ik ook nog niet over de voortdurende spanning omdat elke
staatssecretaris weer een ander idee heeft over de inrichting van het
omroepbestel en we eigenlijk voortdurend op een slap koord balanceren. Laat
staan dat ik begin over ‘de politiek’ die telkens als jij denkt nog vijf jaar, er
weer een poosje aan vast plakt. Soms heb ik het gevoel een zwemmer te zijn
die telkens wordt teruggeworpen als hij bijna op het strand is.

Het werk gebeurt allemaal in een razend tempo want internet is het
belangrijkste medium en kent geen deadlines meer. De lezer wacht niet op
jouw bericht als de concurrent tien seconden sneller is. Het is een hordenloop
waarbij je behendig over alle normen en waarden die vroeger in het vak heilig
waren moet zien te springen.  Dat je daarbij af en toe struikelt wordt voor lief
genomen.

In mijn situatie gebeurt dat ook nog eens in een ruimte waar het aantal
mensen nog net de Arbo-grens niet overschrijdt. Iedereen belt, roept, lacht,
schreeuwt er speelt een radio. Soms lijkt het op een ouderwetse beursvloer. Er
zijn dagen dat mijn hersens ‘s avonds net zo versleten zijn als de knieën van
een stratenmaker.

Dat is allemaal niet erg zolang je maar voldoende vrije tijd hebt om bij te
komen. Daar moet je zelf wel iets voor doen. Ik ben vanaf mijn zestigste op
eigen kosten en met een beetje hulp van mijn pensioenfonds vier dagen per
week gaan werken. Beste beslissing ooit. Misschien dat ik de laatste twee jaar
nog verder afschakel. Dat zie ik dan wel. Tijd wordt steeds belangrijker dan
geld.  Daar zouden meer zestigplussers over moeten nadenken. Laten dan alle
mensen die er voor doorgeleerd hebben ook eens nadenken aan
laagopgeleiden die zittend belast worden.

, ,

  1. ab klaassens (reply)

    4 januari 2017 at 23:05

    De werkdruk bij Omroep Brabant wordt blijkbaar in
    hoge mate bepaald door de snelheid waarmee de
    concurrentie (lees de sociale media) op bepaalde
    gebeurtenissen reageert. Dat zijn dan voornamelijk
    incidenten in de sfeer van (verkeers)veiligheid en
    criminaliteit. Ik kan me niet voorstellen dat er voor
    dat soort nieuws een publiek is dat de kwaliteit
    van het gebodene laat bepalen door een chronometer.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.