Er is iets geks aan de hand. Voor het eerst sinds ruim veertig jaar journalistiek
mis ik de komkommertijd. Ja, hoor ik u denken, er waren Olympische
Spelen. Maar die zijn er om de vier jaar, dus daar kan het niet aan liggen. Sterker
nog: andere jaren scoorden de Brabantse sporters veel beter en leverde dat
meer verhalen op.

Het moet u toch ook opgevallen zijn. Er waren geen poema’s op de Veluwe
en ik heb niet hele volksstammen op jacht gezien naar ontsnapte slangen.

Ik heb geprobeerd te bedenken waarom er geen komkommertijd is. Het
blijft een beetje koffiedik kijken. Komkommertijd was de tijd dat overheids-
instanties dicht gingen en de stroom officieel nieuws opdroogde. Het was de
tijd waarin media nog veel overheidsnieuws brachten.

Journalisten concentreren zich nu meer en meer op verhalen van gewone
mensen. En die verhalen gaan in de zomer zonder onderbreking door. Want
ook op het strand en de camping vertellen gewone mensen via social media hun
wederwaardigheden die door journalisten opgepikt worden. Facebook en Twitter
zijn onuitputtelijk.

En dan hebben we nog het weer. Het meest besproken onderwerp in ons land.
Dat weer was afgelopen maand wisselvallig. Beperkten media zich vroeger tot
een enkel berichtje over door hitte bevangen bejaarden of spiegelgladde wegen,
sinds journalisten weten dat mensen vooral over het weer praten worden die
mensen op hun wenken bediend. In een zomer waarin het afwisselend herfstig en
tropisch is, is ook het weer een onuitputtelijke bron.

Je zou kunnen zeggen dat social media en het feit dat de journalistiek beter
dan vroeger inspeelt op wat er onder de mensen leeft, er voor hebben
gezorgd dat de komkommertijd is verdwenen. Ik waag me niet aan die stelling
Ik ben veel te ouderwets voor lichtzinnige conclusies. Maar misschien is er een
student journalistiek die nog een scriptie-onderwerp nodig heeft.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.