Toen ik dertig jaar geleden van de Veluwe naar Brabant verhuisde zei een collega daar:
ga jij echt tussen de autosloperijen, woonwagenkampen en varkensboeren wonen. Hij kende
Brabant als doorgangsland naar zijn vakantiebestemming in Zuid-Frankrijk.

De A2 en de A50 waren er nog niet, dus je bracht op weg naar de Provence relatief veel
reistijd door op Brabantse tweebaanswegen.

Vanwege het ontbreken van die snelle verbinding woonde ik doordeweeks een aantal maanden
bij een hospita voordat ik een huis had gevonden. Zij leerde mij een paar dingen: Brabantse
gastvrijheid is een vorm van eigenbelang, voor wat hoort wat; Brabanders juichen met hun
handen in hun zakken; Brabanders naaien hun eigen naad; misschien is nee.

Welkom in Brabant.

Mijn hospita zette dingen graag zwaar aan, maar ze bleek niet helemaal ongelijk te
hebben. Desalniettemin bouwde ik hier een leven op, voornamelijk met Brabanders die
aan geen enkel stereotiep voldoen en waar ik veel van hou.

Ik zag Brabant veranderen. Mensen boven de rivieren zeggen wel eens dat Brabant zelfbewuster
is geworden. Dat is onzin. Brabant is altijd zelfbewust geweest, boven de rivieren zien ze dat nu pas.

De eerste grote crisis die ik meemaakte (dan heb ik het niet over persoonlijke zaken)
was het faillissement van DAF en het vertrek van Philips uit Eindhoven. De wereld
stortte in, zo leek het.

Onder leiding van twee achtereenvolgende PvdA-burgemeesters (Welschen en Van Gijzel)
en nauwe samenwerking met weldenkende ondernemers die verder keken dan hun eigen
portemonnee werd Zuidoost-Brabant aan de haren uit het moeras getrokken. Als de nood het
hoogst is sluiten Brabanders de rijen en worden muren tussen links en rechts afgebroken.

Ondertussen ontwikkelde Brabant zich tot het drugslab van Europa. Ik moet vaak denken aan
mijn Veluwse collega en mijn hospita die zei dat Brabanders hun eigen naad naaien. Ondertussen
bleek Brabant ook een voedingsbodem voor PVV en Forum voor Democratie. Brabanders zijn
gevoelig voor retoriek tegen de gevestigde orde.

Er kwam een tweede grote crisis, in de landbouw dit keer. De varkenspest en ruim zeventig
Q-koorts doden. Opnieuw sloegen links en rechts de handen ineen en zo kreeg Brabant de strengst
denkbare milieuregels.

Daardoor ontstond juist in deze provincie het besef dat we aan de vooravond staan van een
nieuw tijdperk, ingegeven door de klimaatcrisis. Ook de boeren, die van oudsher zo’n belangrijk
stempel drukken op deze provincie, zien dat. Het probleem is dat die boeren het tempo niet bij
kunnen houden. Dat komt niet omdat zij te langzaam gaan, maar omdat de politiek te snel gaat.

En dus kon Farmers Defence Force ontstaan want Brabanders zijn gevoelig voor retoriek tegen de
gevestigde orde. Totdat de holocaust erbij wordt gesleept en politici persoonlijk werden bedreigd.
Brabant mag dan een provincie zijn waar de criminaliteit welig tiert, maar er is wel een duidelijke
scheidslijn tussen de gewone Brabander en de criminele Brabander.

Ik zie nu de derde grote crisis in dertig jaar. Een politieke crisis. De VVD, inmiddels uitgegroeid
tot de grootste in de provincie, wil nu samen met CDA en FvD omdat ze er met linkse
bondgenoten van weleer niet meer uitkomen.

In mijn commentaar bij Omroep Brabant heb ik gezegd dat het ondenkbaar is dat je in het huidige
tijdsgewricht gaat samenwerken met een partij die zegt: er is geen stikstofprobleem, we hebben
te veel natuurgebieden. Maar goed, mijn denkvermogen is ook maar beperkt.

De twee vorige crises waren een economische- en landbouwcrisis. Brabanders van links en rechts
zetten daar samen de schouders onder omdat zij zagen dat provinciegenoten massaal werkloos
dreigden te worden of omdat ze zagen dat provinciegenoten slachtoffer dreigden te worden van
nare ziektes en omdat ze zien dat de natuur naar de haaien gaat.

Nu er een crisis is in het eigen politieke huis lukt het niet uit een impasse te komen. Dat is heel
on-Brabants. Zoveel weet ik na dertig jaar wel van deze provincie.

, , ,

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.