AOW 10 november 2016

(Door Ab Klaassens)

In juni 1956, zestig jaar geleden,  betaalde ik van mijn toen schrale
inkomen als aankomend journalist voor het eerst mee aan de
volksverzekering met de titel AOW (Algemene Ouderdomswet).

Ik heb er 42 jaar aan meebetaald en profiteer er nu al 18 jaar van. Heb
ik in die achttien jaar meer of minder gebeurd dan ik in die 42 jaar heb
bijgedragen? Ik kan het niet berekenen. Wel kan ik vaststellen dat ik nu
maandelijks veel meer ontvang dan ik in die 42 jaar ooit maandelijks
heb betaald.

Dat is alleen maar mogelijk doordat anderen een hogere premie hebben
betaald dan ik en doordat niet iedere premiebetaler van de AOW gebruik
heeft kunnen maken; dit vanwege droevige omstandigheden; de één z’n
dood is de ander z’n brood.

Toen Willem Drees als minister van sociale zaken  in de jaren vijftig z’n
Algemene Ouderdomswet indiende zei hij al dat een uitkering op grond van
die wet vanaf het bereiken van de 65-jarige leeftijd op den duur
niet te handhaven zou zijn doordat de gemiddelde leeftijd van de ouderen
zou gaan oplopen.

Daar is bijgekomen dat steeds meer mensen door langere studietijd later zijn
gaan werken en dus minder jaren AOW-premie hebben betaald.

Nu al wordt mijn AOW-uitkering betaald uit de premies die de werkenden
van nu moeten opbrengen, Dat is op den duur niet te doen. Enkele regeringen
hebben de oplossing gezocht in een verhoging van de pensioengerechtigde
leeftijd, maar de werkgevers, de overheid voorop, ziet de oudere werknemers
liever gaan dan komen.

Verhoog dan maar de belasting voor de hogere inkomens zeggen sommige
politieke groeperingen. Maar dan moeten we ons wel realiseren dat nu al
vijftig procent van het totaal aan inkomstenbelasting wordt opgebracht door
tien procent van de belastingplichtigen.

Zorgeloos oud worden is er  niet meer bij.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

AOW 3 november 2016

Het lijkt er dan toch van te komen. Deo Volente natuurlijk, want de mens
kan wel wikken, maar beschikken is iets anders.

Het ziet er naar uit dat ik het moment ga meemaken dat ik vijftig jaar
onafgebroken werk. Dankzij de regering die deze week besloot dat de
AOW-leeftijd nog eens drie maanden opschuift.

Ik vond het wel een dingetje of ik het nog zou meemaken. Tot afgelopen
maandag lag mijn pensioendatum precies een maand voordat ik
vijftig jaar zou werken. Maar mede dankzij de jongste regeringsmaatregel
ga ik er nu twee maanden overheen.

Nu hoeft er ook niks meer bij te komen, want ik vind het mijlpaal
genoeg. Het is ook een beetje verwarrend allemaal. Toen ik op 1 november
1972 begon met werken was de AOW-leeftijd 65 jaar. Toen kwam de
VUT-regeling om jongeren meer kans op werk te geven. Mijn generatie
diende daartoe te gaan sparen zodat zij op 62-jarige leeftijd kon oprotten.

De VUT-regeling had niet het beoogde effect en dus werd het weer 65.
Omdat naar verwachting van een regeringsbureau mensen langer van hun
AOW zullen profiteren en die dus onbetaalbaar dreigt te worden, werd
de leeftijd voor die uitkering verhoogd naar 67. Nu is daar dus weer drie
maanden bij gekomen.

Met als gevolg dat ik dus een halve eeuw werkzaam leven vol kan maken.
Omdat het geen bedrijfsjubileum is, zal ik geen bloemen of horloges
ontvangen. Dus ik zal het van de spontane reacties moeten hebben.
Laten we afspreken dat ik op 1 november 2022 melding maak van het
heugelijke feit en dat u dan allemaal op mijn Facebookpagina op het
duimpje klikt.

  1. Irene (reply)

    6 november 2016 at 22:17

    Afgesproken, maar dat is dan ook echt wel de uiterste datum.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.