Vocalies: het begin, het midden en het eind: Bach 15 februari 2020

(Door Marlies)

Weer op de bank met eerder genoemd haakwerkje kom ik langs podium Witteman
gezapt. Ik zie het niet altijd, maar als ik erlangs kom blijf ik altijd even hangen. Er is
iets in mij dat haakt in het programma, ik kan niet duiden wat. Laten we het er maar
op houden dat het de kift is dat Paul Witteman het presenteert en niet ik…

Hoe dan ook: ik hoor Gijs Scholten van Aschat, voor mij een van de grootste acteurs
die we in deze tijd hebben, vertellen hoe hij ooit worstelde met zijn zenuwen – ik ben
in goed gezelschap – en hij legt voor mij de vinger precies op de zere plek waar het Bach
betreft, alleen: waar ik ibbel word van Bach (en dan zeg ik het netjes, het woord ‘ibbel’
is het understatement van de week…) wordt hij nou juist kalm en sereen rustig. Hij
vindt troost en rust in melodieën die door elkaar gaan lopen, mijn geest wordt er bij
het maniakale af ónrustig en agressief van.

Tijdens mijn hele klassieke leven heeft Bach altijd voor gemengde gevoelens gezorgd.
Ik bewonder hem, maar kan niet met hem mee, dat vat mijn mening over hem eigenlijk
het beste samen … Voor sommige van mijn vrienden is Bach het alfa en omega,
zonder Bach geen Verdi, za’k maar zeggen en dat is misschien wel zo… Gijs heeft natuurlijk gelijk…

Het enige dat ik van Bach kan luisteren zonder met schoenen te gaan gooien zijn
zijn late vioolconcerten, BWV 1041, 1042 en 1043. Die wijzen vooruit naar wat er
ná Bach allemaal aan briljants kwam.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.