Op het leitje bij de ingang van de supermarkt stond gekrijt dat Roy vandaag
de verschef was. Baas groenten, zeg maar.

Ik ken Roy, hij is er altijd en rent zich de benen onder zijn lijf vandaan.
Nu was hij samen met een collega bezig meloenen uit kistjes op een kar
over te laden in kistjes op een stellage.

“Morgen komen de nieuwe kant-en-klaarmaaltijden, allemaal pasta”,
zei het meisje. “Daar verheug ik me op. Lekker.”

“Ikke nie,” zei Roy. “Ik hou niet van Italiaans eten.”

“Ikke wel,” zei het meisje.

“Ik eet alleen maar Italiaans,” zei een meneer die met zijn karretje als een stop
op een fles in het gangpad stond. Van passeren was geen sprake nu er in
de supermarktgangen een inhaalverbod geldt.

Omdat Roy en het meisje niet direct reageerden herhaalde hij iets
nadrukkelijker dat hij alleen maar Italiaans eet. Nooit iets anders. Zijn hoofd
ging van links naar rechts om aandacht te vangen.

“Ik eet alleen groenten, aardappelen en vlees,” zei de verschef. “En een toetje.”

“Oh nee,” zei de man, op een toon die verried dat hij een man van de wereld was
en hij veronderstelde dat de meest exotische ervaring van Roy het uitpakken
van de bananen was.  “Ik eet alleen Italiaans. Altijd.”

Roy hevelde met de liefde van een vakman een meloen over van het ene kistje
naar het andere. Hij nam de mededeling voor kennisgeving aan.

“Dan lust je dus ook geen venkel,” zei de klant. Het was geen vraag, het was
een mededeling die niet ontkend kon worden.

“Jawel hoor,” ontkende Roy.

“Dat begrijp ik niet. Venkel is namelijk typisch Italiaans. Italianen eten altijd venkel.
Je lust dus wel Italiaans,” zei de man hoorbaar tevreden dat hij de verschef op zijn
eigen terrein een lesje had geleerd. Roy werkte onverstoorbaar door om zijn
waar zo mooi mogelijk uit te stallen.

Omdat de verschef er voor koos definitief te zwijgen zette de klant zichzelf en zijn
karretje in beweging en loste de file van winkelwagentjes achter hem zich op.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.