Ze zeggen dat ik niet meer zo’n brombeer ben. Ze zeggen dat ik rustiger ben geworden, geduldiger.
Minder opvliegend. Mijn vrouw vindt dat dat laatste nog wel een tandje minder kan. Ze denkt dat
het aan haar ligt. Dat is niet zo. Het ligt aan soms te druk, soms te veel.

Het zal de leeftijd zijn, misschien de omstandigheden. Ik ben zestien kilo lichter dan op 1 januari van
dit jaar. Dat voelt goed en dat geeft zelfvertrouwen. Het eerste volle jaar bij Omroep Meierij (one down,
two to go) heeft dat zelfvertrouwen gesterkt. Ze zeggen daar namelijk dat ze veel van me leren en dat
ik mensen inspireer. Ze zeggen ook dat ik soms te snel ga en ik hoor ze soms denken dat ik me als een
verlicht despoot gedraag. Ze vinden me soms wispelturig. Daar zeggen ze dan iets van.

Maar voorlopig hebben we bereikt dat die omroep vanuit alle hoeken en gaten financiële waardering
krijgt waardoor we door kunnen. Dat is niet mijn verdienste, dat is te danken aan een grote groep
mensen die mijn manier van doen accepteert, zoals ik ook hun manier van doen accepteer. Nou ja,
meestal dan.

In het nieuwe decennium wil ik dat laatste restje drift opruimen. Dan mag ik vandaag nog één keer
uit mijn dak. Van mezelf mag dat.

Sta ik godbetert maandag voor de servicebalie van één van de drie AH-winkels die mijn wijk rijk is.
(Belachelijk zoveel, maar die grootgrutter beconcurreert liever zichzelf dan dat hij dat door anderen
laat doen.) Met in mijn hand drie bosjes tulpen. Voorjaar in huis. Voor mij mikt een MI(don’t)LF twee
blikjes Unox knakworst op de counter met de dwingende mededeling: “de prijs is verkeerd
aangeslagen”.  Ze duwt het bonnetje onder de neus van de AH-medewerkster. “Hier staat 2,49 euro
per blikje. Dat is fout”.

Ik schrik van mijn eigen welvaart als ik denk: jezus mens, moet je voor die paar kwartjes een hele
rij wachtende mensen ophouden? De dame achter de counter bestudeert de kassabon en besluit er
een collega bij te halen. Ze verdwijnt richting kassa. Dat duurt even. Mijn tulpen beginnen al bijna
te verwelken.

“Het klopt wel”, zegt ze als ze terugkomt.

“Dan hoef ik die knakworsten niet. Ik wil mijn geld terug”, zegt de mevrouw. De eerste blaadjes van
mijn tulpen vallen uit omdat ik wat al te driftig met de bosjes heen en weer zwaai.

“De huismerk knakworsten zijn goedkoper”, hoor ik de AH-mevrouw zeggen. Nee hè, denk ik. Ja
hoor de klant besluit dat ze teruggaat om de huismerk knakworsten te halen. Ik tel tot tien en
zucht diep.

De kassière kijkt op. “Zal ik u eerst helpen”? vraagt ze.

“Graag”, zeg ik zo vriendelijk mogelijk. Terwijl ze mijn tulpjes scant duikt dat knakworstenmokkel
op achter de kassière.

Dat is verboden gebied denk ik nog, maar mijn gedachten worden overstemd door de klap waarmee
ze de blikken huismerkworsten op de counter flikkert.

Ik wilde net gaan zeggen: stop die knakworsten in je . . . .  Maar de kassière redt mij. “Ik help nu
eerst deze meneer”, zegt ze.

“Ik wist niet dat die andere knakworsten zo duur waren”, hoor ik de klant uitkramen terwijl ze zich
onder het klaphekje door wringt om weer aan de openbare kant van de counter te komen.

Kijk dan nondeju op de prijzen in het rek. Bovendien weet toch elke malloot dat A-merken veel
duurder zijn. Dat denk ik allemaal hè, dat u niet denkt dat ik onbeleefd ben of zo.

Afijn, je zal bij d’r op het oud- en nieuwfeestje uitgenodigd zijn. Zit je daar de hele avond van die
goedkope knakworsten te kanen.

Nou, dat lucht op. Vanaf volgend jaar beter . . . .

  1. Jan van Oort (reply)

    31 december 2019 at 14:13

    Mooi stukje Jan, moet je vaker doen, dat lucht op. En dan later als je groot bent er een boekje van uitgeven. Gegarandeerd succes!

  2. Irene (reply)

    31 december 2019 at 19:51

    Haha. Gelukkig nieuwjaar.

  3. Laurent (reply)

    2 januari 2020 at 01:47

    Drift is wel erg nuttig in stukjes als deze, met name over supermarkten waarover ik er ook diverse heb geschreven 🙂

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.