Het bos achter ons huis, waar ik een aantal keren per week loop om de confrontatie met de
weegschaal te kunnen blijven winnen, is ’s avonds meestal uitgestorven.

Deze week kruiste mij in een gedeelte dat bestaat uit smalle paadjes en dat dus sowieso door de
meeste mensen wordt gemeden, een jongetje van een jaar of tien. Hij reed op een onbestendig
door een motortje aangedreven voertuig. Het leek op een skelter.

Hij sloeg het pad in naar het villapark aan de rand van het bos. Zo’n park met villa’s waarvan je
denkt, zitten daar echt wielen onder? Op de kruising stopte hij. Hij richtte zijn te dikke lijfje op,
draaide zich half om in mijn richting en schreeuwde keihard: homo!!!

Ik kan nu schrijven dat ik om me heen keek om te zien of hij het tegen iemand anders had (een
veelgebruikt trucje), maar dan zou ik mijn eigen verhaal geweld aan doen, want ik heb net
geschreven dat het bos uitgestorven was.

Hij bleef uitdagend staan en riep nog een keer: homo!!!  Ik besloot stug door te lopen. Je kunt
achter hem aan gaan om hem te corrigeren, maar hij was met zijn apparaat veel sneller dus op
het moment dat ik hem zou hebben bereikt was hij al veilig achter het hek bij zijn familie.

Het voorvalletje zou me misschien niet eens zijn bijgebleven als ik niet gisteravond tijdens een
ander rondje, dat ten dele door een woonwijk gaat, een heel andere ontmoeting had. Uit een
oprit, vanachter een rij coniferen kwam een mij onbekend jongetje van een jaar of tien met
een hondje. Hij keek me aan en zei: “Dag meneer, hoe gaat het met u?”

“Uitstekend”, zei ik, “en met jou?”

“Heel goed”, zei hij.

Daar was ik blij om, want hoeveel kinderen zijn niet chagrijnig als ze na het eten
de hond moeten uitlaten.

  1. Carin (reply)

    28 juli 2020 at 16:14

    Geweldige beschouwing van het dagelijks leven Jan 😉

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.