De man op het terras was van het type Hollandse patser.
Hij commandeerde quasi lollig het personeel van het
restaurant.

Aan zijn zijde zat een aantrekkelijke vrouw met slavisch
uiterlijk. Vroeger spraken wij in zo’n geval van
zigeunerinnetje.

Hij sprak Engels tegen haar. Zij luisterde vooral. Hij sprak
steenkolenengels zoals dat wel eens wordt gesproken om
steenkolenengels te parodiëren. Misschien omdat zij slechts wat
basiswoorden van deze taal kende.

Er liepen een moeder en – waarschijnlijk – haar zoontje langs
het terras. Het jongetje zei iets tegen zijn moeder in een
taal die Arabisch klonk.

“Hè”,  riep de patser tegen het kind, “wij spreken in dit
land Nederlands hoor”.

, ,

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.