Een baken in de wereld van woest geschreeuw 27 augustus 2020

Er zijn dingen die mij kunnen ontroeren. Zelfs tot tranen toe. Er zijn mensen van wie
ik blij word omdat ze anders zijn dan die schreeuwers over wie ik dagelijks lees in de
krant of op social media. Lees dat dan niet hoor ik u denken. Voorlopig vind ik dat ik daar
beroepshalve kennis van moet nemen.

Zuster Agnes is zo iemand. Ik heb haar woensdag voor de tweede keer ontmoet. Ze is
de overste van het klooster in Schijndel. Als daar een item moet worden gemaakt ga ik
zelf mee. Gewoon omdat het kan en omdat het zo’n mooie, serene plek is. En de
tweede keer vanwege zuster Agnes.

Dit keer ging het er over dat de zusters om financiële redenen een deel van hun appartementen
moeten verhuren aan een zorginstelling. Voor het eerst in de geschiedenis van het oude
klooster komen er niet-religieuzen en zelfs mannen onder hetzelfde dak wonen.
Voorwaar een nieuwsfeit in een dorp.

Zuster Agnes zwaait de scepter en vertelde ons wat dit betekent. De opgewektheid van de
tachtigjarige zuster – die je geen dag ouder dan zestig zou geven – werkte aanstekelijk
op de hele groep aanwezigen. Ze vond het spannend dat de levenssfeer binnen de veilige
muren van het klooster gaat veranderen en dat zelfs misschien wel kleinkinderen van de
nieuwe bewoners door de gangen gaan rennen. Haar ogen straalden uit dat ze zich daar
misschien wel een beetje op verheugde.

Haar rust, haar twijfel, haar openheid, alles straalde vertrouwen uit in een nieuwe toekomst
die haar als oudere vrouw en leidster van het klooster te wachten stond. We zaten tegenover
een religieuze vrouw van de wereld die kansen zag in plaats van problemen. Een Zuster
van Liefde zoals het bedoeld is. Een baken in de wereld van woest geschreeuw.
Dat ontroert me.

 

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Elkaar verketteren zit in het dna van het CDA 26 augustus 2020

Ik heb het CDA geboren zien worden. Het was in de tijd dat ik in de Gelderse Vallei
als jongste verslaggever achter in zaaltjes zat waar geestelijk vader Piet Steenkamp de
mannenbroeders van CHU en ARP en de afvalligen van de KVP probeerde te overtuigen
van de noodzaak om één christelijk bolwerk te maken. In elk zaaltje galmde het woord
rentmeesterschap. Het CDA had een missie: red de schepping.

In het gebied waar ik werkte werd nog jaren in de gemeenteraden een bloedgroepenstrijd
gevoerd. Vooral door CHU en ARP want de KVP speelde in dat gebied een marginale rol.
De mannen, vrouwen in de politiek waren toen in die kringen een zeldzaamheid,
rolden soms vechtend over straat.

Rentmeesterschap en bloedgroepen zijn twee woorden die voor mij onlosmakelijk met
het CDA verbonden zijn.

We zijn decennia verder. Het aantal christenen dat uit overtuiging op een christelijke
partij stemt moet je met een lampje zoeken. Democratie is tegenwoordig wie het hardste
roept op social media. Het rentmeesterschap is door het CDA in handen gegeven van
boeren die door veevoederbedrijven, grootgrutters en politiek in voortdurende staat van
vertwijfeling en woede worden gemanoeuvreerd.

Ik heb het in het verleden vaak op lokaal niveau mis zien gaan met het CDA. De eerste
keer dat de partij zichzelf landelijk zodanig te kakken zette was tijdens het befaamde
congres. Bij de meeste mensen zit de losgeslagen burgemeester van Barneveld (waar ik
de geboorte van de partij meemaakte) in het geheugen. Mijn beeld van die vergadering
wordt bepaald door Camiel Eurlings, die tot tranen toe zijn politiek vader Maxime
Verhagen de hemel in prees.

De afgelopen jaren zag ik het CDA in Brabant de ene rare bokkensprong na de andere maken.
Er waren momenten dat ik dacht dat de fractie in Provinciale Staten volledig van het pad
af was. Uiteindelijk ging de partij samen met Forum voor Democratie en zag je opnieuw
een tweespalt. Landelijk voorzitter Rutger Ploum hield zich afzijdig. Pas toen de zaak
beklonken was zei hij dat hij landelijk nooit met Forum zou samenwerken. Met zo’n
vriend heb je geen vijand meer nodig.

Nu is er landelijk gedoe om de lijsttrekkersverkiezing. Opnieuw zie je een partij in verwarring.
Je kunt je daar suf op analyseren. Ik grijp vaak terug op de tijd van de zaaltjes met Piet
Steenkamp. Daar verketterden de fusiepartners elkaar al. Het zit in het DNA.

  1. Ximaar (reply)

    26 augustus 2020 at 10:45

    Ik ben er nog altijd voor om religie en politiek gescheiden te houden. Zal daarom nooit op het CDA stemmen. Hirsch Ballin en Omtzigt vond/vind ik tot nog toe de meest acceptabele. Eurlings zou ik naar een psychiater sturen. Vaak zijn het ook mensen waarbij de macht bovenaan staat, wat ik vrij onchristelijk vind.

  2. Laurent (reply)

    26 augustus 2020 at 23:38

    Ik vergeef het het CDA en de VVD nooit meer dat ze bereid waren een – weliswaar niet-officiële – coalitie met de PVV te vormen. Ze zijn gewoon bereid rechts-extremisme te faciliteren.

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Positief kritisch samenwerken is de beste tactiek 24 augustus 2020

In februari werden wij geconfronteerd met iets dat we niet eerder hadden meegemaakt:
het coronavirus. We wisten ons geen raad en we legden ons lot in handen van onze
volksvertegenwoordigers en de door hen uitgenodigde wetenschappers. Dat leidde
tot een intelligente lockdown. Hulde viel hen ten deel omdat we niet werden opgehokt.

Verpleegkundigen vochten tegen een onzichtbare vijand, dat maakte ons onzeker en
zoals dat al sinds mensenheugenis gaat klampen we ons dan vast aan een hogere macht.
Lang geleden noemden we dat god.

Een god is abstract dus je hebt duiders nodig. Mensen die weten wat een god wil.
Voor veel mensen in onzekerheid zijn duiders een strohalm, ongeacht hun preek.
Voor predikers zijn veel volgelingen belangrijk. De macht van het getal, maar vooral
de macht.

In de afgelopen maanden was er weer die angst en weer stonden er duiders op. Omdat
je anno 2020 niet meer met een god hoeft aan te komen, ontwikkelden ze complottheorieën.
Lieden die niet het geestelijke vermogen hebben zelf na te denken haakten daar gretig bij
aan. Het is in de geschiedenis vaker voorgekomen dat geloofsgenootschappen werden
gestoeld op radelozen.

Ondertussen werkten de maatregelen van onze volksvertegenwoordigers. De teugels
werden gevierd.

De meeste mensen maakten voorzichtig gebruik van hun nieuwe vrijheden. De labielen
echter stormden uit hun holen om in groepsverband hun evangelie te verspreiden. Bijkomend
voordeel was dat ze even de benen konden strekken in de richting van politieagenten. Ze waren
blind voor de risico’s. Ook dat is kenmerkend voor evangelisatiedrang. Geloofsextremisten
zijn zo overtuigd van hun eigen gelijk dat ze onschuldige slachtoffers beschouwen als
collateral damage.

Er kwamen ook scheurtjes in het vertrouwen dat meer weldenkende mensen hadden in
volksvertegenwoordigers en wetenschappers. In zo’n ingewikkeld proces als de bestrijding
van een onzichtbare vijand komen er gaandeweg nieuwe inzichten die allemaal een
spoor van achteraf achter zich aan slepen.

Natuurlijk kun je achteraf zeggen dat beleidsmakers fouten hebben gemaakt, maar misschien
kwam dat wel omdat de situatie zo uniek is dat we geen enkel referentiekader hebben.
Per saldo ging het pas echt mis toen zij de verantwoordelijkheid bij het volk legden.

Ik denk dat we heel eerlijk moeten zijn: er komen problemen op de mensheid af die ons
verstand te boven gaan. Dan is positief-kritisch samenwerken met de mensen die door ons
zijn gekozen om  knopen door te hakken volgens mij de beste tactiek. Gelukkig doen
veel mensen dat.

  1. Irene (reply)

    24 augustus 2020 at 10:28

    Dit is tenminste een positief-kritische analyse. Nu nog de vraag hoe de nieuwe geloofsextremisten het hoofd te bieden …

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Opsluiten die mafkezen van viruswaarheid 20 augustus 2020

Ik heb in mijn leven wel eens mensen op hun ziel gestaan. Als ik driftig ben zeg ik wel
eens dingen waar ik later spijt van heb. Ik ben ook goed in het bijleggen van dit soort
ruzies. Ze zijn nooit persoonlijk, maar altijd zakelijk. Ik kan makkelijk iemand uitfoeteren
en er een uur later een biertje mee drinken. Haatdragend ben ik niet. Eigenlijk heb
ik ook aan niemand een hekel.

Omdat mijn vak mij heeft geleerd dat woorden die zwart op wit staan driedubbel
binnenkomen druk ik me schrijvend altijd netjes uit. Ik denk meestal drie keer na
voor ik iets tweet.

Maar na het zien van die mensen van viruswaarheid die vandaag in Den Haag hebben
gedemonstreerd tegen  de coronamaatregelen ben ik geneigd al mijn goede
voornemens te laten varen.

We hebben een enorm probleem dat corona heet. Het virus heeft complete gezinnen
verwoest. Mensen die het hebben overleefd zullen nog lang last hebben. Verplegend
personeel heeft zich kapot gewerkt. Politiemensen draaien overuren. De maatregelen
leken te helpen, totdat de regering de teugels liet vieren en die mafkezen van viruswaarheid
toestemming kregen de straat op te gaan.

Het gevolg is dat het aantal besmettingen toeneemt en het erop lijkt dat het einde nog
lang niet in zicht is. In plaats van door te pakken hebben we een kabinet dat het liberalisme
hoog in het vaandel heeft en dat vindt dat die losgeslagen types die zich vandaag in
Den Haag hebben misdragen dat recht hebben.

Ik ben er voor dat die gasten van viruswaarheid allemaal opgesloten worden achter een
heel groot hek.  Het liefst in zo’n kleine ruimte dat ze lekker tegen elkaar aan plakken,
want dat schijnen ze  fijn te vinden. Ze worden pas losgelaten als er een vaccin is dat
verplicht met de groots mogelijke naald in hun donder wordt gespoten. Daarna betalen
ze de rekening voor kost en inwoning (dat laatste zal niet zo veel zijn als je ze dicht tegen
elkaar zet in een kleine ruimte) en als ze het hek uit lopen geef je een zo’n enorme stamp
onder hun achterste dat ze twee dagen niet kunnen zitten.

Nou, dat lijkt me wel voldoende driftige taal voor de komende tien jaar.

 

  1. Irene (reply)

    21 augustus 2020 at 14:40

    Hè lekker, dat lucht op hè 😉

  2. Eef (reply)

    21 augustus 2020 at 22:19

    Wat heb ik je schrijfsels ontzettend verwaarloosd. Een half jaar geleden las ik alles wat jij opschreef. Soms vond ik het leuk, soms irritant, dan weer interessant. Maar altijd de moeite waard.
    Ik ga mijn leven beteren.

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Rode schoenen 19 augustus 2020

In mijn jeugd hadden wij telkens één paar schoenen. Bruin of zwart. Bruin met bruine
veters, zwart met zwarte veters. Schoeisel en kleding waren in ons gezin artikelen om
droog, warm en zedelijk te blijven. Om misverstanden te voorkomen: wij waren niet arm en
zagen er altijd keurig uit.

Mijn vader had weinig kleren nodig. Hij droeg meestal het postuniform. Mijn moeder
droeg over haar jurk altijd een schort.

Ik heb een half leven lang telkens maar één paar schoenen gehad: bruin of zwart. Toen ik
Marlies leerde kennen bracht zij een bruidsschat van 52 paar schoenen mee. Daar zaten
wel wat exemplaren bij die ze alleen tijdens opera’s en operettes had gedragen.

Ikzelf bleef eenvoudig, zij het dat ik mijn collectie uitbreidde tot één paar zwarte- én één paar
bruine schoenen. Marlies had mij namelijk ingewijd in de wereld van ton sur ton. Toen ik zei
dat het juist heel modieus was bruine schoenen onder een blauw pak te dragen, lachte ze me
hartelijk uit. Dat was voor aalgladde makelaars, niet voor haar persmuskiet.

Twee paar schoenen, dat voelde luxe.

Ik weet niet hoe het kwam maar een paar jaar geleden – volgens mij was ik op weg naar de
zestig en er van overtuigd dat ik absoluut geen motor durfde te rijden– kocht ik opeens
bruine schoenen met rode veters en zwarte schoenen met gele veters. Enthousiast aangevuurd
door mijn lief, die jaren tevergeefs had geprobeerd mij te verlossen van mijn gedachte dat
soberheid de maat der dingen is.

De eerste reacties van mensen op mijn nieuwe schoenen, meer bepaald de veters, waren positief.
Mensen vonden het leuk. Ik viel positief op maar hoorde in mijn achterhoofd wel de stem van
wijlen mijn moeder: Kijk daar, kijk daar. Wie gaat daar nou mee lopen. Hé niet zo
opvallend kijken . . . . .

Aangemoedigd door de reacties op mijn veters begon ik opzichtiger hemden te kopen. Ik kwam
allerlei bijzondere T-shirts tegen die mijn begeerte wekten. En op een dag kocht ik blauwe schoenen
met witte stippen (of andersom). Ik kreeg complimenten en verbaasde blikken. Jij?? Ik kocht
nog gekkere schoenen. En T-shirts met nog opvallender en exclusiever design.

Een paar maanden geleden kwam ik een paar rode schoenen tegen waar ik op slag verliefd op
werd. Ik kon de verleiding niet weerstaan. Een paar weken na de aanschaf droeg ik ze naar
een vergadering in het provinciehuis. Een woordvoerder maakte er een foto van en twitterde die
rond met de opmerking dat mijn schoenen by far het meest interessante op deze loodzware
politieke dag waren.

Deze week maakte ik samen met een cameraman een itempie in een kringloopwinkel. Ik had
mijn rode schoenen aan. De ene na de andere oudere dame die tussen de spullen snuffelde op
zoek naar een koopje, hield daar onmiddellijk mee op om zich vervolgens te vergapen aan mijn
schoenen. Het regende complimenten. Ik werd er een beetje verlegen van. Ik werd ook
vergeleken met minister Hugo de Jonge van wie sommige mensen wel weten dat hij extravagante
schoenen draagt maar van wie ze geen idee hebben in welke richting hij daarmee loopt.

Het waren dames zoals mijn moeder nu zou zijn geweest en ik dacht opeens: misschien zou
zij deze schoenen nu ook wel mooi gevonden hebben. Misschien waren zulke schoenen in mijn
jeugd reden om achter de hand te fluisteren, maar zou mijn moeder meegegroeid zijn met de
tijd en zou ze mij nu ook gecomplimenteerd hebben. De herinnering aan mijn moeder is
bevroren in een vorige eeuw. Ik kan mijn rode schoenen niet meer aan haar laten zien, maar
ik denk eigenlijk dat ze het anno 2020 leuke schoenen zou hebben gevonden.

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Van mij mag Eindhoven hard applaudisseren voor Winy Maas 17 augustus 2020

Soms zie ik in een museum een kunstwerk waarvan ik denk: af-schu-we-lijk!
Hoe krijgt iemand het in z’n botte harses (dat zeiden ze vroeger bij ons in het
dorp als iemand afweek van de norm, die persoon hoefde dan niet per se gek te zijn).

Het zijn die kunstwerken waar ik het langst naar kijk. Moeilijk starend probeer
ik in de hersens van de kunstenaar te kruipen in de hoop dat ik begrijp welke
gedachtekronkel ik moet volgen. Meestal lukt het me niet hetzelfde pad te gaan.

Hoewel ik aldus het kunstwerk niet alsnog mooi ga vinden, krijg ik wel respect voor
de gedachten van de maker.

Dat komt waarschijnlijk omdat het mij aan fantasie ontbreekt om uit het niets iets
te scheppen. Ik ben een waarnemer die verslag doet. In mijn computer zitten twee
hoofdstukken van een boek waar ik ooit aan begonnen ben. Ik ben niet verder
gekomen omdat ik geen enkel idee heb hoe het verhaal verder moet. Ik heb ook
geen plot waar ik naartoe kan werken.

Dit weekend stond Eindhoven op z’n kop. De lokale krant wijdde de voorpagina aan
een verhaal over een woest plan van Winy Maas. Deze architect is door de gemeente
Eindhoven ingevlogen om de stad meer smoel te geven. Maas heeft een plan gemaakt
om de iconische Catharinakerk op te tillen en hem op een torenflat te zetten die wordt
gebouwd op de plek waar de kerk nu staat. Er stond een prachtige illustratie bij. De
gemeente wil laten onderzoeken of het kan.

Op zo’n moment is mijn dag al goed. Hoe krijgt iemand het in zijn botte harses, denk
ik dan. Vervolgens ga ik naar die tekening staren om de gedachtenkronkel te volgen.

Op social media ging het helemaal los. De algemene teneur was dat Maas van zijn
verstand was beroofd. Alle argumenten tegen kwamen langs. De krant zelf schreef er
na het weekend een commentaar over. De commentator maakte zich zorgen over het
geestelijke vermogen van Winy Maas. En dat niet alleen, hij maakte zich ook zorgen
over het geestelijk vermogen van gemeenteraadsleden die erover denken geld uit te
trekken voor een onderzoek.

Ik verwacht net als de krant dat Eindhoven nooit zo’n wereldwonder zal krijgen en het
lijkt mij ook niet verstandig geld uit te trekken dat wellicht beter gebruikt kan worden.

Maar de kritiek op Maas vind ik niet terecht. Dat komt misschien omdat ik als volstrekt
fantasieloze burgerman sommige gedachten op zich al kunst vind. Wat mij betreft mag
de gemeenteraad heel hard applaudisseren voor Winy Maas en zichzelf op de schouder
kloppen dat iemand die zoveel fantasie heeft is aangesteld om onze stad onder handen
te nemen om vervolgens het krediet voor een onderzoek unaniem maar wel met een
glimlach weg te stemmen.

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De enigen bij wie ik me nog veilig voel . . . . . 15 augustus 2020

Ik vond het een rare week. Ik was zelfs even geschokt toen ik las dat de GGD’en niet
in staat zijn het bron- en contactonderzoek naar behoren uit te voeren, terwijl ze
een tijdje terug nog stoer riepen dat ze dat wel konden. Tot nu toe voelde ik me redelijk
veilig bij het gevoerde coronabeleid, maar dat is sinds deze week over.

Helemaal schokkend vond ik het toen ik hoorde dat het ministerie al veel eerder
van de problemen bij de GGD’en wist, maar niks ondernam. De noodkreet was schijnbaar
bij het verkeerde loket ingeleverd. Het is allemaal mensenwerk. Voor mijn gevoel zijn
we niet alleen zelf verantwoordelijk, maar vooral op onszelf aangewezen.

Deze week las ik ook dat de coalitie verstek liet gaan toen er gestemd moest worden
over een verhoging van de zorgsalarissen. Als de hittegolf maar lang genoeg duurt
word je vanzelf een bananenrepubliek, was mijn eerste gedachte.

Over die ‘blokkade’ is veel geschreven en gedebatteerd. Het is mij een beetje
onduidelijk wat er waar is van al die verhalen. Het feit dat het CDA meende een verklaring
te moeten uitgeven die er vooral op neer kwam dat de regeltjes waren gevolgd, is voor mij
een veeg teken. De brief was meer dan christelijke boetedoening, was mijn indruk.

NRC had een soort van reconstructie. Daar vond ik een paar vreemde dingen in terug.
Wat ik lees is dat woensdag al vroeg het gerucht rond zong dat er mogelijk een hoofdelijke
stemming zou plaatsvinden op initiatief van Geert Wilders.

De oppositie weet dat als er hoofdelijk gestemd gaat worden, de coalitie een probleem
heeft. Er zijn namelijk veel minder Kamerleden van de coalitie in de Tweede Kamer dan
Kamerleden van de oppositie. Ik kan me de opwinding bij de oppositie voorstellen.
Politiek drijft namelijk deels op adrenaline voor een belangrijke wedstrijd.

De coalitie is ook niet gek en die roept alle beschikbare manschappen op standby te
zijn. ’s Avonds neemt het gerucht toe. Maar het blijft een gerucht.

Dan komt er in het verhaal een voor mij cruciaal zinnetje: “Wilders laat de linkse
oppositie weten zo’n stemming te overwegen. GroenLinks, SP en PvdA houden alle
aanwezige Kamerleden in Den Haag”.

De coalitie is van mening dat hoofdelijke stemmingen alleen gaan over spoedeisende
moties. De Kamerleden van de coalitie gaan naar huis, zij die al thuis waren blijven daar.

Dan komt het moment suprême. Omdat er niet genoeg Kamerleden zijn kan er niet
gestemd worden over de zorgsalarissen.

De volgende dag lezen we dat de coalitie die stemming – en dus de verhoging van de
salarissen – heeft geblokkeerd. Wat een fantastisch frame, minder dan een jaar
voor de verkiezingen.

Wilders heeft schijnbaar de oppositie ingeseind dat hij hoofdelijke stemming gaat
vragen. Ik lees nergens dat hij of één van de andere oppositiepartijen de coalitie heeft
getipt. Tippen is ook niet logisch want in hun ogen is de coalitie de vijand.

Dan zit ik nog met één vraag: hebben PVV en de linkse oppositie over de rug van de
zorgverleners een ingewikkeld politiek spel gespeeld om de coalitie in een kwaad
daglicht te kunnen stellen?

Alles wat ik deze week heb gelezen heeft er toe geleid dat de  enigen bij wie ik me nog
veilig voel de verpleegkundigen  zijn . . . .

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Piep in huis 14 augustus 2020

Voor wie als journalist is begonnen in een tijdperk dat de Remmington en de Bic de
belangrijkste werktuigen waren is het zaak steeds bij te scholen op technisch gebied.

Vooral toen internet op kwam en social media de dorpskroeg dreigde te overvleugelen
als bron waaraan de nieuwsgierige journalist zich kon laven, was het zaak een
andere levensstijl aan te nemen.

De dorpskroeg als informatiebron verdween in mijn perceptie om twee redenen.
De voornamelijk mannelijke journalisten werden naar huis geroepen door hun
geliefden die – zeer terecht – vonden dat de taken van opvoeding gedeeld moesten
worden. Het argument dat je wel naar de kroeg moest om je pagina’s vol te krijgen
hield geen stand. Iedereen zag dat je de informatie net zo makkelijk van internet kon halen.

Daar kwam nog bij dat bleek dat mensen in hun eentje achter de computer hun hart veel
gemakkelijker uitstortten dan in de kroeg. Daar duurde het toch vaak wel een paar uur en
een meter bier voordat iemand echt loslippig werd. Iemand die aan het eind van de avond
ook nog eens vond dat jij in ruil voor het verhaal de rekening maar moest betalen. Als je
geluk had kon je het bonnetje bij de administratie inleveren, maar vaak kon dat niet.
Journalistiek kostte in die tijd geld, daarom zagen de meeste journalisten er altijd shabby uit.

Voor mensen met een brandend geheim op de lippen was internet ook veel fijner. Ze
bereikten veel meer mensen dan alleen zo’n naar sigarettenrook stinkende journalist.
Belangrijker was nog dat ze zeker wisten dat hun verhaal de volgende ochtend niet werd
verhaspeld door zo’n stukkieschrijver met een kater.

Eén van de leukste cursussen die ik volgde was een cursus zoeken op internet, gegeven
door de vermaarde internetgoeroe Henk van Ess. Hij had een boek geschreven met als
titel “Stop met zoeken, begin met vinden”.  Zo’n titel waarvan je zou willen dat je die
zelf had bedacht.

Toendertijd vond ik het al heel wat dat ik met een uitgekiende zoekterm  in acht van de
tien gevallen vond wat ik zocht. Af en toe hielp ik iemand in mijn vriendenkring die op
de meest gekke websites terecht kwam als hij iets eenvoudigs zocht. Ik was de gevierde
Koning Eenoog in het land der blinden.

Inmiddels is er wel wat veranderd. Google is zo diep in ons leven doorgedrongen dat de
techgigant aan een half woord genoeg heeft om te weten wat we zoeken. Sterker nog
Google laat ons vaak al zien wat we nodig hebben voordat we dat zelf weten.

Deze week sprak ik met een bekende over van alles en nog wat. Hij vertelde dat hij was
wakker gehouden door een onregelmatige pieptoon. Telkens als hij de slaap probeerde
te vatten drong het geluid in zijn oor.

Na een onrustige nacht besloot hij de volgende dag op onderzoek uit te gaan. Dat deed
hij via internet.

“Maar welke zoekterm vulde je dan in?”  vroeg ik beroepshalve.

“Piep in huis,” zei hij.  Ik kwam niet meer bij van het lachen.

Nieuwsgierig als ik was heb ik later – toen hij weg was – toch even gekeken.

En verdomd: de eerste vermelding ging over een rookmelder. Laat dat nou het
probleem van mijn kennis geweest zijn.

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Facebook is de bijrijder met de kaart 13 augustus 2020

Dit is de lead van een artikel in het Eindhovens Dagblad:

Sinterklaascomités in den lande voelen zich overvallen door het besluit van Facebook
en Instagram om foto’s van Zwarte Pieten ongewenst te verklaren. ,,Dan maar
niet op Facebook.’’

De kop boven het artikel was nog dwingender:

 ‘Facebook bepaalt niet wat wij met Piet doen’.

Facebook is begonnen als een fotoboek voor een school. Daarna ging het wereldwijd.
Door overnames van concurrenten is het uitgegroeid tot het belangrijkste social
mediabedrijf ter wereld. Twee miljard mensen sturen met enige regelmaat hun zielenroerselen
via één van de kanalen van Zuckerberg c.s. de wereld in.

Facebook hoort bij het leven. Facebook is net zo vanzelfsprekend als – ik hou het actueel –
water uit de kraan. Tenminste als je in het welvarende deel van onze aardkloot woont.
Er zijn ook landen waar het niet vanzelfsprekend is dat er water uit de kraan komt.
Op die plekken is er vaak wel ‘internet’ en dus Facebook.

Hoewel Facebook een verzamelbak is van privé-meningen (die van mij bijvoorbeeld),
poezenfilmpjes, nuttige informatie en fakenews, zijn er mensen die denken dat alles
wat op Facebook staat waar is.

Facebook is voor sommige mensen zelfs zo’n onderdeel van hun leven geworden dat ze
denken dat het van hen is. Mensen denken dat ze op Facebook volledige vrijheid hebben,
dat ze daar kunnen doen en laten wat ze willen.

Dat is volgens mij het grootste misverstand ter wereld. Nou ja, behalve dan misschien
voor goddelozen die het geloof in een god tot het grootste misverstand ter wereld rekenen.

Facebook is een commercieel bedrijf. Dat bakt de koek en wie de koek bakt bepaalt.
De Italiaanse econoom Mariana Mazzucato heeft daar een prachtig boek over geschreven:
De waarde van alles.  Facebook is gratis. Zij schrijft daar over: “Als er iets op internet
gratis is, ben je niet de klant maar het product. Het bussinessmodel van Facebook en
Google stoelt op commercialisering van persoonlijke gegevens, waarbij door de alchemie
van de tweezijdige markt onze vriendschappen, interesses, meningen en voorkeuren
worden omgezet tot verhandelbare artikelen”.

Met andere woorden: iedereen met een Facebookaccount is een product dat FB informatie
levert die verkocht kan worden aan andere commerciële bedrijven die daar ook geld aan
kunnen verdienen. Win-win voor het grootkapitaal met dank aan u en mij.

Facebook is dus van Facebook. Niet van Mien in de Asterstraat die elke dag een fotootje plaatst
van haar huisdier, of de mediabedrijven die via Facebook aandacht vragen voor hun berichten.

Desalniettemin is Facebook niet almachtig. Het bedrijf bepaalt wat niet mag, maar niet
altijd wat wel mag. Soms krijgt Facebook een boete als het berichten verspreidt die
volgens een regering inmenging in verkiezingen zijn.

Facebook kan dus wel degelijk bepalen dat foto’s van Zwarte Piet niet meer mogen.
Wie roept dat Facebook dat niet bepaalt heeft het niet helemaal begrepen.

De term “dan maar niet op Facebook”, klinkt heel stoer, maar Facebook heeft ons
afhankelijk gemaakt. Heel erg afhankelijk. “Dan maar niet op Facebook”,   is net
zoiets als roepen: “nog maar honderd op de snelweg? dan ga ik uit protest toch binnendoor
van Maastricht naar Groningen”.   Dat kan, maar dan ben je in plaats van drie-en-een
half uur zes uur onderweg.  Mits je een navigatiesysteem of een goeie kaart en dito
bijrijder hebt. Zo niet dan wordt het een helletocht. Facebook is namelijk de bijrijder
met de kaart die je naar de eindbestemming leidt.

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Onze generatie 11 augustus 2020

Ik geniet van VPRO’s Zomergasten. Dit jaar meer dan ooit. Dat komt omdat ik de gasten
interessante mensen vind en ik hou van de manier waarop Janine Abbring ons
door de avond loodst.

Meer dan anders geven de gasten mij stof tot nadenken mee. Nog
gaan de woorden van viroloog Jaap Goudsmit door mijn hoofd toen hij sprak over
het herkennen van de geschiedenis.

Goudsmit is een paar jaar ouder dan ik, maar wij zijn van dezelfde generatie. Daarmee
houdt meteen alle vergelijking op.

Hij sprak over de opgaande lijn die onze generatie meemaakte. We zijn gezonder, we
worden gemiddeld ouder dan ooit. Daar is nu wel een kentering in gekomen. De
levensverwachting in sommige delen van Amerika gaat omlaag. Goudsmit zei dat onze
generatie niet gewoon is dat dingen ook achteruit kunnen gaan.

Vooral die laatste woorden spelen door mijn hoofd. Onze generatie (ook wel
boomers genoemd) kent als groep inderdaad alleen maar een opgaande de lijn. Wij zijn
de eerste generatie (althans in Nederland) van wie de meesten niet in armoede
opgroeien. Wij hebben hier te lande geen oorlogen meegemaakt. Wat mij betreft is
het trefwoord voor deze generatie: vanzelfsprekendheid. Groei van de welvaart is
vanzelfsprekend. Ziekenhuizen waar mensen voor ons klaar staan zijn vanzelfsprekend.
Water uit de kraan is vanzelfsprekend.

Maar hoe kijken mensen over honderd jaar terug op dit deel van de geschiedenis
waar wij deel van uitmaken. De situatie kan dan totaal anders zijn. Ik denk dat die
anders is. Er waren tijdens mijn leven een paar dingen die ik als bepalend heb ervaren.
De oliecrisis, die mij deed beseffen hoe afhankelijk wij zijn. De val van de Berlijnse
Muur die een einde maakte aan de gedachte waarmee ik ben opgevoed, namelijk dat
er elk moment een Rus in onze achtertuin kon staan. En de aanslag op de Twin Towers
die mij deed beseffen hoe kwetsbaar we zijn en die een nieuwe angst veroorzaakte
en een tweedeling in de wereld bloot legde.

Ondertussen ging mijn leven gewoon door. Nu is er het coronavirus dat de wereld
op z’n kop zet en die voor onzekerheid zorgt, maar nog steeds komt er water uit de
kraan en stort de baas elke maand geld op mijn rekening.

Maar ondertussen wordt het wel steeds warmer en droger. Ondertussen stromen er
– meer dan eigenlijk al vijfhonderd jaar gebeurt – mensen uit andere landen ons land
binnen in de hoop hier een beter bestaan op te bouwen. We moeten proberen onze welvaart
te delen, terwijl een grote groep mensen vindt dat wij er bij dat delen als verliezers uitspringen.

We hebben een stikstofprobleem dat moet worden opgelost. En hoe lang stroomt
dat water voor bijna niks nog uit de kraan?

We zitten midden in een ingewikkelde periode die over honderd jaar geschiedenis
is die met de kennis van dan beschouwd kan worden. Je zou willen dat je dan kon zien waar
dat stukje wereldgeschiedenis waar je een ademtocht deel van uitmaakt toe heeft geleid.

Na het zien van Zomergasten met Jaap Goudsmit zei ik tegen mijn vrouw: “Misschien
zijn wij wel de enige generatie die op ons sterfbed kan zeggen dat we er als groep
zonder al te grote kleerscheuren doorheen zijn gerold”.

 

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *