Ik ben geen carnavalsvierder. Iedereen die mij kent zal dat beamen. Maar ik
heb geen hekel aan carnaval. Nee, ik kijk met enige jaloezie  naar
de mensen in apenpakken, zeerovers-oufit, boerenkielen en clownskostuums
die zonder  enige gène hossen en springen door de straten.

Ik zou willen dat ik het gevoel in m’n donder had, dat ik het durfde mij
verkleed en wel in de massa te storten en mij volledig over te geven aan
zottigheid. Maar ik kan het echt niet.

Het zit niet in mijn genen. Tel daarbij op dat ik ben opgevoed met de regel
dat je niet moet opvallen en je hebt een mens dat bang is zich in een kostuum
te hijsen dat hem verandert in iemand die hij niet is en vervolgens vreest dat
anderen hem niet meer serieus nemen.

Onzin, ik weet het, want tijdens carnaval wil nou juist niemand serieus
genomen worden.

Dit weekend reed ik door de stad. Ik zag verklede mensen op de fiets,
bij de bushalte. Iedereen was op weg naar een plek van gelijkgezinden om
samen op te lossen in een menigte die voor even de zorgen vergeet.

Op dat moment vond ik carnaval heel eng. Thuis een clownspak aantrekken is
niet zo heldhaftig, zelfs met zo’n pak opgaan in de massa zou ik met enige
wilskracht waarschijnlijk nog wel tot een goed einde brengen.

Maar het moment waarop je de deur uit gaat en in je eentje op weg moet
voordat je opgaat in de bescherming van een groep, geven mij bij voorbaat al
een onbeschrijfelijk gevoel van naaktheid.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.