Het is 2020 en ik stel vast dat ik een ouderwetse preut ben. Claudia de Breij zei het al in haar
Oudejaarsconference: „Je mag tegenwoordig álles zeggen in dit land”

Mijn vraag is: moet je ook alles willen zeggen of benoemen? Terwijl ik me die vraag stel ben ik me
ervan bewust dat ik mij daarmee buiten de realiteit van 2020 stel.

Zoekend naar een bepaald TV-programma in de digitale gids die NPO Start heet stuitte ik
toevallig op een misdaadserie van Nederlandse makelij die 8 januari begint. De serie heeft de
naam De K*thoer. Ik gebruik een sterretje, BNNVARA, dat de serie heeft geproduceerd, heeft op de
plaats van het sterretje een u staan. De jongeren en de arbeiders zijn samen niet zo terughoudend.

Het programma gaat over een columniste die dagelijks wordt overspoeld door nare taal en die
daarmee gaat afrekenen. Ik ken de serie niet, maar ik denk dat zij representatief is voor hele
volksstammen die dat ook wel zouden willen.

Ik kan mij zo voorstellen dat Femke, zo heet de columniste, ook wordt uitgescholden voor het woord
waarnaar de serie is genoemd. Ik heb zelf geen noemenswaardige ervaring met scheldpartijen (ik
word niet uitgescholden en ik scheld niet uit) en op de tijdlijnen van social media waar ik mij op beweeg,
komt het ook niet voor. Wat ik ervan weet, weet ik uit artikelen die ik er over lees. Het schijnt dat mensen
zich achter hun toetsenbord gedragen als amoeben. Ik vraag me nu zelfs af of ik mijzelf en de mensen
met wie ik online communiceer nog wel tot een dwarsdoorsnee van de bevolking mag rekenen.

Het lijkt mij zeer intimiderend als je met anonieme scheldpartijen te maken krijgt. Ik ben vrij laconiek
onder een aantal tamelijk ernstige fysieke bedreigen die mij in mijn werk zijn overkomen, maar dat
komt waarschijnlijk omdat ik mijn opponenten in alle gevallen in de ogen kon kijken. Anonieme
bedreigingen lijken mij doodeng. Dus ik denk dat ik kan begrijpen dat iemand zich daar letterlijk tegen
gaat wapenen. De foto’s bij de serie laten mensen met wapens zien, ik bedenk dit niet zelf.

Maar waarom noemt een publieke omroep zo’n programma De K*thoer. Ja, omdat Femke daarvoor
wordt uitgescholden, dat had ik zelf kunnen bedenken. Mijn vraag is eigenlijk: waarom zorgt een
publieke omroep ervoor dat dat woord voortaan zonder gene kan worden uitgesproken: “Heb jij
De K*thoer al gezien?”Of: “Er wordt goed geacteerd in De K*thoer”. Waarom dwingen de makers
recensenten tot het gebruik van het woord k*thoer? Hoe gaan ze er in de reclamespot voor BNNVara
programma’s die De Wereld Draait Door is daar mee om? Matthijs van Nieuwkerk is mijlenver boven
mij verheven, maar volgens mij hebben wij wel dezelfde soort gene.

Ik weet een beetje hoe het werkt in de media. Je moet ervoor zorgen dat je in overaanbod opvalt.
Nieuwsmedia hebben het maken van koppen waarmee de lezers worden gelokt tot een kunst verheven.
Hele studies worden eraan gewijd op redacties, al dan niet geholpen door speciaal daarvoor
ontwikkelde computerprogramma’s.

Dus ik snap wel dat de makers van zo’n programma tijdens het brainstormen bedacht hebben dat ze
met één krachtig woord alle aandacht op zich wilden vestigen. Dat lijkt mij met De K*thoer gelukt.
Maar zo wordt zo’n woord salonfähig en wordt het ontdaan van de vreselijke lading die het heeft.
Zo ging het ook met het vreselijke k*tmarokkanen.

Wat ik zeg: ik ben een ouderwetse preut.

 

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.