Eerst voorvechtster of eerst zangeres?

Eerst even: aflevering 92 is klaar. Zie de grote icoon hiernaast!

Een op het eerste gezicht onooglijk berichtje (op het ANP en in de Telegraaf) triggerde mij tot het schrijven van dit stukkie. De eerste zwarte operaster in de VS, Camilla Williams, is 29 januari overleden; ze is maar liefst 92 geworden. (Zangers worden vaak oud: ze ondersteunen door een goeie ademhaling hun hartfuncties en als ze niet aan een geknakt ego of de drank overlijden worden ze soms ineens erg oud…) .

Dat ‘zwarte operaster’ in het berichtje trof mij; van Camilla Williams had ik nog nooit gehoord. De laatste tijd komt dat ‘zwart’ vaker naar voren bij klassieke zang. Wij waren in Wenen en daar werd de titelrol in Madama Butterfly ook gezongen door een zwarte zangeres (klik hier als u mijn stukkie daarover wilt lezen) en vorige week schreef ik iets over de ‘negercomponist’ Scott Joplin en merkte de hoofdredacteur droogjes op dat ik wel veel reacties zou krijgen; deed ik er niet beter aan de woorden negercomponist en negermuziek tussen aanhalingstekens te zetten….? (die reacties vielen trouwens mee: we hebben op zaterdag tamelijk veel bezoekers, zowel op Stroomopwaarts, als op Vocalies, maar reageren doen mensen steeds minder, daarvoor moet je dan schijnbaar weer op Facebook en Twitter zijn …).

Toeval wil dat ook Camilla Williams debuteerde in de rol van Madama Butterfly (ze heeft die rol trouwens ook in Wenen gezongen). In Wenen in 2011 hadden ze hun best gedaan om de licht negroïde trekken van de hoofdrolspeelster weg te schminken (ik doe haar recht met het noemen van haar naam, ze zong geweldig, het was Melba Ramos). Bij Camilla Williams zal er meer schmink aan te pas zijn gekomen: haar trekken zijn uitgesprokener. Als ze dat prachtige negroïde in haar geluid heeft gehad, zal het nog niet meegevallen zijn om er een geloofwaardige Butterfly van te maken; getuige de lovende recensies is het haar gelukt. Petje af.

De Volkskrant besteedde ook aandacht aan het verscheiden van Williams, onder de kop ‘Voorvechter’. In het artikel wordt vooral aandacht besteed aan de strijd om gelijke rechten die Williams voerde; ze had een machtig wapen: haar stem. Toch haakt er iets in mij, misschien de kift, wie zal het zeggen… Ik word er een beetje wrevelig van, was ze nou eerst en vooral zangeres of eerst en vooral voorvechter van gelijke rechten?

Al zoekend in de You tube filmpjes kom ik er in eerste instantie ook niet helemaal uit, tot… ze haar mond opendoet om te zingen. Dit is geen vechtjas, dit is een zangeres. Of je nou wit, zwart of pimpelpaars bent: als je een talent hebt ben je daaraan ondergeschikt en dan schuift al het andere naar de zijkant. Als mensen niet naar je willen luisteren omdat je zwarte zangeres bent dan is dat hun verlies; zìj missen iets. Stel je ziel open en het maakt geen ruk uit wat voor nest iemand komt, als-ie maar goed van hart is en zijn talent volgt.

In het filmpje een kort verslag van haar leven. Vaarwel Camilla; zo heb ik je toch nog leren kennen.








Gevonden onder een boom

Vandaag in 1972 ging de tweede opera die Scott Joplin (u weet wel, van ‘The entertainer’) geschreven heeft in première: ‘Treemonisha’. Hoezo? zult u zeggen: Joplin leefde van 1868 tot 1917 (want dat wéét u...), en in 1972 pas een première van zijn opera die hij in 1910 af had?

Tsja, Scott Joplin was zo’n beetje de eerste 'neger'-componist van min of meer westerse muziek en hoewel hij van na de afschaffing van de slavernij was, kan ik me niet voorstellen dat de weg van zijn gecomponeerde muziek gepubliceerd en uitgevoerd krijgen een makkelijke was.

In 1911 heeft hij betaald voor het uitbrengen van een klavieruittreksel van de opera. Van dat klavieruittreksel heeft hij een kopie gestuurd naar het ‘American Musician and Art Journal’. In dat tijdschrift verscheen een positieve, pagina-grote recensie. Het heeft niet mogen baten: tijdens Joplin’s leven is Treemonisha nooit uitgevoerd. Er is slechts een soort doorloop-repetitie gehouden met Joplin zelf aan de piano in het Lincoln Theater in Harlem, New York; daar moest Jolin zelf godbetert voor betalen.

De ‘herontdekking’ van het piano-uittreksel in 1970 heeft uiteindelijk tot de echte première geleid in 1972 (met een orkestratie van T.J. Anderson) en toen was het succes niet meer te stoppen.

Vanwege de pianobegeleiding en de niet al te moeilijke muziek is het voor een amateur-gezelschap goed te doen. De opera duurt bovendien niet heel lang. Er zijn talloze koren die denken dat als ze zich allemaal zwart schilderen, ze ook 'neger'muziek kunnen maken (en de term negermuziek is hier, net als de term negercomponist hierboven beslist niet discriminerend bedoeld, in tegendeel!).

Ik heb zelf Treemonisha ooit mogen zingen in een semi-concertante uitvoering. Die uitvoering was qua zang niet slecht, al moest de dirigent wel alle zeilen bijzetten om zijn (deels wat oudere) koorleden tot enige ‘swing’ aan te zetten.

Ik geneerde me met mijn zwart geschminkte toet, maar kon niet goed uitleggen waaróm ik me geneerde en zat toen nog in de fase waarin je blij mocht zijn met iedere rol die je kreeg toebedeeld; niet moeilijk doen dus over wat zwarte schmink (die trouwens na 14 dagen nóg in de randen van mijn oren zat…) .

De stem van Treemonisha lag me wel en ik herinner me dat vooral de ‘Real slow drag’ aan het einde, met de sopraansolo, het in de zaal en bij het koor goed deed. Ik kreeg er wel die typische ‘sleep’ in die het stuk nodig had en ik kon (en kan nog steeds) flink gas geven, de ramen van de aula van de muziekschool in Eindhoven rammelden.

Je doet de opera overigens tekort als je ‘m een ‘ragtime-opera’ noemt. Er zit ragtime in, maar er is tevens een goeie, volledige ouverture, er zijn recitatieven, koren, dansen, stukken die sterk aan negro-spirituals doen denken en een paar goeie aria’s; hij was echt wel goed bezig die Joplin!

Het plot? Tamelijk overzichtelijk. Treemonisha heet zo omdat ze bij een grote boom is gevonden en omdat ze daar als kind heel graag speelde. Ze blijkt als ze opgroeit buitengewoon intelligent en begaafd te zijn en ze wordt onderwijzeres, iets dat in die tijd door de arme zwarten in Amerika gezien werd als ongeveer het hoogst bereikbare (tegenwoordig weten we wel beter… ).Ze preekt dus ‘educatie, educatie!!!’ en dat valt niet overal erg best.

Vooral niet bij de zwarte kerk (dat viel trouwens in die tijd bij geen enkele kerk erg lekker: de Brabantse zinsnede ‘houde gullie ze mar èrrum, dan houwe wij ze wel dom…’ is hier zwaar van toepassing). Treemonisha wordt vanwege haar denkbeelden ontvoerd, maar net op tijd weer vrijgelaten en iedereen is blij dat ze terug is en heeft inmiddels haar denkbeelden geaccepteerd. Einde opera.

Ik ga u niet vermoeien met een nog langer stukkie over het leven van Joplin; hij heeft het niet gemakkelijk gehad. Stof voor een apart ander stukkie, ooit eens…

In het filmpje een klein uittrekseltje uit de opera. Geluid is prut, maar de bedoeling komt goed over en de trouw aan zijn stijl waarmee Joplin componeerde ook. Er waren weinig fatsoenlijke filmpjes beschikbaar.








Domingo op een presenteerblaadje

Allereerst: aflevering 91 is klaar. Zie de grote icoon hiernaast!

Soms krijg je een onderwerp voor een stukkie op een presenteerblaadje aangereikt. Deze opmerking zult u in deze rubriek wel eens vaker gelezen hebben. Het moeilijkste voor een columnist (en ik ben daarbij volgens mij in goed gezelschap) is het bepalen van het onderwerp. En het meest frustrerend is het als je dan eindelijk gekozen hebt en de actualiteit haalt je in. Deze week heb ik het makkelijk: geen actualiteit die mij afhoudt van het feit dat vandaag in 1941 Placido Domingo geboren werd; desnoods schrijf ik twee stukkies…
Ik bewonder Domingo zeer: van de ‘drie tenoren’ (José Carreras, en Luciano Pavarotti waren de ander twee) die in de jaren tachtig van de vorige eeuw (dat klinkt véél langer geleden dan het eigenlijk is) zo bekend werden, was hij de meest celebrale, de meest intelligente. En bovendien een mooie man. Lekker groot, dat mankeert er bij tenoren ook nogal eens aan.

Een van mijn medestudenten aan de Sommerakademie in Salzburg in die jaren zei ooit “Der Mann stirbt so schön” en gaf daarmee het acteertalent van Domingo in dat korte zinnetje prachtig weer. Domingo kan acteren, de andere twee van het illustere groepje kunnen/konden dat minder. Met Pavarotti had ik het al helemaal niet zo en op Carreras was ik vanaf het begin verliefd, maar niet zó dat ik niet zag dat hij in alle rollen eigenlijk hetzelfde deed. Hetgeen niet betekende dat hij me niet de tranen naar de ogen dreef,het is een temperamentvol menneke en legendarisch eigenwijs.

Pavarotti leeft niet meer. We liepen in 2007 een klein restaurantje in Bomerano in, zagen de tv (die in alle restaurants in Italië, van goedkoop naar duur, áltijd aanstaat) en wisten meteen waarom de natie zich in rouw onderdompelde: Luciano was dood. De ober trok een bijpassend gezicht en buiten paste het weer zich ook al aan: het onweerde dat het een aard had.

Carreras is er nog, al heeft het een tijdje weinig gescheeld: hij overwon leukemie, zong daarna nooit meer zo krachtig als daarvoor, maar won aan persoonlijkheid. Hij zingt meer dan ooit speciaal voor mij… tenminste zo voel ik het.

Bij al het nieuwe, aanstormende talent bleef Domingo overeind. Wie mij regelmatig leest kent mijn affectie voor Rolando Villazon, maar die heeft een heleboel aan Domingo te danken. En Domingo wist wanneer hij nieuwe wegen moest inslaan: hij dirigeert tegenwoordig heel vaak en hij coacht nieuw talent. Bovendien ‘droogt hij aardig op’: hij is aan de zware kant, maar hij krijgt zo’n lekker doorleefde kop, iets waar ik als ouder wordende dame ook nogal eens op val…

Daarom een extra hartelijke felicitatie voor Placido en hieronder een korte levensloop.
Domingo werd geboren in Madrid op 21 januari 1941 en verhuisde als kind met zijn familie naar Mexico. In Mexico-stad studeerde hij aan het conservatorium. Hij debuteerde als Alfredo in La Traviata. En dan huppekee: New York in 1965; Milaan, Teatro alla Scala in 1969; London, Covent Garden in 1971.
Hij had een neus voor carrièreplanning: in 1981 scoort hij met John Denver een hit (‘Perhaps Love’, nog vaak gezongen bij bruiloften en uitvaarten) en in 1987 staat hij in een kerstspecial met Julie Andrews en John Denver. Bij de sluitingsceremonie’s van de Olympische Spelen 1992 en 2008 zingt hij en in 2007 gaat hij zelfs zover te zingen in een aflevering van´ The Simpsons´.

In 2009 was hij de eerste winnaar van de Birgit Nilsson-prijs Operazangeres Birgit Nilsson bepaalde dit postuum: ze had vóór haar overlijden in 2005 de naam van Domingo in een enveloppe gedaan….

Domingo kan in 6 talen overtuigend zingen, maar zijn belangrijkste rollen zijn in het Italiaans (Otello, Cavaradossi, Don Carlos, Des Grieux, Dick Johnson, Radames) in het Frans (Faust, Don José, Samson), en (wat later) in het Duits (Lohengrin, Siegmund).

Bij zo’n lange carrière kun je enig vergelijkend warenonderzoek plegen. Daarom hieronder twee versies van de mooiste tenoraria ooit ‘E lucevan le stelle’ uit Tosca; de eerste van recente datum en de tweede van 1969. Voor die tweede moet u effe scrollen, de aria start ongeveer op 3 minuten. Ik heb ze bewust gekozen zonder bewegend beeld erbij, dan kunt u de oren beter spitsen. Je hoort dezelfde man zingen en je hoort dat de stem ouder is geworden, maar o, wat zingt hij nog prachtig!









Powered by Pivot - 1.40.5: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed