(Door Marlies)

Toch maar gegaan… naar de film over Florence Foster Jenkins. Ik wist dat ik erom zou lachen,
maar ik wist ook dat ik er op zijn minst melancholisch van zou worden. Maar ik moest er naar
toe van mezelf. Je kunt niet een website voeren met als thema vocale, klassieke muziek en Florence
Foster Jenkins voorbij lopen. Dat kón niet en dat kán niet…

Dus zat ik gisteren met mijn lief en enkele vrienden in de bioscoopzaal. Het was er niet druk.
Schuin achter ons zat een mevrouw die zo onbedaarlijk om ongeveer álles moest lachen dat ik even
wenste dat Theo Maassen er was om haar de deur te wijzen. Ik durfde niet verder te gaan dan een
paar keer ostentatief omkijken. Dat hielp een beetje… even.

Er viel genoeg te lachen trouwens. Maar het was vooral een in-trieste film. En een goeie: Meryl Streep,
degelijk in alles wat ze aanpakt (of je nou een fan van haar bent of niet), moet een Oscar: geweldig! Ze
heeft veel zelf ingezongen en kreeg hier en daar hulp van mensen die het grote talent moeten hebben
voortdurend vals te zingen. Ik zou het niet kunnen. Ik zeg niet dat ikzelf nooit tegen de toon zong, of
dat er noten niet lukten (vooral omdat ik, toen mijn techniek nog niet erg volgroeid was,  er maar een gooi
naar deed) maar zo uit alle toonsoorten zingen en teksten verkrachten…. Ik ben er op zijn minst nèt te
schools voor geworden.

Maar zó leuk was het nou allemaal ook niet en de journalist die Florence uiteindelijk de grond in
schreef (vrij letterlijk trouwens: ze sterft kort nadat ze zijn recensie gelezen heeft) had natuurlijk gelijk:
je kunt en mag zo niet met de klassieke (vocale) muziek omgaan en als je je daarvan niet bewust bent,
moet je er bewust van gemáákt worden. Hij kreeg in de film de zwarte piet nogal nadrukkelijk
toegespeeld, onverdiend.

De grenzeloos naïeve tweede echtgenoot (een geweldige rol van Hugh Grant, die lekker opdroogt, maar
dat terzijde) en al het volk om haar heen dat te slap is om haar op de feiten te wijzen die er naakt en wel
onbarmhartig liggen te zijn) helpen natuurlijk niet mee een objectief beeld te krijgen van eigen presteren.
Bovendien was ze ziek, Florence. Ze had syfilis en daardoor was ze toondoof en ze had – in het ver
gevorderde stadium waarin haar ziekte was – geen goed beeld meer van eigen functioneren en kon dus
niet erg objectief naar zichzelf kijken. Als dirigent en assistent-dirigent van het MET-orkest inderdaad toen
gedaan hebben wat ze in de film deden moeten ze postuum een schop onder hun kont hebben. Schandalig!

Wat me wel raakte was de eenzaamheid die om haar heen hing. Alleen al voor het feit dat ze dát kon
overbrengen moet Meryl Streep die Oscar. Als het goed is zal de film onder zangers en pedagogen  de
discussie aanwakkeren over wat het belangrijkste is voor een vervullende carrière: stemmiddelen of een
scherpe, alerte geest.

U kent Florence Foster Jenkins niet? Dan heel gauw een ultrakort biografietje:

Ze werd geboren in 1868 in Wilkes-Barre, Pennsylvania. Ze wilde naar het buitenland om muziek te studeren.
Haar vermogende vader weigerde en dus ging ze stiekem met Frank Thornton Jenkins (de man die haar syfilis
gaf in hun huwelijksnacht). Ze scheidden weer in 1902 en Florence verdiende de kost als lerares en pianiste
tot haar vaders dood in 1909.

Toen erfde ze het fortuin dat haar in staat stelde om haar zangcarrière op te pakken. Uit opnamen blijkt dat ze
nauwelijks gevoel voor ritme en toonhoogte had en nauwelijks in staat was een noot vast te houden. Maar
populair werd ze op haar eigen manier.

‘Mensen mogen zeggen dat ik niet kan zingen, maar niemand kan zeggen dat ik niet heb gezongen’, was haar
credo aan het einde van haar leven.

Ga kijken als u kunt, de film draait nog wel even. En denk eens na over de zware kant van een solistencarrière,
wellicht helpt het u met het opbrengen van begrip voor de kuren (soms) van solisten en dan bedoel ik echt niet
alleen zangers…

In het filmpje de trailer van de film

 

 

, ,

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.