We waren kinderen . . . . . 23 september 2020

We spraken met een paar mensen over wat wij (zestigers) in onze jeugd deden.
Voetballen, op zomeravonden eindeloos badmintonnen, elastieken (dat was voor
meisjes), cowboytje spelen, de hele zomervakantie lang.

Omdat wij aan de rivier opgroeiden en zelden op vakantie gingen visten we veel
en in het weiland groeven wij zulke diepe kuilen dat wij al ver voor Thierry
Baudet geboren waren ontdekten dat het naar de kern van de aarde wel
zesduizend kilometer was.

Wij deden ook andere, meer intelligente dingen. Wij trokken soms een dag
lang door de wijk om autokentekens te noteren. Nou moesten we daar ook wel
voor op pad, want er waren weinig auto’s. Daarom gingen we soms langs de
inkomstweg van ons stadje zitten waar het wat drukker was. Soms wel tien auto’s per uur.

De kentekens schreven we in een schriftje. Waarschijnlijk heb ik daar de tik
opgelopen om, vooral in Duitsland, woorden te vormen van de letters op de
kentekens. Dat gaat makkelijker dan in Nederland. Misschien komt het ook
wel daarom dat ik het allereerste kenteken van de auto van mijn vader nog weet:
ML-07-66. Het was een witte Renault Dauphine.

We deden nog wat. We trokken door de straten van de wijk om huisnummers
te noteren.

Eén van de andere mensen in het gezelschap waarmee ik jeugdherinneringen
ophaalde moest lachen. “Op welk moment,” vroeg ze, “ontdekte je dat
daar een patroon in zat?”

Dat kon ik mij niet herinneren. “Je had niet de hele wijk door hoeven gaan,” zei ze.
“Je had alleen maar even aan de ene en de andere kant van een straat het hoogste
nummer hoeven noteren en dan vervolgens af te tellen naar 1 of 2.”

Ja, dat had gekund, maar we waren kinderen . . . .

 

 

  1. Irene (reply)

    23 september 2020 at 10:50

    Goh ja, autonummers noteren deden wij ook. Volslagen zinloos. Heerlijk.

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Een oase van rust 16 september 2020

Gisteren heb ik sinds maanden weer eens een middag op de redactie van
Omroep Brabant gewerkt. Samen met een collega heb ik de Prinsjesdagstukken
uitgevlooid.

De redactie is onherkenbaar veranderd. Waar het vroeger een heksenketel
annex hogedrukpan was, was het nu een oase van rust. Veel collega’s werken thuis.
Bovendien is er volgens mij niet één gebouw ter wereld dat zo coronaproof is als
dat van mijn werkgever.

Thuiswerken was vroeger uit den boze. Wij zaten soms op zaterdagavond moederziel
alleen in een enorm gebouw op een door God verlaten bedrijventerrein. Daar deden
we werk dat we ook thuis konden doen. Dat was onbespreekbaar. Corona brengt
ook goede dingen.

Nu hoorde je opeens wat al die collega’s tegen elkaar zeiden. Vroeger ging tachtig
procent verloren in de kakofonie van bellende, schreeuwende en lachende collega’s.
Het leek nu een beetje op een leeg stadion waar je nu de instructies van de
trainers hoort.

Eén collega hoorden wij constant mopperen. Hij vond het niet terecht dat
twee collega’s die zomaar even binnen komen meteen een werkplek kregen terwijl
collega’s die graag op kantoor willen werken dat niet mogen. We hebben hem
niet verteld dat we vier dagen geleden al toestemming hadden gevraagd of we alsjeblieft
op de redactie mochten werken omdat we dan samen konden sparren over wat
er in die ingewikkelde begrotingsstukken stond.

Blijkbaar is stilte voor sommige mensen slecht voor hun humeur. Ik kan goed tegen
stilte. Als ik alleen thuis ben breng ik die tijd het liefst in stilte door. Ik heb meestal
wel de balkondeuren open zodat ik het geluid van de stad hoor. Dat geeft me het
gevoel dat ik deel uitmaak van een groter geheel.

Ik ben graag diep in het bos, waar je alleen maar vogels en de ruisende wind hoort.
Wind die ruist in de bomen of in het riet vind ik het mooiste geluid dat er is.

Veel mensen kunnen niet tegen stilte. Ze ontlenen hun bestaansrecht aan herrie.
Die jongens op die gillende motoren en in die opgevoerde auto’s die als een tank
met een mitrailleur over straat gaan bijvoorbeeld.

In onze wijk wonen mensen die er genoegen in scheppen vanaf september al elke
avond vuurwerk af te steken met het geluid van een bom. Dat gaat zo
door tot januari. Soms ook midden in de nacht en niemand die ingrijpt.

Misschien denken ze allemaal dat je met zoveel mogelijk herrie het coronavirus
wegjaagt. Sommige mensen zijn schijnbaar nooit de status van primitief volk
ontgroeit.

  1. Eef (reply)

    16 september 2020 at 22:16

    Laatste zin klopt!

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ze zal ze toch op straat niet nafluiten? 13 september 2020

Ik wilde een bepaald kledingstuk. Ik kon niet goed uitleggen wat ik bedoelde.
Een soort jasje voor de periode tussen geen jas en een winterjas. Ondanks mijn
vaagheid zocht mijn vrouw dapper mee naar zo’n soort jasje. We gingen winkel in,
winkel uit.  Ik vond het niet.

Daarna ben ik op internet gaan zoeken. Ik zag plaatjes van wat ik bedoelde.
Dat bleek op het web een bomberjack te heten. Daar zou ik niet opgekomen
zijn. Een bomberjack associeer ik met een heel ander type mens dan ik ben.
Het was in ieder geval netter dan wat ik een bomberjack noem. Maar goed het
begrip auto kent ook vele gezichten.

Ik zag hele leuke jasjes. Ze werden getoond door jonge mannen met een
Noord-Afrikaans uiterlijk.

Dat is dan niks voor mij, zei ik.

Je gaat toch niet discrimineren hè, zei mijn vrouw.

Dat bedoelde ik helemaal niet. Ik bedoelde dat ik bang was dat mensen mij zouden
uitlachen omdat ze zouden denken dat ik als zestigplusser op een jonge vent
zou willen lijken.  Dat gevoel zou ik ook gehad hebben als het jonge modellen
met een Noord-Europees uiterlijk waren geweest, of een Chinezen.

Ach man, zei mijn vrouw, ze kiezen die modellen omdat Marokkaanse mannen
nou eenmaal de mooiste mannen ter wereld zijn.

Wat een ontboezeming opeens. Ik dacht . . . .   Wat dacht ik eigenlijk?  Ik dacht:
ze zal ze toch op straat niet nafluiten?

  1. Laurent (reply)

    13 september 2020 at 22:08

    Volgens mij willen wij hetzelfde soort jack. Een jaar geleden kon ik die ook al niet vinden in de winkel, en ja, op internet bleken die ook tot mijn verbazing bomber jackets te heten tegenwoordig.

  2. marlies (reply)

    14 september 2020 at 10:23

    Ik kan u gerust stellen: hij heeft inmiddels een keurig jasje gekocht. En nee, ik fluit op straat geen mooie mannen na, Marokkaans of anderszins, nooit gedaan ook. Maar ik hou mijn ogen niet in mijn zak, hoeft ook niet als oudere dame…

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De zorgen van het mbo over stageplekken 12 september 2020

Ik lees in de krant dat mbo-opleidingen moeite hebben met het vinden van stageplekken
voor hun leerlingen. Dat wordt mede geweten aan de coronacrisis. Als jongeren
geen stageplek hebben is dat de voorbode voor toekomstige werkloosheid, las
ik in de krant.

De lokale omroep waar ik hoofdredacteur ben is een erkend stagebedrijf.
Laat ik meteen de hand in eigen boezem steken: daar zijn we feitelijk te
klein voor.

Vorig jaar hadden we twee mbo-studentes die leerden voor redactiemedewerker.
Het waren twee schatten van meiden die hard werkten, maar die zoveel
begeleiding nodig hadden dat ik na tien weken total loss was.

Ik voelde me meer een oppas dan een stagebegeleider. Dat kwam ook omdat
ik als – toen nog – enige betaalde kracht in m’n eentje die begeleiding moest doen.

Na afloop had ik het gevoel gefaald te hebben hoewel zij zelf vonden dat ze
veel geleerd hadden.

Sinds kort hebben we een stagiair van een HBO-opleiding. Dat is een ander
kaliber en dat lijkt de goede kant op te gaan.

Vorige week heb ik weer een gesprek gehad met twee meisjes van de
mbo-opleiding redactiemedewerker.

De twee dames die ik vorige week sprak waren ook weer hele aardige meiden.
Het probleem was dat ze onomwonden vertelden dat ze alleen maar aan die
opleiding waren begonnen omdat ze een mbo-diploma wilden. Daarna wilden
ze gaan werken of verder studeren. De opleiding redactiemedewerker leek ze
iets om dat op vrij eenvoudige manier te kunnen verwezenlijken. Ze zouden
dan in ieder geval veel bezig zijn met social media.

Eén van de twee had nog wel enige ambitie in de richting van het vak. Ze
wil gaan werken bij het communicatieteam van de Formule 1. Het leek mij
een jonge vrouw die erin zal slagen haar droom waar te maken. Het andere
meisje wilde psychologe worden. Ze vertelde dat ze bij ons stage wilde lopen
omdat het moet, maar ze had er duidelijk geen zin in.

Uiteindelijk hebben we besloten dat ze beter een andere stageplek kunnen
kiezen. Dat ligt niet alleen aan hun, dat ligt ook aan onze organisatie. Die is er
niet op toegerust zoveel tijd en energie te steken in twee stagiaires die helemaal
geen interesse hebben in ons vak. Dan wordt het bezigheidstherapie en daar
ben ik weer niet voor opgeleid.

Ondertussen vraag ik me af of al die mbo-opleidingen wel aansluiten bij de
vraag vanuit de maatschappij.

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Van teststraat naar teststraat 8 september 2020

Het vertrouwen in de overheid daalt als het gaat om de aanpak van de coronacrisis.
Ik zit nog steeds op de lijn van premier Mark Rutte. We vechten tegen een
onzichtbare vijand en dus is er voortdurend sprake van voortschrijdend inzicht.
Dat vraagt steeds om nieuwe aanpassingen en dat kan er chaotisch uit zien.

Dat neemt niet weg dat ik vind dat het op sommige punten een puinhoop is, die
volgens mij terug te voeren is op de marktwerking in de zorg en de versnippering
van de GGD’en.

Ik teken het uit, want in mijn omgeving zijn al meerdere vrienden en bekenden
naar de coronateststraat gegaan omdat ze een snotneus hadden. Gelukkig had geen
van hen corona. Wat ik zie is dit. Iemand uit Eindhoven moest naar Heeze om zich
te laten testen. Iemand uit Heeze is verwezen naar de teststraat in Uden. Iemand
uit Cranendonck moest zich melden in Urmond. Er zijn door deze mensen wat
kilometers afgelegd de laatste weken.

Schijnbaar is er een heel gesleep met mensen die lichte verschijnselen hebben en
die het virus onder de leden zouden kunnen hebben. Dat lijkt mij geen goede
manier om verspreiding tegen te gaan.

Ik las dat er 20 miljard beschikbaar is voor innovatieve ideeën die op de lange
termijn ook nog eens geld kunnen opleveren. Mijn voorstel is dat geld te besteden
aan het stopzetten van de marktwerking in de zorg. In plaats van duizenden
thuiszorgorganisaties weer gewoon het Groene Kruis boven de grote rivieren en
het Gele Kruis beneden de rivieren. Eén grote organisatie met een consistent
beleid voor geestelijke gezondheidszorg en stoppen met financiering van al die
cowboys met wie je op kosten van de staat naar Zuid-Afrika kunt om af te
kicken van je drugsverslaving.

Het enige waar je dan nog iets voor moet bedenken is een kliniek waar al die
cowboys zelf kunnen afkicken van hun geldverslaving. Ik zou zeggen: een
flinke eigen bijdrage.

  1. pjotr (reply)

    8 september 2020 at 17:40

    Een hééél goed idee!

  2. Eef (reply)

    9 september 2020 at 22:05

    Had allang moeten gebeuren. Sterker nog: de marktwerking had nooit ingevoerd mogen worden.

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Glow komt naar je toe dit najaar . . . 6 september 2020

Glow komt naar je toe dit najaar. En weinig kans dat we dat kunnen tegenhouden.
Van mij mogen ze. Ik vind het leuk.

Wat is er aan de hand? Glow heeft een probleem. Het lichtfestival in Eindhoven
trekt jaarlijks drommen mensen. Dat kan niet meer in een anderhalve meter
maatschappij.

Nou kon dat voor die tijd ook al niet. De allereerste keer dat ik naar Glow ging
kon je nog ontspannen langs al die prachtig uitgelichte gebouwen lopen. Dat
duurde niet lang. Het succesverhaal van Glow ging de wereld over. Tienduizenden
mensen wrongen zich een paar jaar later door de straten van Eindhoven. Na één
keer zo’n helletocht vond ik het welletjes en heb ik het festival gemeden.

De organisatie zag zelf ook in dat ze een probleem had en er werden looproutes
en eenrichtingverkeer ingesteld.

Dit jaar is zelfs dat niet mogelijk. Glow zoekt nu naar alternatieven. Je kunt
namelijk ook een route bedenken waarbij de bezienswaardigheden niet allemaal
binnen een straal van één kilometer liggen. Objecten genoeg in de stad. Laten
wij nou in een ‘torenflat’ aan de rand van de stad wonen. Dus hangt er bij ons in
de lift een brief waarin ons wordt gevraagd of wij het leuk zouden vinden dat
ook ons appartementencomplex wordt uitgelicht.

Terwijl iedereen weet dat gebouwen als het onze in trek zijn bij expats en je
dus niet alleen in het Nederlands maar minstens ook in het Engels moet
communiceren (onze VVE doet dat) heeft Glow alleen een Nederlandstalig briefje
opgehangen. Ondanks de internationale uitstraling van het festival (Glow!)
denken ze schijnbaar dat er in Stratum alleen Eindhovuuhs wordt gesproken.
Niet dus.

Je kunt achter het nummer van je appartement aangeven wat je wilt.
Er zijn drie opties: Voor mij hoeft het niet; Maakt mij niet uit; Dat vindt (!)
ik leuk.   Iemand heeft overigens die t doorgestreept.

De optie dat je niet een week lang licht op het gebouw wilt staat er niet bij.

De meeste bewoners hebben inmiddels ingevuld dat ze het leuk vinden.
Wij ook, want het zou toch fantastisch zijn als ons gebouw straks onderdeel
is van een vermaard internationaal lichtfestival. Bovendien, als dit een succes
wordt heb je kans dat het zo blijft. Als het festival verspreid wordt over de
stad kun je er beter van genieten dan wanneer je als haringen in een ton
probeert een glimp op te vangen van al die mooie lichtkunst.

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Strooizout en sneeuwschuivers 1 september 2020

Bij het tankstation in onze wijk stonden vier emmers strooizout te koop.

“Waarom verkopen jullie nu strooizout?” vroeg ik aan de dame achter de kassa.

Ze hief haar handen ten hemel. “Geen idee, ”zei ze. Volgens haar waren die
emmers een overblijfsel van de vorige winter die geen winter wilde worden.
Daardoor konden ze toen het strooizout aan de straatstenen niet kwijt kon.

“Het is net als met de pepernoten die ik vanmiddag in de supermarkt zag
liggen,” zei ik. Verkeerde seizoen.

Nooit, zei ze, maar dan ook nooit zou zij nu al pepernoten verkopen. Dat vond ze
echt zo belachelijk. November, eerder zouden haar klanten geen pepernoten in
de tankshop vinden. Ik had een gevoelige snaar geraakt.

En dan nog zouden er alleen de echte Friese pepernoten in de schappen komen.
Die neppe dingen ging zij echt niet verkopen. Friese pepernoten smaakten naar
taai-taai. Ze zijn hard maar smelten in de mond. En ze hebben een anijssmaak.
En ze zijn vierkant.

Ik had er nooit van gehoord, van Friese pepernoten.

“Ik kan niet wachten tot het november is. Wat mij betreft mag u ze nu al
verkopen,” zei ik.

“Geen sprake van,”, zei ze. “Ik heb wel iets anders in de aanbieding. Gisteren zijn
de sneeuwschuivers aangekomen.”

We lachten, wensten elkaar een fijne dag en gingen elk ons weegs. Terwijl ik op de
A50 mijn nieuwe portie brandstof verstookte bedacht ik in welke spagaat die
mevrouw van het tankstation eigenlijk zat. Door de verkoop van steeds meer benzine
en diesel zou er maar zo een moment kunnen komen dat ze voorgoed met de
voorraad zout en sneeuwschuivers zou blijven zitten.

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Compensatie voor de thuiswerkers? 31 augustus 2020

Mijn vrouw stond voor haar rek met zomerkleding. Nederland was zojuist overvallen
door de herfst. “Ik heb er deze zomer bijna niks van aan gehad”, verzuchtte ze.

Het rek bevat een keur aan fraaie blouses, giletjes en lichte colberts. Mooie
kledingstukken die ze draagt naar kantoor of als reisleidster. Kantoor is al maanden
thuis en het reizen ligt zo goed als stil.

Thuis draagt ze al die mooie dingen niet. Waarom zou ze? De kat ziet sowieso
liever dat ze een flodderbroek aan heeft, want dan mag hij op schoot.

Tijdens de Musico-reis die ze afgelopen week begeleidde kon ze weer iets
moois aan. Het bleek dat een aantal van de reizigers precies hetzelfde had. Ze waren
niet alleen blij dat ze weer een paar dagen kunst en cultuur konden snuiven maar
ook dat ze hun mooie kleren weer aankonden.

Gisteravond tijdens een etentje in de stad vertelde mijn vrouw dat ze geld overhoudt
omdat ze ook geen nieuwe kleren heeft hoeven kopen. En omdat zij als ambtenaar
waarschijnlijk nog tot 1 januari niet naar kantoor mag, is de kans groot dat
ook de wintergarderobe niet zal slijten.

De vakbonden hebben laten weten dat zij vinden dat werknemers gecompenseerd
moeten worden voor het thuiswerk. Immers, de koffie is nu voor eigen rekening,
de stroomrekening loopt op en de thuiswerkers draaien er meer WC-papier door.

Ik ben al een half mensenleven lang lid van een vakbond. Niet omdat ik zo’n
vakbondsman ben, ik vind het een vorm van solidariteit. Dus ik vraag me af of ze
nu niet een beetje op z’n vakbonds doordraaien?

Want hoe zit dat dan met de vaste reiskostenvergoeding die veel mensen krijgen
en die volgens mij gewoon doorloopt terwijl ze de deur niet uitkomen. Hoe
verrekenen ze de peperdure bluetooth-koptelefoons die sommige ambtenaren
hebben gekregen om online te kunnen vergaderen. Om nog maar niet te spreken
over de bedragen die thuiswerkers in hun zak houden omdat ze hun zomergaderobe
niet hebben hoeven aanvullen en die voorkomen dat de ze aan de bedelstaf raken.
En laten we vooral niet die mensen die in het begin van de crisistijd kapitalen
aan WC-papier hebben uitgegeven als maatstaf nemen.

Tja, dat zijn zo van die dingen waar je als vakbond en werkgever een stevig
robbertje over kunt vechten. Gelukkig kunnen treinconducteurs en machinisten
niet thuiswerken en dragen ze een uniform, anders lag het treinverkeer vast
alweer plat.

  1. Micheline (reply)

    6 september 2020 at 17:51

    Mijn / onze reiskostenvergoeding is stopgezet en er is geen thuiswerkvergoeding. Ik ga wel extra stookkosten krijgen en ik heb wat zaken aangeschaft die het thuiswerken gemakkelijker maken, zoals een extra monitor. En mijn auto, aangeschaft voor werk, staat nu ook redelijk werkeloos voor de deur maar kost me wel geld. En nee, ik heb geen peperdure Bluetooth-koptelefoon aangeschaft en al helemaal niet vergoed gekregen :-). Ik klaag niet hoor maar die extra kosten zijn er wel degelijk.
    En ja, ook ik zou liever meer van mijn garderobe gebruiken dan nu…

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Mijn unheimische gevoel bij de nertsenfokkerij 28 augustus 2020

Als ik één tak van de agrarische sector wantrouw dan is het de nertsenhouderij.
Kijk, dat je dieren houdt om het voedsel, dat begrijp ik nog wel (sorry veganisten,
maar ik denk anders). Maar dat je dieren houdt voor madammen in een bontjas
dat gaat er bij mij niet in.

Vroeger werd er wel eens een beer omgelegd omdat de naakte mens bedekking nodig
had om zich tegen de kou te beschermen.  Een vijgenblad volstond in de zonnige
Hof van Eden maar daarbuiten niet.

Maar sinds we zover zijn gekomen dat we zelfs het bont van willekeurig welk
knuffeldier perfect na kunnen maken zonder bloedvergieten ontgaat mij het nut
van nertsenfokkerijen.

Jaren geleden kwam heel Nederland tot dat inzicht en werd besloten dat de
nertsenfokkerij in de ban ging. Nederland zou Nederland niet zijn als we de
nertsenfokkers niet een langzame en humane sterfhuisconstructie hadden
aangeboden. Ze kregen tot 2024 om nieuw emplooi te vinden.

Wat mij indertijd hogelijk verbaasde was dat er in plaats van omscholing nog
steeds nieuwe fokkerijen bij kwamen. Iemand die ik goed ken en die de wereld
van de nertsenfokkerijen goed kent legde het mij als volgt uit: de grote fokkerijen
verhuisden naar het voormalige Oostblok waar ze megastallen bouwden.
Vervolgens zoeken ze in Nederland de mazen van wet en pakken ze in 2024 de
oprotpremie mee. Win-win. Extra win omdat het bont vooral naar landen gaat
waar het nog wel vriest en die liggen nou eenmaal oostelijker dan ons eigen land.
Minder transportkosten dus.

Althans zo deden een paar nertsenfokkers uit Oost-Brabant het. Die verdienden zo
veel met deze move dat ze met hun centen in het vastgoed konden gaan en dat is nog
lucratiever.

Nu wordt het ene na het andere nertsenbedrijf getroffen door corona. Eindelijk
heeft de minister besloten dat ze worden geruimd. Er gaat nu weer een smak
geld naar mensen die de vrouwen van Russische oligarchen in het bont steken.

Ik heb bij de nertsenfokkerij altijd een unheimisch gevoel gehad. Niet alleen vanwege
het dierenwelzijn, maar ook vanwege de fokkers. Ik heb dat wel eens tegen een
bestuurslid van de vakgroep gezegd. Hij vond dat mijn beeld ten onrechte werd
bepaald door die mensen die ik hiervoor als voorbeeld noemde en van wie hij ook
vond dat ze de sector een slechte naam bezorgen.

Het zal best, maar ik blijf het vreemd vinden dat alleen de nertsen besmet raken.

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Een baken in de wereld van woest geschreeuw 27 augustus 2020

Er zijn dingen die mij kunnen ontroeren. Zelfs tot tranen toe. Er zijn mensen van wie
ik blij word omdat ze anders zijn dan die schreeuwers over wie ik dagelijks lees in de
krant of op social media. Lees dat dan niet hoor ik u denken. Voorlopig vind ik dat ik daar
beroepshalve kennis van moet nemen.

Zuster Agnes is zo iemand. Ik heb haar woensdag voor de tweede keer ontmoet. Ze is
de overste van het klooster in Schijndel. Als daar een item moet worden gemaakt ga ik
zelf mee. Gewoon omdat het kan en omdat het zo’n mooie, serene plek is. En de
tweede keer vanwege zuster Agnes.

Dit keer ging het er over dat de zusters om financiële redenen een deel van hun appartementen
moeten verhuren aan een zorginstelling. Voor het eerst in de geschiedenis van het oude
klooster komen er niet-religieuzen en zelfs mannen onder hetzelfde dak wonen.
Voorwaar een nieuwsfeit in een dorp.

Zuster Agnes zwaait de scepter en vertelde ons wat dit betekent. De opgewektheid van de
tachtigjarige zuster – die je geen dag ouder dan zestig zou geven – werkte aanstekelijk
op de hele groep aanwezigen. Ze vond het spannend dat de levenssfeer binnen de veilige
muren van het klooster gaat veranderen en dat zelfs misschien wel kleinkinderen van de
nieuwe bewoners door de gangen gaan rennen. Haar ogen straalden uit dat ze zich daar
misschien wel een beetje op verheugde.

Haar rust, haar twijfel, haar openheid, alles straalde vertrouwen uit in een nieuwe toekomst
die haar als oudere vrouw en leidster van het klooster te wachten stond. We zaten tegenover
een religieuze vrouw van de wereld die kansen zag in plaats van problemen. Een Zuster
van Liefde zoals het bedoeld is. Een baken in de wereld van woest geschreeuw.
Dat ontroert me.

 

Leave a reply to Laurent Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *