Project A 21 november 2015

Weet u nog dat ik twee jaar geleden over Project A
schreef? Het CPO-project in de Akkerstraat in Eindhoven.
We zouden met twintig mensen een school uit de jaren
dertig kopen en die verbouwen tot appartementen.

Na dik een jaar stapten wij uit dat project. Wij kregen
steeds meer moeite met bepaalde ontwikkelingen.
Met enkele stellen, die wel door gingen, smeedden we
hechte banden. We bleven aan de zijlijn een beetje
betrokken bij dat project.

Ondertussen is de oude school verbouwd, de nieuwbouw is
vertraagd maar begint wel vorm te krijgen. Nog niet zo
lang geleden was één van de bevriende stellen in hun
appartement bezig. Of we even aan kwamen. Er waren
meer mensen aan het werk, mensen met wie we een jaar
lang intensief optrokken maar die we uit het oog
waren verloren.

We werden bij iedereen binnen gevraagd en we zagen hoe
al die dromen door de aannemer vorm waren gegeven.
Zonder overdrijving kan ik zeggen dat we aangenaam verrast
waren. De trots van de mensen die vol hielden is terecht.

Vandaag hebben we één van die bevriende stellen verhuisd
naar hun nieuwe stek en weer ontmoette ik mensen van het
eerste uur, die net verhuisd waren of op het punt stonden
hun intrek in Project A. te nemen. Het was hartverwarmend
hoe iedereen ons nog steeds verwelkomt alsof we nooit
vertrokken waren.

Spijt? Nee, geen seconde. We zijn zielsgelukkig met de plek
waar we wonen en we hebben aan Project A fijne vrienden
overgehouden waardoor we ook in de toekomst
betrokken blijven zonder de beren die wij op de weg zagen.
De mensen die daar wel overheen konden stappen gaan
volgens mij een mooie tijd tegemoet in een uniek complex.

  1. Wieneke (reply)

    22 november 2015 at 09:34

    Wat grappig dat jullie er zoveel fijne mensen aan overgehouden hebben. Meestal verwatert dat ongewild toch.

  2. Ernest (reply)

    23 november 2015 at 14:45

    Jan, bedankt voor de enorme hulp. Na het verhuizen begint nu het opbouwen, daarna wordt het tijd om er samen op te proosten.

  3. Gerben (reply)

    2 december 2015 at 23:26

    Jan,

    Wat den herkenbaar bericht over Project A. Wij zijn van na jullie tijd, we herkennen de gevoelens en overwegingen. Toch gingen we door. Nu geen spijt. Het is mooi en er wonen heel lieve en leuke mensen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Straatnamen 20 november 2015

(Door Ab Klaassens)

Recentelijk koesterde Jan de Vries, beheerder van dit parkje
op internet, zich in de warmte van romanfiguren naar wie een
commissie van de gemeente Eindhoven straten in zijn fietsbereik
heeft vernoemd. Dan krijg je dus namen die niemand herkent.

Vroeger was ’t overzichtelijk: de plek waar melk werd
verhandeld werd de Melkmarkt, je had ook de Vismarkt en de
plaats waar alles werd verhandeld was de Grote Markt.

Toen die functie-aanduidingen op waren of niet meer
van toepassing gingen gemeentebesturen pleinen en straten
vernoemen naar verdienstelijke inwoners of mensen uit de
geschiedenisboeken.

Zo kreeg je bij voorbeeld de Louise de Colignystraat in Kampen
waar twee politieagenten op patrouille ’s nachts een dood
paard aantroffen. Omdat ze moeite hadden met de straatnaam
bij het schrijven van hun rapport sleepten ze het kadaver
naar het Singel.

Blind op weg naar Eénoogje
In Eindhoven zijn straten in een nieuw stadsdeel vernoemd naar
sprookjesfiguren. Als ik dat lijstje zie denk ik aan Danny Blind,
coach van het Nederlands elftal. Op weg naar het flatje
van een nieuw PSV-talent wordt hij staande gehouden door
een politieman die hem vraagt naar naam en bestemming.
Blind op weg naar Eénoogje 12? Dat is meer dan de agent
kan verdragen.

De mooiste straatnaam die ik ken kun je vinden in het oude
centrum van Zwolle. Het gaat om een paar meters straat
tussen de zaal waarin lang geleden recht werd gesproken en
de plek op de Grote Markt waar de vonnissen werden voltrokken.
Die paar meters tussen vonnis en galg heette en heet
nog de Korte Ademhalingssteeg.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Henk Krol 19 november 2015

Het was een dingetje in de media: het Brabantse Tweede Kamerlid
Henk Krol had op Facebook wijlen de schrijver Joost Zwagerman
gefeliciteerd met zijn verjaardag. Joost leeft voort in de hemel die
Facebook heet.

Weldenkende mensen weten dat je op Facebook altijd één muisklik
verwijderd bent van de publicatie van een tekst waar je later ongelofelijk
spijt van hebt.

Facebook is een slap koord waarop je alleen in balans blijft als je
behendig manoeuvreert.

Henk was even uit balans. Hij had niet alleen “van harte gefeliciteerd”
ingevuld op de tijdlijn van de dode schrijver, hij had een persoonlijke
boodschap geschreven. Er was geen sprake van achteloosheid. Wat de
voorman van 50Plus heeft bewogen is gissen. Misschien lijdt Henk aan
ouderdomskwalen die niet alleen zorgen voor meer toiletbezoek maar
die ook de grijze massa in het hoofd aantasten.

Toen de politicus uit Eindhoven zich omstandig verontschuldigde was
het te laat. Omdat het Nederlandse journaille het kritisch volgen van
volksvertegenwoordigers uiterst serieus neemt vloog de omissie van
de 50Plus leider onmiddellijk als een komeet over het wereldwijde web.
Leedvermaak is na porno het best scorende product op internet.

Geen kleffe handjes meer
Door al die opwinding over Henk werd een interessante ontwikkeling
aan de aandacht onttrokken. Facebook geeft je blijkbaar een leven
na de dood. Er zijn mensen die uren lang tijdens duistere seances
proberen geesten op te roepen. Dat gebeurt vaak in benauwde
achterafkamertjes met gebloemde gordijnen en het risico dat je door
een medium, dat vooral uit is op eigen gewin, in de maling
wordt genomen.

Facebook biedt een proper alternatief. Eén keer per jaar verschijnt
de overleden echtgenoot, vriend of kennis namelijk zonder
hocus pocus op het scherm. Dankzij Facebook. Het mooie is dat je er
de klok op gelijk kunt zetten. Je hoeft dus niet meer uren hopen
op een teken van leven van tante Annie. Je kunt gewoon met een wijntje
en een kaarsje samen aan tafel rond een laptop gaan zitten. En je
hoeft ook elkaars kleffe handjes niet meer vast te houden.

  1. Wieneke (reply)

    19 november 2015 at 13:58

    Tja, die Henk Krol. Wat moet je nu met zo’n menneke?

  2. Harry Perton (reply)

    19 november 2015 at 15:30

    Het leven na de dood, mogelijk gemaakt door Facebook, biedt Facebook ook het voordeel dat het de doden nog reclame kan laten maken voor producten, waarmee ze bij leven nooit veel op hadden.
    (Dit is dus al verscheidene malen gebeurd.)

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Excursie 18 november 2015

Zo lang ik bij Omroep Brabant werk hebben wij groepen luisteraars en kijkers over de vloer.
Zo’n radio- en televisiestudio heeft aantrekkingskracht, met al z’n bekende presentatoren,
presentatrices en verslaggevers. Die collega’s kunnen zich dan laven aan bewonderende
blikken van gewone Brabanders.

In de tijd dat ik zelf rondleidingen verzorgde kon ik mijn gasten geen groter plezier doen dan
ze voor te stellen aan onze radiovoice André van Dongen. Mensen vonden het machtig interessant
de man achter Brabants beroemdste stem te ontmoeten. “Is hij uw baas? ” vroegen ze dan.
“Andersom”, antwoordde ik naar waarheid. Waarna iets van de glorie van mijn bekende
collega op mij afstraalde.

Euforie ontstond als onze belangrijkste troef, de roemrijke weerman Johan Verschuuren
in huis was. Johan moest overigens opvallend vaak op vrijdagmiddag in de studio zijn.

Vorige week en ook deze week hebben wij bezoek van de club gepensioneerd
Hoger Philips Personeel.

De voorzitter, een dame met een prachtige sjawl, ontvangt de leden van haar club in de hal.
Op een tafel heeft ze een presentielijst en iedereen die binnen komt wordt afgevinkt.

Op momenten dat ze even niets hoeft op te schrijven vertelt ze aan iedereen die het horen|
wil dat haar gasten van ver moeten komen, namelijk uit de villawijken van de
ommelanden van Eindhoven.

Niets vermoedend liep ik vorige week binnen. Zoals gewoonlijk liep ik rechtstreeks naar de
rekken waar het personeel de jassen ophangt. De dame riep mij streng toe:
“Meneer, meneer . . . u moet hier zijn”.

Vandaag stond ze er weer. Er zijn schijnbaar zoveel voormalige Philipsbazen dat ze niet
allemaal in één keer op bezoek kunnen komen. Ik begreep nu ook waarom het voor
zo’n dame onmogelijk is alle gezichten van haar clubleden te kennen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Letterkunde 17 november 2015

Elke dag fiets ik langs een woonwijk met voor mij mysterieuze straatnamen.
Dat kan ik niet uitstaan. Dat knaagt dwangmatig, elke pedaaltrap.

Onder die namen staat met kleine letters “figuur uit de letterkunde”.
Ik heb in mijn leven veel boeken gelezen (nog steeds probeer ik een boek per
maand te lezen), maar de namen die ik op de straatnaambordjes lees ben ik
nog niet tegen gekomen. Het zal wel komen omdat ik mij vooral beperk
tot moderne literatuur.

Op de MAVO deden we niet aan letterkunde. De enige werken die nog een vage
herinnering oproepen zijn Karel ende Elegast en Van den Vos Reynaerde.
En natuurlijk mijn favoriet Tijl Uilenspiegel. In diezelfde rij, maar dan modern,
horen mijn helden Dik Trom en Pietje Bell.

In die wijk is bijvoorbeeld de Ferguutstraat. Ferguut? Wikipedia: De Ferguut alias
De Ridder met het Witte Schild is een Middelnederlandse niet-historische Arthurroman.
Daarom ligt de Ferguutstraat in Eindhoven natuurlijk in de buurt van de Koning Arthurlaan.

Jaromirstraat. Jaromir is geschapen door de schrijver Staring (in Barneveld hadden
we een Staringstraat). Jaromir is een verlopen student,  een karikatuur-geestelijke,
schurkachtige monnik met allerlei ondeugden.  Die moet ik zeker gaan lezen als
fan van Tijl, Dik en Pietje

Nog eentje: Kapitein Pulverstraat. De Kapiteins Haak, Koek en Zeppos ken ik wel,
Pulver niet. Dat blijkt een figuur uit een boek van schrijver R. Feenstra. Ik lees
ook dat Kapitein Pulver ooit Ferdinand Huyck heeft ontmoet. En daarover heeft
Jacob van Lennep geschreven. Daarom is er in die wijk natuurlijk ook
de Ferdinand Huyckstraat.

Ik vraag me af of mensen die in zo’n straat wonen opzoeken wie de naamgever
is. Je hebt in dit specifieke geval wel altijd een leuk middennederlands
verhaal als er bezoek komt.

Wat mijzelf betreft: het fietst prettiger nu ik weet wie wie is.

  1. Irene (reply)

    17 november 2015 at 17:30

    Toen ik in Den Bosch werkte (dat is heel lang geleden) had ik een klant die naar eigen zeggen in de Koperen Nikusstraat woonde, het duurde even voor ik dat herleid had tot Copernicusstraat. Een andere woonde in de Pizarroowstraat, met klemtoon op de oow. We hebben het er niet over gehad maar ik weet bijna zeker dat deze twee die namen niet hadden opgezocht.

  2. Wieneke (reply)

    17 november 2015 at 17:56

    Ja, dat kan ik me voorstellen. Er ging een wereld voor je open nu zeker? 😉

  3. Marlies (reply)

    18 november 2015 at 11:40

    en dat legendarische verhaal van die taxichauffeur in Tilburg: hij moest naar de Púkkieniestraat…. en die hadden ze in Tilburg niet… wel de Puccini-straat… in de componistenbuurt

  4. Nicolette (reply)

    18 september 2017 at 23:53

    Dankje !
    Ik woon sinds kort (een half jaar) op de Kapitein Pulverstraat.
    Dank voor deze uitleg

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Sil 17 november 2015

(Door Ab Klaassens)

Deze week hebben wij,  bewoners van de Uiverlaan in Eindhoven
afscheid genomen van Sil, van nummer 17.

Dat zouden we niet hebben gedaan zonder Ingrid, van nummer 3.

Ingrid vond, toen ze in ‘onze’ straat kwam wonen dat wij in ons straatje langs
elkaar heen leefden. Zij ging de deuren langs en organiseerde tien jaar geleden
de eerste buurtborrel bij ons op de oprit, tussen nummer 8 en nummer 10.

Motto: iedereen brengt wat te eten en te drinken mee en dan zien we wel
hoe het gaat. Zo is het tien jaar lang goed gedaan en zo hebben wij van de
Uiverlaan  en aangrenzende straten elkaar leren kennen.

Dus dankzij Ingrid  van nummer 3 was bijna de hele straat aanwezig
bij de uitvaart van Sil (Sylvia) Kreuze, bij leven stewardess bij de KLM,
vaak samen vliegend met Henry Both, gezagvoerder bij de KLM.

En we luisterden naar een mooie toespraak van Ocker, op nummer 15.

Sylvia heeft na lange strijd haar leven verloren aan de kanker.
Ze was, nog blij lachend, bij onze straatborrel van eind augustus 2015 ,
op de oprit tussen nummer 8 en 10.

Maar dat we er waren bij de uitvaart komt nog steeds door Ingrid Koenen,
van nummer 3.

  1. Wieneke (reply)

    17 november 2015 at 17:55

    De Ingrids onder ons zijn hun gewicht in goud waard, vind ik. Ik noem dit soort mensen altijd de smaakmakers. In mijn dorp heb je er ook een paar rondlopen en die trekken de sociale kar. Ik kan ze niet genoeg prijzen voor hun initiatieven. Het is heel goed voor de samenhang, anders leeft iedereen maar langs elkaar heen en weet je helemaal niks van elkaar. Je helpt elkaar wat gemakkelijker en sneller als je kennis hebt gemaakt. Voor nieuwkomers is het ook fijn om direct al een boel mensen te kennen.

    Als iemand jong moet gaan, dan is dat altijd erg droef. Mooi dat jullie samen als buurtgenoten afscheid konden nemen. Voor de familie vast
    erg troostrijk.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Journaal 16 november 2015

(Door Ab Klaassens)

“Goedemiddag mevrouw Duivenpoort…”

“Ik ben Annelies Drooglever en die naam op de deur is van m’n ex. Die rotzak….”

“Sorry mevrouw Drooglever, mijn naam is Kees Polderman
van het NOS-journaal en we willen….”

“O jee, de televisie…ben ik al in de uitzending?”

“Nee mevrouw Duivenpoort…sorry, Drooglever, nee mevrouw
Drooglever wij van het NOS-journaal willen graag van gewone
mensen zoals u horen wat zij vinden van het plan van de regering
om de dijken te verhogen in verband met de klimaatverandering.”

“Nou meneer daarover heb ik wel iets gelezen op Face-boek.
Die opwarming van de aarde komt allemaal van links en
daar ben ik dus zwaar op tegen.”

“Als u dat in beeld zou willen zeggen bellen wij opnieuw
bij u aan en dan doet u blij verrast voor ons open. Okay?”

  1. Wieneke (reply)

    16 november 2015 at 12:47

    Oh, dus dat soort dingetjes gebeurt niet spontaan????? Jeeeee, wéér een illusie armer 🙂

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Parijs 14 november 2015

“Het is oorlog”, koppen de Franse kranten, na de gruwelijke
aanslagen van vrijdagavond in Parijs. Er is geen weldenkend
mens die de terroristische daad van vrijdag de dertiende
november niet zal veroordelen.

Maar om nu te koppen dat het oorlog is, is rijkelijk laat.
Sinds Franse- en Nederlandse vliegtuigen het leger van
Islamitische Staat bombarderen is het oorlog.

Wij winden ons op de sociale media op over mensen die
een veilig heenkomen zoeken uit de eindeloze beschietingen
in Syrië, maar wij discussiëren zelden over het feit dat wij
een land in oorlog zijn. Een oorlog die niet op Facebook
wordt uitgevochten.

Misschien komt het omdat het voor de meesten van ons
logisch is dat wij Islamitische Staat bestrijden. De strijders
van IS zijn in onze ogen barbaren, onze piloten zijn helden.
Maar we zijn wel een land in oorlog.

In de hoofden van IS-strijders is een heel ander denkproces
aan de gang. Zij denken dat zij een goddelijke staat stichten
en zij zien de westerse landen die dat proberen te voorkomen
als barbaren. Zij hebben een heel andere kijk op de oorlog
waar we samen in verwikkeld zijn.

Ja, het is oorlog in Parijs, maar het was al oorlog. Het nieuwe
is dat door de aanslagen het front verlegd is, zoals vaker
gebeurt in oorlogen.

Wij, hier in het westen, leven met de gedachte dat IS de
handen vol heeft aan onze gevechtsvliegtuigen en de
strijd duizenden kilometers oostwaarts gevoerd wordt.

Maar we zijn niet veilig. IS werkt niet met grote
troepenconcentraties die op de radar te zien zijn. Ze werken
met goedgelovige zelfmoordenaars die ongrijpbaar zijn
voor onze geheime diensten, die elke aanslag aangrijpen
om meer geld te vragen, waarmee ze niet in staat zijn ons
te beschermen Daarom wint IS af en toe een slag en
kunnen ze het front razendsnel verplaatsen naar waar we willen.

Ik ben de laatste om in een angstkramp te schieten zoals
terroristen graag willen, maar politici die vooral daarop hameren
zouden ook de onprettige boodschap die daar bij hoort moeten
vertellen, namelijk dat we in oorlog zijn en dat in een oorlog
altijd aan beide kanten doden vallen.

  1. ab klaassens (reply)

    14 november 2015 at 22:49

    Het aantal doden op één dag in deze oorlog wekt veel emotie doordat er zo veel tegelijk zijn. Dat
    zie je ook bij vlieg- en treinrampen en bij grote verkeersongelukken, Grote aantallen per dag
    wekken veel onrust, Grote aantallen per jaar worden zelden omgerekend tot gemiddelden per dag.

  2. Irene (reply)

    15 november 2015 at 10:38

    Bedankt. Het is een opluchting om je stukje te lezen, na al die facebookberichten gisteren en vandaag, waar het wel lijkt of door de schok van die aanslagen alle rationaliteit is losgelaten.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Jan 13 november 2015

(Door Ab Klaassens)

Onlangs kregen we een brief in de bus waarin stond dat we dertig euro,
exclusief administratiekosten, moesten betalen omdat we met ons
autootje te hard hadden gereden op een weg in Geldrop.

We zijn op de vermelde  dag helemaal niet in Geldrop geweest, maar op de
foto die je via internet kon bekijken  stond wel degelijk ons autootje,
met ons  kenteken.

Eén van de aardigste mensen die ik mijn leven heb ontmoet is
Jan Boereboom. Hij heeft een leven lang tweedehands auto’s ingekocht,
opgeknapt en verhandeld, doet ook APK-keuringen, verhelpt storingen
en weet precies bij wie je moet zijn voor herstel bij deuken en lakschade.

Jan heeft het door hem opgebouwde bedrijf inmiddels overgedragen aan
zijn nazaten, maar blijkt prominent aanwezig  als je de bescheiden
onderneming – midden in een woonwijk –  bezoekt. Hij lult je  de oren
van je kop.

Na lichte lakschade door een foutje bij het inparkeren ging mijn echtgenote
bij Jan op consult met de vraag wat herstel zou kunnen kosten.
Jan moest daarvoor  met ons autootje naar de enige lakspuiter die hij  vertrouwt.
En die woont in  Geldrop.

Wij hebben de boete betaald, maar konden niet nalaten Jan erop te wijzen dat
hij zich niet aan de regels had gehouden.

Toen werd hij boos.

Op zich zelf.

  1. Laurent (reply)

    15 november 2015 at 20:38

    Hahaha, mooi verhaal!

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Downdaten 12 november 2015

“Dommer? Als hij maar lief is”. Dat stond boven een artikel in het Eindhovens Dagblad.
Het verhaal ging over het boek Date-onomics van de Amerikaan Jon Birger.

Strekking: vrouwen zijn steeds vaker hoog opgeleid, mannen niet. Vrouwen zullen
daarom vaker genoegen moeten nemen met een lager opgeleide man. Maar ja,
als hij maar lief is.

Als je beneden je stand kiest heet dat downdaten. Gelukkig voor de downdaters is er
een wetenschapper (dus WO-opleiding!) die zegt dat andere eigenschappen
het lagere opleidingsniveau kunnen compenseren.

Tortelduifjes
Hoor en wederhoor toepassend voert de auteur van het artikel de altijd spraakzame
demograaf Jan Latten op die zegt dat, zodra stellen twee stapjes overslaan
in het opleidingsniveau, “de tortelduifjes in de gevarenzone komen”.

Daar schrik ik behoorlijk van. Mijn lief heeft aan het conservatorium gestudeerd
en dat is een Hbo-opleiding. Ik heb het nooit verder geschopt dat MAVO.
Tussen MAVO en HBO zit nog de HAVO. Om bij HBO te komen zijn twee stapjes nodig.

Nondepie, ik zit in de gevarenzone. “Vaak komen stelletjes er pas achter dat ze niet goed
bij elkaar passen wanneer de verliefdheid wegebt”, wrijft Jan Latten in.

Nu mijn relatie afstevent op een zilveren jubileum kan ik maar één ding concluderen.
De verliefdheid is nog niet weggeëbd.  Voor ná die tijd heeft mijn stuudje altijd de stelling
paraat: “Uiteindelijk blijft de vriendschap over”. Kijk, daarom ben ik zo blij dat die
van mèn hèt doorgeleerd.

 

  1. Marlies (reply)

    12 november 2015 at 12:09

    ‘Het stuudje’ wischt sich de ooghen af ende gaeth verdere met den orden van den dagh… Luv joe!

  2. Corné (reply)

    12 november 2015 at 18:10

    Sinds wanneer geldt een diploma als hét teken van het bereikte niveau qua opleiding? Ik ken mensen die zelfs met een VMBO-t diploma het nog verrekte ver hebben geschopt in de journalistiek en van tijd tot tijd behoorlijk zinnig kunnen lullen over politiek en maatschappij. En daarbij nog buitengewoon kunnen koken ook.
    Hoogachtend,
    dr.ir.Ikke

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *