Ik meld het maar even voor al die talloze liefhebbers van vocale klassieke muziek. Uw zomeravonden zijn weer gered: aflevering 56 staat erop. Zie de grote icoon hiernaast. De hulptroepen kwamen, zagen en overwonnen en nu kunt u een nieuw uur beluisteren! Hopelijk gaat het volgende keer weer 'gewoon'. Met dank aan Martijn!
Pippo di Stefano
Aflevering 56 van de podcasts houdt u tegoed... ik krijg 'm er niet op! Hulptroepen zijn onderweg. En mijn stukkie wordt deze week door omstandigheden niet op zaterdag erop gezet, maar op zondag.
Zaterdag 24 juli in 1921 werd Giuseppe di Stefano geboren, ‘Pippo’ of ‘Beppe’ voor intimi. Hij werd geboren op Sicilië en had een korte, maar wel bijzondere carrière. Hij was een van de weinigen namelijk die het naast Callas langer dan een dag volhield (hier zit een beetje sopranennijd bij hoor….). Sterker nog: hij was erbij toen Callas een come-back probeerde te maken in 1974 en hij stopte ongeveer rond dezelfde tijd als zij. Hij zou een korte romance met haar gehad hebben en hij heeft een heleboel prachtige plaatopnamen met haar gemaakt in de vijftiger jaren: Lucia di Lammermoor, I Puritani, Cavalleria Rusticana, Tosca, I Pagliacci, Rigoletto, Il Trovatore, La Bohème, Un Ballo in Maschera, Manon Lescaut… Jammer genoeg zijn de opnamen wat ouder en nog van vóór de cd’s; inmiddels kunnen we meer, maar zullen we het moeten doen met wat er is. Er is een aantal duetten met Callas van latere opname-datum, maar daar bestaan alleen illegale kopieën van; ideetje om die eens uit te geven?
Di Stefano had een speciaal soort stem: net effe dat trompetterige van Pavarotti, maar niet te veel, net effe dat emotionele van Carreras en doe er dan nog een beetje Bocelli en een beetje Villazon bij en je hebt Pippo di Stefano. Hij was geen celebrale zanger, meer een intuïtieve, bijgevolg zong hij de veristische opera’s makkelijker en doorleefder dan wanneer hij een koning moest verbeelden. Hij was een aardse man….
Zijn debuut beleefde hij in 1946 in Reggio Emilia als Des Grieux in Jules Massenet’s opera Manon. Met dezelfde rol maakte hij een jaar later zijn debuut aan het Teatro alla Scala van Milaan. In 1948 debuteerde hij aan The MET als de Hertog in Rigoletto van Giuseppe Verdi; hij werd een geregelde gast in New York.
In 1957 maakte hij Di Stefano zijn Engelse debuut op het Edinburgh Festival (Nemorino in L'Elisir d'amore). In 1961 aan het Royal Opera House als Cavaradossi in Puccini’s Tosca.
Hij werd gracieus oud en zong na het beëindigen van zijn officiële carrière voor de lol nog overal en nergens tot…. hij in 2004 zwaar, heel zwaar gewond raakte bij een overval bij zijn tweede huis in Kenia. Daar is-ie niet meer van hersteld en uiteindelijk stierf hij in Milaan op 3 maart 2008.
In het filmpje de beroemde ‘kouwe handjes-aria’ (de beginwoorden: 'che gelida manina betekenén in het Nederlands: 'welk een koude handjes...' ) uit La Boheme. Kijk vooral in het begin hoe mooi en makkelijk de tonen voorin geplaatst zijn. En die hoogte: hoe makkelijk! Het is geen groot acteur, maar zeker geen schmierder en hij voelt zich senang in eigen lijf. Ik mag dat wel….
Dawn Upshaw wordt vijftig
Voor het eerst in het ruim twee-jarig bestaan van mijn website word ik op de zaterdagochtend wakker zonder een stukkie te hebben voorbereid. En dat ik niet wakker heb gelegen van dat feit is een tweede teken aan de wand… foei Vocalies!
Ik was gisterenavond wat van plan toen ik van mijn werk terugreed naar huis, maar eenmaal thuis te moe om iets vrolijks te bedenken dus maar even plat…. Daarna een buitengewoon genoeglijke avond, zonder noemenswaardige gesprekken over muziek die zouden hebben kunnen inspireren. Dat is sowieso een probleem dezer tijden: ik zit niet meer in de ‘scene’, geen klassieke minners of –haters om mij heen, geen mensen met leuke brieven over het wel en wee op Radio 4, geen website daar meer bij te houden, die mij dwong af te dalen in krochten van archieven en fonotheken. Geen productie waar ik aan deelneem, slechts een hoofdredacteur die zijn best doet mij alle berichtjes die hij tegenkomt door te mailen (wat overigens zeer gewaardeerd wordt en nodig is, dus het woordje ‘slechts’ is hier eigenlijk niet op zijn plaats). De anecdote-mand uit het zingend verleden is niet leeg, maar lang niet alles is geschikt om een stukkie over te schrijven; soms doet een verhaal het veel beter aan de keukentafel en sommige anecdotes zijn helemaal niet vertellenswaardig, niet op schrift en niet mondeling, het enige wat ik daarmee doe is erom glimlachen in mezelf.
The Classical Almanac levert ook al niet veel inspiratie: slechts een feitje is het vermelden waard: de geboorte van Dawn Upshaw, sopraan, op 17 juli 1960, die wordt dus vandaag vijftig. Misschien ziet ze Sara, maar ik weet niet of die rare gebruiken van ons in de Verenigde Staten ook gemeengoed zijn; ik hoop voor haar van niet. Van Dawn Upshaw heb ik altijd zo bewonderd dat ze goed hedendaags klassiek kon zingen, iets wat mij nooit gelukt is. Als de tonaliteit weg is, is mijn zuiver zingen ook weg en ik kan mij niet verplaatsen in de drijfveren van hedendaagse componisten. Dat zegt waarschijnlijk meer over mij dan over die componisten, maar ik hoef me daar ook niet (meer) druk over te maken….
Dus dan maar even over Dawn, die met haar verjaardag vandaag mijn redster in nood is. We houden het kort en voor volgende week begin ik gewoon weer morgen mijn research, ik beloof u dan weer een stukkie en ik beloof u ook te blijven schrijven. Als ik daarmee op zou houden zou ik met mezelf in de knoop komen en dat willen we niet…. toch????
Dawn Upshaw begon haar vocale carrière op de high school in Park Forest, Illinois. Ze studeerde daar af in 1982 (grappig; ik ben maar een anderhalf jaar ouder en ik begon pas in 1985 te studeren, toen had Dawn er de basis al opzitten…) en ging vervolgens zangtechniek studeren bij Ellen Faull aan de Manhattan School of Music in New York, waar ze in 1984 afstudeerde. Ze volgde cursussen bij Jan DeGaetani aan de Aspen (Colorado) Music School. Ze won de Young Concert Artists auditions en was verbonden aan het Metropolitan Opera ontwikkelingsprogramma voor jonge artiesten. Sinds haar debuut in 1984 heeft Dawn Upshaw meer dan 300 uitvoeringen in en met de Metropolitan Opera gegeven. Dat betekent dat ze stabiel en onverschrokken is: de sfeer aan The Met is er een waar je tegen moet kunnen: ik lees graag biografieën van zangers en lees dan overal dat The Met een vreselijk oord, vol jaloezie, wraakzuchtigheid en ijdelheid is….
In 1993 werd ze internationaal bekend met haar opname van de derde symfonie van Henryk Górecki met David Zinman. Ze zong nogal wat premières van hedendaagse stukken en ze toert (gelukkig) veel. Nu vijftig geworden zal ze nog een mooi decennium vóór zich hebben om mooie dingen te doen. Lekker niet meer piep en een beetje in je lijf gezakt is het dan heerlijk werken. Ik hoop dat ze ook zonder Sara een prachtige dag heeft!
In het filmpje een stukkie over een masterclass, hilarisch af en toe, en u kunt zien hoe toegewijd ze inderdaad is aan hedendaags klassiek en hoe 'gewoon' ze het maakt. Hulde!