Trommelaar 15 augustus 2016

Op de tribune van het Philipsstadion zit een trommelaar. Vanaf mijn
plaats kan ik hem goed zien. Een man met een grote trom.

Hij zit in een hoekje zodat zijn trom de ruimte heeft. Hoewel ik hem
kan zien hoor ik hem weinig. Het is niet zo dat ik hem niet kan horen.
Integendeel. Hij zou op mijn plek luid en duidelijk te horen moeten
zijn. Ik denk zelfs dat hij in het hele stadion te horen moet zijn.

Hij slaat niet vaak de grote trom. Iemand heeft mij ooit verteld dat
hij van stadionwege slechts beperkt op het vel mag rammen. Mensen
zouden er hoorndol van worden.

Ik ben ondertussen in een aantal grote stadions in Europa geweest.
Elk stadion heeft een man met een grote trom. Die slaan er
een wedstrijd lang opzwepend op los. Dat vind ik mooi, het brengt
de sfeer die wedstrijden nodig hebben. Een sfeer die de mannen op
het veld inspireert. Geloof me, ik heb heel wat wedstrijden gezien waar
de trommelaar goed werk had kunnen doen.

Bij het verlaten van het stadion loop ik altijd langs de man en de
trommel. Ik denk dat hij als laatste weg gaat. Het zal niet mee
vallen met zo’n trommel in de massa de trappen af te dalen.

Gisteren liet hij naar afloop een jongetje op zijn trom slaan. Het
knulletje had er zichtbaar en hoorbaar plezier in. Een aantal mensen
in de rij maakte denigrerende opmerkingen over de trommelaar.
Iemand zei dat hij altijd uit de maat slaat. Maar dat vond ik onzin.
Het kan ook niet. De trommelaar is namelijk degene die de maat aangeeft.
Wij, die soms worden aangeduid als theaterpubliek, moeten hem
volgen. Wij moeten hoorndol worden. Voor de sfeer en de inspiratie
op het veld.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.