Absoluut geen gehoor?

Aflevering 59 staat erop! Gauw luisteren! Zie de grote icoon hiernaast!

Belofte maakt schuld. Ik beloofde in een volgend stukkie eens in te gaan op het hebben (of niet) van een absoluut gehoor. Ik had daar zo mijn ideeën over maar moet u eerlijk zeggen dat die niet erg wetenschappelijk onderbouwd zijn/waren. Het is meer mijn boerenverstand gecombineerd met jarenlange ervaringen met mijn oren en een opleiding solozang.
Voor wetenschappelijk onderbouwing zou ik u willen aanraden eens op internet te googelen en een paar artikelen te lezen. Er wordt dan veel duidelijk. Ook wordt duidelijk dat mijn boerenverstand met de uitdrukking ‘een absoluut gehoor bestaat niet’ wel degelijk hout snijdt.

Eerst maar even: wat bedoelt men als men het heeft over een absoluut gehoor? Het betekent dat je zonder eerst een (referentie-)toon te hebben gehoord kunt benoemen welke hoogte een toon heeft (en dan volgens onze Westerse begrippen: de stemvork- A is 440 trillingen per seconde). Lang heeft men gedacht dat het aangeboren was, vooral omdat Aziaten vaker een absoluut gehoor leken te hebben dan Westerse mensen. Nader onderzoek wijst uit dat mensen die als kind een toontaal hebben geleerd vaker een absoluut gehoor hebben dan ‘gewone’ mensen. Het Vietnamees en Chinees zijn voorbeelden van toontalen. Een toontaal betekent (zucht, sorry hoor, ik moet veel uitleggen en dat bedoel ik niet neerbuigend) dat de toonhoogte een rol speelt bij de betekenis van een woord: ik las ergens dat ‘ma’ in het Chinees 4 betekenissen kan hebben, afhankelijk van de toonhoogte waarop het wordt uitgesproken). Dat was wat voor mij zo’n taal… Je vraagt om een pilsje en je krijgt omdat je het net iets te enthousiast uitspreekt een kruiwagen om maar es wat te noemen.

Bij een goed relatief gehoor kun je tonen benoemen ten opzichte van andere tonen. Dat gehoor is goed te trainen. Ik heb het ontwikkeld in de loop der jaren. Dat heeft als voordeel dat je makkelijk in een toonsoort blijft zingen en dus niet zo makkelijk zakt of stijgt. Ik kan na een repetitie naar huis rijden, in de auto de radio aanhebben, thuisgekomen het laatste akkoord fluiten en dan controlerend op de piano erachter komen dat ik nog steeds in de toonsoort van het stuk fluit. Het bevordert zuiver zingen en is handig om te hebben. Het gehoor is ook gerelateerd aan mijn spiergevoel: ik weet hoe het voelt om een e-2 te zingen, daar zit net de overgang van mijn midden naar mijn kopstem en dus kan ik ongeveer raden hoe hoog een toon is door ‘m na te zingen. Da’s allemaal te leren en als je een beetje bewust zingt groeit het bijna vanzelf, dat relatieve gehoor en het blijft goed.

Een absoluut gehoor echter schijnt te ‘ontstemmen’ met het klimmen van de jaren en eigenlijk heb je er alleen maar last van: als je een toonsoort in je hoofd hebt en een orkest begint net iets hoger te spelen (het is tegenwoordig ‘in’ om in 445 trillingen per seconde te stemmen in plaats van in 440, dat klinkt briljanter; je zult met zo’n orkest een hoge c moeten zingen, bedenk ik nu, dan ben je nog niet klaar!) dan ben je van slag en blijft het uit zijn voegen klinken voor jouw oren. Als je viool speelt word je volgens mij knettergek van een absoluut gehoor: als je net niet goed grijpt met je linkerhand zijn bijna alle akkoorden vals. En je wordt stapel van claxons, van een tik tegen een glas, van piepende remmen enz. Want dat is allemaal vals ten opzichte van die toon die je in je hoofd hebt. Dat gebeurde volgens mij ook met die docent waar ik het in het stukje van vorige week over had. Het zou leuk zijn eens met een violist over dat absolute gehoor te praten. Een goeie vriendin van me is (uitstekend) violiste en wij willen wel eens luisterend naar anderen (zingend of spelend) elkaar aankijken met alarm in de ogen (‘vals!’), terwijl anderen om ons heen (en niet de minsten!) nergens last van schijnen te hebben.

Kortom, ik ben blij met mijn goede relatieve gehoor, dat heb ik ook verworven. Ik heb natuurlijk goeie oren gekregen en gehouden, ook al omdat ik er zuinig op geweest ben en nog steeds ben. Nogmaals: voor echte wetenschappelijke verhandelingen: zoek op internet. En hou er rekening mee: mijn stukkies zijn ‘slechts’ een mening. De absolute waarheid bestaat net zo min als het absolute gehoor!

Overheidswalhalla?

Het is nog augustus als ik dit schrijf. De enige rustige maand op mijn werk, zo heb ik in de afgelopen anderhalf jaar ondervonden. Vorig jaar zou ik het niet gedurfd hebben, maar dit jaar wel: de computer aanzetten en Vocalies laten streamen. Ik zet ‘m zachtjes hoor en als de telefoon gaat draai ik met één hand de knop naar bijna nul en met de andere neem ik de telefoon op. Door het jaar heen staat diezelfde telefoon tamelijk roodgloeiend en blijf je aan het heen en weer draaien aan de volumeknop, dus geef je het al gauw op. Bovendien zijn de meeste collega’s bepaald geen liefhebbers van klassieke muziek; dus die ga je niet plagen; de twee dagen per week dat een van de part-timers Radio 538 of iets dergelijks aanzet heb je maar te verdragen. Geeft ook lekker de gelegenheid om af en toe eens uit te halen naar al die onzin die erop klinkt dus je hoort mij verder niet mopperen.

De paar dagen dat Vocalies klinkt hebben mij trouwens een paar aangename gesprekken over klassieke muziek gebracht. De gedachte dat er hier in dit overheidswalhalla geen enkel klassieke muziekliefhebber te vinden was is daarmee definitief gelogenstraft. Ze zijn er wel…. Ik vertel u twee anekdotes die dat bewijzen.

Er was die collega die bij ons wat kopieerwerk deed en onrustig rondkeek waar toch dat gekweel vandaan kwam. Ik zag het wel, maar deed maar net of mijn neus bloedde…. Er klonken opera-noten van Verdi…. Hij draaide zich met zijn papieren in de hand om en vroeg: Is dat nou Bach? Ik verslikte me bijna in de koffie. Niet van de toren blazen, dacht ik, ieder zijn vak en hij is een tamelijk briljante verkeersdeskundige…. Nee, zei ik, dat is Verdi, een van de mooiste aria’s die hij geschreven heeft uit Rigoletto…. De collega bromde iets onverstaanbaars en ging zijns weegs. Ik had nog graag een verdere poging gedaan hem binnen te hengelen in de operawereld, maar besloot mijn volgend moment maar af te wachten.

Een paar dagen later kwam hij over een lege stoel heen hangen.
Heb jij nou ook, nu je zo met die muziek bezig bent, een absoluut gehoor?, vroeg hij, op een toon alsof het hebben van een absoluut gehoor een enge afwijking is en de mens die het heeft een griezelige psychopaat. Ik kon hem geruststellen…. Ik heb geen absoluut gehoor. Er is zelfs een tijd geweest zei ik grinnikend, (en denkend aan de tijd aan het begin van mijn conservatoriumjaren dat ik chronisch te hoog zong), dat ik absoluut géén gehoor had. Hij lachte mee. Ik had de gelegenheid hem te vertellen wat ik dacht van de term absoluut gehoor en kon mededelen dat ik een van de docenten solfège op het conservatorium (die wel een absoluut gehoor dacht te hebben…) bijna tot waanzin gedreven heb met mijn geschmier. Stel u voor wat een marteling het is om zelf precies te weten hoe iets moet klinken en vervolgens een student te hebben die zich schmierend en stuntelend door een cantaatetje van Bach worstelt. Blijf daar maar eens geduldig onder! Volgens mij trouwens, bestaat een absoluut gehoor helemaal niet, maar daarover moeten we in een volgend stukje maar eens van gedachten wisselen.

De collega leerde mij ook iets wat ik niet wist: wist u dat in de film Raging Bull (over het leven van bokser Jake La Motta, gespeeld door Robert de Niro) het Intermezzo uit Cavalleria Rusticana zit? We hebben het ter plaatse opgezocht en hadden ineens een klik: Mascagni schreef prachtige muziek!

De tweede anekdote ging over een uitspraak die een Amsterdamse pianist in een ver verleden ooit deed. Hij is nu pianist van het heren-zang-gezelschap Frommernann (genoemd naar de oprichter van The Comedian Harmonists). Destijds was hij repetitor aan het Mozarteum in Salzburg, tijdens de zomer-akademie. Ik studeerde er drie weken en was blij eens even geen Duits en Engels te hoeven spreken en ratelde even lekker onbezorgd Nederlands. Een Duitse collega hoorde ons praten en verbaasde zich over onze tongvallen: zijn harde Jordanees klonk in haar oren heel anders dan mijn Brabantse tongval. Toen ze het zich hardop afvroeg was hij sneller dan ik (dat zijn Amsterdammers vaak met hun mond: sneller dan ik). Hij wees naar mij sprak de legendarische woorden (die ik vandaag de dag nog steeds illustratief vind voor de verregaande arrogantie van Randstedelingen waar het hun spraak betreft): Ja, maar sssijijijij hep un akssent!!!!

We hebben er weer hartelijk om gelachen en als troost is hier een filmpje van het gezelschap Frommermann, om het even goed te maken naar David, in het begin van het filmpje vangt u een glimp van hem op….

Internationaal Vocalisten Concours

Aflevering 58 staat erop! Zie de grote icoon!

Het Internationaal Vocalisten Concours komt er weer aan. Om het andere jaar verzamelen zich zangers uit den lande en van ver daarbuiten (voornamelijk onze Aziatische en Oost-Europese medemensen) in en rond het Theater aan de Parade voor twee weken zang en les en stress en mooie, emotionele momenten.

Ik kan het dit jaar maar gedeeltelijk meemaken, (de week van de finales ben ik niet in de stad) en ik moet u eerlijk bekennen dat er jaren zijn geweest dat het geheel aan mij voorbijging. Maar niet in 1984 toen ik voor het eerst van het fenomeen hoorde. Ik ging aan de arm van mijn toenmalige zangpedagoog, een oude wijze dame, een dagje mee het theater in Den Bosch in. En keek mijn ogen uit. Ik was nog een tamelijk kuiken. In de jaren daarvoor had ik een beetje met de rollercoaster die een zangstudie kan zijn kennis gemaakt. Ik had talent, zo was mij van verschillende kanten duidelijk geworden en een gezonde strot. Ik ging ‘zanglessen halen’ (leuk hè die uitdrukking: ‘les halen’). Eerst op de muziekschool, waar ik knetter-gefrustreerd raakte van de zangpedagoog die duidelijk slecht in zijn vel zat en niks anders deed dan mij tegen houden, later bij een privé-pedagoog die mij weliswaar niet tegenhield, maar mij mijn stem bijna aan gort deed zingen en mijn ziel de eerste knauwen gaf: toen ik nog net niet helemaal kapot gezongen besloot de stem eens aan een andere pedagoog in behandeling te geven werd ik aan de buitentafel door haar en haar echtgenoot genadeloos afgemaakt. Hoe kon ik kiezen voor iets anders dan haar technieken; ze zou er voor zorgen dat ik nooit en nooit ook maar ergens nog eens zou zingen. Ik had geen persoonlijkheid en geen talent en wist mijn plaats niet en dat zou nooit meer goed komen, daar zou zij voor zorgen. Ik viel bijna van mijn stoel, maar had al eens eerder tegen de stroom in geroeid en overleefde haar (achteraf bezien ronduit schandalige) offensief. Die andere pedagoog was uiteindelijke de echte dame aan wiens arm ik het Theater aan de Parade betrad. Zij stoomde mij in minder dan een jaar klaar voor het conservatorium.

Ik keek mijn ogen uit die dag en zag wat mijn toekomst had moeten worden: gefrustreerd en nerveus heen en weer rennende kandidaten die in veel te grote jurken en pakken kamertje in uit renden: voortdurend de kelen schrapend (als er nou iets slecht is voor je stem….) en inzingend en proberend die ene hoge noot te halen. De onrust fladderde mijn ziel in en is er nooit meer weggegaan. Had ik toen voorzien wat er in de jaren daarna allemaal zou gebeuren, misschien was ik wel omgedraaid, hoewel dit statement toch ook weer niet helemaal eerlijk is: behalve onrust en frustratie heeft dit prachtige vak ook een aantal mooie dingen opgeleverd: mooie producties, een paar goeie vriendschappen, ontroering, troost, vervulling, ach, het is maar goed dat ik doorgelopen ben, toen in 1984.

Het Concours is dit jaar van 17 tot en met 26 september. Het is eindelijk tot Hilversum doorgedrongen: De NPS zendt twee programma’s erover uit: zondag 22 augustus en zondag 3 oktober, respectievelijk om 12.30 en om 13.00 uur op Nederland 2. Die van aanstaande zondag kan ik (al was-strijkend) bekijken.
De voorselecties voor het concours beginnen op maandag 13 september in muziekcentrum De Toonzaal. Zo’n 120 deelnemers hebben zich gemeld. Het IVC is opgerukt in de vaart der media: je kon dit keer zelfs auditie doen via YouTube, of een DvD.

Na de voorselecties zijn vanaf vrijdag 17 september de kwartfinales in het Theater aan de Parade. De halve finale is daar op 21 september en daarna volgt de finale in het weekend van 25 en 26 september. Tussendoor zijn er masterclasses van Evelyn Lear, Hein Meens, Edith Wiens en Sergei Leiferkus en een liedklas van mevrouw Elly Ameling , die wij, oh, schaamteloos! vroeger wel eens ‘moe Amelink’ noemden. Ze zei ooit bijna behaagziek tijdens een van haar masterclasses ‘moeder hoort alles’, toen een kandidaat een verkeerde noot probeerde weg te moffelen) Ik kan er niet zijn, maar misschien wilt u gaan… denk eens aan Vocalies als u er zit en grinnik dan niet al te hard en te cynisch: het zangersvak blijft een prachtig en vervullende vak!

Powered by Pivot - 1.40.5: 'Dreadwind' XML: RSS Feed XML: Atom Feed