(Door Ab Klaassens)

In 1939, toen ik voor het eerst naar school ging, was een Nederlander op
een fiets – volgens de  verkeersregels – net zo belangrijk als een Nederlander
in een auto. Op een kruispunt van gelijkwaardige wegen had alle van rechts
komend verkeer voorrang: Arie, de schillenboer met zijn paard, Jan Lul op
zijn ezel en Kees opzijn stalen ros .

Toen ik opging voor het tweede leerjaar was deze voorrangsregel voor het
langzame verkeer verdwenen. De Duitse bezetter met al zijn voertuigen miste
het geduld om bij kruispunten te remmen voor de eenzame fietser in de
polder of voor de horden tweewieltrappers in de stad.

De Nederlandse wetgever nam ruim de tijd om de maatregel van de bezetter
terug te draaien. In mei 2001 was de oude regel weer geldig: Arie met z’n
paard, Jan Lul met z’n ezel en Kees met z’n stalen ros mochten, als ze van
rechts kwamen,  weer het eerst het kruispunt op bij gelijkwaardigheid van
wegen.

Vijftien jaar later is dit nog steeds niet doorgedrongen tot de botte koppen van
de autodebielen en – erger nog – ook niet tot de fietsers zelf. De ongeschreven
regel is nu: waar je ook rijdt, op een voorrangsweg of niet,  voorrang heeft
degene die het hardst rijdt, de grootste auto heeft, de dikste  scooter, de
snelste E-bike  en de grootste bek.

En de politie dan?

De politie vergadert over uw zorgen.

  1. Wieneke (reply)

    18 februari 2016 at 09:42

    Politie? Wat is dat? 🙁

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.