(Door Ab Klaassens)

Twee straten verder dan de straat waar ik ben opgegroeid, in de Verbindingsstraat, woonde
en werkte meneer De Jong, fietsenmaker.

Bij hem bezorgden in de Tweede Wereldoorlog de makers van illegale krantjes van
uiteenlopende pluimage hun bescheiden bundeltjs drukwerk in de hoop dat meneer
De Jong voor verdere verspreiding zou zorgen.

Meneer De Jong was van streng gereformeerde huize maar stoorde zich niet aan de
artikelen in sommige verzetskrantjes waarin mensen als hij werden verketterd als
vijanden van het volk.

Eén van de afnemers van de verzetskrantjes was mijn vader, die als atheist en voormalig
anarchist gelovigen meed als de pest omdat ze, volgens hem, niet deden wat de god
die zij aanbaden hen gebood.

Mijn vader hield uit het hoofd de adressen bij waar welk krantje moest worden
bezorgd – geschreven lijstjes waren gevaarlijk – en ik zorgde voor de uitvoering;
de journalistiek is mij met de paplepel ingegoten.

Toen de oorlog voorbij was werden veel van die verzetsblaadjes echte kranten:
Vrij Nederland, Het Parool, Trouw, De Waarheid.

Mijn vader kocht, toen ik veertien werd, twee jaar na het einde van de oorlog
mijn eerste nieuwe jongensfiets. Bij meneer De Jong in de Verbindingsstraat.

  1. jan krosenbrink (reply)

    8 november 2018 at 19:07

    het is een bekend feit dat vooral gereformeerden en communisten, en blijkbaar ook anarchisten in de jaren veertig van de vorige eeuw goed bleven nadenken, en vervolgens georganiseerd handelden.

    Veel babyboomers zijn in de jaren zeventig achteraf nog verzetsstrijders geworden, ook tegenwoordig grijpt men graag terug op die tijd waarin goed en kwaad overzichtelijk was, vooral door de boeken van de hostoricus de Jong. Want nu in deze tijd is zelf nadenken en verantwoordelijkheid nemen ook weer erg lastig voor velen.

Leave a reply to jan krosenbrink Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *